Menu

Basis

Als een huis tegen zichzelf verdeeld is

Bijbelwetenschappen

2e na Trinitatis (Rechters 12:1-6 en Marcus 3:20-35)

Deze exegese uit De eerste dag verscheen in 2021 onder de eerste zondag na Trinitatis (6 juni 2021). Het leesrooster van 2024 plaatst de bijbelgedeelten onder de tweede zondag na Trinitatis.

Individuele belangen te midden van Gods volk. Onder de twaalf stammen van Israël zijn ze even vaak te vinden als bij de mensen die Jezus voor zichzelf claimen. Rijst de vraag: Waar is God te vinden? Bij wie hoort Jezus?

Al met al 42.000 man uit Efraïm gedood (Rechters 12:6). Gedood door mannen uit Gilead, een streek in Transjordanië, ten noorden en ten zuiden van de rivier de Jabbok. Gilead werd bewoond door de stammen Ruben, Gad en de helft van de stam Manasse (Numeri 32). In ons verhaal is Gilead de naam van de vader van Jefta (Rechters 11:1); hij is een nakomeling van Manasse (Jozua 17:1). Meer dan 40.000 man uit Efraïm gedood door mannen uit andere stammen van Israël. Waarover ging het in dit conflict tussen de twee stammen? En: waar is God in dit verhaal?

Politiek leiderschap

Jefta wordt leider van Gilead in een conflict met de Ammonieten – en komt als overwinnaar uit de strijd (Rechters 11). De Efraïmieten nemen het Jefta kwalijk dat hij de veldtocht zonder hen heeft ondernomen (12:1). De reden wordt niet expliciet genoemd, maar vermoedelijk gaat het om het delen van de buit. Jefta verdedigt zich, beweert dat hij de Efraïmieten wel had geroepen om mee te doen, maar dat zij niet gekomen zijn (12:2-3). De lezer vraagt zich af of hij bij het lezen van hoofdstuk 11 iets gemist heeft, want daar valt geen woord te bekennen van een uitnodiging aan de Efraïmieten om mee te doen. Jefta liegt. Óf hij wilde de tocht bewust op eigen houtje ondernemen, óf hij heeft niet nagedacht over de mogelijke gevolgen.

Het conflict loopt hoog op, oude onvereffende rekeningen worden weer op tafel gelegd: de Gileadieten zouden niets anders zijn dan een stelletje ontsnapte Efraïmieten. Waar haalden zij het lef vandaan om alleen tegen Ammon ten velde te trekken? Jefta faalt als politiek leider. Wat bezielt hem? Even een veldtocht tegen de Ammonieten, zonder erover na te denken welke gevolgen dit kan hebben voor de betrekkingen met de andere politieke spelers. Gaat het hem vooral om de belangen van Gilead? Eerst Gilead, dan de andere stammen? Of, nog erger, had hij alleen zichzelf op het oog? De elite van Gilead, die hem ooit als buitenechtelijke nakomeling van Gilead had verdreven, had hem tot leider in het conflict met Ammon moeten maken (11:1-11). Wat een triomf, wat een voldoening! Alleen, goed politiek leiderschap vergt een bredere blik, vergt afzien van zichzelf, persoonlijke integriteit en nadenken over de mogelijke gevolgen van je politiek handelen: 42.000 slachtoffers zijn snel gemaakt.

Jefta’s leven en Gods plannen

God wordt één keer genoemd in onze tekst: Hij heeft Ammon in Jefta’s hand gegeven (12:3). Hij reageert op het gebed van Israël en helpt hen tegen Ammon (10:6-16) door een ‘rechter’ te laten opstaan, zoals Hij altijd doet in het boek Rechters (2:11-19). In verband met het conflict tussen Gilead en Efraïm rept de tekst echter met geen woord over God, laat staan in verband met de 42.000 gedode Efraïmieten. Dit is een daad van mensen, niet van God. Net als Jefta’s vormgeving aan zijn leven als gelovige. Zeker, Jefta werd gegrepen door de Geest van de Heer (11:29), maar het was Jefta’s idee om de gelofte te doen dat hij, in het geval van een overwinning over de Ammonieten, het eerste dat hem bij zijn thuiskomst tegemoet zou komen aan God zou offeren (11:30-31). De Eeuwige had geen gelofte van hem gevraagd. De door God omwille van Israël geroepen ‘rechters’ munten niet per se uit door een bijzonder godvruchtig of deugdzaam leven. God gebruikt mensen voor zijn plannen, soms ondanks hun leven; integriteit in onze geloofsuitingen en breder, in het hele leven dat we leiden, is een blijvende opdracht van de mens, met of zonder een specifieke roeping.

Snelle antwoorden

Zo wil je dat hebben in de eenentwintigste eeuw: de expert komt eraan en onverwijld geeft hij uitsluitsel over hoe de dingen in elkaar zitten die je zelf niet begrijpt. In de evangelielezing van vandaag zijn het de schriftgeleerden uit Jeruzalem die met een pasklaar antwoord komen: Jezus’ exorcismen – die blijkbaar niet te ontkennen vallen – zijn het resultaat van zijn bezetenheid door een demon. Je hoeft er niet meer over na te denken, je hoeft niet tot je door te laten dringen wat er gebeurt, het raadsel is opgelost nog voor de verwondering ruimte kan krijgen en tot vragen kan leiden. De gebeurtenissen krijgen een plek. Zo zit het, en niet anders.

Jezus’ gelijkenissen doen een beroep op het verstand van de luisteraars. De gegeven verklaring is niet logisch, je kunt niet met behulp van een demon een demon verdrijven. Kijk uit voor al te snelle verklaringen en interpretaties als het om het geloof gaat, ook al komen ze van experts. Misschien laat je anders je blik voor Gods handelen vertroebelen.

Van wie is Jezus?

‘Wij kennen Jezus. Hij is zus en zo.’ Jezus’ verwanten weten het precies: Hij hoort bij hen. Wat Hem bezielt, begrijpen ze nu even niet, maar laat Hem gewoon komen waar Hij thuishoort. De schriftgeleerden hanteren even heldere categorieën: Jezus is bezeten, dus onder de invloed van de duivel; Hij hoort niet bij hen. Als gelovig mens moet je zeker niets met Hem te maken willen hebben. Terwijl de eerstgenoemden Jezus voor zichzelf claimen, moeten de anderen hem vooral niet hebben. Tussen de menigte, de schriftgeleerden, zijn leerlingen en zijn familie bepaalt Jezus zelf waar Hij thuishoort: bij degenen die de wil van God doen. Iedereen, in welke van de genoemde groepen Hij zich ook bevindt, kan degene zijn bij wie Jezus hoort. Het ligt aan iedereen zelf.

Deze exegese is opgesteld door Martin Ruf.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken