Menu

Basis

Zaaien in droefheid, oogsten in vreugde

Graan
(Beeld: iStock)

Psalm 126 gebruikt beelden uit het leven van alledag als een troostend en didactisch middel. De ervaring van de droge woestijn en het water dat door de hemel wordt gegeven. De ervaring van de zaaier die met moeite zaait, maar grote vreugde kent als de oogst binnengehaald kan worden.

De Psalmen 120 t/m 134 zijn pelgrimsliederen. Ze herinneren ons aan de tijd dat de Joden voor de grote feesten ‘opgingen’ naar de Tempel in Jeruzalem. Ja, letterlijk opgingen, omdat de heilige stad hoog ligt. Zoals Psalm 122 bezingt: ‘Ik sla mijn ogen op naar de bergen. Vanwaar komt mijn hulp?’ De Naardense Bijbel vertaalt het opschrift van zo’n Psalm dan ook met ‘Zang van de opgangen’. Ongetwijfeld zullen de pelgrims tijdens hun tocht gezongen hebben. Muziek verlicht de zware voeten, liederen tillen je op om verder te gaan. Deze Psalmen lijken echter door hun opbouw eerder geschikt voor de liturgie in de Tempel, voor het zingen in beurtspraak. Maar ach, zeker weten we het nooit.

Terugkeer uit de ballingschap

Psalm 126 begint met de woorden: ‘Toen de HEER het lot van Sion keerde’. Bijna automatisch worden onze gedachten meegenomen naar de geschiedenis van de ballingschap. Het lot was de vernietiging van de stad Jeruzalem en de Tempel. Jeruzalem wordt in de Bijbel vaak Sion genoemd, naar een van haar bergen. De ballingschap is een diep traumatische ervaring in de geschiedenis van de Joden. Weggevoerd uit het land, het Huis van de Heer verwoest. De twijfel zal groot geweest zijn. Twijfel over de toekomst. Twijfel over de trouw van de Eeuwige. Maar God heeft dat lot gekeerd toen koning Cyrus II van Perzië de ballingen liet terugkeren. Het was als een droom…

De Naardense Bijbel vertaalt de eerste woorden met ‘Als de ENE een keer brengt’. Dus niet ‘toen’, maar ‘als’. Hierdoor krijg je een ruimer zicht op de betekenis. De Psalm vertelt ons meer dan een herinnering aan een eenmalig gebeuren uit vroegere tijd. Ook Huub Oosterhuis herdicht in zijn lied de beginwoorden met ‘Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap’. We worden door dat ‘als’ meteen meegetrokken in het verhaal: ook nu kan het gebeuren. En daardoor worden we uitgedaagd om na te denken over onze eigen ballingschap, over onze ‘kerkering’, zoals de Naardense Bijbel het noemt.

‘Keer ons tot leven’

Na de herinnering aan Gods eerdere ingrijpen, zingt de psalmschrijver in vers 4: ‘Keer ook nu ons lot, HEER…’ Hier verbindt de herinnering zich aan het heden. Hier zet het gedenken ons aan tot een verlangen naar en een hoop op bevrijding. Meer dan hoop nog, eerder een vast vertrouwen. ‘Zij die in tranen zaaien, zullen oogsten met gejuich’. De moeite kennen we. De moeite om te blijven vertrouwen. Gevangen in het alledaagse en geketend aan een wereld die brandt. Of gekerkerd, gebonden aan verwachtingen, verslaafd aan onszelf. Is dat ons lot? ‘Breng ons dan thuis, keer ons tot leven…’ dicht Huub Oosterhuis. Breng ons weer thuis!

Waar is ons thuis? Bij de HEER. Dat is wat de pelgrim weet. Dankbaar zingend, alsof het een droom is.

Harold Schorren is predikant van de wijkgemeente Laurenspastoraat, city pastor van Rotterdam, en redactielid van Open Deur.


Zaaien
Open Deur 2026, nr. 6

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken