Menu

Basis

Een schisma is een te vroeg beëindigd conflict

In de afgelopen maanden waren er regelmatig berichten over een dreigende scheuring in de Christelijk Gereformeerde Kerk. De broeders op Urk zijn tegen vrouwen in het ambt en willen niet langer samenwerken met de broeders in Zwolle, bij wie vrouwen ambtsdrager kunnen worden. Hoe om te gaan met dergelijke diepgaande verschillen? Aan de hand van Handelingen 15 pleit Bert Aalbers voor het belang van eenheid in pluriformiteit.

Telkens weer in de geschiedenis van de kerk waren er meningsverschillen, dat is niet vreemd, want de kerk bestaat uit verschillende mensen. Maar het gaat mis als die meningsverschillen standpunten worden, het woord zegt het al: een standpunt neem je in, daar sta je voor. En voor je het weet word je een tegenstander en dan wordt je standpunt een strijdpunt, ook een veelzeggend woord: daar bestrijd je de ander mee. En zie daar, verdeeldheid, schisma, scheuring.

Dat is wat ik hoor van mijn christelijk gereformeerde collega’s in Zwolle. Bij hen kunnen vrouwen ambtsdrager worden. Maar de broeders op Urk zijn tegen de vrouw in het ambt en die willen niet meer samen met hen in een kerkverband: hier scheiden onze wegen. In de afgelopen maanden waren er regelmatig berichten over een dreigende scheuring in de CGK. Begrijpelijk als de kloof onoverbrugbaar lijkt. Maar is dat de onontkoombare consequentie? Of is er een manier om samen kerk te zijn ondanks ingrijpende meningsverschillen?

Is er een manier om samen kerk te zijn ondanks ingrijpende meningsverschillen?

Het conflict

In Handelingen 15 lezen we over het eerste grote conflict in de jonge kerk. En dat conflict is ingrijpend. Joden-christenen in Jeruzalem beroepen zich op de joodse traditie, zij gaan uit van de besnijdenis als ritueel dat toegang geeft tot de gemeente. In Antiochië bestaat de gemeente voornamelijk uit heiden-christenen. Zij hebben die achtergrond niet en voelen zich dan ook niet verplicht om zich te laten besnijden. Dat leidt tot irritaties over en weer.

Daarom gaan er een paar broeders uit Jeruzalem naar Antiochië om te zeggen dat zij zich toch echt moeten laten besnijden, willen ze deel uitmaken van de gemeente van Christus. Als regel worden deze mannen behoudend genoemd, conservatief, fundamentalistisch, wettisch. Ik begrijp dat wel, maar ik probeer ook die twee broeders uit Jeruzalem recht te doen. Wat bedoelen zij nu eigenlijk? Besnijdenis van de voorhuid van het mannelijk geslacht op de achtste dag  is een teken. Een teken van het verbond met God. Een teken dat zegt: ‘Wij zijn apart gezet, wij zijn niet als die andere volken, die andere goden dienen, wij dienen de God van Israël.’ Besnijdenis zegt ons dat het niet gaat om potentie, om macht, maar om kwetsbaarheid. De Eeuwige heeft macht. Die bezorgde broeders uit Jeruzalem vragen zich af of er wel iets terecht komt van dat apart gezet zijn, dat je geen andere goden dient. Met die intentie zijn ze naar Antiochië gegaan en daarom pleiten ze voor de besnijdenis.

Maar dat geeft wel een hoop onrust in die gemeente. Men stuurt Paulus en Barnabas als afgevaardigden naar Jeruzalem om dit conflict te bespreken: ‘Moet dat nou zo, gaan we nou zo met elkaar om en kunnen we niet proberen om er met elkaar uit te komen?’

Vervolgens wordt er in Jeruzalem een beraad gehouden, concilie – meestal een convent genoemd. Maar als ik het goed lees, is het gewoon een gemeentevergadering, zoals wij die ook kennen. Op zo’n vergadering kan iedereen zich uitspreken, luisteren we naar elkaar en proberen we samen verder te komen.

De aanpak

Hoe verloopt die vergadering? De woorden die Lucas gebruikt liegen er niet om: conflict, strijd, oproer. De vraag is of joden-christenen hun eigen joodse identiteit kunnen relativeren, ondergeschikt maken aan hun gezamenlijke christelijke identiteit? De toekomst van de kerk staat op het spel in Handelingen 15. Hoe nu verder? Het zou zomaar op een scheuring kunnen uitlopen…

Vier mannen nemen het woord.

Om te beginnen is dat Petrus. Hoe begint hij? Doet hij een beroep op de Schrift? Geeft hij zijn eigen mening? Nee, Petrus begint met de feiten. Hij zegt:

De feiten liegen er niet om. Ik was ooit in Caesarea en toen kreeg ik de opdracht om Cornelius, een heidense legeraanvoerder, te dopen. Alles in mij verzette zich daartegen. En toen kreeg ik dat visioen van die reine en onreine dieren en toen begreep ik het: ‘Ja, de heidenen horen ook bij!’ Vervolgens heb ik dat steeds weer ervaren: God maakt geen onderscheid en daarom mogen wij dat ook niet doen! God heeft aan hen de Heilige Geest gegeven, zoals ook aan ons.

Je zou verwachten dat Petrus zegt: ‘Wij hebben als eersten de Geest ontvangen op Pinksteren en pas later ontvingen de christenen in Antiochië de Geest.’ Maar dat doet hij niet. Petrus gaat naast de niet-joodse christenen staan en onderstreept hun gelijkwaardigheid. Vervolgens zegt hij: “De genade is aan hen gegeven op dezelfde manier als aan ons.” Weer het accent op die gelijkwaardigheid!

En dan valt er een stilte in die vergadering. Allen zwijgen. Als mensen zwijgen moet je altijd aftasten: wat betekent dit? Wie zwijgt, stemt toe? Of weet men niet hoe te reageren?

Het is een geladen stilte. Hoe nu verder?

Als tweede komen Paulus en Barnabas aan het woord. Lucas citeert hen niet, maar geeft een samenvatting van hun reactie. Dat ze rondgetrokken waren en dat overal heidenen God gevonden hadden.

De vierde spreker is Jacobus, de broer van Jezus, die de leider is van de gemeente in Jeruzalem. Hij stemt in met het betoog van Petrus: de heidenen horen er ook bij. En hij ondersteunt dat met teksten van de profeten Amos, Jesaja en Jeremia, die daar ook op wezen. Jacobus is duidelijk de exegeet van deze sprekers. Hij zegt: “De feiten spreken voor zich, zeker, maar die feiten moet je verbinden met de opdracht om tot een zegen te zijn voor andere volken. Dat hebben de profeten lang geleden al voorzegd en nu zien wij het in vervulling gaan.”

De oplossing

Vervolgens komt hij met een conflictoplossing die aansluit bij wat Petrus zei over het juk van de geboden. Hij vindt het niet nodig om de heiden-christenen al te zware lasten op te leggen. Vier regels noemt Jacobus:  ze moeten zich onthouden van offervlees uit de heidense tempels, van vlees waar bloed in zit, van bloed zelf en van ontucht.  Let op: de besnijdenis als voorwaarde noemt hij niet.

Is dat een slimme oplossing, een vondst van Jacobus? Nee, opnieuw blijkt hoe groot zijn Schriftkennis is, want die vier regels komen uit het boek Leviticus: dat boek vol aanwijzingen voor het leven in het beloofde land. Vreemdelingen in Israël hoeven zich aan al die geboden niet te houden, zij kunnen zich beperken tot vier regels. Door deze regels na te volgen, onderscheiden zij zich van andere volken.

De besnijdenis is voor de joden een teken van het verbond met God, dat je geen andere goden dient. En die vier regels voor de heidenen komen op hetzelfde neer: geen andere goden dienen dan de God van Israël. Zo, zegt Jacobus, wordt de wet van Mozes nog altijd gehandhaafd. Overal, ook door heiden-christenen.

Is dat een tactisch compromis van Jacobus? Er zijn wel uitleggers die dat beweren, maar ik geloof er niets van. Ik vind dit een schoolvoorbeeld van je inleven in de ander, luisteren naar je medegelovige, naast elkaar gaan staan. Bij een compromis moet je geven en nemen.  

Bij een compromis moet je geven en nemen

Vervolgens wordt er een brief opgesteld om voor te lezen in Antiochië, een heel pastorale brief:

“Aan de broeders en zusters in Antiochië: wij begrijpen het dat jullie verward zijn, geschokt zijn, door die mannen die zeiden dat je je moet laten besnijden. Voor alle duidelijkheid: wij hadden hen niet gestuurd! We hebben eensgezind besloten jullie geen andere verplichtingen op te leggen dan wat strikt noodzakelijk is. Als u zich hieraan houdt, doet u wat juist is. Het ga u goed!”

Die brief wordt voorgelezen en toegelicht door twee broeders uit Jeruzalem en heeft een geldig effect: er is sprake van opluchting, bemoediging en blijdschap.

De les van Handelingen 15

Rekening houden met elkaar, dat is de les van Handelingen 15. Ingrijpende verschillen worden overstegen door de verbondenheid in Christus. Luisteren naar elkaar, daar begint het mee, en luisteren naar de Schrift, daar eindigt het mee. De vroege kerkgangers zien de verschillen niet als scheidslijnen maar als mogelijkheden. Dit verhaal is een schoolvoorbeeld van de manier waarop we in de kerk met verschillen zouden moeten omgaan. Niet uniform, maar pluriform. Die jonge kerk heeft dat begrepen.

Ingrijpende verschillen worden overstegen door de verbondenheid in Christus

Een schisma is een te vroeg beëindigd conflict: de tegenstellingen oplossen door uit elkaar te gaan. En, zou ik zelfs willen beweren, een schisma is een zonde tegen de liefde. Tegen God die geen onderscheid maakt. Het gaat niet om onze belijdenis, hoe mooi ook, niet om onze structuren, hoe belangrijk ook, niet om onze liturgie, hoe waardevol ook. Maar waar gaat het dan wel om? Wat is de maatstaf?

Samen in de naam van Jezus

Uitleggers geven allemaal dezelfde oplossing: ze verwijzen naar Jacobus. En Jacobus komt met teksten uit de Schrift: a) Amos, b) Jesaja, c) Jeremia. Klaar, toch?  

Maar we weten wel dat het zo niet werkt. Want bij al die scheuringen die er waren hebben beide partijen zich beroepen op de Schrift. Zo gaat het nog steeds. De CGK op Urk beroept zich op Paulus die zegt dat vrouwen in de gemeente moeten zwijgen. En de CGK in Zwolle beroept zich ook op Paulus als zij zegt dat er in Christus geen onderscheid is tussen man en vrouw. Een beroep op de Schrift is blijkbaar dus niet genoeg. Maar wat is er nog meer mogelijk?

Een beroep op de Schrift is blijkbaar dus niet genoeg. Maar wat is er nog meer mogelijk?

Aan de gemeente van Korinte, waar zo’n beetje over alles verdeeldheid bestond, schrijft Paulus twee uitvoerige brieven waarin hij al de problemen die daar spelen stuk voor stuk behandelt. Hij doet een beroep op hun zachtmoedigheid en mildheid: “Zie nu eens de feiten onder ogen. Wanneer iemand er zo van overtuigd is dat hij dienaar van Christus is, moet hij goed bedenken dat ook wij dienaar van Christus zijn, evengoed als hij.” (2 Korintiërs 10:7). Vrij vertaald: “Jullie zeggen dat je bij Christus hoort, dat respecteer ik. Maar dan verwacht ik ook jullie respect voor ons tonen, want wij horen ook bij Hem.”

Paulus onderstreept dus de eenheid in Christus. Dat betekent heel concreet: gaan in het spoor van Jezus: Hij die niemand uitsloot, voor wie iedereen erbij hoorde. Niet exclusief, maar inclusief. Dat is de maatstaf: hoe wij omgaan met elkaar, of wij mensen buitensluiten of insluiten.

Dit advies van Paulus is niet tijdgebonden (“dat speelde alleen in die tijd”), is niet situatie-gebonden (“toen ging het anders”), het is ook niet plaatsgebonden (“dat was een probleem in Korinte”) en het is niet persoonsgebonden (“dit is een probleem van Paulus”). Nee, het is een advies voor de kerk van alle tijden en alle plaatsen. Geef elkaar de ruimte. Samen, in de naam van Jezus. Samen, in de Geest (!) van Handelingen 15.

Bert Aalbers is emeritus PKN-predikant. Hij werkte in Halle, Epe, Maarssen en Breukelen. Van 1999 tot 2007 doceerde hij Nieuwe Testament aan de Hogeschool voor Theologie NBI in Utrecht. In 2001 promoveerde hij in Kampen op Judas, een van de twaalf, een exegetisch hermeneutische studie over Judas Iskariot met speciale aandacht voor het fenomeen beeldvorming.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken