Menu

Basis

Seks en geweld: Rechters 19-21

Schilderij De Leviet in Gibea van Gerbrand van den Eeckhout
De Leviet in Gibea (Gerbrand van den Eeckhout, ca. 1640; National Gallery of Art)

Vrouw overlijdt na brute groepsverkrachting. Drie dagen hevige strijd in burgeroorlog: meer dan vijfenzestigduizend slachtoffers onder de strijders. Aantal burgerslachtoffers: onbekend, maar groot.

Nee, dit is niet uit de krant van vandaag. Het is een korte samenvatting van wat we lezen in de laatste drie hoofdstukken van hel Bijbelboek Rechters (19-21). Seks en geweld.

Wat moeten we met dit oude relaas? Gewoon maar concluderen dat de ontsporingen waarover verhaald wordt, nu eenmaal onontkoombaar zijn als een ‘condition humaine’ – in de zin van: het is nooit anders geweest – of valt er meer over te zeggen?

Het verhaal aan het slot van het boek Rechters (de hoofdstukken 19-21) bestaat uit drie delen:

1 Een Efraïmiet haalt zijn weggelopen bijvrouw bij haar vader terug. Bij een tussenstop in het Benjaminitische Gibea verlangen de Gibeatieten van zijn Efraïmitische gastgever (die daar dus zelf ook de status van vreemdeling heeft) dat hij zijn gast naar buiten zal sturen voor een groepsverkrachting. Wanneer zijn poging om die vragers op andere gedachten te brengen niets uithaalt, noch zijn voorstel om zijn eigen dochter en de bijvrouw van zijn gast over te leveren, levert de gast zelf zijn bijvrouw uit. Deze wordt de hele nacht verkracht en sterft vervolgens tegen de morgen voor de deur van de gastheer. De Efraïmiet neemt het lijk van zijn bijvrouw mee naar huis, verdeelt het in twaalf stukken en zendt die vervolgens rond in Israël. Zo provoceert hij een volksvergadering in Mispa.

2 Wanneer men in Mispa het (verdraaide) verhaal van de Efraïmiet heeft aangehoord, besluit men eensgezind de lieden uit Gibea aan te pakken, om zo het kwaad uit hun midden weg te doen. De Benjaminieten echter, die niet naar de volksvergadering zijn gekomen, weigeren de daders uit te leveren. Zo komt het, vanwege Gibea, tot een driedaagse oorlog tussen alle (overige) lsraëlieten en de stam Benjamin. Hoewel de lsraëlieten de Heer raadplegen omtrent hun oorlogshandelingen, behalen de Benjaminieten de eerste twee dagen de overwinning. Pas op de derde dag, nadat de Heer het sein tot de aanval had gegeven en de overwinning had toegezegd, winnen de Israëlieten met een andere strijdtechniek. Ze leggen een hinderlaag en lokken de Benjaminieten uit Gibea weg. Op zeshonderd soldaten na worden alle Benjaminieten – vrouwen, kinderen en vee inbegrepen – gedood.

3 De lsraëlieten hadden in Mispa gezworen hun dochters niet ten huwelijk te geven aan de Benjaminieten. Ze wensen echter ook niet de totale verdwijning van de stam Benjamin. Er moeten vrouwen komen voor de zeshonderd overlevenden. Om dit te bewerkstelligen, zonder de eed te breken, neemt men twee maatregelen. Ze doden, op vierhonderd maagden na, alle inwoners van de stad Jabes in Gilead, waarvan de strijders niet hadden meegedaan in Mispa. Ze sluiten vrede met de Benjaminieten en bieden hun deze vierhonderd vrouwen aan. Omdat dat nog niet genoeg is, staan ze de Benjaminieten toe bij een dansfeest in Silo nog eens tweehonderd maagden te roven. Dan keert iedereen naar zijn erfdeel terug.

De lezer van Rechters 19-21 verbaast zich niet alleen over de gebeurtenissen, maar ook over de wijze waarop de verteller (lees: de laatste redacteur) die gebeurtenissen verhaalt. De vertelling is zakelijk en sober, en de verteller lijkt zich ervoor te hoeden al schrijvend een oordeel te vellen over de voorvallen. Opvallend genoeg laat hij talloze vragen die door de tekst worden opgeroepen, open, terwijl we bij wat hij wel zegt, als lezer de weg kwijtraken. Voor zover de verteller al stuurt, doet hij dat helemaal aan het begin, helemaal aan het einde en tussen de regels door. Om duidelijk te maken hoe afschuwelijk en hoe ongerijmd het verhaalde is, beperk ik mij hier tot de eerste ‘hobbels’ en de vraag wie wat doet.

Verkrachting en slachting

Het is een brute verkrachting, die leidt tot een burgeroorlog. Seks en geweld? Ja, maar daarmee is niet alles gezegd. De verteller laat er geen twijfel over bestaan dat het in Gibea gaat om een seksuele handeling, al gebruikt hij er wel verschillende woorden voor. ‘We willen hem nemen’, zeggen de onverlaten wanneer ze vragen om seks met de gast (19:22), en wanneer ze even later genoegen nemen met de bijvrouw van de gast, wordt hetzelfde Hebreeuwse woord (jada) gebruikt, maar nu zonder enige reden in de NBV vertaald met ‘zij verkrachtten haar’ (19:25). In de grondtekst is de gastheer degene die in zijn onderhandelingen (19:24) een ander woord gebruikt (inna), dat dan verwarrend genoeg vertaald is met ‘neem hen maar’ (de vrouwen in plaats van de gast). Dit ‘nemen’ in de mond van de gastheer duidt echter op veel meer dan seks alleen. Hier zou ‘verkrachten’ als vertaling eerder op zijn plaats zijn. Het gaat om de diepst denkbare vernedering. Daarom gaat het in Rechters 19-21 niet alleen om seks en geweld, maar om te beginnen vooral om seks als geweld.

Het gegeven van de afschuwelijke

Groepsverkrachting staat in de bijbel niet helemaal op zichzelf. In Genesis 19:1-11 vinden we een parallel verhaal, dat in delen zelfs woordelijk overeenstemt. Het verschil is dat Lot in Genesis, om het gastrecht niet te schenden, zijn dochters aanbiedt en daarmee, in toenmalige verhoudingen, zijn eigen vlees en bloed. Dit is in contract met de Leviet in Rechters zijn bijvrouw, die hij nou juist thuis wilde halen, buiten zet. In Genesis wordt het onheil afgewend; in Rechters sterft de bijvrouw. Het gruwelijke gegeven dat de Leviet het lijk van zijn bijvrouw in twaalf stukken deelt om die in Israël rond te zenden, kan als daad vergeleken worden met wat koning Saul doet met een span runderen in 1 Samuël 11:7. De bedoeling is duidelijk: de handeling voorkomt dat mensen het misdrijf als ongeloofwaardig afdoen; ze roept een algemene verontwaardiging op. Het is een actie die een reactie van het hele volk beoogt. Dit is te gek voor woorden. Hier moet iets gebeuren!

Het is een actie die een reactie van het hele volk beoogt

De vrouw en de vrouwen

Onder de vrouwen in het hele relaas is de bijvrouw van de Leviet van Efraïm de enige die aan het begin van de vertelling enig initiatief toont. Zij verlaat haar man om terug te keren naar het huis van haar vader. De reden is volgens de NBV een hevige ruzie. Andere vertalingen spreken soms over ontrouw maar taalkundig zijn de papieren voor die vertaling minder sterk. Vervolgens handelt de vrouw ook nog zelfstandig wanneer zij haar man, die poogt haar bij haar vader terug te halen, binnenlaat in haar ouderlijk huis. Nergens in de tekst echter wordt haar een vraag gesteld (ook al staat er dat haar man haar ertoe wil overreden bil hem terug te komen), en nergens ook komt zijzelf direct aan het woord. In het hele relaas wordt zij slechts één keer direct aangesproken (‘Sta op. Wij gaan vertrekken’; 19:28), maar dan is zij al dood. Verder wordt in de tekst domweg met haar gedaan. Haar vader laat haar (weer) gaan, zij wordt ten dode verkracht, en haar lijk wordt in stukken gehakt. Daarmee is zij gereduceerd tot minder dan een ding. Dingen immers willen nog wel eens gekoesterd of bewaard worden.

Ook met de andere vrouwen in de tekst – die van Gibea (20:48), Jabes (21:11-12) en Silo (21:21) – wordt uitsluitend gedaan. Zij worden zonder enige vorm van eigen inmenging gedood, genomen of geroofd.

De man en de mannen

Aan initiatief is bij de mannen geen gebrek, al maakt de Leviet, om te beginnen geen sterke indruk. Hij wist het vertrek van zijn bijvrouw niet te voorkomen, en wanneer hij haar terughaalt, komt hij maar heel moeilijk los van zijn gastvrije schoonvader, die hem er keer op keer toe weet over te halen nog langer te blijven. Pas op de vijfde dag gaat hij echt. Zijn knecht toont enig initiatief wanneer hij op de terugweg voorstelt in Jebus (lees: Jeruzalem) te overnachten, maar zijn voorstel wordt genegeerd. Vervolgens is de oude, oorspronkelijk ook uit Efraïm afkomstige – en dus als vreemdeling verblijvende – man in Gibea als gastheer actief. Hij biedt de Leviet, zijn bijvrouw en de knecht royaal onderdak.

Uitzonderlijk actief zijn de onverlaten van Gibea. Zij zijn bepalend voor het verloop van de gebeurtenissen. Ze verlangen seks met de gast, maar nemen genoegen met zijn bijvrouw. Dat het hierbij niet zozeer gaat om de seks als seks, maar om de vernedering van de personen in kwestie, is al gezegd. Met het verkrachten van de vrouw bereiken de onverlaten een dubbel doel: met deze daad wordt namelijk tegelijkertijd haar man vernederd. Speculaties over homo- of heteroseksualiteit zijn hier dan ook niet aan de orde. Ze gaan voorbij aan wat de tekst zelf beoogt te zeggen over onmenselijkheid.

De schanddaad is zo ernstig dat daarmee heel Israël is geraakt. Waar het echter gaat over de verontwaardigde reactie van ‘heel’ Israël, is het opvallend dat ieder verband ontbreekt. Er wordt aanvankelijk gesproken over heel het volk, dat optreedt als één man, terwijl uit de opeenvolgende gebeurtenissen duidelijk blijkt dat men helemaal niet optrad als één man. Jabes (uit Gilead, dat als gebied nog wel uitdrukkelijk was genoemd in 20,2) had bijvoorbeeld niet meegedaan en wordt daarvoor buitensporig gestraft. Vervolgens worden de bewoners van Silo later totaal niet serieus genomen en voor een voldongen feit gesteld: ze moeten tweehonderd meisjes missen.

De Leviet uit Efraïm is voor de laatste keer in beeld geweest toen hij verslag deed van de gebeurtenissen. In zijn verslag heeft hij het voorval verdraaid. Hij voert zichzelf op als belangrijkste slachtoffer en verzwijgt dat hij zijn eigen bijvrouw zelf buiten heeft gezet.

God

God neemt in de tekst nergens het initiatief. Hij wordt wel tot drie keer toe geraadpleegd, maar tot drie keer toe wordt er aan zijn adres ook weer leed geklaagd. Zijn sturing is niet te volgen. Hij is evenwel degene die, zo lezen we, uiteindelijk de overwinning schenkt (20:35). Dit is niet alleen verwarrend in onze ogen als huidige lezers van het verhaal, maar ook al voor de medespelers in het drama zelf, die hebben besloten tot een strafexpeditie tegen Benjamin. Gods antwoorden worden zonder aarzeling gevolgd, maar door dezelfde personen met een vraag na de slachting ook weer even gemakkelijk in een heel ander, verbazingwekkend licht gezet: Hoe heeft zoiets in Israël kunnen gebeuren? Alsof ze er niet zelf bij zijn geweest …

Ongerijmd, maar wel in perspectief

We zijn de weg kwijt. De gebeurtenissen in het relaas zijn niet logisch, niet consistent. Ze zijn volstrekt onbegrijpelijk. De lezer blijft vertwijfeld en aangeslagen achter. Het lukt hem of haar niet deze tekst zinvol een plaats te geven. De rol van alle mannelijke medespelers en ook die van God zelf is, zoals hij wordt opgevoerd, uiterst dubieus, van iedere zin verstoken. En de verteller doet nauwelijks moeite om het kwaad te plaatsen. Toch heeft hij in het eerste en in het laatste vers wel het kader aangegeven waarin zijn tekst gelezen moet worden. In het eerste vers (19:1) zegt hij dat er in die tijd geen koning in Israël was. In het laatste vers (21:25) herhaalt hij dit, en dan noemt hij ook het gevolg daarvan: ‘Iedereen deed wat in zijn eigen ogen goed was.’ Van dit gevolg heeft hij de lezer willen doordringen. Daarom moest het meest verschrikkelijke kwaad zo cru verteld worden. De verteller werkt toe naar een koning die in staat is op dit soort misstanden een rem van recht en gerechtigheid te zetten. Een koning naar Gods hart. Helaas is dit perspectief in de geschiedenis niet altijd gezien, en dat verklaart de verbazingwekkende reacties die op het verhaal zijn gegeven.

Reacties

De geschiedenis van de theologie toont grote verlegenheid met de laatste drie hoofdstukken van het boek Rechters. Er is vaker niet dan wel aandacht aan besteed. Voor zover er aandacht aan is besteed, is dat in mijn ogen zeer bedroevend. Volgens Pseudo-Philo is de vrouw zonder medewerking van haar man uit het huis van de gastheer getrokken, en liet God dat toe omdat ze haar man ontrouw was geweest. Hij vindt het schandelijk dat Israël zo snel en zo gewelddadig op haar verkrachting heeft gereageerd. Flavius Josephus beweert dat de mannen van Gibea niet de man wensten, maar zijn geliefde mooie vrouw. Deze geeft ‘s morgens deugdzaam haar geest omdat ze beschaamd was en omdat ze bedacht hoe pijnlijk de verkrachting voor haar liefdevolle man zou zijn (sic!). In de rabbijnse literatuur (Midrasj Tanhuma) lezen we een sterke veroordeling van de gastheer. Kerkvaders zwijgen over het lot van de vrouw van de Efraïmiet. Augustinus beëindigt zijn bespiegelingen met Simson, en verder sluit men over het algemeen aan bij Flavius Josephus. Ook in middeleeuwse commentaren springt men met groot gemak over van Simson naar Ruth.

Vanaf de twaalfde eeuw vinden we allegorische duidingen. Nicolaas van Lyra beweert dat de Efraïmiet met de uitlevering van zijn vrouw geen zonde had mogen begaan om een nog grotere zonde (een homoseksuele verkrachting) te vermijden. Hij noemt de gruwelijkheid van de burgeroorlog met het doden van vrouwen en kinderen een schandaal. Hij neemt aan dat de in Silo geroofde vrouwen waarschijnlijk ook met een huwelijk hadden ingestemd voordat ze geroofd werden. In al deze pogingen het verhaal recht te breien, komen alleen de Midrasj Tanhuma en Nicolaas van Lyra nog een beetje geloofwaardig over. Maar het einde was nog niet in zicht. In 1762 presteert de Franse schrijver en filosoof Jean-Jacques Rousseau het nog eens onnavolgbaar met deze geschiedenis aan de haal te gaan. Rousseau zelf is in ballingschap, voelt zich onbegrepen en gaat nu zover dat hij het hele verhaal in zijn geschrift Le Lévite d’Éphraïm (naar eigen zeggen zijn lievelingsgeschrift) ombouwt tot een pastorale idylle. De vrouw had zich verveeld, had heimwee, was weggelopen, hield toch nog van haar man, gaat weer met hem mee, maar sterft helaas een tragische dood. Rousseau vereenzelvigt zich met de Leviet en vraagt de wereld het onrecht te vergelden dat hem is aangedaan.

Van seks als geweld naar seks en geweld

Terwijl de groepsverkrachting in dit Bijbelverhaal leidt tot oorlogsgeweld, is het in de actualiteit juist andersom. Steeds vaker lezen we over seksueel geweld dat voortvloeit uit de oorlog of er zelfs deel van uitmaakt. Zo wordt nogmaals duidelijk dat het, zowel in het verhaal als in onze eigentijdse krantenberichten, niet alleen gaat over seks en geweld, maar evenzeer over seks als geweld.

Hans Achterhuis schreef recentelijk een dik boek over geweld (Met alle geweld, Rotterdam 2008) en gebruikt daarin zes perspectieven om geweld (wellicht) te begrijpen: het doel-middeldenken, de mimetische begeerte, de spanning tussen moraal en politiek, de ‘dierlijke’ natuur van de mens, de strijd om erkenning en het wij/zij-denken. Ten aanzien van de wijze waarop vrouwen in een oorlog slachtoffers worden, zegt hij dat die het best te begrijpen valt vanuit het perspectief van erkenning en ontkenning. Deze zienswijze gaat inderdaad op voor de wijze waarop na de oorlog tussen Israël en Benjamin nog vrouwen worden genomen. De eerste vierhonderd vrouwen voor de overgebleven Benjaminieten worden uit de bevolking van Jabes gehaald, omdat die niet had meegedaan aan de strafexpeditie. Het gevoelen was blijkbaar dat Jabes de volksvergadering niet genoeg had erkend. Tegelijkertijd (en dat geldt eveneens voor de laatste tweehonderd meisjes) is hier het doel-middeldenken aan de orde; er zijn nu eenmaal vrouwen nodig! Voor de ten dode verkrachte vrouw van de Leviet kan daarbij ook nog verwezen worden naar het perspectief van het wij/zij-denken (in Gibea was zowel de gastheer als zijn gast – beiden uit Efraïm – vreemdeling) en naar het ‘menselijk tekort’, de ‘dierlijke’ natuur van de mens.

In onze tijd liggen de gevolgen van de gegevens (die van erkenning en het wij/zij-denken) nog vers in het geheugen: denk bijvoorbeeld aan de massaverkrachtingen in de oorlogen bij het uiteenvallen van Joegoslavië.

De studie van Achterhuis toont aan dat we niet echt greep hebben op het geweld met zijn vele gezichten. Sterker nog, het lijkt bij onze existentie te horen. Als we dat evenwel onder ogen durven te zien, kunnen we het misschien wel beter beheersen.

Goed in eigen ogen is niet goed genoeg!

Niet goed genoeg …

Het verhaal behoeft, verdient en wil geen enkele rechtvaardiging. Bijbels gezien staat het in perspectief door het eerste en het laatste vers. Maar geldt dat ook nog voor lezers ver na koning David? Ja, de tekst overstijgt de tijd. De verteller heeft er tussen de regels door voor gezorgd dat noch de eerste noch de laatste lezer zijn ogen kan sluiten voor het beschreven onrecht. Dit deed hij door in hoofdstuk 19 individuen centraal te stellen die geen enkeling zijn (ze staan allemaal in een relatie tot elkaar) en door vanaf hoofdstuk 20 te spreken over een collectief dat geen eenheid is. Niemand in de tekst heeft een eigen naam, al komt iedereen wel ergens vandaan. Daarmee is en blijft het een geschiedenis van ons allen. Wij kunnen ons niet zomaar identificeren met, of losmaken van, een held en het goede of een schurk en het kwade. Daarvoor komen de verschillende vormen van geweld uit te veel verschillende hoeken. Wie zegt: ‘Zij hebben het gedaan’ om zich daarmee van het drama af te maken, stapt daarmee zelf buiten de geschiedenis.

We kunnen hooguit proberen het kwaad te plaatsen. Daarbij is het zinvol dat de echo van de verteller blijft meeklinken: besef waartoe ‘het doen wat goed is in eigen ogen’ kan leiden. Goed in eigen ogen is niet goed genoeg!

Gerard van Broekhuizen is theoloog en kunstenaar. Hij is sinds het begin van Schrift betrokken geweest als redactielid, beeldredacteur en auteur.

(Eerder gepubliceerd in Schrift 250 [2010], 135-139)


Alle goeds van Gerard

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken