Menu

Premium

Zwijgen

Geloofstaal & cultuurtaal

Naar algemeen menselijke wijsheid is het een goede zaak wanneer iemand op zijn tijd weet te zwijgen. ‘Horen, zien en zwijgen’ is in menige situatie het devies, want ‘beter gezwegen dan van spreken schande/schade gekregen’. Ieder kent het spreekwoord ‘spreken is zilver, zwijgen is goud’. In het kader van de rechtspraak kan van het zogenaamde zwijgrecht misbruik worden gemaakt, wanneer een aangeklaagde zich erop beroept om de waarheidsvinding te bemoeilijken, zoals indertijd de moordenaar van Pim Fortuyn. Wie zwijgt in alle talen, heeft iets te verbergen. Een pijnlijk zwijgen valt wanneer leugens ontmaskerd worden en de waarheid aanhet licht komt, of als in een gesprek een ongelukkige opmerking wordt gemaakt die aan een delicate kwestie raakt. In de geloofstaal speelt de notie van het zwijgen geen specifieke rol. Wel genieten de zogenaamde zwijg-teksten in het Nieuwe Testament (1 Kor. 14:34 en 1 Tim. 2:12) een grote bekendheid, vanwege de cruciale plaats die de exegese van deze teksten inneemt in het debat over de openstelling van de kerkelijke ambten voor de vrouw.

Woorden

Het begrip ‘zwijgen’ kan met diverse Hebreeuwse woorden worden uitgedrukt, waarbij de betekeniswaarden variëren van doem, damam, hasa, ‘stil zijn’, chasja, ‘nalaten te spreken’ tot charasj, ‘doof zijn’. Vooral in de wijsheidsliteratuur (Job), de psalmen en het boek Jesaja hebben uitspraken over het zwijgen een plaats gekregen. Het Nieuwe Testament gebruikt de termen sioopan en sigan, zonder veel verschil in betekenis.

Betekenis in context

Oude Testament

Het rechte spreken en zwijgen

Een van de belangrijkste thema’s die de oudtestamentische wijsheidsliteratuur aan de orde stelt, is dat van het rechte spreken en zwijgen. Wat de mond, de tong of de lippen voortbrengen, kan het verschil tussen leven en dood uitmaken (Spr. 10:14; 11:9-12; 13:3; 14:7; 25:11-15). Een kerntekst luidt ‘De verstandige houdt zijn woorden in, de man van inzicht is bezonnen. Zelfs een dwaas die zwijgt, gaat door voor wijs; als hij zijn lippen gesloten houdt, voor verstandig’ (Spr. 17:2728). Ware wijsheid brengt de ander tot zwijgen, aldus het boek Job (6:24; 13:19; 29:21; 33:31). Ook kan het zwijgen getuigen van gelovige acceptatie van Gods weg met de mens, hoe moeilijk die ook is (Klaagl. 3:28; vgl. de houding van Aäron in Lev. 10:3 en de raad van de psalmist in Ps. 4:4).

Het getuigt dan ook van wijsheid als de rechtvaardige zich weet in te houden en zwijgt, in afhankelijkheid van God en in de verwachting van zijn hulp (Ps. 65:2, 6). De vrome zwijgt, ook als hij in de verleiding komt afgunstig te zijn op boosdoeners (Ps. 37:7), maar gemakkelijk is dat niet (Ps. 39:2; vgl. Am. 5:13; 6:10). Hij weet echter: als God ingrijpt, zal de leugentaal van de goddelozen ontmaskerd worden en zij zelf zullen tot zwijgen gebracht worden (Ps. 31:18). Zo heeft God Zelf het zijn volk geleerd al bij de uittocht uit Egypte: ‘De Here zal voor u strijden, en gij zult stil zijn’ (Ex. 14:14).

Zondig zwijgen

Er is een wijs en gelovig zwijgen, maar het Oude Testament weet ook van een zondig of verkeerd zwijgen. Als een mens zwijgt om zijn zonden te verhelen, kan hem dit lelijk opbreken (Ps. 32:4; vgl. het beschaamde zwijgen van de volksleiders in Neh. 5:8). In de centrale tekst in het boek Ester wordt de koningin aangespoord om niet te zwijgen, maar tot Ahasveros te spreken (4:14). De wet op de geloften maakt duidelijk dat een gelofte een ernstige zaak is en dat een eens gesproken woord van kracht is. Dit geldt ook in het geval van een gelofte door een vrouw gedaan, wanneer haar man of vader de gelofte wel gehoord heeft maar verder het zwijgen ertoe gedaan heeft (Num. 30:4, 7, 11, 14).

Gods zwijgen

Het is een angstige ervaring om tegenover een gesloten hemel te komen staan. Hoe existentieel is de worsteling van de oudtestamentische vrome om de verborgenheid Gods. Dat op het gebed van de Baälpriesters op de Karmel geen geluid gehoord en geen antwoord gegeven wordt (1 Kon. 18:26; vgl. Hab. 2:19) is tot daar aan toe, maar het zwijgen van de levende God leidt tot de totale ondergang van zijn volk. Gods zwijgen bij het zien van onrecht en tranen, van dreigend verderf en het woeden van de vijand, betekent dat Hij niet ingrijpt en de zijnen aan hun lot overlaat. Maar hoe zou dit kunnen zijn (Jes. 64:12; Hab. 1:13)? Geregeld wordt daarom in de psalmen tot God geroepen om met te zwijgen (bijv. 28:1; 35:22; 39:13; 83:2; 109:2), parallel aan de oproep om te ontwaken en niet werkeloos toe te zien. Vergelijk ook de uitspraken van de profeet en de zijnen in Jesaja 62:1 en 6 – zij zullen niet zwijgen, maar God permanent herinneren aan zijn beloften voor Sion. De plaats waar zij dit doen is veelzeggend: óp de geschonden muren van de stad! Inderdaad kan het gebeuren dat God nóg niet ingrijpt en zwijgt (Ps. 50:21; Jes. 42:14; 57:11). Maar lang zal dat niet duren, ‘want onze God komt en zal niet zwijgen’ (Ps. 50:3). Dan kan de tijd aanbreken dat God niet zal zwijgen voordat Hij de vergelding gebracht zal hebben (Jes.65:6).

Het past de mens om heel stil te worden als God verschijnt. Laat de mens zwijgen uit diep ontzag als God spreekt en zijn heil realiseert (Jes. 41:1; Zach. 2:13), laat hij zwijgen uit angst en verbijstering als Gods oordeel komt (Jes. 23:2; Am. 8:3; Sef. 1:7; Hab. 2:20).

Nieuwe Testament

Het geheimenis geopenbaard

In alle toonaarden verkondigen evangelisten en apostelen het blijde nieuws, het evangelie van Jezus Christus. Hiermee is het geheimenis geopenbaard dat eeuwenlang ‘verzwegen’ was, maar nu ‘volgens bevel van de eeuwige God tot bewerking van gehoorzaamheid des geloofs bekendgemaakt onder alle volken’ (Rom. 16:25v). In de persoon en het werk van Jezus Christus komt Gods heilsplan tot volle ontplooiing. Dit was eeuwen en geslachten lang verborgen (Kol. 1:26), maar treedt nu in het einde der tijden in het klare licht. Nu Christus is geopenbaard, is de tijd van het zwijgen definitief voorbij. Zelfs als de discipelen zouden zwijgen, zouden de stenen nog roepen (Luc. 19:40). Zo gaat het evangelie de wereld in: ‘Wees niet bevreesd, maar spreek en zwijg niet’ (Hand. 18:9).

Zwijggebod voor vrouwen

Voor bijzondere vragen plaatst ons het pertinente vermaan van Paulus in 1 Korintiërs 14:34. ‘Zoals in alle gemeenten der heiligen moeten de vrouwen in de gemeente zwijgen; want het is haar niet vergund te spreken, maar zij moeten ondergeschikt blijven, zoals ook de wet zegt’. Deze woorden klinken in een context die handelt over een ordelijke gang van zaken tijdens de eredienst (vs. 40). Blijkbaar kon het er in de Korintische gemeente nogal chaotisch aan toegaan, waardoor mensen van buitenaf (toehoorders of ongelovigen, vs. 23v) afgestoten werden en waardoor het geheel ook niet meer tot stichting geschiedde (vs. 26). Om wanorde tegen te gaan en vrede te bevorderen (vs. 33), schrijft Paulus de gemeente drieërlei ‘zwijgen’ voor: a) zij die in tongen spreken, moeten zwijgen als er geen uitlegger is (vs. 28); b) profeten die het woord voeren, moeten zwijgen als aan een ander ter plekke een openbaring ten deel valt (vs. 30) en c) vrouwen mogen niet spreken in de gemeente, laten zij dat thuis maar doen – tijdens de eredienst behoren zij te zwijgen (vs. 34v). De apostel onderstreept zijn woorden krachtig: het gaat niet om een particuliere visie maar om een ‘gebod des Heren’ (vs. 37). Het probleem nu is waar Paulus met dit zwijggebod voor de vrouwen precies op doelt. Dat het geen algemeen of absoluut zwijggebod betreft, blijkt alleen al uit een andere passage in dezelfde brief, waar sprake is van vrouwen die publiekelijk – dus ook in de eredienst – bidden of profeteren (11:5, vgl. vss. 16-17). En als zij profeteert, doet ook een vrouw niets anders dan voor de mensen stichtend, vermanend en bemoedigend spreken (14:3). Het is ondenkbaar dat Paulus dit vervolgens in 14:34 opeens weer zou gaan verbieden. Welk spreken verbiedt Paulus dan wel? De antwoorden op deze vraag zijn niet eensluidend. Sommige exegeten wijzen erop dat het onderricht in de oudchristelijke kerk plaatsvond in een dialogische vorm van vraag en antwoord en dat de apostel de vrouwen dus van actieve participatie in dat soort discussies wilde uitsluiten, om dominerend en orde-verstorend gedrag te voorkomen. Plausibeler lijkt de uitleg dat het hier gaat om een zeer gekwalificeerd soort spreken, dat het karakter heeft van leidinggevend, gezagvol onderricht en dat dan in de context van de beoordeling van profetieën en het ‘leren’ van de gemeente (vgl. 1 Tim. 2:12).

Kern

Zoals in het hedendaagse taalgebruik kan ‘zwijgen’ ook in de Bijbel zowel een positieve als een negatieve lading hebben. Vaak is zwijgen een deugd, die getuigt van wijsheid. Kwalijk is zwijgen als het gaat om het verzwijgen van schuld. Zwijgen kan ook dreigend zijn, met name als het gaat om Gods zwijgen. Wat een vreugde als dit laatste doorbroken wordt: ‘Grote God, Gij hebt het zwijgen met uw eigen, met uw lieve stem verstoord’ (Gez. 329:1 LvK).

Verwijzing

Zie voor verwante en/of aanvullend te bestuderen woorden: geheim, openbaring, oordeel, wijsheid, man, vrouw.

Wellicht ook interessant

Bijbel
Bijbel
Basis

Kunstmatige intelligentie en Bijbelvertaling

De ontwikkelingen in de technologie van tegenwoordig zijn maar nauwelijks bij te houden. Ook op het gebied van Bijbelvertaling is dit te merken. Bijbelvertalers zijn nooit bang geweest voor technologie. Het begon al met de boekdrukkunst, die vertalers toegang gaf tot gedrukte Bijbels, woordenboeken, grammatica’s en commentaren. Later kwamen de computers, die vertalers hielpen bij het verwerken en corrigeren van de tekst, grote hoeveelheden data te doorzoeken en gemakkelijker samen te werken. Vandaag de dag heeft iedereen de mond vol van kunstmatige intelligentie (AI).

None

In Echo’s van het goede nieuws weerklinken de historische evangeliën in een nieuw geluid

Theologen en wetenschappers buigen zich al eeuwenlang over de betekenis van de evangeliën. In duizenden naslagwerken en commentaren voorzien ze de verhalen over het leven en de missie van Jezus van context. Het lijkt daardoor lastig om nog met vernieuwende en originele perspectieven te komen. Toch weet Geurt-Henk van Kooten met zijn boek Echo’s van het goede nieuws de evangeliën opnieuw te laten spreken. Door ze in hun historische context te plaatsen, brengt hij hun boodschap op een verrassend actuele en relevante wijze dichtbij.

Nieuwe boeken