Wat kan een burgemeester van Reinhold Niebuhr leren?
Burgemeester Andries Bouwman vertelt over zijn inspirator Reinhold Niebuhr
Het ambt van burgemeester is hoopvol ploeteren. Het is schitterend maar ook complex, zo schrijft Andries Bouwman (40). Bouwman is burgemeester in de gemeente Opsterland en staat dagelijks voor de uitdaging om onze samenleving op lokaal niveau te doen slagen. Theoloog Reinhold Niebuhr biedt hem enkele richtingwijzers: oefen in realistische zelfkritiek, ga het gesprek aan met de ander en zet af en toe ‘de bril van ironie’ op.
Reinhold Niebuhr is terug op het wereldtoneel. De vergeten theoloog, filosoof en politieke wetenschapper duikt weer op in opinies, artikelen en podcasts. In de zoektocht naar het begrijpen van de huidige internationale onzekere tijden, wordt deze oude meester, die vele presidenten en machthebbers inspireerde, opnieuw van stal gehaald. Vooral zijn christelijk realisme en hoe te handelen bij internationale morele vraagstukken aangaande het dragen van verantwoordelijkheid en het bewerkstelligen van vrede en rechtvaardigheid, waren voor velen een bron van inspiratie.
Verantwoord samenleven
Het is mooi dat Niebuhr weer het toneel betreedt, maar we doen hem tekort als we hem alleen associëren met zijn internationale theorie. Vanuit de theologie heeft Niebuhr namelijk een schat aan gedachten achtergelaten over de maatschappij, over samenleven en over verantwoordelijkheid nemen. Juist in deze tijden van hyperindividualisme, polarisatie en samenleven onder hoogspanning, kunnen we veel van hem leren. Als burgemeester kan ik uit eigen ervaring spreken dat het gedachtegoed van Niebuhr ons kan helpen bij het zoeken naar handelingsperspectief om elkaar te blijven begrijpen en met elkaar samen te leven.
Hoe pakken we onze rol?
Niebuhrs theorieën zijn niet eenvoudig. Ze zijn complex, vol met prikkelende tegenstrijdigheden. Maar als het om handelen gaat, is hij nuchter en praktisch. Mijn pleidooi in dit artikel is om Niebuhr te bekijken voorbij de internationale context en hem juist te betrekken bij onze eigen zoektocht naar hoe we verantwoordelijkheid kunnen nemen in ons dagelijkse leven. Hoe we vanuit onze aard en onze bestemming onze rol kunnen pakken in de huidige maatschappij. Hoe we onze naaste lief kunnen hebben als onszelf. In 2024 is de biografie Reinhold Niebuhr: Amerika’s politieke geweten uitgekomen die juist ook deze kant van Niebuhr belicht. Met onder andere dit boek als leidraad neem ik u mee in de uitdagingen van het burgemeestersambt en hoe ik Niebuhrs handelingsperspectieven gebruik als reflectiespiegels bij het invullen van het ambt.
Het burgemeestersambt: schitterend en complex
Laat ik voorop stellen dat het ambt van burgemeester echt schitterend is. Het is zeer betekenisvol en van grote maatschappelijke waarde. Hoe mooi is het dat de burgemeester bij een feestelijk moment namens de gemeente waardering mag uitspreken of juist een arm om een schouder kan slaan en een luisterend oor mag bieden bij een ernstige gebeurtenis. En gelukkig vind ik dit niet alleen, maar mijn collega’s ook. Als burgemeesters in Nederland geven wij het ambt een 8,2! Ik vind het belangrijk dit expliciet te benoemen, want er is de laatste tijd veel berichtgeving over de onaantrekkelijkheid van het ambt. Veel politieke ambtsdragers worden geïntimideerd of bedreigd. En laat ik gewoon eerlijk zijn: het is een complex ambt en door de polarisatie en een gefragmenteerd politiek krachtenveld neemt de complexiteit ook alleen maar toe.
Als burgemeesters in Nederland geven wij het ambt een 8,2!
De januskop van de burgemeester
Thom de Graaf, vicepresident van de Raad van State, heeft de complexiteit zeer treffend benoemd tijdens de Hayo Apothekerlezing. Hij stelt dat de burgemeester een januskop heeft en als een kat over negen levens dient te beschikken om te overleven:
“Hij is een boegbeeld maar ook als het uitkomt een aambeeld waar naar hartenlust op wordt geslagen”.
De burgemeester moet een verbinder zijn, die dicht bij de burgers hoort te staan en het liefst ook iets van zijn privéleven laat zien. Maar tegenovergesteld moet hij ook distantie houden om zijn onafhankelijkheid en positie boven de partijen te waarborgen. De burgemeester heeft per definitie last van statusincongruentie aldus De Graaf. Zijn beleidsportefeuille is klein en daarmee ook zijn politieke macht, maar door de inwoners wordt hij vaak als de belangrijkste politicus van de gemeente gezien. Als handhaver van de openbare orde en veiligheid wordt verwacht dat hij ook de crimefighter of sheriff van de gemeente is, maar hij moet toch ook bruggenbouwer en verbinder zijn.
En dan hebben we nog de rol van de burgemeester als hoeder van de bestuurlijke integriteit. Een zeer complexe rol, want de gereedschapskist om op dit vraagstuk door te pakken is behoorlijk leeg. En hoewel er vaak over gesproken wordt, is het alles behalve een zwart-witvraagstuk. Bestuurlijke integriteit kent veel kleuren grijs en de opkomst van ombuspolitiek zorgt voor nog meer grijstinten.
De bestuurlijke balanceeract
En zo zijn er nog wel meer dilemma’s te bedenken. Wat ik kort wil laten zien, is dat het ambt steeds om schakelen vraagt. Schakelen tussen rollen, verwachtingen en belangen en de balanceeract die daar elke keer mee gemoeid is. U zult wel denken, wat een ambt! Maar juist het schakelen en de balanceeract maken het ambt ook zo mooi. Want het is elke keer weer een puzzel hoe een vraagstuk het best aangevlogen kan worden, hoe ik vanuit mijn rol kan zorgen dat het geheel der dingen bij elkaar blijft en we samen verder kunnen.
Maar ik zal eerlijk toegeven, het is wel uitdagend en het gaat met vallen en opstaan. Al deze dilemma’s geven ook hoofdbrekers en soms slapeloze nachten. Daarom noem ik het ook ploeteren. Sabine Çelik en Nikol Hopman stellen in het artikel ‘Leiderschapsdilemma’s van burgemeesters in tijden van verandering’ (2018) dat wanneer je hierin als burgemeester enig succes wilt hebben, dit vraagt om bewustzijn van je eigen rol en het vermogen om dicht bij jezelf en je eigen waarden te blijven. Er is een zekere mate van zelfreflectie nodig en het organiseren van tegenspraak.
Daarom is het als burgemeester van belang om in de spiegel te kijken, om te reflecteren op mijn rol, op mijn eigen waarden en of ik vasthoud aan die waarden, om zelfkritisch te zijn en -heel belangrijk- om te relativeren. En hier komt Niebuhr om de hoek.
Om helder in deze spiegels te kunnen kijken wil ik u kort meenemen in twee belangrijke facetten van Niebuhrs denken: zijn visie op het wezen en bestemming van de mens en de daaruit voortvloeiende benadering van het christelijk realisme.

Het wezen van de mens
Niebuhrs startpositie is zijn visie op de natuur van de mens en de bestemming die hij heeft in het leven. Niebuhr stelt dat wij mensen hybride vormen zijn van dier en geest. We hebben dezelfde behoeften en beperkingen als dieren: we eten, drinken, slapen, vrijen en uiteindelijk gaan we dood. Maar we zijn ook geestelijke wezens, gemaakt naar Gods beeld, met verstand, creativiteit, dromen en hoop. Dit stelt ons in staat om de wereld te veranderen. In tegenstelling tot dieren kunnen we nadenken over de waarde van het leven en boven onze natuur uitstijgen. Tegelijkertijd zijn we onderworpen aan de grillen van de natuur en gedreven door onze behoeften en driften. Dit laatste herkent u waarschijnlijk wel.
Niebuhr stelt dat wij balanceren tussen de natuurlijke wereld en de geestelijke wereld. De balans zoeken tussen onze vrijheid en onze beperkingen, tussen geest en natuur brengt ons in een toestand van onzekerheid en angst. We ontdekken namelijk de grenzen van ons eigen kunnen, maar zien ondertussen het streven van anderen en dit maakt ons onzeker. Daarom zoeken wij mensen, zolang wij Gods liefde niet vertrouwen, veiligheid door eigen handelen. We willen ons lot in eigen handen nemen terwijl we niet weten wat ons lot is, omdat we maar mensen zijn en niet God.
