Menu

None

Wie krijgt het eerste woord?

Generatieve AI en de toekomst van Bijbelvertalen

(Beeld: iStock)

De snelheid waarmee generatieve AI het werkveld van vertalen binnendendert, is adembenemend. De vraag of vertalers AI moeten inzetten voor hun werk is achterhaald, het gaat om de vraag hoe. Dit gaat ook het werk van Bijbelvertalers aan. In het Nederlands, met onze rijke vertaaltraditie en beschikbare Bijbelvertalingen, springt het niet zo in het oog. Wereldwijd ligt dat anders.

Wereldwijd lopen er vele honderden, zo niet een paar duizend, verschillende Bijbelvertaalprojecten. Grote sponsoren en internationale organisaties zijn zeer geïnteresseerd in de mogelijkheden van (generatieve) AI om die projecten sneller en efficiënter te maken om zo hun grote ambities te realiseren.1 De hoop lijkt te zijn dat door inzet van AI het proces tot vier keer sneller zou kunnen verlopen. Voor een complete Bijbelvertaling zou dan in plaats van twintig nog maar vijf jaar nodig zijn.2 Het idee: je voedt het taalmodel met een reeds beschikbaar Nieuwe Testament of met een ‘sample’ van reeds vertaalde hoofdstukken, waarna het model een basisvertaling aanlevert voor ieder bijbelboek. Deze basisversie wordt ‘draft zero’ genoemd. Met deze nul-versie gaan de vertalers aan de slag. Het model heeft het corveewerk gedaan, de vertalers zorgen voor controle en correctie. In dit artikel betoog ik dat deze praktijk van ‘draft zero’ problematisch is. Het is een beperkte en statische manier om AI in te zetten. De Bijbelvertaalorganisaties zouden juist moeten investeren in een dynamisch gebruik van AI, waarbij vertalers zelf de regie krijgen en leren om AI-input in hun eigen workflow te integreren.3

Achterhaald beeld van vertalen

De wereldwijde levering van ‘drafts zero’ vanuit een centraal digitaal loket is even simpel als voor de hand liggend. Ga jij als vertaler bezig met een vertaling van Exodus, dan krijg je een nul-versie van dat boek in de doeltaal en die ga jij verbeteren. De aanpak geeft in mijn ogen blijk van een achterhaalde kijk op vertalen.4 Een optimistisch en rechtlijnig idee van vertalen als het omzetten van een tekst van taal a naar taal b, gebaseerd op equivalentie als maakbaar principe. Vanuit die visie is een vertaling goed tenzij die fout is. De taak van de vertalers is om alle fouten uit de nul-versie te halen, het resultaat is de vertaling.

De afgelopen vijftig jaar is echter een heel ander beeld over vertalen ontstaan. Vertalen is een interpretatief proces, waarin je voortdurend besluiten neemt. Daarbij spelen allerlei factoren een rol. Een vertaling volgt nooit dwingend uit de brontekst: altijd zijn er opties, interpretaties en keuzes met voors en tegens die je alleen kunt afwegen binnen de grotere samenhang en vanuit de kaders van het betreffende project, zoals de doelstelling van de vertaling, de achterliggende vertaaltraditie en de plek die de vertaling zal innemen binnen de doelcultuur. Een Bijbelvertaling is een unieke ontmoeting tussen brontekst en doelcontext. De uitwerking daarvan is een complex proces waarin je als vertaler voortdurend afwegingen maakt. Dat is te complex voor een ‘goed of fout’ benadering.

Met een ‘draft zero’ geef je dit proces uit handen aan een taalmodel. De vertalers krijgen een complete tekst waarin alle keuzes gemaakt zijn. Hoe kunnen zij die terugveroveren op het taalmodel? Een zeer beperkt mandaat (‘verbeter de fouten’) zal leiden tot een AI-tekst met talloze door het model genomen beslissingen die niet bewust zijn overnomen door de vertalers maar simpelweg zijn blijven staan. Een vergaand mandaat, waarbij de vertalers alles narekenen en elke beslissing ofwel overnemen ofwel aanpassen, maakt het wél tot hun eigen vertaling, maar dit is duidelijk niet de intentie waarmee AI op dit moment wordt ingezet (versnellen!). Werken met ‘drafts zero’ leidt daarom tot vertalingen waarin voor tal van keuzes geen menselijke verantwoordelijkheid is genomen: een grijs gebied van vertaalkeuzes die niet als fout zijn aangemerkt, maar waarvan het ook niet zeker is of ze de meest passende zijn voor het betreffende project.

Je zou het proces ook heel anders kunnen inrichten. Je zou het AI-model ook kunnen trainen met bestaand materiaal in een nieuwe doeltaal, net als bij de ‘draft zero’-aanpak. Maar in plaats van er een compleet Bijbelboek uit te halen waarmee de vertalers vervolgens aan de slag gaan, zou je de inbreng van AI in de workflow van de vertalers kunnen integreren. Bijvoorbeeld door AI de vertaler per bijbelvers twee vertaalopties voor te laten leggen. Of door bij de AI-voorbeeldvertaling-per-vers consequent opties of varianten te noemen. Op die manier wordt AI ingezet om zichtbaar te maken dat het op meerdere manieren kan en stimuleert het model de vertalers om zelf keuzes te maken waarbij ze vers voor vers de nieuwe tekst opbouwen.

Machtsverhouding

De ontwikkelingen raken ook aan de machtsverhouding tussen het westen en het mondiale zuiden. Wie bepaalt hoe AI wordt ingezet? In de huidige praktijk van Bijbelvertalen worden vertaalbeslissingen genomen door native speakers, vertalers die deel uitmaken van de target-community. Deze praktijk bestaat echter nog maar relatief kort. Gaat de inzet van AI de emancipatie van native vertalers versterken of tegenwerken? Als vertalers langzaam maar zeker veranderen in correctors en editors van steeds beter wordende AI-vertalingen, valt te vrezen voor het scenario dat zich momenteel voltrekt in de wereld van commerciële vertalingen: een degradatie van het métier van vertalers.

Daarnaast is het een kwestie van agency. Met ‘drafts zero’ krijgt het AI-model het eerste woord, de vertalers reageren. AI kan daarentegen ook worden ingezet om vertalers juist te versterken in hun rol, om ze AI-vaardig te maken en ze te leren hoe je in samenspel met AI een betere vertaler wordt. Een AI-vaardige creatieve vertaler is het tegenbeeld van een met AI-drafts werkende editor-vertaler. De keuze is tussen een ontwikkeling die lokale vertalers uiteindelijk degradeert tot teksteditors en een die lokale vertalers opleidt om effectief en creatief met AI te werken en zo hun vaardigheden en niveau als vertaler te verbeteren.

Toch was er iets mee aan de hand: de samenhang ontbrak

Het gaat niet alleen om de agency van vertaler als professional. Het gaat ook om de spirituele agency van de taalgemeenschap. In het vertaalwerk leggen de vertalers namens de gemeenschap een cultureel getuigenis af, door met gevoel, inzicht en overtuiging de best passende eigen begrippen te kiezen of te smeden voor het bijbelse begrippenapparaat. Zo wordt de Bijbel als betekenisvol en relevant ervaren in de nieuwe taal. AI kan dat proces ondersteunen, maar niet overnemen. Ook vanuit dit perspectief is het dus de vraag of de ‘draft zero’-aanpak de beste is. Zou je niet beter de vertalers kunnen faciliteren om deze culturele zoektocht zélf af te leggen met ondersteuning van generatieve AI? Door een werkwijze in te bouwen die werkt met opties en alternatieven, worden vertalers getriggerd om na te denken over wat in hun taal het beste werkt. En vanuit hun vragen kan AI een rol spelen als vraagbaak en sparring partner.

Beperking van AI-teksten

Op dit moment schieten de ‘drafts zero’ veelal nog tekort (stukjes tekst vergeten, vreemde fouten, inconsistentie). Paradoxaal genoeg is dat prettig: doordat de kwaliteit te wensen over laat, zijn vertalers gedwongen er minutieus doorheen te gaan en niet te vertrouwen op de draft, waardoor ze zich de vertaling alsnog toeëigenen. Maar wat als de drafts beter worden?

Wij namen met een experiment de proef op de som.5 We trainden een model zodat het in staat was een vertaling te maken van deuterocanonieke teksten in de stijl van de Bijbel in Gewone Taal. Uiteindelijk genereerde het model een vertaling die voldeed aan BGT-vertaaluitgangspunten en waarin we geen fouten vonden t.o.v. het Grieks. In die zin was er niet veel te verbeteren. Toch was er iets mee aan de hand: de samenhang ontbrak. Het waren geen echte teksten: de zinnen vormden geen verhaal. Mede daardoor voelde de woordkeus hier en daar vreemd. Wat ontbrak was verbeelding, taalgevoel, tekstbegrip, vertelplezier. Een correcte vertaling, maar geen fijne tekst. Natuurlijk kun je daar als vertaler aan gaan sleutelen en de grootste problemen relatief snel oplossen. Maar om het echt goed te doen, moet je het vanaf de basis aanpakken. Dan is het veel bevredigender, leuker en leerzamer om het zelf vanaf de grond op te bouwen. Met integratie van AI-ondersteuning in je workflow als vertaler kun je, zo is mijn eigen ervaring, eveneens aan snelheid winnen. Maar belangrijker dan dat: voor vertalers die werken met beperkte middelen en beperkte brontekstkennis kan het de kwaliteit van hun werk verbeteren.

Conclusie

Dat grote spelers in het internationale veld van Bijbelvertalen grote verwachtingen hebben van de inzet van AI is begrijpelijk. Generatieve AI kan inderdaad een boost geven aan het Bijbelvertaalwerk wereldwijd. Maar hoe gaat dit proces eruit zien? Een top-down aanpak, die eenzijdig focust op versnellen en efficiëncy, en die vertalers langzaam verandert in teksteditors? Of een bottom-up aanpak, die focust op kwaliteitsverbetering en investeert in de vaardigheden van vertalers als AI-gebruikers? Het hoeft elkaar niet volledig uit te sluiten: misschien is het wel wijs om beide werkwijzen in te richten en uit te zoeken wat het beste werkt en waar vertalers zelf voor kiezen. Maar neem niet bij voorbaat aan dat de ‘draft zero’-aanpak de beste optie is.

Matthijs de Jong is bijzonder hoogleraar Bijbelvertalen bij de Vrije Universiteit Amsterdam en hoofd vertalen van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

  1. Zie bijv. https://www.etenlab.org/post/are-ai-drafts-really-faster (geraadpleegd 17-3 2026). ↩︎
  2. Claim toegeschreven aan Avodah, zie bijv. https://www.godkulture.global/the-future-of-evangelism-ai-and-bible-translation/#:~:text=A%20traditional%20translation%20spans%20between,creating%20drafts%20and%20improve%20translations (geraadpleegd 17-3 2026). ↩︎
  3. Dit artikel bouwt voort op twee eerdere publicaties: Matthijs de Jong, ‘Bijbelvertalen met AI: een bedreiging of een verrijking?’ in: Met Andere Woorden 43/2 (oktober 2024), 34-46 https://www.debijbel.nl/wereld-van-de-bijbel/met-andere-woorden/maw/bijbelvertalen-met-ai-een-bedreiging-of-een-verrijking Roemer Voorwinden, Wim Otte en Matthijs de Jong, ‘“Wie vertaalt bepaalt!” De rol van AI als Bijbelvertaler getest’ in: Met Andere Woorden 44/2 (oktober 2025), 37-45 https://www.debijbel.nl/wereld-van-de-bijbel/met-andere-woorden/maw/wie-vertaalt-bepaalt-de-rol-van-ai-als-bijbelvertaler-getest ↩︎
  4. Matthijs de Jong, ‘Sacred Text, Human Choices: an Ethics of Difference for Bible Translation,’ in: The Bible Translator 77 (2026) (nog te verschijnen). Zie ook Matthijs de Jong, De Schrift opniew geschreven. Nieuw inzicht in vertalen met Genesis 1 en Job 42 (Haarlem: NBG 2023) https://research.vu.nl/en/publications/de-schrift-opnieuw-geschreven-nieuw-inzicht-in-vertalen-met-genes/ ↩︎
  5. Voorwinden, Otte, De Jong 2025. ↩︎

Bijbel en computer

Wellicht ook interessant

Schilderij De Leviet in Gibea van Gerbrand van den Eeckhout
Schilderij De Leviet in Gibea van Gerbrand van den Eeckhout
Basis

Seks en geweld: Rechters 19-21

Vrouw overlijdt na brute groepsverkrachting. Drie dagen hevige strijd in burgeroorlog: meer dan vijfenzestigduizend slachtoffers onder de strijders. Aantal burgerslachtoffers: onbekend, maar groot. Nee, dit is niet uit de krant van vandaag. Het is een korte samenvatting van wat we lezen in de laatste drie hoofdstukken van hel Bijbelboek Rechters (19-21). Seks en geweld. Wat moeten we met dit oude relaas? Gewoon maar concluderen dat de ontsporingen waarover verhaald wordt, nu eenmaal onontkoombaar zijn als een ‘condition humaine’ – in de zin van: het is nooit anders geweest – of valt er meer over te zeggen?

None

Studiemiddag op 4 juni naar aanleiding van publicatie ‘Gods slaafgemaakten’

De beroemde voormalige slaafgemaakte en abolitionist Frederick Douglass (1818-1895) was christen én buitengewoon kritisch op het christendom van vele slaveneigenaren in de Verenigde Staten. Die laatste vorm van christendom noemde hij “slaveholding religion” en die plaatste hij tegenover wat hij zag als het ‘echte christendom’ – de “Christianity of Christ”. In zijn recente boek Gods slaafgemaakten laat historicus en theoloog Martijn Stoutjesdijk zien dat beide interpretaties van het christendom eigenlijk altijd al aanwezig zijn geweest in de Bijbel en geschiedenis van het christendom.

Nieuwe boeken