Open kerk?
“Wij zijn een open kerk….” Het is één van de meest voorkomende openingszinnen op kerkelijke websites en in vacatureteksten voor het zoeken van een nieuwe predikant. Dit is hoe de meeste kerken zichzelf willen zien of op z’n minst willen presenteren. De hamvraag is: hoe open zijn we echt? Die zullen anderen voor ons het beste kunnen beantwoorden…
Zelfbeeld is iets kwetsbaars. Op persoonlijk vlak ook. We zijn sociale wezens en zoeken wie we zijn in de ogen van anderen. In deze digitale tijden zijn die blikken van anderen nog indringender geworden. De sociale druk ligt hoog. We worden langs allerlei kanten gebombardeerd met verwachtingen, meningen en afwijzingen. Dus leren we onszelf aan om ons op te poetsen en overeind te houden met een mooi beeld van onszelf, waar we liefst nog in geloven ook. De meeste leugentjes worden begaan om in eigen goedheid te blijven geloven. En anderen spelen dat spel mee, om zelf ook goed over te komen, weer anderen breken het mooie zelfbeeld juist af, vooral als dat anoniem kan. In het beste geval heb je mensen om je heen die van je houden en je ook wel ’s een spiegel durven voorhouden. “Beter een verwijt van een vriend dan een kus van een vijand.”1 Toegegeven, zo’n verwijt doet wel meer zeer.
Ook het zelfbeeld van kerken staat onder druk en wordt dus soms krampachtig opgepoetst. Niet echt open dus. Hoe komen we uit de kramp? Als kersverse pionier namens de kerk in Leuven voel ik die vraag bijna dagelijks bij mij opkomen, in mijn ontmoeting met mensen die anders niet op mijn pad zouden komen. Zolang je als predikant je toegemeten tijd 100% gebruikt om ijverig het binnenkerkelijke overeind te houden (bijna 100%, want we zijn open kerk natuurlijk), kun je die vraag negeren en blijven denken dat je open bent.
Natuurlijk is iedereen welkom, maar let niet op onze blinde vlekken. Dat onze website al twee jaar niet echt is bijgehouden bijvoorbeeld. Of dat er op zondag niemand aan de deur staat of dat je zelf je weg moet vinden in het liedboek of gewoon mee moet doen met opstaan en zitten en automatische antifonen en dat je niet wordt aangesproken of juist te gretig bij het koffiedrinken naderhand. Dat we woorden gebruiken die echt niet helder zijn (zoals antifonen) en er allemaal keurig uitzien en hoogopgeleid en verbaal vaardig overkomen. Dat is allemaal toch geen probleem?! Zo vaak komen er geen buitenkerkelijke gasten en als ze er toevallig wel zijn, dan redden ze zich wel.
Maar wat als die dapper overlevende generatie-arme vrouw in haar versleten kloffie en overdreven make-up (vinden wij) ook eens langs wil komen? Of die man die er wel netjes uitziet, maar zich nogal verward uitdrukt omdat zijn hersenen zijn aangetast door decennia psychotisch lijden en psychiatrische behandeling? Of die jongere met Tourette, of die persoon die altijd bij de supermarkt rondhangt met zijn grove praat omdat hij ook gewoon és opgemerkt wil worden? Of die oude buurvrouw die al zo lang alleen is dat ze niet meer weet hoe ze sociaal aanvaardbaar kan converseren? Och ik kan nog wel even doorgaan…
Zij zouden onze vrienden kunnen zijn. Om ons die spiegel voor te houden hoe open we echt zijn. Zodat we ons mooie zelfbeeld kunnen leren los te laten. Wat zou dat ook voor onszelf bevrijdend zijn. Misschien zou Jezus zich dan ook weer thuis kunnen voelen in onze kerken. En bij jou en bij mij.
- Parafrase op Spreuken 27:6. ↩︎
Petra Schipper is sinds 1 februari j.l. halftijds gemeentepredikant, halftijds stadspredikant (pionier) in de Verenigde Protestantse Kerk in Leuven (B.). Hiervoor was zij diaconaal stadspredikant in Antwerpen.