Het begin van de Bijbel, het boek Genesis, gaat over het begin van alles (Gen. en vervolgens over het begin van 'ons', door drie verhalenkransen te wijden aan de voorvaderen van Israël (Gen. 12-50).In zijn eerste literaire eenheid (Gen. 1:1-2:4a) schetst de schrijver meteen een stevige driehoek waarin God, mens en wereld een plaats krijgen. In het paradijsverhaal (2:4b-3:24) gaat hij nader in op de polariteit man-vrouw, en Genesis 4 is fundamenteel over de verhouding van broer tot broer. De verhouding God-mensheid ondergaat haar eerste zware crisis, en als de mensen zich uitbreiden ontstaat de spanning van een uitverkoren groep
Het volledige Premium-artikel lezen?
Dit artikel is voor Premium-leden.
Log in en lees onbeperkt alles op Theologie.nl. Nog geen lid?
Krijg toegang tot ruim 11.500 artikelen, waaronder verdiepende vakinhoud, preekschetsen, exegeses, kindermomenten en preekvoorbeelden.
Bekijk Premium >
InloggenLid worden