Menu

Premium

4. Kapotmaken is geen kunst

Zie ook

Zacharia 2:1-4

God is niet een verheven gedachte, hij kiest een plek voor een nieuw begin, zo liet het eerste visioen zien. Hoofdstuk 2 vertelt hoe dat gaat en raakt daarmee aan thema’s die wij in onze tijd maar al te goed kennen. Dat ideologieën zichzelf toestaan om anderen kapot te maken, dat weten we. Nu Palmyra, een generatie geleden Noord-Ierland, een generatie daarvoor de nazi’s, de reeks is eindeloos. Tegengeweld, soms onontkoom¬baar, opent op z’n best nieuwe mogelijkheden. Want dan begint het pas, dan moet opnieuw worden gebouwd, met kundigheid en toewijding, zo ziet Zacharia.

1. Ik keek op en zag vier horens.

2. Ik zei tegen de engel, mijn tolk: Wat is dit?
Hij zei tegen mij: Dit zijn de horens die Juda, Israël en Jeruzalem hebben uiteen gejaagd.

3. Toen liet JHWH mij vier handwerkslieden zien.

4. Ik zei: Wat komen die doen?
Hij zei: Die eerste vier zijn de horens die Juda hebben uiteen gejaagd,
zodat geen mens zijn hoofd meer fier omhoog kon houden.
Maar toen kwamen deze andere vier, om hen schrik aan te jagen, door de horens van de volken neer te halen, de volken die een horen hooghielden tegen het land Juda, om het uiteen te jagen.

Het zijn maar vier verzen, dit tweede visioen, maar voor de uitleg ervan is de eeuwen door heel wat inkt gebruikt. Dat komt natuurlijk in de eerste plaats doordat sommige woorden wel wat uitleg kunnen gebruiken. De Bijbel in Gewone Taal zet die er soms gewoon maar bij: ‘Ik zag vier hoorns. Het waren hoorns van bokken’ staat er nu. Die bokken komen uit Daniël 8. Maar ‘stieren’ had natuurlijk ook gekund (Deuteronomium 33:17). ‘Horen’ staat in de bijbel voor de trotse, verwoestende kracht van machthebbers. Tot zo ver was het beeld voor de profeet ook wel helder, lijkt me, dus of die bokken nou nodig waren … Zacharia’s vraag aan de engel die hem de visioenen uitlegt, gaat in elk geval over iets anders: ‘En nu? Wat zie ik hier eigenlijk?’ Het antwoord maakt de bedoeling van het beeld duidelijk: dit is je eigen ervaring. Deze vier horens zijn een weergave van de kracht van de vijanden uit de vier windstreken die Juda hebben verpletterd en met deportaties hebben uiteen gejaagd. En die daarmee veel verder zijn gegaan dan God zelf had gewild. Zo luidt immers de boodschap die Zacharia zelf moet gaan brengen (1: 15).

Hoe dat kan dat Gods instrumenten op eigen gezag verder gingen dan de bedoeling was, is een intrigerende vraag, maar die wordt hier niet gesteld. Kennelijk kan ook God dingen tegenkomen die een tegenactie nodig maken. Dat is wat Hij via de visoenen aan Zacharia vertelt, zoals uit de inleiding bleek (1:7-8). Vers 3 beschrijft nu die volgende stap: JHWH liet mij vier handwerkslieden zien. Ook aan die handwerkslieden is in de loop der jaren heel wat inkt besteed. In allerlei vertalingen, zoals de NBG51 en de NBV, zijn die handwerklieden beperkt tot één soort: het zijn daar ‘smeden’. In de BGT zijn dat vervolgens ‘vier mannen met hamers’ geworden: de smid is immers uit ons gewone straatbeeld verdwenen. Maar de Hebreeuwse tekst heeft alleen het algemene woord voor handwerksman. Het is een woord dat de kundigheid en ook het kunstenaarschap aangeeft van iemand die volgens de regels van zijn vak hout, of ijzer, of stenen bewerkt, zoals bij de bouw van het heiligdom (Exodus 35). Iets anders moet je er niet van maken. Maar waar komen dan die ‘smeden’ vandaan? Die horen bij een bepaalde traditie van de uitleg. Ze zijn geïmporteerd, onder andere uit Jes. 54:16, waar ze metaal bewerken voor wapens. En als je eenmaal deze afslag hebt genomen van de vakmensen naar de smeden, gaan de gedachten verder. Als die smeden volgens andere teksten in feite vooral afgodsbeelden en wapens maken, dan zijn ze hier bij Zacharia eigenlijk geen haar beter dan die horens van bokken of stieren. Volgens sommige uitleggers in de vroege kerk, maar ook Calvijn en een deel van de gereformeerde traditie, zijn die ‘smeden’ zelf ook weer geweldenaars die door God worden gebruikt om de kracht van de horens te breken. Dan krijg je wel een heel ander beeld: een God die de verschillende wereldrijken gebruikt om elkaar te verslaan, en zo zijn gemeente veiligheid verschaft. Maar staat dat hier allemaal?

Zacharia reageert anders. Hij stelt weer een korte vraag. Niet: wat stelt dit voor? Dat is wel helder. Maar wel: wat komen ze doen? Het zijn immers handwerkslieden, die komen toch iets tot stand brengen?

Ze komen de moedeloosheid beëindigen. Ze komen de geweldenaars schrik aanjagen en het wapen van hun hoogmoed neerhalen. Is dat dan niet het werk van ‘smeden’, wapenfabrikanten? Dan maak je de term handwerkslieden wel heel eng. Hoogmoed breken is werk van vakmensen, ontwerpers, diplomaten, mensen met oog voor schoonheid en heelheid. Ook die komen van God om vorm te geven aan zijn passie voor zijn volk. In sommige Joodse bronnen zijn de vier handwerklieden zelfs vier Messiaanse gestalten. Hoe dan ook, bij Gods nieuwe begin hoort de kunst van het heel maken. Dat jaagt de geweldenaars kennelijk de meeste angst aan.

Lees het volgende artikel in deze serie: 5. Thuiskomen in een open huis

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken