Eerste zondag na Trinitatis
OT: Jesaja 57,14 -19(21) Psalm: Psalm 33,1 -12, [Psalm 50,7-15] EV: Matteüs 9,35 -10,15 Epistel: Romeinen 4,13 -18 Overig: Alternatieven:
OT: Jesaja 57,14 -19(21) Psalm: Psalm 33,1 -12, [Psalm 50,7-15] EV: Matteüs 9,35 -10,15 Epistel: Romeinen 4,13 -18 Overig: Alternatieven:
Waarom moesten Ananias en Saffira sterven? Toen uitkwam dat ze een gedeelte van hun bezittingen ten koste van de gemeenschap voor zichzelf hadden gehouden, hadden zij het ideaal van de eerste gemeente geschonden. Maar erger nog was dat ze erover gelogen hadden. Of werd hun gebrek aan geloof hun fataal?
Jezus ligt geregeld in de clinch met de farizeeën over de interpretatie van de geboden. Ze verwijten Hem dat Hij daar te nonchalant mee omgaat. Jezus stelt hun de fundamentele vraag: Waar zijn de geboden eigenlijk voor bedoeld? Maar eigenlijk gaat het de farizeeën ergens anders om: wie heeft het religieus gezag? Jezus laat in zijn reacties merken dat Hij hen doorheeft. Hij antwoordt steeds op twee niveaus, inhoudelijk en op dat van de gezagskwestie. Marcus laat er geen twijfel over bestaan waar deze machtsstrijd op uit zal lopen.
Een zieke die moet genezen staat centraal in de perikopen uit zowel Jesaja als Matteüs. Vervang ‘genezing’ door ‘herstel’ en het is meteen duidelijk waar het eigenlijk om gaat: de zieke is Israël dat hersteld en opgericht wordt door de Heer, omdat Hij recht, gerechtigheid en trouw (Hebr.: tsedaqah, misjpath en chèsèd – Ps. 33,5) liefheeft, en zijn belofte gestand wil doen (Rom. 4,18).