Zevende zondag van de herfst
OT: Spreuken 9,1 -18 Psalm: Psalm 43 EV: Matteüs 25,1 -13 Epistel: 1 Tessalonicenzen 2,9 -13 Overig: Alternatieven: 1 Tessalonicenzen 2,17-3,13
OT: Spreuken 9,1 -18 Psalm: Psalm 43 EV: Matteüs 25,1 -13 Epistel: 1 Tessalonicenzen 2,9 -13 Overig: Alternatieven: 1 Tessalonicenzen 2,17-3,13
OT: Genesis 12,1-8 Psalm: Psalm 32 EV: Lucas 19,1-10 Epistel: 2 Tessalonicenzen 1,1-12 Overig: Alternatieven: Handelingen 20,13-38
Bij sommige vragen ben je niet alleen nieuwsgierig naar het antwoord, maar ook naar de achtergrond van de vraag. Waar komt die vraag vandaan? Waarom komt juist die persoon met deze vraag? Is de vraag ter zake? Is het een goede vraag waarop een helder antwoord mogelijk is? Dit wordt allemaal opgeroepen door de vraag waarmee de sadduceeën proberen Jezus bijbels klem te zetten. Ze vragen naar het geloof in de opstanding der doden, maar het gaat vooral ook over wie het in dit leven voor het zeggen heeft.
In de beide lezingen van vandaag wordt ons de keuze voorgehouden: leven of dood. Het is of het ene of het andere. Het zijn vrouwelijke personages die die keuze representeren – opvallend in teksten uit een patriarchale cultuur. Qua opbouw hebben beide lezingen veel gemeen: het positieve wordt afgezet tegen het negatieve. Maar er zijn ook opmerkelijke verschillen. In Spreuken 9 worden we voor een keuze gesteld, terwijl in Matteüs 25 niet meer gekozen kan worden. Aan ons de vraag, waardoor wij ons laten leiden bij onze keuzen. En wat is wijsheid?
In de 65 jaar dat Elisa optreedt als profeet – langer dan enige andere profeet in Israël – zijn er achttien wonderen opgetekend, opnieuw meer dan bij welke andere profeet dan ook. Het verrichten van wonderen komt in het Eerste Testament al voor in het boek Exodus. In de boeken Koningen worden die wonderen door Elia en Elisa echter niet aan groepen mensen verricht, of aan het volk, maar aan individuele personen. Er was simpelweg niet meer een heel volk dat trouw bleef in het geloof, alleen nog een enkeling.
Er zijn mooie lijntjes te ontdekken in het ensemble van schriftlezingen. Zo vormt Abraham een verbindende schakel tussen de eerste lezing en de evangelielezing. De aartsvader wordt door God geroepen om op weg te gaan en fundamenteel anders te gaan leven; Zacheüs als zoon van Abraham laat na de ontmoeting met Jezus zijn oude leven achter zich en maakt voortaan andere keuzes. Twee roepingsverhalen. Je zou de tollenaar ook de woorden van Psalm 32 in de mond kunnen leggen, om zijn intense verlangen op waarde te kunnen schatten.