Menu

None

Recensie van Dieke Oosterwijk-Schouten over het boek Geloof en Gender

The reason that we are so absorbed (…), it’s our self-righteousness. That’s the reason why the Bible tells us that vital faith is the way in which you treat those who are different from you (Tim Keller, 1990).

Onderdeks

Hoe kan je onderdeks slapen terwijl je schip vergaat? Volgens Tim Keller verwijt de kapitein van het schip Jona dat hij een man van God is die geen idee heeft van de problemen van de mensen om hem heen. Mogelijk was zijn slaap een manier om te ontsnappen aan zijn eigen zorgen, twijfel en schuld. Daardoor heeft hij geen idee van de situatie waarin de bemanning verkeert en gebruikt hij niet zijn geloofsbron om hen te helpen. Volgens Keller is het met de kerk net zo. Die gaat zo op in haar interne strijd, dat ze aan twee zaken schuldig is:

– niets weten over de problemen van de wereld;

– niets doen aan deze problemen.

Dat verwijt kunnen we Jan Minderhoud niet maken. Het schrijven van een boek over het controversiële onderwerp Geloof en Gender is een dappere keus en Minderhoud toont daarmee wakker en bovendeks te zijn. Onderstaand een bespreking van twee hoofdstukken van zijn boek.

Hoofdstuk 8: Essentialisme en constructivisme

Gender als gegeven of sociale creatie

Minderhoud zoekt een antwoord op de vraag die de mensheid al eeuwen verdeelt: zijn verschillen in gedrag en interesse tussen jongens en meisjes aangeboren of aangeleerd? Zijn er eigenschappen die in essentie bij mannen en vrouwen horen, bepaald door de biologie en onafhankelijk hoe iemand is opgevoed (nature) of is het verschil tussen man en vrouw een product van opvoeding en socialisatie (nurture)? In dit kader bespreekt hij het werk van Judith Butler voor wie gender een construct is dat de omgeving voor jou bepaalt, wat volgens Minderhoud betekent dat je dat bepalen “maar beter zelf kunt doen”. Hoewel Butler een grote plaats toekent aan de invloed van de sociale omgeving op gender(-beleving), gaat Minderhoud te kort door de bocht door te stellen dat Butler bedoelt dat je naar believen je geslacht kunt construeren.

Ik citeer Butler: “Wie denkt dat sociaal construct betekent dat jij en ik onszelf kunnen vormgeven hoe en wanneer we maar willen, gaat voorbij aan de beperkingen die door de maatschappij worden opgelegd…” (Butler, 2024, hst 1). Butler gaat ervan uit dat gender niet iets is wat je ‘hebt’ maar iets wat je met elkaar tot stand brengt door hoe we spreken en handelen rond gender: gender is volgens Butler ‘performatief’ wat betekent dat gender er niet van oorsprong ‘is’ maar tot stand gebracht wordt door onze taal en handelingen. Gender is hiermee inderdaad een sociale creatie, waarbij het individu een object is binnen een opgelegd script. Minderhoud staat stil bij de implicaties van het denken van Butler, wat de binariteit van gender ter discussie stelt en ruimte biedt voor een breder scala van genderidentiteiten.

Zoals Minderhoud opmerkt blijkt de combinatie kerk en gender een lastige te zijn

Hij signaleert terecht dat het heteronome perspectief, waarbij je je openstelt voor een hoger (richtinggevende) macht, daarin geen ruimte krijgt. In dit denken zal gender uiteindelijk niet meer aan binariteit onderhevig zijn. Minderhoud relativeert het constructivisme en kiest voor een werkelijkheid (lees: sekse) die is voorgegeven en aanvaard dient te worden, waarbij hij zich -in navolging van Ad de Bruijne- realiseert dat ons kennen van de werkelijkheid feilbaar is en dat onze sociale constructies de ene keer bevestigd worden en de andere keer aan vervanging toe blijken te zijn.

Synthese

Waar Minderhoud ernaar streeft zowel de essentialistische als de sociaal constructivistische benadering een plaats te geven en recht te doen, had de toevoeging van het biopsychosociale model als synthese kunnen dienen. Hoewel de uiteenlopende disciplines in dit model (zeer) verschillende uitgangspunten formuleren, is het wetenschappelijk breed geaccepteerd (Gijs et al., 2018). Het biedt geen overkoepelende theorie of ontologische verklaring maar is wel bruikbaar om de complexiteit van het concept gender te beschrijven, doordat het ruimte biedt aan perspectieven vanuit de biologie, de psychologie en de sociologie.

Waar in debatten nog weleens gesuggereerd wordt dat er óf een centrale tendentie is óf dat alles aan variatie onderhevig is, lijkt het meest pragmatische uitgangspunt dat er zowel een centrale tendentie (gelegen in de binaire ordening) als variatie is. Minderhoud hecht eraan om naast ruimte voor variatie uit te gaan van een voorgegeven werkelijkheid die we volgens hem ook weer niet mogen verabsoluteren omdat ons kennen maar ten dele is. Je hoeft maar een beetje van de geschiedenis van de seksuologie als wetenschap en de daarbij behorende wisselende inzichten te kennen, om Minderhoud in dat laatste gelijk te geven.

Hoofdstuk 18: In gesprek over genderkwesties in een veilige omgeving

“Vital faith is the way in which you treat those who are different from you…” Tim Keller, 1990 The church before the watching world.

“Die hebben wij niet”

Zoals Minderhoud opmerkt blijkt de combinatie kerk en gender een lastige te zijn. Hij constateert dat de kerk het gesprek over andere genderidentiteiten nauwelijks voert wat betekent dat we “een inhaalslag te maken hebben”. Het lijkt me dat hij hierin gelijk heeft. Regelmatig kom ik mensen tegen die stellen dat hun gemeente geen mensen uit de lhbtqi-groep kent. Afgaande op prevalentiecijfers is het waarschijnlijk dat deze ontbrekende mensen dan ‘ondergedoken’ of vertrokken zijn. Minderhoud is op zoek naar de kaders voor een veilig gesprek over en, zoals hij zegt, vooral mét lhbtqi-ers. Het begin daarvan ligt volgens hem bij gebed dat zich afstemt “op de specifieke wil van God in deze concrete situatie” (p. 283).

Minderhoud constateert dat luisteren gemakkelijk overgaat in het slaan van ‘morele piketpaaltjes’ en dat men er nog vaak van uitgaat dat het hebben van homoseksuele of genderdysfore gevoelens een keuze is, terwijl de meesten die deel uitmaakten van een kerk hebben eerst heftig gebeden of ze alsjeblieft ‘normaal’ zouden mogen zijn en blijkt dat het percentage mentale problemen en suïcidaliteit significant hoger is in deze groep.

Veilige of heilige kerk

Minderhoud onderzoekt of een heilige kerk ook veilig kan zijn en stelt dat een veilige gemeente juist een duidelijke gemeente is, waarin iedereen weet waar hij aan toe is, in de eerste plaats de lhbtqi-groep. Hij pleit voor het maken van beleid waardoor kerkbezoekers weten wat de kaders zijn rond seksualiteit en genderidentiteit. Dit sluit aan bij een trend die zichtbaar is onder Gen-Z’ers: velen zoeken houvast en duidelijkheid in een wereld waar succes maar ook falen afhangt van je eigen keuzes waarbij jijzelf bepaalt wat goed en niet goed voelt. Tegelijk weet iedere bestuurder en opvoeder dat regels de complexe werkelijkheid niet vangen. Alleen al de groep die vragen heeft rond genderidentiteit is heterogeen, laat staan als we praten over de gehele lhbtqi-groep. Een bijkomend gevolg van een uitgewerkt beleid kan zijn dat het niet meer nodig lijkt met elkaar in gesprek te gaan.

De regels liggen vast en voor een kerkbezoeker is het ‘take it or leave it’ , waardoor het persoonlijke verhaal niet meer gehoord hoeft te worden. Minderhoud pleit overigens wel voor dat open gesprek en geeft daarvoor een heel aantal tips. Deze concretisering blijft achter als het gaat om het maken van beleid, wat de vraag oproept waar je precies beleid op maakt en hoe je dat beleid bepaalt. Betekent het benadrukken van de noodzaak tot het maken van beleid voor de lhbtqi-groep, dat een heteroseksueel of cisgender zich niet hoeft te verantwoorden over de keuzes die hij maakt als het gaat over zijn identiteit of seksualiteit? Juist omdat Minderhoud een open en eerlijke zoektocht naar een zorgvuldig beleid voorstaat, zou een visie op ethiek -die nu ontbreekt- richting kunnen geven aan het vormgeven van dat gewenste beleid. Hoewel ik liever het woord ‘beleid’ zou vervangen door ‘richtlijnen’.

In dit kader denk ik aan de ‘ethics of mercy’ van Burggraeve (2016), die drie vragen stelt: wat is de subjectieve betekenis van gedrag (wat beweegt jou?), wat is de objectieve richting ervan (wat zijn gevolgen of repercussies) en, tenslotte, is dit gedrag in menselijke en christelijke zin het meest kwalitatieve of betekenisvolle? Het stellen van deze drie vragen geeft ruimte aan zowel de noties van veiligheid als heiligheid.

Al met al geeft Minderhoud handvatten om als kerk niet onderdeks te gaan maar te weten wat de problemen van deze wereld zijn en er misschien zelfs iets aan te doen. Bij de trend naar een eenzijdige focus op autonomie die Schippers (2021) signaleert en die mensen met worstelingen rond genderidentiteit juist op zichzelf terugwerpt, kan het boek van Minderhoud helpen compassie te tonen waardoor de zoektocht meer gezamenlijk kan plaatsvinden. Al is het alleen maar door het bieden van een veilige omgeving voor een open gesprek.

Bronnen

Burggraeve, R. (2016). An Ethics of mercy. On te way to Meaningful Living and Loving. Leuven: Peeters.

Butler, J. (2024). Wie is er bang voor gender? Utrecht: Ten Have.

G Gijs, L., Aerts, L., Dewitte, M., Enzlin, P., Georgiadis, J., Kreukels, B., & Meuleman, E. (2018). Leerboek Seksuologie. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.

Keller, T. (1990). The church before the watching world. Gevonden via https://podcast.gospelinlife.com/e/the-church-before-the-watching-world/

Schippers, J.A. (2021). Gendergelijkheid. Transgender personen tussen ideologie en compassie. Apeldoorn: De Banier.

Dieke Oosterwijk-Schouten is onderwijskundige, psychosociaal therapeut en seksuoloog i.o. Ze is verbonden aan De Roos Opleidingen, een christelijke opleiding tot psychosociaal therapeut.


Jan Minderhoud, Geloof en gender. Zoeken naar een begaanbare weg. Uitgeverij: Utrecht, KokBoekencentrum Uitgevers, 2025. 224 pp. € 24,99. ISBN 9789043542432

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken