Zaaien in droefheid, oogsten in vreugde
Psalm 126 gebruikt beelden uit het leven van alledag als een troostend en didactisch middel. De ervaring van de droge woestijn en het water dat door de hemel wordt gegeven. De ervaring van de zaaier die met moeite zaait, maar grote vreugde kent als de oogst binnengehaald kan worden.
De Psalmen 120 t/m 134 zijn pelgrimsliederen. Ze herinneren ons aan de tijd dat de Joden voor de grote feesten โopgingenโ naar de Tempel in Jeruzalem. Ja, letterlijk opgingen, omdat de heilige stad hoog ligt. Zoals Psalm 122 bezingt: โIk sla mijn ogen op naar de bergen. Vanwaar komt mijn hulp?โ De Naardense Bijbel vertaalt het opschrift van zoโn Psalm dan ook met โZang van de opgangenโ. Ongetwijfeld zullen de pelgrims tijdens hun tocht gezongen hebben. Muziek verlicht de zware voeten, liederen tillen je op om verder te gaan. Deze Psalmen lijken echter door hun opbouw eerder geschikt voor de liturgie in de Tempel, voor het zingen in beurtspraak. Maar ach, zeker weten we het nooit.
Terugkeer uit de ballingschap
Psalm 126 begint met de woorden: โToen de HEER het lot van Sion keerdeโ. Bijna automatisch worden onze gedachten meegenomen naar de geschiedenis van de ballingschap. Het lot was de vernietiging van de stad Jeruzalem en de Tempel. Jeruzalem wordt in de Bijbel vaak Sion genoemd, naar een van haar bergen. De ballingschap is een diep traumatische ervaring in de geschiedenis van de Joden. Weggevoerd uit het land, het Huis van de Heer verwoest. De twijfel zal groot geweest zijn. Twijfel over de toekomst. Twijfel over de trouw van de Eeuwige. Maar God heeft dat lot gekeerd toen koning Cyrus II van Perziรซ de ballingen liet terugkeren. Het was als een droomโฆ
De Naardense Bijbel vertaalt de eerste woorden met โAls de ENE een keer brengtโ. Dus niet โtoenโ, maar โalsโ. Hierdoor krijg je een ruimer zicht op de betekenis. De Psalm vertelt ons meer dan een herinnering aan een eenmalig gebeuren uit vroegere tijd. Ook Huub Oosterhuis herdicht in zijn lied de beginwoorden met โAls God ons thuisbrengt uit onze ballingschapโ. We worden door dat โalsโย meteen meegetrokken in het verhaal: ook nu kan het gebeuren. En daardoor worden we uitgedaagd om na te denken over onze eigen ballingschap, over onze โkerkeringโ, zoals de Naardense Bijbel het noemt.
โKeer ons tot levenโ
Na de herinnering aan Gods eerdere ingrijpen, zingt de psalmschrijver in vers 4: โKeer ook nu ons lot, HEER…โ Hier verbindt de herinnering zich aan het heden. Hier zet het gedenken ons aan tot een verlangen naar en een hoop op bevrijding. Meer dan hoop nog, eerder een vast vertrouwen. โZij die in tranen zaaien, zullen oogsten met gejuichโ. De moeite kennen we. De moeite om te blijven vertrouwen. Gevangen in het alledaagse en geketend aan een wereld die brandt. Of gekerkerd, gebonden aan verwachtingen, verslaafd aan onszelf. Is dat ons lot? โBreng ons dan thuis, keer ons tot levenโฆโ dicht Huub Oosterhuis. Breng ons weer thuis!
Waar is ons thuis? Bij de HEER. Dat is wat de pelgrim weet. Dankbaar zingend, alsof het een droom is.
Harold Schorren is predikant van de wijkgemeente Laurenspastoraat, city pastor van Rotterdam, en redactielid van Open Deur.