Menu

Basis

De geloofsbeleving van kinderen en jongeren

Kind met speelgoed

We weten best, dat we in de geloofsopvoeding van kinderen en jongeren rekening moeten houden met hun leeftijd en ontwikkeling. Maar wat dat concreet voor de inhoud en de werkwijze van die opvoeding betekent…? Daar valt nog wel wat te leren, via deze bijdrage wellicht.

Je favoriete Bijbelgedeelte

Wat is je favoriete Bijbelgedeelte? Vraag aan een peuter of kleuter wat zijn favoriete Bijbelgedeelte is en de kans is groot, dat het komt met een verhaal waar dieren een rol in spelen. Het is niet voor niets, dat grote speelgoedmerken als Little People en Playmobil kleurrijke arken van Noach – toch best een gruwelijk verhaal – op de markt gebracht hebben, geschikt voor kleine knuistjes met een nog niet al te goed ontwikkelde motoriek. Vraag je het aan een kind uit de onderbouw, dan is de kans groot dat ze David en Goliath of een andere ‘superheld’ als Simson zullen noemen. Als je het de tieners vraagt, krijg je waarschijnlijk weer heel andere antwoorden. Tieners kiezen vaak voor Bijbelgedeelten, waarin juist meer lagen zitten en je iets van een worsteling ziet: David, tijdens één van zijn zwakke momenten, Petrus, die zonk toen hij uit de boot stapte of Thomas die het allemaal niet kon geloven. Test het eens uit met kinderen en jongeren in uw eigen omgeving. Wat is hun favoriete Bijbelgedeelte?

In de antwoorden, die ze geven, zien we iets terug van de ontwikkelingsfase, waarin ze zich bevinden. Jonge kinderen denken concreet en kunnen wat met concrete handelingen van dieren, die lopen, eten of kwijtraken. Tieners denken volop na over de vraag wie ze zelf zijn en herkennen zich goed in de gelaagdheid van Bijbelse personages. Vanuit de ontwikkelingspsychologie kunnen we dus heel vaak goed verklaren, waarom bepaalde Bijbelgedeelten in een bepaalde levensfase zo aanspreken.

De ontwikkelingspsychologie verklaart waarom een verhaal op dié leeftijd aanspreekt

Nagel-Herweijer, C. H., Sonnenberg, P. M., & Groen, E. (2023). Dat je groeien mag! Een casestudy naar de wijze waarop jongeren binnen de Protestantse Kerk in Nederland leren geloven. Uitgave Protestantse Kerk in Nederland.

Weinig aandacht voor de ontwikkeling van kinderen en jongeren

De verschillen tussen de geloofsbeleving van kinderen en jongvolwassenen was in het onderzoek naar de vraag, hoe kinderen en jongeren in de Protestantse Kerk leren geloven, één van de opvallende uitkomsten. In dit onderzoek vroegen we kinderen vanaf 10 jaar tot jongvolwassenen van 25 jaar wat geloven voor hen betekende.

Zo noemden de betweeners, dat vooral rituelen als bidden en naar de kerk gaan voor hen bij geloven hoorden. Jongvolwassenen zochten juist naar manieren om hun geloof in het dagelijks leven handen en voeten te geven.

Opvallend in ditzelfde onderzoek was dat volwassenen zich maar beperkt bewust waren van de rol, die leeftijd speelt in de geloofsbeleving. Ouders en jeugdleiders hielden wel nadrukkelijk rekening met de sociale ontwikkeling. Zo dachten ze bijvoorbeeld na over het belang van peers voor tieners. Met de godsdienstige, emotionele, cognitieve en morele ontwikkeling hielden de opvoeders nauwelijks rekening. Dat er in de kerk onvoldoende rekening gehouden wordt met de ontwikkeling van kinderen en jongeren, leidt in de praktijk af en toe tot pijnlijke mismatches. Ik laat dit aan de hand van een aantal – ik denk herkenbare – voorbeelden zien.

Het kindermoment

‘En dan mogen nu alle kinderen naar voren komen.’ Dat laten de kinderen zich geen twee keer zeggen en ze komen gelijk in actie. De predikant heeft zich goed voorbereid. Ze heeft nagedacht over een aansprekend voorbeeld en gaat zelfs op een laag krukje zitten. Om de predikant heen staat een groepje vooral jonge kinderen. In de preek zal het gaan over het volk van God, dat onderweg is naar het beloofde land en hoe dit perspectief richting kan geven aan je levensreis. Daarom gaat het hier in het kindermoment ook over. Zolang het gaat over vakantiereizen, kunnen de kinderen haar wel volgen. Maar zodra ze begint over het leven als een reis, kijken de kinderen glazig voor zich uit en wiebelen een beetje ongemakkelijk heen en weer. Wat bedoelt de dominee? Je leven een reis? Ze hebben géén idee. En dat is logisch.

Het kindermoment wordt regelmatig gebruikt als eenvoudige samenvatting van de preek voor de volwassenen. ‘Als de volwassenen het kindermoment maar onthouden.’ Prima om in de preek te werken met een eenvoudige samenvatting, maar níet in het kindermoment. Op deze manier gaat het kindermoment namelijk over de hoofden van de kinderen heen en wordt hen, en hun ontwikkeling, geen recht gedaan. Kinderen hebben geen samenvatting van de preek in eenvoudige taal nodig. Om daadwerkelijk aan te sluiten bij de ontwikkeling van, zeker jonge, kinderen, is het niet alleen nodig, dat de taal afgestemd is op de kinderen, maar ook het thema. Door hun ontwikkeling kunnen zij vaak nog niet veel met het thema, dat in de preek centraal zal staan.

Het kindermoment wordt wel gebruikt als samenvatting van de preek

Basiscatechese

In sommige gemeenten wordt basiscatechese voor de groepen 7 en 8 gestart, omdat dit de leeftijd is, dat kinderen leergierig zijn en tegelijkertijd best veel informatie kunnen verwerken. Het is mooi als er in kerken voor de betweeners, de groep die tussen kind en tiener inzit, aparte aandacht is. Voor het kinderwerk voelen ze zich vaak te oud en bij de tieners hebben ze vaak toch nog te weinig aansluiting. Over alle middelbare schoolverhalen van de tieners kunnen zij immers nog niet meepraten.

De vraag is vervolgens wel wat je met deze nieuwsgierige betweeners doet. Ik leerde op de opleiding – oké, dat is al wel een tijdje geleden – dat dit dé leeftijd was om kennis over te dragen aan kinderen. Het is de leeftijd om de kern van de geloofsleer, vaak verpakt in competitieve quizzen, uit te leggen. Met het risico, dat deze geloofsoverdracht helemaal niet raakt aan de levens van de jonge tieners en ze vooral leren dat geloven niet over hen gaat.

Betweeners maken vooral op cognitief vlak een enorme ontwikkeling door, waardoor ze veel beter abstract kunnen denken. Daardoor zitten ze vol vragen, die ze graag zouden stellen. Vragen waar ze als betweeners anders over nadenken dan een schoolkind. In de klas zijn ze vaak de enige christen en dus krijgen ze allerlei lastige vragen van hun klasgenootjes. ‘Waarom is er zoveel lijden in de wereld?’ ‘Hoe zit het nu met de schepping en de evolutie?’ Maar over deze grote vragen gaat het op de basiscatechese nog niet. De catecheet gaat ervanuit, dat deze nog te moeilijk voor hen zijn. Doordat de catecheet wel gebruik maakt van hun vermogen om abstract te kunnen denken, maar hierbij onvoldoende stilstaat bij de vragen die dat bij ze oproept, ontstaat er opnieuw een mismatch. Ook de betweeners wordt zo onvoldoende recht gedaan.

Jongvolwassenen worden als vanzelf gedacht in het reguliere kerkenwerk mee te doen

Aandacht voor de twintigers

Waar de betweeners in de gemeente nog wel eens tussen wal en schip raken, doordat ze van kinderen veranderen in tieners, geldt dat ook voor de jongvolwassenen. In veel gemeenten bereikt het jeugdwerk bij de 16+ groep de laatste halte, waarna de jongvolwassenen stilzwijgend geacht worden in te stappen in het reguliere kerkenwerk. De jongvolwassenen voelen zich op hun beurt vaak helemaal nog niet thuis tussen de volwassenen. Jongvolwassenheid is niet voor niets een eigen levensfase.

