Menu

Premium

Ziet er niet uit!

Bij Marcus 1,40-45

Lepros is een pechvogel. Vroeger al werd hij gepest op school. De andere kinderen hadden het misschien niet eens door en bedoelden het misschien ook niet eens heel kwaad. Maar als tien kinderen op één dag ‘dikzak’ tegen je zeggen, is het geen grapje meer, dan wordt het pesten. Lepros merkte dat ook aan zijn lijf. Hij voelde zich van binnen steeds kleiner worden, ook al was hij een van de grootsten van de klas.

Net als de narigheid van school voorbij is, krijgt Lepros witte vlekken op zijn lijf. Op die plekken voelt hij ook helemaal niks meer.

Echt goeie dokters zijn er niet. Er zijn alleen kwakzalvers die veel geld willen verdienen en dure zalfjes verkopen die niet werken.

Op een dag zegt vader: ‘Laat die vlekken eens aan de priesters zien. Die hebben er soms ook verstand van en hun advies kost niks.’

Dan blijkt dat hij melaats is. Dat is besmettelijk, dus mag hij niet meer thuis wonen bij zijn vader en moeder. Hij moet bij de andere melaatsen wonen, buiten het dorp in een paar hutjes aan de rand van een akker. Zijn moeder zet elke dag wat eten voor hem neer aan de rand van het dorp.

Heel naar allemaal.

Lepros hoort er niet meer bij in het dorp. Hij hoort nu bij de melaatsen in hun schamele hutjes. Eerlijk gezegd zien die er vaak verschrikkelijk uit. Kapotte handen en voeten met knobbels en wonden. Zelfs in hun gezicht zitten die lelijke plekken.

Op een dag ligt er een briefje van zijn moeder bij het eten dat ze voor Lepros heeft klaargezet. ‘Je zou eens naar Jezus op zoek moeten gaan,’ staat erop te lezen.

Op een dag ziet Lepros Jezus aankomen op de weg. Hij stormt op Hem af. ‘Kijk mij nou!’ roept hij tegen Hem.

Jezus raakt hem zomaar aan. Die is niet vies van hem. En kijk, zijn witte vlekken verdwijnen als sneeuw voor de zon. En hij krijgt zijn gevoel terug!

‘Niemand verklappen, hoor!’ zegt Jezus. Maar ja, als Lepros in het dorp zijn gezonde lijf door de priesters laat keuren, wil iedereen natuurlijk weten hoe hij zo plotseling beter geworden is. Opeens wil iedereen ook iets van Jezus. Maar die is naar de hutjes van de melaatsen gegaan, om die ook beter te maken. En daar durven de mensen uit het dorp niet naartoe. Bangeschijters, vooral die pestkoppen van vroeger. Lepros lacht ze nu in hun gezicht uit.

Ken je zelf een pechvogel die iets heel moois overkwam? Zou je dat een wonder kunnen noemen?

Bij Marcus 1:40-45

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken