Menu

None

Recensie: Lezen en laten lezen, Arnold Huijgen

Van ds. H. Korving ontvingen wij een recensie van het boek van dr. Arnold Huijgen, Lezen en laten lezen. ‘Een vroom boek, een knap boek en een belangrijk boek.’ Lees hieronder de hele recensie.


Een vroom boek, omdat – zoals de ondertitel het al zegt – het boek gericht is op het gelovig omgaan met de Bijbel. En gelovig is dan niet dat wij de Bijbel benaderen met onze inzichten, maar ons luisterend opstellen om het Woord van God te ontvangen. De titel is een aardige woordspeling op leven en laten leven, en tegelijk de antipode ervan. Drukt leven en laten leven iets uit als ‘iemand zijn gang laten gaan en zich er niet mee bemoeien’, het tegenovergestelde beoogt Huijgen ten aanzien van de Bijbel. Zo zet de titel de lezer meteen aan het denken: Lezen wij de Bijbel eigenlijk wel op de goede manier? De vroomheid in de omgang met de Bijbel kan gemakkelijk ondergesneeuwd raken bij een vooral rationele manier van het benaderen van de Bijbel. Huijgen houdt een pleidooi voor een vrome, eerbiedige en gehoorzame omgang met de Bijbel, waarbij de lezer zich ontvankelijk opstelt. Met name in hoofdstuk drie werkt hij dit uit, waar hij het zich laten lezen illustreert aan de hand van Luthers drie regels die iemand tot een ware christen maken: het gebed, de meditatie en de beproeving.

Het is een knap boek, omdat Huijgen met name in hoofdstuk 4 en 5 de achtergronden schetst van wat hij als de grote boosdoener beschouwt van onze westerse manier van Bijbellezen. Descartes is de vader van het rationalisme, toegespitst op de functionele rationaliteit: iets is pas waar als het meetbaar en controleerbaar is. Dat houdt echter meteen een reductie in, alsof alleen het meetbare en controleerbare de enige werkelijkheid zijn. Huijgen verwijt het fundamentalisme en creationisme dat zij dit rationalisme op een dieper niveau hebben binnengehaald om de Bijbelse waarheid te verdedigen. Waarheid is in de Bijbel echter op zijn minst een meer omvattend begrip dan in deze zienswijzen wordt verdedigd. Met behulp van de inzichten van de filosoof Gerard Visser vraagt Huijgen aandacht voor de ziel (in plaats van de rede) als de kenbron van de werkelijkheid. De ziel of het hart is als een klankkast die afgestemd moet worden op Gods openbaring. Daarbij is samenstemming met de kerk der eeuwen onmisbaar.

Het is een belangrijk boek, omdat het de vinger legt bij een manco in de omgang met de Schrift die juist bij orthodoxe christenen een valkuil is. Zijn we de verborgen omgang met God Zelf niet kwijtgeraakt, bij al onze exegetisch verantwoorde Bijbelstudies en hermeneutische tools? Het gaat veeleer om Gods Drievoudige bewogenheid te ontdekken in de omgang met Zijn Woord. Het is de Drie-enige God Die Zich in heel Zijn Woord aan ons bekend maakt. In het laatste hoofdstuk geeft de auteur een drietal voorbeelden (van Bonhoeffer, Noordmans en van hemzelf) van dit type omgang met de Bijbel, juist rond gedeelten die schuren met onze vooronderstellingen. Ontdekkend is bijvoorbeeld te lezen dat Bonhoeffer in 1937 (!) in zijn uitleg van psalm 58 (God zal de tanden uit de mond van Zijn vijanden slaan) stelt dat wij deze psalm niet kunnen bidden, niet omdat wij zoveel geestelijker zijn dan die oudtestamentische dichter, maar omdat we niet geestelijk genoeg zijn.

Mijn waardering is dus positief, hoewel ik op bepaalde punten dringende vragen heb. De schrijver haakt aan bij Barths drievoudige gestalte van het Woord van God. Mijn moeite hiermee is dat er een kwalitatief onderscheid zou zijn tussen openbaring en heilige Schrift, zoals de schrijver zelfs in art. 3 NGB meent te kunnen aanwijzen (160), m.i. ten onrechte. Wij geloven inderdaad niet in de Bijbel zoals we in God geloven (27), maar tegelijk hebben we de openbaring van God wel in déze op Schrift gestelde woorden en in geen andere ontvangen. Aanstootgevend menselijk (75), zo kun je het noemen, en toch is het Gods Woord, in déze mensenwoorden. De historiciteit van de opstanding handhaaft de schrijver duidelijk, tegelijk is er sprake van een soort meta-historie (mijn woorden) die hem ruimte biedt wat soepel om te gaan met de vraag naar de historiciteit van bijvoorbeeld de val van Jericho. Dat lijkt me minder onschuldig dan de schrijver ons wil doen geloven. Al met al een boek dat dringt tot bezinning.

H. Korving


Boekentip: Lezen en laten lezen

Cover van Lezen en laten lezen, geschreven door Arnold Huijgen.

Lezen en laten lezen van Arnold Huijgen is een verhelderend theologisch boek over gelovig omgaan met de Bijbel. Belangrijk uitgangspunt daarbij is dat je de Bijbel niet alleen leest, maar je ook laat lezen door God. De Bijbel is een ingewikkeld boek, en over de interpretatie ervan wordt veel gediscussieerd. Hoe kun je de Schrift dan zo lezen dat je hart geraakt wordt? En hoe voorkom je al te rationele Bijbellezing? Huijgen gaat te rade bij onder andere Luther. Zijn vuistregels voor het lezen van de Bijbel zijn nog altijd actueel. Daarnaast geeft hij voorbeelden van omgang met de Bijbel door Oepke Noordmans, Dietrich Bonhoeffer en door hemzelf.
Arnold Huijgen is hoogleraar systematische theologie aan de Theologische Universiteit Apeldoorn.

Bestel jouw exemplaar voor € 20,00 met gratis verzending bij Boekenwereld.com

Wellicht ook interessant

Modderige voetafdrukken in tapijt
Modderige voetafdrukken in tapijt
Basis

Bevrijd van de mantel der (zelf)liefde

In de serie ‘Het christelijke geloof in een therapeutisch Nederland’ onderzoekt Katie Vlaardingerbroek, auteur van Nederland Therapieland, de relatie tussen het christelijke geloof en onze huidige therapiecultuur. In haar laatste artikel, over de vraag hoe therapie en christelijke theologie elkaar kunnen versterken in de omgang met het lijden, wordt ze persoonlijk. Terwijl therapie haar bevrijd heeft van een beknellend godsbeeld, was het juist een nieuw soort theologie die haar in staat stelde zich op nieuwe manieren met anderen en ‘de Ander’ te verbinden. 

None

“Ik zoek geen Bunnikside-light in het geloof.”

Heilig gras, clubiconen, de hand van God – in de voetbalwereld barst het van de religieuze symboliek. Supporters zingen op zondag hun liederen, verlangen vurig naar een overwinning en danken het team na de weelde van drie punten. Bovendien lijkt er op het professionele veld ruimte te zijn voor ‘echte’ religie. We zien voetballers kruisjes slaan, het gras kussen en bezield omhoog wijzen na een doelpunt. In deze artikelserie leggen we voetbal en geloof naast elkaar: wat hebben ze gemeen en wat juist niet? Dit keer lezen we hoe Kees van Ekris als voormalig Theoloog der Nederlanden de Bunnikside van FC Utrecht bezocht.

Nieuwe boeken