Jongvolwassenen zijn aan het studeren of beginnen aan hun eerste baan. Deze groeiende verantwoordelijkheid maakt, dat ze ook met nieuwe ogen naar hun kerk gaan kijken en ideeën hebben over kerk-zijn. Daar is lang niet altijd ruimte voor. Zo vertelde een jongvolwassene: ‘Ik heb op zich voor twintigers bijvoorbeeld wel een aantal ideeën, maar ik zou niet weten bij wie ik dat neer moet leggen. Ik heb bij onze jeugdwerker wel een aantal dingen aangegeven. Maar als er dan niet op gereageerd wordt of er niets mee gedaan wordt, ja, wat is dan het nut om het aan te geven? Dan houd ik mijn mond wel.’

Dat jongvolwassenen min of meer op eigen benen gaan staan, maakt ook dat ze vaak met nieuwe ogen naar het geloof en de Bijbel gaan kijken en allerlei (theologische) vragen hebben, die ze graag aan een expert, zoals de dominee, zouden stellen. ‘Maar de dominee is druk met de tieners en de senioren, voor ons heeft hij amper tijd’, zo verklaarde één van de jongvolwassenen uit het onderzoek ‘Dat je groeien mag!’.

Gunnen we in de kerk de jongvolwassenen de tijd om zich verder te ontwikkelen, bieden we hen daarbij de ondersteuning, die ze nodig hebben én maken we tegelijkertijd ruimte voor de wijsheid en inzichten, die zij de kerk te bieden hebben?

Kinderen denken en zijn anders dan tieners, tieners voelen anders dan jongvolwassenen

Leren in en van iedere levensfase

Het is duidelijk. Als we onvoldoende rekening houden met inzichten uit de ontwikkelingspsychologie, kunnen we daarmee de geloofsontwikkeling van kinderen en jongeren belemmeren. Het is dus belangrijk niet alleen oog te hebben voor hun sociale ontwikkeling en het belang van peers, maar ook voor hun cognitieve, emotionele, morele en godsdienstige ontwikkeling. Kinderen denken en zijn anders dan tieners. Tieners voelen anders dan jongvolwassenen. We zullen met deze ontwikkeling rekening moeten houden om goed bij hen aan te kunnen sluiten.

Dat kinderen en jongeren anders zijn dan wij als volwassenen is een geweldige zegen voor de hele gemeente. Wat kan de onbevangenheid van jonge kinderen ons raken. Wat kunnen we genieten van de nieuwsgierigheid van kinderen. Wat kunnen de kritische vragen van tieners ons helpen om voorbij de vanzelfsprekendheid te denken. En hoe kan de radicaliteit van jongvolwassenen ons stimuleren om iets van onze oude radicaliteit terug te vinden. Juist doordat kinderen en jongeren anders zijn, helpen zij ons om met andere ogen naar de Bijbel, de wereld en naar God te kijken. We hebben ze nodig om ons geloof dieper en rijker te beleven.

De geloofsontwikkeling van kinderen en jongeren

Wat weten we vanuit de ontwikkelingspsychologie over de (geloofs)ontwikkeling van kinderen en jongeren? In een lang artikel dat ik eerder voor de Protestantse Kerk schreef, werk ik per levensfase (van baby tot jongvolwassene) uit wat deze fase typeert en hoe we hier in de kerk bij aan kunnen sluiten.

Cursus voor ouders en jeugdwerkvrijwilligers  

KiemPlaats biedt een cursus van één avond voor ouders en/of jeugdwerkvrijwilligers. Tijdens deze cursus leren de deelnemers meer over de psychologische ontwikkeling van kinderen en jongeren en de manier waarop dit hun geloofsbeleving kleurt. Daarnaast praten zij in groepjes door met opvoeders van kinderen/jongeren in dezelfde leeftijd.

Corina Nagel-Herweijer MSc is godsdienstpedagoog. Zij is mede-eigenaar van KiemPlaats, expertisecentrum kinderen, jongeren en geloof en werkt als promovenda bij de Protestantse Theologische Universiteit.


Help / hoera –
we geloven verschillend!
Ouderlingenblad 2026, nr. 6

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken