Tegen de machine: boomer, luddiet of radicaal reactionair
Fulco Timmers leest Tegen de machine van Paul Kingsnorth
Achter AI schuilt een geloofsovertuiging, stelt schrijver Paul Kingsnorth. Een onwrikbaar geloof in groei, techniek en materialisme. Het is een geloof dat steeds meer mensen doet ontwortelen en tot grenzeloze wezens maakt. Theoloog Fulco Timmers las Tegen de machine en noteert waarderende opmerkingen in de kantlijn zoals ‘treffend’, totdat Kingsnorth wat hem betreft uit de bocht vliegt.
De titel van Paul Kingsnorths boek maakt direct duidelijk dat dit geen optimistisch betoog over de heilzame gaven van technologie is. Wie de ontwikkeling van Kingsnorth gevolgd heeft, zal dit niet verrassen.1 De inhoud van het boek publiceerde hij eerder online als een serie essays. Toch ervaar ik al herkenning in wat hij betoogt in mijn voorkeur voor deze uitgave op papier. Ik lijk wat hij schrijft dan beter te kunnen onthouden en ik kan passages onderstrepen of in de marges aantekeningen maken. Die hang naar papier, is dat zinloze nostalgie naar een vorm van publiceren die onherroepelijk op zijn eind loopt? Wellicht een ‘boomer’ teken?2 Of een vorm van luddisme, van naïef verzet tegen de onontkoombare en bovenal heilzame vooruitgang?
De luddiet
Met die laatste vraag raken we aan de kern van Kingsnorths betoog en meteen aan een van de meerdere dingen die ik uit dit boek leerde. Luddisme kende ik alleen als een negatieve aanduiding, voor achterblijvende types die uit domheid maar tot geweld overgaan, namelijk het slopen van gemechaniseerde weefgetouwen, omdat ze de vooruitgang niet kunnen bijbenen en niet in staat zijn om de vele mooie mogelijkheden te zien die deze vooruitgang gaat bieden, ook aan henzelf. Hoe bijvoorbeeld dankzij de efficiëntie van die weefgetouwen ze meer vrije tijd zullen krijgen. Hoe de economie door de productievergroting zal groeien en er daardoor bijvoorbeeld scholen zullen komen waar hun kinderen naartoe kunnen gaan en ziekenhuizen gebouwd zullen worden.3
Het mag duidelijk zijn: je wilt geen luddiet zijn. Toen, begin negentiende eeuw niet, en vandaag de dag al helemaal niet. Wie bijvoorbeeld zorgen wil uiten over AI-ontwikkelingen zal voor de zekerheid ergens in diens betoog ofwel zeggen natuurlijk geen technofoob te zijn dan wel expliciet aangeven niet te willen vervallen tot luddisme.4
Radicaal reactionair
Kingsnorth doet daar niet aan mee. Hij schrijft uitgesproken over zijn hartgrondige hekel aan uitingen van de moderne techniek, zoals het internet of smartphones. Tegelijkertijd is hij zich bewust van hoe hij evengoed afhankelijk is van deze middelen om zijn eigen boodschap te delen met de wereld. Maar dat doet niet af aan het feit dat hij zich volmondig uitspreekt voor een wereld die niet wordt beheerst door technologie. Hij noemt zichzelf niet voor niks een radicale reactionair.
Toch zou het een vergissing zijn om te denken dat de radicaal reactionaire revolutie waarvoor hij pleit erin bestaat dat hij het liefst alle moderne techniek zou willen slopen. Dat is precies het frame waarin de geschiedenis de volgelingen van Ned Ludd, naamgever aan het ‘luddisme’, wil vangen. Kingsnorth pelt dit frame af en laat zien hoe het Ludd en zijn medestanders niet te doen was om het dom vandalistisch slopen van weefgetouwen, maar om het bewaren van waarden die ze bedreigd zagen worden. Die waarden werden bedreigd door iets waarvan opkomende fabrieken en bijbehorende gemechaniseerde weefgetouwen een tastbare uiting waren. Maar dat ‘iets’ zelf is niet tastbaar. Het is een geestelijk iets, een mentaliteit, een ideologie, een geloof, een religie zelfs.
De niet-tastbare sloopmachine
Kingsnorth gebruikt ‘de machine’ als metafoor om dit geestelijk iets te beschrijven. Deze ‘machine’ staat aan de ene kant concreet voor de vele machines waarmee moderne mensen omringd zijn en waar zij veelal van afhankelijk zijn, met de door velen als onmisbaar ervaren smartphone als sprekend voorbeeld. Aan de andere kant wil Kingsnorth helder maken dat die concrete machines een uiting zijn van een geloofsovertuiging, namelijk een onwankelbaar geloof in vooruitgang, groei en materialisme. Uit die mentaliteit komen allerlei concrete machines voort, maar die mentaliteit zelf is wat Kingsnorth betreft voor te stellen als een niet-tastbare allesverslindende sloopmachine, die enerzijds wat eerst gedeelde gronden waren (de ‘commons’) omheint om die vervolgens te kunnen exploiteren, en anderzijds traditionele grenzen en waarden vermaalt tot één brij en alles en iedereen ontwortelt. Kingsnorth citeert treffende en huiveringwekkende zinnen uit het gedicht ‘Other’ van R.S. Thomas om deze machine te tekenen.5
Een onwankelbaar geloof in vooruitgang, groei en materialisme
Het is Kingsnorth met name te doen om deze geestelijke kant van ‘de machine’ bloot te leggen. Daardoor kan hij duidelijk maken dat weerstand bieden tegen deze machine vooral een geestelijke strijd is.6 Weerstand bieden kan door afstand te doen van bepaalde concrete technologieën. Zo hebben de Kingsnorths zelf thuis geen tv en probeert hij zo min mogelijk gebruik te maken van internet en smartphones. Maar dat is een zichtbare stap die onderliggend gevoed wordt door een verandering in mentaliteit. Voor die verandering is het wezenlijk (weer) te wortelen in een geestelijke traditie. Voor Kingsnorth zelf is dat de christelijke oosterse orthodoxie, maar hij laat in zijn boek ruimte om te wortelen in andere tradities. Zo lang deze tradities zich maar niet geconformeerd hebben aan ‘de machine’ – zo is wat Kingsnorth betreft het westerse christendom inhoudelijk eigenlijk niet meer van ‘de machine’ te onderscheiden.
Eendimensionaal
Bij veel van deze onderdelen van Kingsnorths betoog zette ik waarderende opmerkingen in de marges, zoals ‘treffend!’. Het blootleggen van dat er geloofsovertuigingen schuilgaan onder de moderne tijd kende ik weliswaar al van Harari en ook hoe mensen gereduceerd dreigen te worden tot grondstof of radertjes in de machine was bekend. Kingsnorth beweert ook niet origineel te zijn, hij verwijst expliciet naar een waaier aan – vooral mannelijke – auteurs.7 Maar het was goed en nodig hier opnieuw aan herinnerd te worden – misschien een voorbeeld van hoe alomtegenwoordig en vanzelfsprekend dit alles aanwezig is. Daarnaast vond ik de kleine verhaaltjes behulpzaam waar ieder hoofdstuk mee begint, die de thematiek van dat hoofdstuk levendig en herkenbaar neerzetten.
Tegelijkertijd veranderden de aantekeningen in de loop van het betoog ook naar uitingen van weerstand, soms zelfs weerzin. Hier wreekt zich wat Frank Mulder in zijn inleiding bij de Nederlandse vertaling aanduidt als de eendimensionaliteit van Kingsnorths betoog. Er is alleen maar voor of tegen. Iets hoort bij de (geloofs)wereld van ‘de machine’ en moet daarom afgewezen worden, of het hoort bij die van de traditionele (geloofs)wereld waar Kingsnorth naar verlangt. Voor nuance lijkt er weinig ruimte te zijn, hoewel ik Kingsnorth geen recht zou doen door hem volledig ongenuanceerd te noemen.8
Laat ik eerst een tamelijk onschuldig voorbeeld geven. Dat gaat over hoe Kingsnorth spreekt over de oecumene en de interreligieuze dialoog. Die dialoog is wat hem betreft een kenmerkende uiting van de machine-mentaliteit die grenzen (in dit geval tussen denominaties en religies) wil uitvagen en alles tot één brij wil vermalen. Nu slaat ook wat mij betreft deze dialoog dood als er gezegd wordt ‘dat we eigenlijk allemaal (in) hetzelfde geloven’, maar dat maakt zinvolle ontmoetingen waarin gezamenlijke waarden ontdekt kunnen worden terwijl er alle ruimte voor verschil blijft niet per definitie onmogelijk of enkel een uiting van een ultiem verlangen die verschillen weg te poetsen.9
Transgender, lgbti en migratie
Niet meer zo onschuldig vind ik Kingsnorth spreken over migratie, transgenders en niet-heteronormatieve seksualiteit.10 Wat Kingsnorth betreft zijn dit allemaal voorbeelden van de ontwortelende en grensvervagende dynamiek van ‘de machine’. Hij omarmt terminologie als massamigratie aangejaagd door een globalistische en daarom fundamenteel ontwortelde intellectuele elite. Diezelfde linkse elite wil het liefst iedereen doen twijfelen aan diens genderidentiteit, zo stelt hij, met als ultiem doel het opheffen van iedere vorm van onderscheid.11
Retorisch voert Kingsnorth in dit verband extreme uitingen in het genderdebat op als representatief voor het geheel. Daarbij roept hij als schrikbeeld op dat de door voorstanders van transgenderzorg gewenste uitkomst de menselijke voortplanting zal doen stokken. Hier klinken echo’s van argumenten die tegen de acceptatie van homoseksualiteit klonken en soms nog klinken. Wat homoseksualiteit en niet-heteronormatieve seksualiteit zelf betreft suggereert Kingsnorth zelfs een verband met duistere machten, door op te merken dat ‘een hele maand gewijd aan het vieren van het “queeren” van alles wat eerst “normatief” was, vernoemd is naar de grootste zonde in de christelijke wereld.’12
Het mag duidelijk zijn dat hier alle nuance ontbreekt, maar wat het kwalijk maakt is dat Kingsnorth niet lijkt te willen beseffen dat hij zijn pijlen richt op kwetsbare minderheden.13 Oog hebben voor de positie van minderheden is niet hetzelfde als deze minderheden tot norm verheffen. Daarom staat in een samenleving ruimte willen maken voor genderdysforie niet gelijk aan iedereen twijfel aanpraten. Mocht dat laatste aan de orde zijn dan wil ook ik daar bezwaar tegen maken. Maar doen alsof dit inderdaad overal aan de hand is, is een schadelijke vertekening van de werkelijkheid.
Oog hebben voor de positie van minderheden is niet hetzelfde als deze minderheden tot norm verheffen
Wat migratie betreft wil ik pleiten voor het onderkennen van de neiging tot migreren als inherent menselijk, zonder deze onderkenning te framen als deel van de machinereligie die van verschillen niets wil weten. Door die neiging zijn mensen überhaupt overal en nergens op deze planeet terechtgekomen. Kingsnorth is daarnaast zelf voorbeeld van zo’n migrant: hij heeft zijn wortelgrond Engeland verruild voor Ierland. Eveneens heeft hij zijn doop in een Roemeense migrantenkerk te danken aan dergelijke migratie. Anderzijds betekent die inherente neiging dat er aandacht mag en moet zijn voor wat integratie vraagt, voor het gesprek over gedeelde of te koesteren waarden en over verschillen tussen het doen en denken van mensen. Een dergelijk gesprek wordt inderdaad bemoeilijkt door het volledig relativeren van culturele verschillen, maar wordt ook niet geholpen door de termen die Kingsnorth hanteert.
Waar het voorgaande onderwerpen betreft opende Kingsnorths boek mij niet zozeer de ogen voor een vorm van geestelijke werkelijkheid die schuilgaat onder de moderniteit, maar meer voor hoe christendom en reactionair gedachtegoed elkaar kunnen vinden. Wat deze onderwerpen betreft is het naar mijn idee goed om als lezer vooraf enigszins te weten waar je aan begint.

Ds. Fulco Timmers is als predikant verbonden aan de Kloosterkerk in Den Haag. Naast theologie en natuurkunde is hij een liefhebber van science-fiction.
Bestel Tegen de machine bij onze partner Boekenwereld
In Tegen de machine presenteert dichter en schrijver Paul Kingsnorth een originele beschrijving van het technologische-culturele web dat ons omhult. Het vergt inspanning om in het angstaanjagende tijdperk van de Machine werkelijk mens te blijven. Paul Kingsnorth laat met meesterlijk inzicht in de wortels van het technokapitalisme zien hoe de Machine, onder de vlag van vooruitgang, de westerse beschaving heeft verstikt en de aarde vernietigt. Schrijvend in de traditie van Wendell Berry, Jacques Ellul en Simone Weil, herinnert Kingsnorth ons aan wat menselijkheid vereist: een gezonde achterdocht tegenover gevestigde macht, verbondenheid met land, natuur en erfgoed en diepgaande aandacht voor spiritualiteit.
Schrijf je in voor de nieuwsbrief
Wil je op de hoogte blijven van Theologie.nl? Schrijf je dan in voor onze wekelijkse nieuwsbrief. Daarin selecteren we de mooiste, nieuwste en scherpste artikelen van de week. Ook houden we je op de hoogte van nieuwe boeken, speciale events en De theologie podcast.
Word lid van Theologie.nl
Wil je meer artikelen kunnen lezen over boeken, levensvragen, maatschappelijke thema’s en spiritualiteit? Word dan lid van Theologie.nl en sluit een basisabonnement af vanaf €5,83 per maand.
- Zie bijvoorbeeld dit interview in het Nederlands Dagblad uit 2023, of deze voorpublicatie van het ‘Woord vooraf’ in dezelfde krant uit 2025. ↩︎
- Feitelijk behoor ik niet tot de generatie van babyboomers, maar zoals bekend is de aanduiding ‘boomer’ een term geworden die door jongeren gebruikt wordt om gedrag aan te duiden bij wie ouder dan zijzelf is waarin kwalificaties als naïef, ouderwets en met name op technologisch vlak hopeloos en onwetend achterlopend samenkomen. Het gegeven dat ik wil uitleggen wat de term ‘boomer’ betekent, verdient in zichzelf al de kwalificatie ‘boomer’. ↩︎
- Niet onwillekeurig zijn dit de voorbeelden die ook m.b.t. AI steeds weer terugkomen: winst in productiviteit zodat er meer vrije tijd zal komen, en enorme sprongen vooruit op het gebied van onderwijs, wetenschap en zorg. ↩︎
- Want: lijkt verzet tegen de bouw van datacenters niet op het willen slopen van die weefgetouwen? Geldt er niet eenzelfde blindheid voor de vele zegeningen die AI zal gaan brengen op het gebied van onderwijs en zorg? Zullen de productieversterkende effecten van AI niet juist zorgen dat mensen meer tijd gaan krijgen voor wat er voor hen werkelijk toe doet? ↩︎
- Ik denk ook aan hoe Charlie Chaplin zich in ‘The Great Dictator’ uitspreekt tegen ‘machine men with machine minds and machine hearts’ zie bijvoorbeeld dit artikel. ↩︎
- Een strijd die wat Kingsnorth betreft niet (meer) gevoerd moet worden in grote politieke verbanden, maar op het niveau van individuen en kleinschalige, lokale collectieven. Ik denk hierbij aan een initiatief als ‘Leven van genoeg’. In het interview met ND (zie bij noot 1) wijst hij erop dat ook Jezus het niet heeft over de onrechtvaardige systemen van het Romeinse rijk, maar de enkele mens aanspreekt en oproept tot bekering. ↩︎
- Simone Weil is naar ik kon overzien de enige vrouwelijke auteur waar hij in waarderende zin naar verwijst. ↩︎
- Hij kan stellingnames wel degelijk nuanceren, zoals bijvoorbeeld in zijn beschrijving van steden. Hoewel hij die met name ziet als typische uitingen van de vermaaldrift van ‘de machine’, zegt hij op p. 99 ook: ‘Steden naar Plato’s maat kunnen de menselijke ervaring verrijken.’ ↩︎
- Een enigszins vergelijkbaar voorbeeld geldt hoe er gesproken wordt over Europese samenwerking. Kingsnorth presenteert dit volledig in het frame van toewerken naar één uniforme superstaat, terwijl iemand als Caroline de Gruyter in deze column beknopt en treffend uitlegt hoe deze juist gericht is op een vorm van samenwerking met behoud van en waardering voor verschil. ↩︎
- Vreemd genoeg klinkt het in Kingsnorths inleidend verhaaltje van het hoofdstuk over transgenders alsof hij aan de bar heeft gezeten met Elon Musk, toch bij uitstek een vertegenwoordiger van de machine-mentaliteit die Kingsnorth wil bestrijden, die heeft gezegd dat zijn transgender dochter vermoord is door het woke-virus. ↩︎
- Bij dit onderwerp ervoer ik het als storend inconsequent dat Kingsnorth in het hoofdstuk waarin hij dit stelt ter onderbouwing in de noten verwijst naar bepaalde onderzoeksartikelen, terwijl hij zich elders in de hoofdtekst neerbuigend uitlaat over mensen die zich beroepen op evidence-based en peer-reviewed onderzoek als maatstaf voor de waarheid. ↩︎
- Zie p. 246. ↩︎
- Hoewel ik Kingsnorth uiteindelijk ook geen recht doe door zijn betoog als geheel ongenuanceerd weg te zetten. Zo zijn er meermaals momenten waarop hij eerdere stellingnames nuanceert. Hij onderkent ook het bestaan van genderdysforie, maar dat weerhoudt hem er niet van het debat hierover neer te zetten zoals hij doet. ↩︎
