Menu

None

Reactie op Geloof en gender. Zoeken naar een begaanbare weg

Reactie op hoofdstuk 12 en 13 door Hans Alblas, MA Theologie

Jan Minderhoud heeft zich als theoloog gewaagd aan een studie over gender – een van de grote twistappels in maatschappij en kerk in onze tijd. Wat me meteen positief raakt is de aangename, respectvolle en fijngevoelige toon die hij aanslaat. Minderhoud schrijft vanuit zijn persoonlijke betrokkenheid bij mensen, die op allerlei manieren te maken hebben met het onderwerp. Op geen enkele manier voel ik iets van neerbuigendheid of veroordeling naar wie dan ook. Dat is grote winst in een sterk verhit debat. Minderhoud streeft ernaar recht te doen aan de hoge mate van complexiteit van het onderwerp en daar zo genuanceerd mogelijk over te schrijven. Tegelijkertijd schrijft hij met het verlangen om te onderscheiden wat God ons aanreikt aan waarheid en wijsheid, in wetenschap, schepping en Bijbel.

Gender en gnostiek

Na een algemene inleiding in de gendertheorie in deel 1, volgt in deel 2 een specifiek christelijk-theologische benadering van gender en seksualiteit. Hoofdstuk 9 behandelt het onderwerp vanuit schepping, zondeval en gebrokenheid. In hoofdstuk 10 wordt kort stilgestaan bij godsbeeld en gender en het eveneens korte hoofdstuk 11 kijkt naar hoe er in de oudheid gekeken werd naar gender/geslacht. Hoofdstuk 12 is met 10 pagina’s ook niet erg lang, maar voegt wel de mijns inziens wezenlijke invalshoek van de gnostiek toe aan de toch al brede benadering waar de auteur voor kiest.

Na een beknopte inleiding in de (vroegchristelijke) gnostiek, wordt er gekeken naar wat er binnen de gnostiek leefde wat betreft mannelijkheid en vrouwelijkheid. Vooral het Thomas-evangelie werpt hier enig licht op, al zijn er weinig verzen die hier expliciet over gaan. Leidende gedachte lijkt te zijn dat men geloofde dat de eerste mens androgyn was (het mannelijke en vrouwelijke in zichzelf verenigend) en dat het ideaal voor de ‘verloste’ mens is om de man-vrouw polariteit op te heffen en zo terug te keren tot die oorspronkelijke eenheid. Naast deze gedachte komen we ook de gnostische onderwaardering van het materiële en lichamelijke sterk tegen in de huidige gendertheorie.

Het psychische weegt daarin zwaarder dan het biologische. Sommige genderdenkers spreken ook wel over ‘de dictatuur van de natuur’. Dit gaat in tegen een positieve waardering van het natuurlijke en lichamelijke in de Bijbel als de goede schepping van God, waardoorheen Hij zelfs spreekt. Ter nuancering: in onze hedendaagse cultuur zien we zowel sterke onderwaardering als overwaardering van het menselijk lichaam. We hebben daarom een gefundeerde en evenwichtige theologische visie op lichamelijkheid nodig. Deze zal ons een begaanbare weg moeten wijzen tussen gnostiek en genderconstructivisme (met zijn onderwaardering van het natuurlijke) enerzijds en natuurlijke theologie en genderessentialisme (waarbij de huidige stand van de natuur tot norm verheven wordt, zonder te rekenen met de zondeval) anderzijds.

De verbinding tussen gnostiek en gendertheorie laat in elk geval zien dat er niets nieuws onder de zon is, al worden hedendaagse inzichten vaak als revolutionair vernieuwend gepresenteerd en ervaren. Eerder lijkt er sprake van een terugkeer naar concepten die het in de strijd met het klassieke christelijk geloof niet overleefd hebben. Dat zou christenen extra waakzaam moeten maken: hebben we voldoende onderscheidingsvermogen om te onderkennen wat ingaat tegen essentiële Bijbelse waarheden? Hier kan nog aan toegevoegd worden dat op de achtergrond van de discussie over gender en seksualiteit een geestelijke strijd speelt tussen de ‘overste van deze wereld’ en de Heer van schepping, kerk en Koninkrijk. Een dimensie die Minderhoud buiten beschouwing laat, vermoedelijk (en dan terecht) met het oog op het brede publiek waarvoor hij schrijft en om geen olie op het vuur te gooien.

Gender en Koninkrijk

Over Gods Koninkrijk gaat het volgende, uitvoeriger hoofdstuk. Heel beknopt wordt de theologie geschetst van het Koninkrijk dat in Christus is gekomen en tegelijk nog komende is. Vervolgens staat de auteur uitvoerig stil bij Galaten 3:26-29. De etnische, sociale en geslachtelijke verschillen brengen in de gemeente van Christus geen (hiërarchische) scheiding aan zoals daarbuiten wel. ‘In Christus’ wordt elk mens op gelijke wijze aanvaard. Tegelijkertijd worden de genoemde verschillen niet uitgewist. Ook uit allerlei andere nieuwtestamentische teksten blijkt dat hier terdege rekening mee moest worden gehouden. De uitspraak van Jezus dat mensen in de opstanding niet trouwen en ‘zullen zijn als engelen in de hemel’ (o.a. Marcus 12:25) wordt in zijn context besproken. Of engelen een geslacht hebben en tot seksuele omgang in staat zijn, blijft onduidelijk.

