Menu

Premium

Toetsing

Geloofstaal & cultuurtaal

Toetsing of testen is een alledaagse ervaring. Door ervaring wijs geworden, toetsen mensen wat op hen afkomt op echtheid. Het is altijd nuttig om na te gaan of het klopt wat er wordt gezegd. Is deze motor nog zoals hij ooit werd afgeleverd, of is hij stiekem opgevoerd? Zit er inderdaad 100 gram vruchten in deze jam, zoals op het etiket staat? Dit soort toetsing heeft iets van een examen. Maar er is ook nog een soort toetsing die meer lijkt op experimenteren. Als we nog geen ervaring met iets hebben, willen we uitzoeken wat het waard is. Dat is testen op houdbaarheid. Is dit metaal tegen scherpe zuren bestand of niet? Verdragen deze planten veel licht of juist niet? Wat is dit voor iemand, een vriendelijk mens, of niet? Toetsing of testen doen we nooit zomaar. Houdt het ijs al? Dat is geen neutrale vraag. Als schaatser wil je liever dat het ijs al houdt, maar als het nog niet zover is, wil je het wel graag weten. Wat is de bedoeling van de computerkraker die wil testen of hij door de beveiliging heen kan breken? Is dat een test om te kunnen waarschuwen of om een gevoel van macht te hebben? Dus relaties of belangen die je hebt bij de uitkomst van een test, spelen altijd ook mee. Zo vind je het ook in het bijbelse taalgebruik. Toetsing en testen zijn woorden die voorkomen in de omgang van God en mensen. Soms is dat de vraag naar echtheid: ben jij wat je zegt? Soms is het de vraag naar houdbaarheid: houden wij het nog vol? Kunnen we nog verder samen? Hoe sterk sta jij? Daaronder ligt nog een andere vraag. Kun je eigenlijk met relaties experimenteren? Moet ik vooraf om echtheid en houdbaarheid vragen? Of is het leven zelf de echte toetsing?

Woorden

Voor ‘testen’ gebruikt de Bijbel woorden die uit de sfeer komen van de praktische kennis, de sfeer van ambacht en inzicht. Het Hebreeuwse werkwoord tachan, ‘bepalen’, hoort bij de bouwer, iemand die alles nameet en zorgt dat de verhoudingen kloppen. Deze vorm van toetsing hoort bij Gods ambacht als schepper (Jes. 40:12; Ps. 75:4; Spr. 16:2). Daarnaast zijn er de werkwoorden bachan, ‘keuren’, waarbij het erom gaat de deugdelijkheid van iets of iemand vast te stellen (Gen. 42:15, 16) en tsaraf, ‘smelten’, ‘zuiveren van metalen’ (Spr. 17:3; Ri. 17:4; Jes. 40:19).

Beide werkwoorden worden gebruikt voor toetsing in de context van de relatie van God en mensen. Job claimt (23:10) dat hem geen onzuiverheid te verwijten valt: toetst God mij, als goud kom ik er uit. In Jeremia is God als de smelter van edelmetaal die geen zuiverheid kan vinden in zijn volk (Jer. 6:29; 9:6). Ook is er het werkwoord nissa dat wordt gebruikt in de sociale sfeer: het toetsen van kennis en inzicht. De koningin van Seba toetst Salomo’s wijsheid door hem te testen met raadsels (1 Kon. 10:1). Hetzelfde werkwoord wordt ook gebruikt voor Predikers zoeken naar inzicht in de gang van zaken in de wereld (Pr. 2:1; 7:23). In de taal van de omgang van God en mens worden deze laatste drie werkwoorden het meest gebruikt, vaak ook in dezelfde context, waardoor zij ongeveer hetzelfde gaan betekenen: toetsen, zuiver verklaren. Bijvoorbeeld in Psalm 26. In vers 1 betuigt de dichter zijn onschuld, in vers 2 stelt hij God voor dat dan ook te toetsen: stel mijn zuiverheid vast, test mij, keur mijn hart. Het Nieuwe Testament gebruikt voor toetsing twee werkwoorden en doet dat ook vooral in de context van de verhouding van God en mensen. Het werkwoord dokimadzein, ‘keuren’ (Luc. 14:19: vijf span ossen) heeft de connotatie van het vaststellen van de kwaliteit, de echtheid. Dat blijkt uit het advies in 1 Johannes 4:1 en in 1 Tessalonicenzen 5:21, om niet ieder die zich als profeet aandient, zomaar te vertrouwen. Je moet toetsen, proeven of iets van God komt of niet. Het werkwoord peirazein, ‘proberen’, ‘uittesten’, is scherper van toon. Het is testen met daarbij de suggestie dat iemands positie onhoudbaar zal blijken. Dat was de inzet van de beproevingen die Jezus doorstond van de kant van zijn tegenstanders (Mat. 4:1; 16:1). Uittesten met de opzet te kunnen aanklagen (Joh. 8:6), dat is een vorm van toetsing die God Zelf ons niet zal aandoen, zegt Jakobus (Jak. 1:13).

Betekenis in context

Oude Testament

In de woestijn

De geschiedenis van God en mensen betekent een proces van toetsing van de onderlinge omgang. Dat is te zien in de Exodusteksten over de woestijntijd en in de rol van de profeten te midden van een falend of opportunistisch volk. Maar het is ook te zien in de teksten over de liturgie en over Gods toekomst met Israël.

De woestijntijd is een periode van toetsing (Deut. 8:2, 16). Daarin blijken God en mensen heel verschillende vragen als inzet te hebben. Een hongerig en dorstig volk wil weten: bent U een God die ons in leven kan houden? Gods vraag is een andere: zijn jullie een volk dat vertrouwen kent en mijn onderwijs wil volgen? Eten en drinken komt er, dat is niet de uitdaging. Het is belangrijk dat het gezuiverde water bij Mara (Ex. 15:25) en het manna, het brood uit de hemel (Ex. 16:4) in de teksten niet als imponerende wonderen van voedselvoorziening worden gepresenteerd, maar als toetsing worden uitgelegd. God wil weten of Israël zijn instructies zal volgen, vooral die voor de sabbat. Maar Israël test anders (Ex. 17:2,7): nu bevrijding uitloopt op een tocht door de woestijn, kunnen wij met deze God wel overleven? Het is een vorm van toetsing die steeds weer terugkeert, tot tien keer toe (Num. 14:22) en die in Gods woorden wordt omschreven als gebrek aan vertrouwen, onwil tot luisteren naar zijn instructies (Num. 20:12-13). Mensen testen op het voor de hand liggende: is er eten en drinken? God testte op het vervolg: is er vertrouwen? Dat de woestijnperiode een tijd van wederkerige toetsing was, is ook vastgehouden in de tekst van een aantal psalmen. Ik toetste jullie (Ps. 81:8), jullie toetsten mij (Ps. 95:9). Ook het gegeven datvoor God vertrouwen en luisteren de inzet waren, wordt in de psalmen steeds weer benadrukt (Ps. 78:17-22; 56-58). Dat Israël voedsel nodig had, zou God niet vergeten (Ps. 81:11). Maar, meegaan op de weg van de thora, waarom ontliep zijn volk dat steeds weer (Ps. 81:12, 14)? Israël is toch de erfgenaam van Abraham, die het erop waagde (Gen. 22) toen God hem toetste, zijn zoon als uit de dood terug kreeg en zo Gods belofte van een volk bevestigd zag? Na Abraham zijn we toch het waagstuk voorbij?

Toetsen en vernieuwen

Profetenteksten sluiten aan bij deze ervaring van omgang als toetsing. Gods woorden en daden lijken op het werk van de smelter, volgens Jeremia. Hij smelt het zilver en toetst de kwaliteit, de zuiverheid van het metaal (Jer. 9:7). Maar het procédé is vergeefs, Gods volk gaat de weg van onrecht en eigenbelang. Dat maakt hen tot afgekeurd zilver (Jer. 6:30). Het procédé is heel kritisch. De eenzame, verstoten profeet verwacht dat God helder zal maken wie de toetsing doorstaat en wie niet (Jer. 11:20; 12:3).

Beide manieren van spreken hebben hun vervolg bij profeten en psalmdichters. Het getoetste en afgekeurde volk wordt herschapen. Over de ervaring van ballingschap zegt God (Jes. 48:10): ‘Ik heb jullie getoetst, maar niet als zilver.’ Het proces van toetsen en omsmelten heeft niet tot iets zuivers geleid. Maar moet God dan de naam hebben dat Hij niet anders doet dan afkeuren? Nee. ‘Omwille van mijn naam schep ik iets nieuws’: een bevrijd volk (Jes. 48:7vv.). Andere teksten zeggen: de toetsing heeft een einde. Het getoetste volk vindt de weg terug naar lofzang en eredienst (Ps. 66:1vv.)

De gestalte van de eenzame, volhardende profeet staat model voor de toegewijde gelovige die in veel psalmen God aanspreekt. Toets mij, ik heb mij ver gehouden van onrecht en geweld (Ps. 17:3-5; 26:2). Dat is vooral vertrouwen. Ik ben U toegewijd, U zult mij toch niet alleen laten? Of het is een erkenning van Gods inzicht in ons mensen, gecombineerd met vertrouwen: Hij is de enige die mij kent (Ps. 139:3, 23).

Nieuwe Testament

Wat is echt?

Toetsing in het Nieuwe Testament komt het dichtst bij keuren, testen op echtheid. Daarmee wordt het taalgebruik van de psalmen voortgezet. Er is een verbinding tussen liefde, toewijding en toetsen waarop het aankomt in de dienst van Jezus Christus (Filp. 1:9; 2:22). Het toetsen van alles wat zich als profetie aandient (1 Tess. 5:21) is daarom geen uitnodiging tot het religieuze experiment. Het is de vraag stellen: gaat dat wat mensen als religieuze ervaring aanbieden over Christus of niet? Toetsing heeft een plek in de geschiedenis van omgang van God en mensen. Daarom is zij niet een zaak van eigenbelang of prestige, maar van kijken naar de route die God met zijn volk is gegaan. Dat is een route van goedkeuren van wat bij mensen niet door de toetsing heen komt. Over Jezus wordt gesproken als een door deskundigen afgekeurde steen, die toch tot basis wordt voor Gods gemeente (Mar. 12:10; 1 Petr. 2:4). In het woordgebruik van het Nieuwe Testament komt daarom steeds de vraag naar echtheid terug. Gelovigen moeten bij alles wat mensen over godsdienst zeggen, steeds toetsen wat echt is: of iets uit God is of niet. Dat wil zeggen, de toetsing is de vraag: belijdt iemand Jezus Christus (1 Joh. 4:1-3)? Of, de toetsing is de vraag: is iemand onbekommerd doorgegaan met de prediking van het evangelie, zonder zich te verliezen in allerlei debat en woordenstrijd (2 Tim. 2:14-15)? Zo kun jeeen beproefde, een echte werker in Gods rijk worden (Rom. 14:18; 16:10). Toetsing op echtheid heeft dus niet met prestatie of onderlinge competitie te maken, maar met ‘niet opgeven’. Het geloof in Jezus niet opgeven is onze test op echtheid, zegt Paulus (Rom. 5:4) en de opbrengst daarvan is niet de publieke erkenning van je prestatie, maar is een hoopvol bestaan, dat wil zeggen de ervaring welkom te zijn bij God (Rom. 5:5-11).

Kan het ook stuk?

Behalve over toetsen kent het Nieuwe Testament ook passages over uitdagen, op de proef stellen. Dat is eigenlijk: zoeken waar het breekpunt ligt. Dat is het soort toetsing dat Jezus heeft ondergaan, zoals in de verzoeking in de woestijn (Mat. 4:1): deze wijsheid, deze barmhartigheid, deze rechtvaardigheid, die moet toch zwaktes hebben? (Mat. 16:1; 22:18). Je moet toch ook jezelf van dienst willen zijn? Met macht kom je toch een stuk verder in het leven? Het zijn de ‘satanische’ vragen waarmee Jezus aan het begin van zijn dienst wordt geconfronteerd (Mat. 4:3, 9) Dit is toetsing als beproeving, niet met de vraag: wat is echt? Maar met de vraag: kan het ook stuk? Daarvan leerde Jezus zijn leerlingen bidden: leid ons niet in verzoeking (Mat. 6:13). Soms komen de twee woorden voor toetsing vlak naast elkaar voor. Het kan gebeuren, schrijft Paulus, dat medegelovigen in de situatie komen dat hun geloof zijn breekpunt bereikt (verzoeking). Dan gaat het erom zachtmoedig te zijn. Weet jij van jezelf waar je breekpunt ligt? (Gal. 6:1). Zoek bij jezelf (toetsing) naar wat echt is (Gal. 6:4). Pas dan kun je elkaar helpen. Eén ding is zeker. We praten hier niet over een ultieme dreiging. Het is niet God die ons test om ons breekpunt te vinden (Jak. 1:13). Als het ons overkomt, is het God die de beproeving begrenst (1 Kor. 10:9-13), want liefdevolle omgang van God en mensen is het enige dat houdbaarheid heeft (Op. 3:10).

Kern

Testen en toetsing gaan niet over het meten van prestaties. Het zijn woorden die een rol spelen in de omgang van God en mensen, in geschiedenis, in profetie en in liturgie. Toetsing is een proces: het zoeken naar echtheid en betrouwbaarheid. Het Oude Testament laat zien dat God en mensen daarbij heel verschillende vragen stellen. Gods toetsing: Is er vertrouwen? staat tegen over de menselijke toetsing: Is er genoeg om te overleven? Psalmteksten kennen beide kanten. Zij kennen de herinnering aan de verhalen van toetsing, maar ze kennen ook de woorden van vertrouwen en toewijding. God heeft zijn volk gelouterd en herschapen. Het Nieuwe Testament spreekt ook over toetsing als de vraag naar echtheid: trouw en toewijding. Het is een vraag aan gelovigen met het oog op de omgang met elkaar en het vasthouden aan het evangelie. Die vraag mag gesteld worden, omdat Jezus de beproeving van de houdbaarheid van Gods liefde en gerechtigheid heeft doorstaan.

Verwijzing

Zie voor verwante en/of aanvullend te bestuderen woorden: beproeving.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken