Menu

Filters

Auteur

Hoofdthema

Pleinen

Soort materiaal

Andere bronnen

Basis

De apostel Tomas

Tomas is zo ongeveer overal. Iedereen kent wel een T(h)omas, of het nu een bekende Nederlander, familielid of kennis betreft of een van de beroemde Thomassen uit de geschiedenis, waaronder een aantal die net als de apostel zelf heilig zijn verklaard (zoals Thomas Aquinas, Thomas More en Thomas Becket). Veel mensen hebben op een Sint Thomasschool gezeten of hebben een kerk met die naam bezocht. Anderen zijn misschien in een naar Tomas genoemde plek op vakantie geweest, of dat nu Sankt Thomas, Saint-Thomas, Santo Tomás of het Amerikaanse eiland Saint Thomas betrof.

Basis

De gelovige Tomas

Tomas wordt in alle vier de evangeliën genoemd, maar bij de synoptici is het ook niet meer dan dat. Bij hen vinden we zijn naam alleen bij de opsomming van ook de andere leerlingen van Jezus (Matteüs 10,3, Marcus 3,18 en Lucas 6,15). In het Evangelie volgens Johannes echter komen we hem zeven keer tegen, waarvan drie keer met naam en toenaam. Bovendien is hij vanaf hoofdstuk 20,24 de centrale persoon bij Jezus’ verschijningen na Pasen. Over zijn naam en zijn rol in het evangelie zal het in dit artikel gaan. Over vele, vele jaren heen is er over zijn naam en rol al heel veel gezegd, maar nog lang niet het laatste woord. Als dat trouwens al mogelijk is.

Basis

Het Evangelie van Tomas in 75 jaar

Ruim 75 jaar geleden werd het Evangelie van Tomas teruggevonden. In deze bijdrage worden eerst de vondsten van de Koptische en de Griekse teksten besproken en vervolgens in vogelvlucht enkele visies die deskundigen in de afgelopen zeven decennia hierop hebben gegeven. Vooral twee kwesties komen hierbij aan de orde: kan het een gnostisch geschrift worden genoemd en in hoeverre gaat het terug op de historische Jezus?

None

Tomas bij de Latijnen

De Handelingen van Tomas, die de verkondiging en marteldood van de apostel beschrijven, kregen al spoedig het stempel ‘apocrief’ opgedrukt. Dat maakte ze niet minder populair, maar anders dan de bijbelse teksten werden ze niet in een onveranderlijke vorm doorgegeven: men voelde zich vrij te schrappen, toe te voegen en te herschrijven om het verhaal bij de tijd te brengen. We gaan dit hier na in een dubbele procedure: we vergelijken de oudste vorm met de Latijnse bewerkingen van enkele eeuwen daarna, en deze bewerkingen met de weergaven in de legendenverzamelingen van de dertiende eeuw.

Nieuwe boeken