Wie naar God zoekt, zal mensen vinden
Franciscaans minderbroeder Steven Cauchie bespreekt het boek ‘Mijn Franciscus’
Paus Franciscus werd in zijn leven diep geraakt door Franciscus van Assisi. Zodanig dat hij de naam Franciscus koos voor zijn pontificaat. In het boek Mijn Franciscus dat postuum is verschenen, lezen we een gespreksreeks tussen kardinaal Marcello Semeraro en paus Franciscus over hoe de heilige uit Assisi hem inspireerde. Steven Cauchie, franciscaans minderbroeder, las het boek.
Op 3 en 4 oktober werd doorheen de katholieke kerk, en de christelijke wereld in het algemeen, herdacht dat het alweer 800 jaar geleden is dat Franciscus van Assisi overleed, of beter gezegd, ‘overging’ naar God. Ter gelegenheid van dit jubileum is een Nederlandse vertaling verschenen bij uitgeverij Adveniat van een serie gesprekken tussen de in 2025 overleden paus Franciscus en kardinaal Marcello Semeraro die in het Vaticaan verantwoordelijk is voor heiligverklaringen. Deze gesprekken met de paus vonden plaats in de laatste jaren van zijn leven en eindigden een week voor zijn dood.
Ik heb Mijn Franciscus gebruikt bij mijn persoonlijke voorbereiding op de grote feestdag van mijn orde, de minderbroeders franciscanen. Het boekje heeft me geboeid, verbaasd en ontroerd.
Een relaas van twee Franciscussen
Paus Franciscus ben ik tijdens zijn leven erg toegenegen geweest. Zijn onbevangenheid, eenvoud en wijsheid hadden ook mij, naast vele anderen, bekoord. Daarbij vroeg ik mij al jaren af wat nu juist het beeld was dat de paus van de kleine heilige uit Assisi had, naar wie hij zich liet vernoemen. En hier bood zich dan, in een dun boekje, de mogelijkheid aan op die vraag een antwoord te krijgen. Om door de ogen van een eenvoudige paus te kunnen kijken naar de figuur van een grote heilige en, tegelijkertijd, door deze beschouwing van de kleine arme van Assisi ook een blik te kunnen werpen op het hart van de opvolger van Petrus.
Echtheid
Het eerste dat me opviel en opvallend raakte was het gevoel van echtheid dat me overviel bij het lezen van het boekje. Hoewel de tekst ongetwijfeld ‘opgepoetst’ is, paus Franciscus had immers de neiging weinig diplomatieke uitspraken niet te schuwen, voelt dat wat neergeschreven is toch ook aan als zeer eigen aan deze paus. Het zijn woorden die herkenbaar aanvoelen, herinneren aan zijn toespraken en geschriften. Dit wordt ook bevestigd door het voorwoord van kardinaal Parolin, de rechterhand van de gestorven paus. Dit voorwoord heeft de kwaliteit van een echtheidsverklaring als de kardinaal aangeeft dat de neergeschreven gedachten inderdaad overeenkomen met hoe paus Franciscus bij leven aangaf door Franciscus van Assisi geïnspireerd te zijn geweest. We mogen er dus volgens hem op vertrouwen dat we in deze zinnen werkelijk toegelaten worden tot het hart van de dierbare overledene. Ook paus Leo bevestigt dit in een inleiding.
Wat ook bijdraagt aan dit gevoel van echtheid is het feit dat de vier oude heren – paus Franciscus, paus Leo, kardinaal Semeraro en kardinaal Parolin – die bijdroegen aan het boek elkaar ook echt kennen. Vier erudiete, gelovige mannen die toevallige pausen en kardinalen zijn, maar in de eerste plaats gewoon mensen die naast hun geloof en geleerdheid ook gemeen hebben dat ze het centrale personage van het boek, Franciscus van Assisi, een warm hart toedragen. De gesprekken tussen kardinaal en paus hebben dan ook een gemoedelijke en vertrouwelijke kwaliteit. Twee oude godszoekers fluisteren woorden van wijsheid tegen elkaar en wij, als lezer, hebben het voorrecht erbij aanwezig te zijn.
Twee oude godszoekers fluisteren woorden van wijsheid tegen elkaar
Het onverwachte antwoord
Het tweede dat me opviel was dat zowel paus Franciscus, Semeraro en Parolin vertrouwd zijn met de figuur van Franciscus en de bronnen over diens leven. Met name Semeraro is een kenner van heiligen die ook al eerder over Franciscus van Assisi en diens link met paus Franciscus publiceerde. De kardinaal thematiseert zijn vragen zodat de lezer bij de inhoudstabel eigenlijk al kan ontdekken wat het franciscusbeeld, zowel van die van Assisi als die van Rome, is van de vragensteller. Volgens de kardinaal is de heilige, diens spiritualiteit en diens inspiratie op de paus te herleiden tot vijftien punten: Omgaan met armen, de zonden van de kerk, gebed, dialoog, dankbaarheid, naar de kern gaan, de schepping, omgaan met lijden en vreugde, hoop, vrede, de dood, liefdespijn en vrouwen. Het is dit, ongetwijfeld doorwrocht en op de bronnen gebaseerd, beeld van de heilige dat de paus ter reflectie voor de voeten wordt geworpen.
Nu had ik bij aanvang verwacht dat de paus ons een Franciscus van Assisi zou voorschotelen die eerst en laatst een activist is, een activist voor sociale rechtvaardigheid, voor vrede, voor gelijkheid… En in mijn geest was ik reeds de woorden aan het vormen om aan te geven dat dit moderne beeld van de heilige niet overeenkomt met de figuur die naar voren komt in de bronnen. Maar ik was te voorbarig. Op elke vraag van de kardinaal meende ik te weten wat de paus zou antwoorden om vervolgens bijna steeds verrast te worden. Het hele boekje heeft eigenlijk maar één thema en er zit een ongelofelijke consistentie in de antwoorden van de paus. Op de in thema’s gefragmenteerde Franciscus van de kardinaal, antwoordt de paus met een Franciscus van Assisi die in zijn denken, spreken en handelen een duidelijke boodschap heeft.
Ik ben de laatste tijd geconfronteerd geweest met de franciscusbeelden van twee van mijn medebroeders, namelijk André Jansen en Jan ter Maat. De eerste ziet Franciscus als een ‘mysticus van nabijheid’, de tweede als de ‘heilige van de ontmoeting’. Paus Franciscus combineert deze twee beelden tot een eenheid. Zijn Franciscus gebruikt nederigheid, armoede en gebed om werkelijk de ander te ontmoeten, om zich werkelijk met de ander te kunnen verbinden, om werkelijk met de ander in relatie te kunnen gaan. En zo blijkt de kleine heilige van Assisi voor de paus dus een heilige van affectieve relaties met mensen, met de kerk, met de schepping en met God.
Ik herken hierin het mensbeeld van de Griekse theoloog en bisschop Ioannis Zizioulas (1931-2023), die benadrukte dat elke mens, steeds anders dan alle andere mensen, tegelijkertijd ook in gemeenschap met die anderen moet leven om werkelijk mens te zijn. Mensen zijn persoon volgens Zizioulas door anders dan de anderen te zijn mét die anderen. De mens wordt dus eigenlijk een persoon en dus primair zichzelf doordat er ook anderen zijn via wie de eigen andersheid beleefd kan worden, samen met de anderen. De mens wordt echter geen persoon, en dus zichzelf, door louter vegetatief samen te leven met anderen. Het behoort tot het essentiële wezen van de mens om in relatie te gaan met diens medemens. De relaties die een mens mens maken, zijn niet zakelijk van aard, maar essentieel liefdevol. Als Zizioulas over liefdesrelaties spreekt, dan ziet hij dit begrip als ruimer dan de realiteit van exclusieve en seksuele relaties. Voor hem is elke diepe relatie die een mens met anderen heeft een liefdesrelatie. Door deze vrije en vrijmakende liefdesrelaties weet de mens zichzelf, voor de ander, uniek en onvervangbaar. In liefde voor een ander wordt en ontdekt een mens zichzelf.
Deze gedachten van Zizioulas actualiseren zich in de reflecties van de paus op de arme van Assisi. Hij identificeert daarin zijn eigen leven als een permante zoektocht naar ontmoeting. Deze ontmoetingen en de affectieve relaties met familie, vrienden, vreemden die eruit voortkomen worden geïdentificeerd als dat wat hem het meest gevormd heeft als mens, als christen, als jezuïet, als priester, als bisschop en als paus. De constante terugkoppeling naar het belang en het wezen van familie en vriendschap is zo sterk dat de hele tekst kan gezien worden als een ode aan vriendschappelijke liefde. De paus romantiseert dit niet en schuwt niet te spreken over zonde en fouten en het belang van het vragen om vergeving.
Dit alles is opvallend omdat in media die erg kritisch waren over zijn pontificaat na zijn dood het verhaal was ontstaan dat de Argentijnse paus geen vrienden had en een erg eenzaam leven had geleid. Wie deze tekst leest, weet wel beter. Deze mens had zo niet over vriendschap kunnen spreken als hij er niet diep ervaren in was geweest.
De hele tekst kan gezien worden als een ode aan vriendschappelijke liefde
Een voetnoot
Ik wil de lezer van dit artikel niet op een verkeerd been zetten. Dit inhoud van dit boekje is geen doorwrocht existentieel-filosofisch systeem, maar zijn enkele vrijblijvende mijmeringen van een doodziek mens. De antwoorden worden steeds korter en blijven vaak weinig concreet. Niet alle mijmeringen zijn even memorabel. De, overigens zeer verzorgde, uitgave helpt niet altijd. Elk antwoord van de paus begint met zijn wapenschild en wordt doorspekt met uitgelichte citaten. Hierdoor valt extra op hoe weinig sommige antwoorden om het lijf hebben.
Toch kan ik het elke zoekende christen aanbevelen het boekje te lezen en nadien af en toe weer op te nemen en te doorbladeren. Al was het maar om eraan herinnerd te worden dat wie naar God zoekt, mensen zal vinden.

Broeder Steven Cauchie OFM (1987) is tijdelijk geprofest franciscaan en theologiestudent. Sinds 2022 is hij werkzaam in de communicatie van de Nederlands-Vlaamse minderbroeders franciscanen. Steven is hoofdredacteur van Francesco Magazine.
Wil je Mijn Franciscus bestellen bij onze partner Boekenwereld?
Toen Jorge Bergoglio in 2013 tot paus werd gekozen, verraste hij de wereld door de naam Franciscus aan te nemen. In dit boek – geschreven in de laatste maanden van zijn leven – spreekt paus Franciscus voor het eerst uitgebreid over zijn persoonlijke band met Franciscus van Assisi. Openhartig vertelt hij waarom hij deze naam koos: niet als een symbolisch gebaar, maar als een geleefde roeping, geworteld in het voorbeeld van zijn naamgenoot uit Assisi.