Hunkering naar macht
Deze menselijke angst vertaalt zich volgens Niebuhr naar een hunker naar macht. De mens heeft net als een dier de drang om te overleven, maar omdat de mens meer is dan een natuurlijk schepsel, is hij niet slechts geïnteresseerd in fysieke overleving maar ook in prestige en sociaal succes. De mens die zich bewust is van zijn beperkte belang in het geheel probeert zijn veiligheid en trots te vinden door zijn eigenbelang, zijn macht (op individueel en op collectief niveau) te vergroten. En omdat elk individu dit probeert, ontstaan er conflicten, zo stelt Kenneth Thomson in ‘The Political Philosophy of Reinhold Niebuhr’ (1956). En onthoud dit: eigenbelang of egoïsme is het grootste probleem van de mens volgens Niebuhr.
Bij collectief gedrag wordt het eigenbelang en egoïsme zo groot dat alleen door een machtsbalans het egoïsme en daardoor de worsteling naar macht geneutraliseerd kan worden. Maar dit betekent niet dat het conflict opgelost is. Dit conflict is namelijk niet op te lossen aldus Niebuhr. De grenzen van ons inbeeldingsvermogen, de onderdanigheid van de rede ten opzichte van de passie en het voortduren van collectief irrationalisme en egoïsme maakt sociale conflicten namelijk onoverkoombaar. Ik vind deze opsomming fascinerend als je vandaag de dag rondkijkt op het politieke wereldtoneel.
Hoopvolle bestemming
Maar er is hoop. Er is namelijk genade. Want zoals we dierlijk en geestelijk zijn, zijn we volgens Niebuhr naast zondaar ook een kind van God. En God is verbonden met de menselijke gebeurtenissen. De bestemming van ons mensen is volgens Niebuhr wederopstanding en de voltooiing van de aarde. De hoop op wederopstanding impliceert dat er genade is en de menselijke geschiedenis meer omvat dan willekeurige gebeurtenissen. Door genade kunnen we beginnen met vertrouwen op God en op elkaar. Want, zo stelt Niebuhr: genade is het besef dat we vergeven en geliefd zijn, zelfs op onze slechtste momenten.
Genade is het besef dat we vergeven en geliefd zijn, zelfs op onze slechtste momenten
Het is tevens de drijfveer om goed te doen, hoewel we weten dat optimale perfectie onbereikbaar blijft. Niebuhr stelt dat we daar nu al tekenen van zien; namelijk onze eigen ervaring met genade en barmhartigheid van anderen richting ons en wij richting anderen. We hebben volgens Niebuhr zelfs een taak om dit te doen. We hebben een opdracht om sociale rechtvaardigheid te bewerkstelligen, hoe gebrekkig die ook zal zijn in deze wereld.
Christelijk realisme
Vanuit zijn visie op het wezen en de bestemming van de mens kwam Niebuhr tot een christelijke benadering van sociale vraagstukken en internationale politiek: het christelijk realisme. Zijn these is: niet blijven hangen in bitter cynisme dat de mens alleen maar slechte dingen kan voortbrengen, maar ook niet zomaar hoogdravend idealisme nastreven. Het is typisch Niebuhr, een middenweg vinden tussen uitersten, tussen tegenstrijdigheden. Met deze theorie wilde hij aangeven dat niet absolute rechtvaardigheid, maar relatieve rechtvaardigheid door de overweldigende factor van eigenbelang waarschijnlijk het hoogst haalbare is, maar dat we daar dan niet op mogen neerkijken. Want die relatieve rechtvaardigheid betekent dat er toch een verandering plaatsvindt. Het gaat om het vinden van balans tussen wat moet en wat kan. Om ‘onvolmaakte oplossingen voor onoplosbare problemen te vinden’, aldus Niebuhr.
Want die relatieve rechtvaardigheid betekent dat er toch een verandering plaatsvindt
Goed, nu we Niebuhrs gedachtegoed weer wat opgepoetst hebben, wil ik u graag meenemen in de lessen die ik van hem ter harte heb genomen en hoe ik die gebruik als reflectiespiegels voor het ambt van burgemeester.
Eigenbelang
De belangrijkste spiegel die Niebuhr mij voorhoudt, is dat ik mij bewust ben van de aard van de mens en zijn eigenbelang. Dit bewustzijn helpt mij in de gesprekken die ik als burgemeester voer. In deze gesprekken probeer ik achter dit eigenbelang te komen. Niet om mijn gesprekspartners daarmee vervolgens om de oren te slaan, maar om te begrijpen wat hun beweegredenen zijn. Openstaan voor de denkbeelden van anderen en beseffen dat, hoe raar ze soms ook zijn, er altijd elementen van waarheid en genade in te vinden zijn. Niebuhr deed dat ook. Niet om zijn gesprekspartners vervolgens af te kraken, maar om zijn eigen aannames en uitgangspunten die hij had te toetsen. Ik heb bijvoorbeeld gesprekken gevoerd met autonomen. En hoewel ik daar geconfronteerd werd met absurde ideeën en ideologische verblinding, kon ik ook op bepaalde momenten met hen meevoelen en zag ik elementen van waarheid.
Realistische zelfkritiek
Vanuit Niebuhrs antropologie leer ik dat ik mij bewust moet zijn van mijn eigenbelang, mijn egoïsme, maar net zo goed van mijn enthousiasme en soms idealistische ideeën. Ik heb mijn blinde vlekken. Niebuhr stelt dat we goede intenties van onszelf “met gezond wantrouwen tegemoet moeten treden”.
De positie die ik als burgemeester heb en de omgeving waarin ik verkeer zorgen ervoor dat “bubbel-denken” mij ook niet vreemd is. Niebuhr hamert er daarom steeds op dat we zelfkritiek moeten hebben. Door zelfkritiek blijven we ons bewust van ons eigenbelang en egoïsme wat we diep in ons hebben. Als we geen zelfkritiek hebben dan dreigen we te ideologiseren. Onze overtuigingen worden dan een gesloten systeem, een bubbel waarop geen kritiek meer mogelijk is. Het klinkt eenvoudig maar niets is zo moeilijk als zelfkritisch zijn.
Het klinkt eenvoudig maar niets is zo moeilijk als zelfkritisch zijn
Niebuhr is op dit vlak heel actueel. Als ik naar de huidige samenleving kijk, zie ik namelijk aangaande zelfkritiek een groot tekort. Er komen alleen maar meer bubbels, mensen nemen steeds minder de moeite om hun eigen bubbel met gezond wantrouwen tegemoet te treden. We zijn helaas te druk met ongezond wantrouwen richting de andere bubbels. Polinder en Kamminga noemen in het boek van Sabella dat zelfkritisch zijn ook een belangrijke remedie is in de strijd tegen polarisatie.
Aan de binnenkant van de rand
Om gezond wantrouwen tegen de eigen groep te houden had Niebuhr, volgens Sabella, het vermogen om de groep waar hij onderdeel van was en een belangrijke positie in had, te bekijken vanuit het gezichtspunt van een buitenstaander. In de recente biografie over Niebuhr halen ze het concept “aan de binnenkant van de rand” aan. “Binnen een groep moet je niet in het middelpunt staan, maar net binnen de rand van de groep. Op die manier kun je de problemen binnen je groep zien en kun je een schakel zijn naar de mensen buiten jouw groep, en kun je gepaste zelfkritiek uitoefenen”. Deze spiegel heb ik pas net ontdekt. Maar het lijkt als of die voor een burgemeester gemaakt is.
Nederigheid
Zelfkritisch zijn kan niet zonder nederigheid. Je bewust zijn van de balk in je eigen ogen ten opzichte van de splinter bij de ander. We moeten bewust zijn van het kwaad in onszelf en om dat tegen te gaan moeten we ons niet boven een ander verheffen. Doen we dat wel dan kan het zo maar zijn dat we ons beter voelen en de ander iets gaan opleggen. Juist het feit dat ik me bewust ben van mijn eigen tekortkomingen en dat ik ook niet kan voldoen aan de morele standaard die we gezamenlijk hebben of elkaar opleggen, werkt als een spiegel om terughoudend en bescheiden te zijn in het oordelen over anderen. Of op z’n mist probeer ik dit te zijn, want niets menselijks is mij vreemd.
Niebuhr stelt ook dat we moralisme moeten vermijden. We maken immers allemaal fouten. Als ik dit betrek op bestuurlijke integriteit dan moeten we elkaar niet de les lezen, maar het gesprek aangaan en elkaar hierop bevragen. Bevragen werkt zo veel beter dan oordelen. Ook bij dit onderwerp staat de zelfkritiek centraal om het eigenbelang te beteugelen.
Als ik dit betrek op bestuurlijke integriteit dan moeten we elkaar niet de les lezen, maar het gesprek aangaan en elkaar hierop bevragen
Verantwoordelijkheid
Niebuhr spoort mij ook aan om verantwoordelijkheid te nemen. Niebuhr roept ons op, bij ons handelen altijd te kiezen voor een oplossing die een werkbare toevoeging is voor een toename van rechtvaardigheid. Wat ik probeer in mijn dagelijks leven, zowel als burgemeester en als mens is toch handen en voeten te geven aan meer sociale rechtvaardigheid. Ik wil hierbij niet zelfgenoegzaam klinken, juist niet. Niebuhr roept ons hier op om waakzaam te zijn voor idealistische hoogmoed. Hij noemt dit het Don Quichot-syndroom. We denken dat we kruisvaarders zijn, maar in werkelijkheid zijn we dolende ridders.
Laat ik het zo stellen: ik probeer bij de besluiten die ik neem, zoveel mogelijk de afweging te maken of het besluit ook bijdraagt aan een stukje meer rechtvaardigheid. Niebuhr geeft aan dat je hier moed voor moet hebben. Moed hebben om je uit te spreken, maar ook om de aannames en de meningen die je hebt, te durven veranderen of juist standvastig te zijn als integriteit of rechtvaardigheid erom vraagt.
Compromis
Dit alles betekent soms dat ik barmhartigheid voor rechtvaardigheid laat gaan en soms, als die ruimte er is, gemotiveerd afwijk van beleid dat we hebben afgesproken of ten minste de discussie daarover aanspoor. En ik neem Niebuhr hierbij ter harte: wees niet pretentieus, zoek naar balans, wees dienstbaar en blijf niet hangen in je eigen standpunt maar zoek het compromis. Het compromis vinden met elkaar om toch een stukje rechtvaardigheid te kunnen bewerkstelligen en daarmee durven je eigen aannames te heroverwegen, is misschien wel het sterkste wat wij als mensen kunnen doen en een prachtige glimp van genade.
Durf macht te gebruiken
Niebuhr plakt naast deze meer idealistische houding van het zoeken naar rechtvaardigheid ook direct een realistisch handelingskader. Niebuhr stelt namelijk in navolging van Augustinus dat om veiligheid en beschaving in stand te houden we macht moeten durven gebruiken als sociale rechtvaardigheid daarom vraagt. Als burgemeester heb ik eigenstandige bevoegdheden en treed ik geregeld bestuursrechtelijk op. En de keuzes die ik aangaande deze bevoegdheden moet maken zijn lastig. Ik dien mijn macht te gebruiken om te zorgen dat de openbare orde en de veiligheid gegarandeerd wordt voor mijn gemeente. Niebuhr roept hierbij op om vastberaden te zijn en moed en ook hoop te tonen. En dat sterkt mij, want juist in dit vraagstuk kan een burgemeester vervelende krachten ervaren en komt bedreiging en intimidatie vaak voor.
Bril van ironie
De laatste blik die ik in de spiegel van Niebuhr wil werpen is zijn oproep om met een bril van ironie naar de wereld om je heen en jezelf te kijken. Goede bedoelingen kunnen zo vaak de tegenovergestelde uitwerking hebben. Menno Kamminga vertaalt dat in het artikel ‘De jazztheoloog: waarom Reinold Niebuhr onze liefde waard is’ naar: neem daarom jezelf niet al te serieus. Plaats jezelf niet op een voetstuk, lach om je eigen dwaasheid en pretenties. Wees ontspannen en hoopvol want het koninkrijk van God is aanstaande. Wat moet ik hier nog aan toevoegen.
Plaats jezelf niet op een voetstuk, lach om je eigen dwaasheid en pretenties
Hoopvol ploeteren
Jan Schinkelshoek, oud-Kamerlid van het CDA en ook iemand die Niebuhr wel kan bekoren, noemde het in zijn artikel ‘Het virus van de trottelziekte’ dat het leven volgens Niebuhr ‘hoopvol aanmodderen’ is. Ik vond dit treffend, maar aanmodderen vond ik niet helemaal passen omdat dat iets ondoelmatigs in zich heeft. Daarom kies ik voor ‘ploeteren’, want hoewel ik mij bewust ben van mijn eigen falen, heb ik de drive om mij actief in te zetten om het samenleven met elkaar beter te maken. En dat is niet eenvoudig, soms is het gewoon zwoegen en daarom vind ik ‘ploeteren’ treffend. Dit geldt niet alleen voor het ambt van burgemeester maar net zo goed in het zijn van man, vader, vriend of buur.
Ook in die relaties falen wij, laten we ons eigenbelang prevaleren, maar dat betekent niet dat we het erbij mogen laten zitten, nee, weten dat we een verschil kunnen maken en dat wij samen een mooie toekomst hebben, geeft moed om juist door te gaan en heel veel plezier te hebben in het samenleven met elkaar. En dat is hoopvol!

Andries Bouwman (40) is burgemeester in de gemeente Opsterland. Niebuhrs gedachtegoed achtervolgt hem sinds zijn zoektocht naar het wezen van de mens en het kwaad in de wereld. Hij studeerde af op een vergelijkend onderzoek naar de politieke theorie van Reinhold Niebuhr en Amitai Etzioni. Een abstract hiervan is gepubliceerd in Radix.
