“Geloof zet ons leven in een groter geheel”
Serie: waarom nu nog geloven?
Wetenschap, statistiek en cijfers domineren ons wereldbeeld. Wat heeft ‘geloof’ daar nog in te zoeken? En wat bedoelen we eigenlijk als we zeggen ‘ik geloof’? Waar geloof ik in? Hoe ziet geloof er voor mij uit? In deze serie vragen we jonge mensen naar hun blik op de vraag: waarom nu nog geloven? Lees hieronder de bijdrage van predikant in opleiding Tamar Karman.
Ja, ik geloof. Zo klonk de titel van de oecumenische viering van 1700 jaar Concilie van Nicea op zaterdag 15 juni in Gouda. Ja, ik geloof. Wij geloven in Vader, Zoon en Geest. Wij belijden, klonk het uit de monden van de aanwezigen. In deze viering waren praktisch alle christelijke tradities in Nederland vertegenwoordigd.
Waarom zouden we nu nog geloven? Hoewel sociologen graag spreken over secularisatie, blijkt het christelijk geloof springlevend te zijn. Kerken besteden gezamenlijk aandacht aan hun gedeelde geloofsbelijdenis. Misschien met minder mensen dan honderd jaar terug, maar dat wil niet zeggen dat niemand meer zoekt naar zin en betekenis. Ieder mens ziet zijn leven vanuit een bepaald perspectief. Het geloof zoekt ons daarin op. De vraag waarom mensen nu nog geloven draai ik daarom graag om: waar geloof jij in?
De vraag waarom mensen nu nog geloven draai ik daarom graag om: waar geloof jij in?
Ieder mens gelooft
Ja, ik geloof. Wat betekent dat geloof? Volgens filosoof Paul van Tongeren leeft ieder mens om betekenis te ontvangen. En wie spreekt over geloven, heeft een visie op wat geloven is. In mijn ogen gelooft ieder mens; of dat nu gedefinieerd wordt als liefde, vrede, het Licht of God – zonder geloof kan een mens niets. Het geloof helpt een mens zijn leven in een groter geheel te zien. Het geloof biedt antwoorden op levensvragen. Het geloof nodigt uit tot gesprek onderling. Het geloof is iets anders dan religie: het is niet het moeten opvolgen van praktijken, maar het geeft richting aan het leven. Voor mij als christen is dat geloven, geloven in God. Geloven voor mij is geloven in Iets dat mijn leven leidt, mijn bestaan overstijgt en ruimte schept waarin ik mag bestaan én waar ik tegelijkertijd afhankelijk van ben.
Geloof en vertrouwen
Ik moet bij het woord geloof denken aan het Griekse woord pistis (πίστις), wat Paulus veelvuldig gebruikt in zijn brieven. In zijn brieven wordt het in het Nederlands met geloof of vertrouwen vertaald. Volgens Suzan Sierksma-Agters wordt dit woord met aanverwante afgeleiden gebruikt om vertrouwensrelaties aan te duiden: vertrouwen in mensen, in woorden en goden. Maar het gaat ook om geloof; geloof in mensen en in God. Het christelijk geloof is niet enkel ervan uitgaan dat iets waar is of instemmen met het ware, maar veelal erop vertrouwen dat het waar is. We weten het niet zeker, maar het geloof schenkt antwoorden waarmee we zonder wellicht niet verder kunnen. Geloven zie ik als het leren uithouden met levensvragen.
Geloven zie ik als het leren uithouden met levensvragen
Tja, waarom zou je geloven als je het niet zeker weet? Stel nu dat je niet kunt zien, zoals voor blinden de dagelijkse realiteit is. Wie niet kan zien, weet niet of de zon wel of niet schijnt. Maar door de warmtestralen van de zon, weet hij en vertrouwt hij erop dat de zon er is. Zo is het denk ik ook met geloof: we kunnen God niet zien, maar door naar de schepping te kijken, mensen die leven en de glimlach die ons geschonken wordt, vangen we iets op van dat waar we in mogen geloven: het Eeuwige Licht.
Geloof en hoop
Door het goede wat wij om ons heen zien, aanschouwen, ontvangen, waarnemen, geven en voelen, kunnen we aannemen dat er een liefhebbende God is. Geloof helpt in die zin ook op momenten als het niet goed gaat, of als we verteerd worden door verdriet en pijn. Het kan vertrouwen schenken door het simpele feit van hoop: de dood en het geweld hebben niet het laatste woord. Niet omdat wij dat nu zien of zullen meemaken, maar omdat we op de schouders staan van verhalen van anderen; in christelijke traditie en geloof, waarin we de hoop op een nieuwe dag telkens verkondigd en verwezenlijkt zien.
Het geloof, zo stelt de Tsjechische priester Thomas Halík in Ground Zero. Hoop op het nulpunt, wordt door de hoop voortgestuwd, die de weg wijst. Geloof en hoop gaan samen volgens priester Halík. Ik denk dat hij gelijk heeft. We hopen op de weg, waarmee we ons geloof voeden. Een weg die verder rijkt dan wat u, jij en ik kunnen zien. En precies dat geloof schept ruimte. Ik geloof in God. En God gelooft in mij. Niet omdat het moet, maar omdat ik niet anders kan geloven. Want wij leven in God en God leeft in ons (Handelingen 17:28).
Geloof helpt in die zin ook op momenten als het niet goed gaat, of als we verteerd worden door verdriet en pijn
Ja, ik geloof. We leven om betekenis te ontvangen, zoals Van Tongeren zo mooi zegt. Die betekenis zoekt ons op. Dat gebeurt denk ik telkens opnieuw vanuit onze dagelijkse bezigheden, vanuit onze overtuiging (al dan niet verbonden met God) en door de mensen om ons heen. En als we er bewust bij stil leren staan, kunnen we die betekenis op het spoor komen en van daaruit leven.
Geloof en zin
Waarom nu nog geloven? Ik denk dat de mensheid nooit anders gedaan heeft. Dat bewijst onder andere de viering van 1700 jaar Concilie van Nicea. En dat bewijzen de studenten die ik in Amsterdam in de Westerkerk tegenkom. Zij zoeken naar houvast in hun leven. Het geloof zet ons leven in een groter geheel en wijder perspectief. Het geeft zin en betekenis aan ons leven. Onder andere de christelijke traditie geeft handvatten op de levensweg, voedsel voor het hart en stof tot nadenken waar kritisch tegenover mag worden gestaan. Onze tijd met haar crises vraagt om antwoorden. Op welke levensvraag zoek jij een antwoord? Ik nodig je uit om de betekenis en zin van jouw leven te ontdekken. Ga met God en Hij zal met je zijn.

Tamar Karman is masterstudent Gemeentepredikant (PThU) en studentenwerker in de Westerkerk in Amsterdam.
PRE-ORDER: Waarom nu nog geloven?
Op 30 oktober 2025 verschijnt het nieuwe boek Waarom nu nog geloven? van theoloog Alister McGrath. In dit boek laat McGrath zien dat geloof geen zwakte is, maar een krachtig instrument om betekenis te vinden en verbondenheid te creëren. In een tijd waarin wetenschap domineert, wordt geloof vaak weggezet als een relict uit een bijgelovige tijd: primitief, vreemd, zelfs gevaarlijk. Maar juist nu het leven verwarrender is dan ooit en samenlevingen steeds meer uiteenvallen, blijkt het verlangen naar iets groters van onschatbare waarde.