Het psychische weegt daarin zwaarder dan het biologische

Het huwelijk zal in elk geval niet langer relevant zijn, voortplanting niet langer nodig, seksualiteit waarschijnlijk afwezig. Dit kan helpen om de huidige fixatie op seksualiteit los te laten en zelfs de huwelijksband enigszins te relativeren. In hoeverre de geslachtelijkheid zal blijven bestaan is nog niet volledig onthuld, maar waarschijnlijk wel. Vanuit 1 Korintiërs 15 wordt betoogd dat er zowel een groot verschil als een wezenlijke continuïteit is tussen het verheerlijkte lichaam en ons huidige lichaam. De ultieme verandering is dat we na de opstanding – inclusief ons lichaam – ‘aan Christus gelijk’ zullen zijn: het gaat uiteindelijk niet om ons en al onze kenmerken, het gaat om Hem!

Een dergelijke focus op Jezus en zijn Koninkrijk valt ook te zien in wat Jezus zegt over de eunuch in Matteüs 19:12. De nieuwe orde van Gods Koninkrijk heft de oude scheppingsorde niet op, maar kent wel een eervolle plek toe aan wie ‘omwille van het Koninkrijk’ kiest voor de celibataire weg.

De bespreking van enkele Bijbelpassages roept op detail-niveau vragen bij me op. Ten eerste: op p.174 en 175 geeft Minderhoud vijf manieren waarop Galaten 3:28 in de geschiedenis is uitgelegd. Deze blijven naar mijn gevoel wat ‘in de lucht hangen’ doordat er geen weging of conclusies aan worden verbonden. Als tweede: in paragraaf 13.6 wordt Openbaring 14:3 en 4 besproken. Dat gedeelte gaat over de 144.000 vrijgekochten, waarvan o.a. vermeld wordt dat zij ‘zich niet met vrouwen hebben afgegeven maar maagdelijk zijn gebleven’. Het is de vraag of dit op enige wijze relevant is voor de thematiek van het boek. In elk geval mist de auteur hier de symbolische uitleg van o.a. Richard Bauckham.

Hoe zit het dan met Jezus van Nazareth: Hij bleef toch ook bewust ongehuwd?

Het gaat volgens Bauckham niet om een letterlijk kenmerk van de vrijgekochten. Het betreft slechts een detail in het beeld van een ‘centus’, zoals die in het Oude Testament voorkomt. Soldaten die geselecteerd waren voor de strijd, moesten zich onthouden van seksuele gemeenschap. Gods volk is als zo’n leger van soldaten, dat strijdt tegen de tegenstander van God. Hier moeten geen conclusies aan verbonden worden over de waarde van huwelijk dan wel celibaat of seksuele omgang in het algemeen. Ten derde: bij de bespreking van de eunuchen uit Matteüs 19:12 in paragraaf 13.7 stelt Minderhoud dat het in het toenmalige Jodendom ondenkbaar was om bewust ongehuwd blijven omwille van Gods Koninkrijk. ‘Slechts bij hoge uitzondering kwam het voor dat een rabbi ongehuwd bleef omwille van de Thora, zoals rabbi Ben Azzai (ca. 110 na Chr.).’

Hoe zit het dan met Jezus van Nazareth: Hij bleef toch ook bewust ongehuwd? Wat deed dit met zijn gezag als rabbi, als het zo uitzonderlijk was in die tijd? Belangrijker: in hoeverre wil Jezus hiermee zijn volgelingen iets voorhouden als het gaat om de waarde van zowel huwelijk als celibaat in het licht van Gods Koninkrijk?

Los van deze kritische vragen op detailniveau, valt het zeer te waarderen dat Minderhoud lijnen trekt vanuit de theologie van Gods Koninkrijk als het gaat om geloof en gender. Hij grijpt niet te zeer vooruit op wat nog komen gaat en nog niet aan ons is geopenbaard (zoals Ad de Bruijne in ‘Voor het leven verbonden’). Evenmin laat hij Bijbelse ankers, die bedoeld zijn voor het leven in de tussentijd, los (zoals René Erwich en Almatine Leene in ‘Vuur dat nooit dooft’). Minderhoud blijft zorgvuldig binnen het eschatologische spanningsveld tussen het ‘reeds’ en het ‘nog niet’ van de komst van Gods Koninkrijk op aarde. Dat geeft ruimte voor zowel Bijbelse kaders als voor even Bijbelse nuances, voor zowel realisme als voor hoop.

Hans Alblas is Geestelijk begeleider, theoloog, docent en spreker.


Jan Minderhoud, Geloof en gender. Zoeken naar een begaanbare weg. Uitgeverij: Utrecht, KokBoekencentrum Uitgevers, 2025. 224 pp. € 24,99. ISBN 9789043542432

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken