NBv21 in context

Het samenspel van lezers en vertalers in de revisie van de Nieuwe Bijbelvertaling

Inleiding

Over de Bijbel hebben veel mensen stellige ideeën. ‘Het beste zelf hulpboek voor de mens’, oordeelde schrijver Adriaan van Dis in een talkshowgesprek in 2016 op de dag dat de Bijbel, in de gedaante van de Nieuwe Bijbelvertaling, verkozen was tot ‘het belangrijkste boek’.[1] Anderen zouden de Bijbel het liefst opgenomen zien op een lijst van verboden boeken. En tegelijk zijn er ook nog steeds vele duizenden Nederlanders die dagelijks de Bijbel lezen in het geloof dat dit niet zomaar een oud geschrift is maar het boek waarin God tot hen spreekt.[2] De Bijbel maakt de tongen los.

Dat geldt ook voor de verschijning van een nieuwe vertaling. Van Statenvertaling tot Bijbel in Gewone Taal, de komst van een nieuwe vertaling is nooit geruisloos verlopen. Zo was het ook met de Nieuwe Bijbelvertaling (NBv), verschenen in 2004.[3] Wat dat betreft niets nieuws onder de zon.

De Bijbel maakt de tongen los

Tegelijk valt er over de NBv iets bijzonders te vertellen. Er is over deze vertaling opvallend veel gecorrespondeerd, gediscussieerd en gepubliceerd, waarbij het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG) als afzender en de lezer als ontvanger van de vertaling met elkaar in contact traden. Dit gesprek, dat al een aanvang nam met de verschijning van de deeltjes Werk in Uitvoering 1 (1998), 2 (2000) en 3 (2003)[4] en intensiveerde na verschijning van de NBv in 2004, is onderdeel geworden van de ‘Sitz im Leben’ van deze vertaling, deel van haar contextuele inbedding. Bovendien is het niet bij een gesprek over de vertaling gebleven. In het project NBv21, de vernieuwde versie van de NBv die in het najaar van 2021 verschijnt, is de respons op de NBv ook daadwerkelijk aangewend om de vertaling te verbeteren.[5]

In dit artikel ga ik in op dit bijzondere aspect van de NBv. Hoe kwam het dat men van rechts tot links en van katholiek tot protestants zich over deze vertaling en haar keuzes heeft gebogen, daarover heeft geschreven en heeft meegedacht? Op welke manier heeft de respons een plek gekregen in het werk aan de NBv21? En wat leert ons dit over Bijbelgebruik in de Nederlandse context?

Respons op de Nieuwe Bijbelvertaling

Toen de NBv verscheen, was er reeds voorzien in een inhoudelijke revisie waarin alle feedback zou worden meegewogen. Terwijl de NBv snel uitgroeide tot de meest gebruikte Nederlandse Bijbel, ontving het NBG zeer veel reacties op de vertaling. Brieven, pakketten, e-mails, dossiers aangelegd door verschillende kerken. Ook verscheen een keur aan publicaties waarin de NBv onder de loep werd genomen. De reacties kwamen van sterk uiteenlopende kanten: uit alle kerkelijke richtingen en van daarbuiten.

Hoewel het, begrijpelijkerwijs, voor een aanzienlijk deel Bijbelprofessionals zijn die zich roerden – academische specialisten, theologen, predikanten – is de grote hoeveelheid gewone lezers die van zich heeft laten horen opvallend. De database die het NBv bijhield groeide, aanvankelijk explosief en later gestaag, tot enkele duizenden verbetersuggesties.[6] Dit is voor zover we weten in de Nederlandse context een unieke situatie; niet eerder is er zo massaal en zo actief gereflecteerd op een vertaling en leidde dit tot zoveel concrete vertaalvoorstellen. Hoe valt dit te duiden? Ik denk dat we drie factoren kunnen noemen die hierin van belang zijn.

De grote hoeveelheid gewone lezers die van zich heeft laten horen is opvallend

In de eerste plaats speelde de uitnodiging van het NBG hier een rol. Over die uitnodiging oordeelde Trouw onlangs: ‘Dat is een mooie zet geweest, die laat zien dat ook het Bijbelgenootschap een nieuwe vertaling niet als een gestold, hermetisch geheel ziet.’[7] De aankondiging van een revisie te zijner tijd maakte duidelijk dat het NBG overtuigd was van de kwaliteit van de vertaling en tegelijk open stond voor verbetering. Een deel van de reacties op de NBv was natuurlijk sowieso wel gekomen. Maar het idee dat er een herziening zou komen bleek een sterke aanjager voor mensen om in de pen te klimmen, onder het motto ‘wie weet kunnen jullie er iets mee voor de revisie’.

Daarnaast speelt het type vertaling dat de NBv is een rol. Als opvolger van de NBG-vertaling uit 1951 bracht de NBv een sterke vernieuwing met zich mee. De NBv zet, net als eerder de Groot Nieuws Bijbel deed, de stap naar de doeltaal, maar beoogt tegelijk, net als eerder de NBG-vertaling uit 1951, een standaardvertaling te zijn. Die combinatie bleek veel op te roepen, zowel een sterke betrokkenheid bij deze vertaling van grote groepen lezers als felle kritiek uit bepaalde kringen.

De derde, en misschien wel belangrijkste factor betreft de 21ste-eeuwse Nederlandse Bijbellezer. Deze lezer, zo is gebleken, is mondig, neemt niet alles als vanzelfsprekend aan, en is gewend om mee te denken. Als de stroom reacties op de NBv iets heeft aangetoond is het dat de lezer zijn plek heeft opgeëist en zijn stem laat horen. In het licht van het huidige culturele en maatschappelijke klimaat is dit misschien weinig opzienbarend – we zien dit immers op alle terreinen gebeuren – maar in de geschiedenis van het Nederlandse Bijbelvertalen is het een opvallende ontwikkeling.

De NBv zet, net als eerder de Groot Nieuws Bijbel deed, de stap naar de doeltaal, maar beoogt tegelijk, net als eerder de NBG-vertaling uit 1951, een standaardvertaling te zij

De verzamelde respons op de NBv leverde een indrukwekkende hoeveelheid vertaalsuggesties op, variërend van ideeën met een sterk particulier karakter (interessant, maar veelal onbruikbaar voor de revisie) tot op maat gesneden verbetervoorstellen en alles ertussenin. Het leverde daarbij ook nog iets anders op. Het geheel van de reacties toonde tegelijk welk imago de NBv heeft onder een groot deel van haar gebruikers. Het daarin sterk overheersende geluid is het volgende: de mooie, verzorgde taal en de leesbaarheid van de NBv worden gewaardeerd, maar de vertaling zou op punten nauwkeuriger kunnen.

Natuurlijk, de rijk gevulde database bevat ook wel suggesties om een bepaalde formulering in de vertaling juist vlotter te maken, maar de algehele tendens is dat de vertaling wat betreft de inzet van het Nederlands geslaagd is, maar aan nauwkeurigheid kan winnen door bepaalde kwesties nog eens onder de loep te nemen. Wat daarbij opvalt is dat de kritiek niet afkomstig is uit een bepaalde hoek, maar van sterk uiteenlopende kanten komt.

De aanpak van de revisie

De opdracht waarvoor het vertaalteam van het NBG belast met de revisie werd gesteld, was om recht te doen aan de respons op de NBv op een manier die past bij de uitgangspunten van de vertaling.[8] Het karakter van de NBv – goed Nederlands, bijzondere aandacht voor stijlkenmerken in de brontekst, interconfessioneel, wetenschappelijk verantwoord – moest behouden blijven en waar mogelijk verbeterd en aangescherpt worden.[9] De vertaalmethode die leidend was geweest voor de NBv was opnieuw leidend bij de revisie. Binnen die begrenzing konden wijzigingen worden voorgesteld, waarbij de hele database van verzamelde reacties zou worden meegenomen.

Hoe hebben we dit aangepakt? Voor een goed begrip is het zinvol om onderscheid te maken tussen twee zaken. Enerzijds dingen die je bij iedere revisie zou doen en anderzijds dingen waar we bij deze revisie voor kozen. Een aantal zaken zijn een standaardonderdeel van revisiewerk. Denk aan het verbeteren van opgespoorde fouten, zoals vertaalfouten, omissies, en stijlfouten in het Nederlands, en aan het up to date maken van de vertaling met behulp van voortschrijdend wetenschappelijk inzicht. Een voorbeeld van dat laatste is het aanpassen van de vertaling van het Nieuwe Testament aan de nieuwste editie van de Griekse brontekst of aan het doorvoeren van nieuwe taalkundige inzichten met betrekking tot obscure Hebreeuwse woorden in het Oude Testament. Deze slag van correctie en bijwerking is belangrijk om de vertaling up to date te houden, maar levert slechts bescheiden wijzigingen op.

Uit de verzamelde respons abstraheerden we vier methodische principes

Dat ligt anders bij de tweede categorie van aanpassingen: alles wat deze revisie typeert. Het doel was hier om alle binnengekomen respons op een adequate en bij de NBv passende manier te verwerken. Daartoe keken we niet alleen naar de ‘letter’ van de respons – alle Bijbelverzen waarover opmerkingen waren gemaakt – maar ook en vooral naar de ‘geest’ ervan – de algehele tendens van de respons, om die naar het hele corpus van de Bijbel door te trekken.[10]

We zijn bij het revisiewerk niet van opmerking naar opmerking gesprongen, maar volgden een systematische aanpak, waarbij ieder vers onder de loep werd genomen en aan de brontekst getoetst. Uit de verzamelde respons abstraheerden we vier methodische principes. Het betreft vier principes die aan de ene kant naadloos passen binnen de NBv-methode en die er aan de andere kant voor zorgden dat de respons kon worden benut. Elders heb ik ze uitgebreid besproken,[11] hier noem ik ze kort.

Consistentie

De NBv is gemaakt over een periode van ruim tien jaar door een grote groep vertalers. Toen de laatste boeken klaar waren, moest het manuscript ook al bijna worden ingeleverd. Het revisieteam had wat dit betreft een enorme voorsprong: het beschikte over het complete corpus en had de technische hulpmiddelen om zowel vertaling als brontekst op alle mogelijke manieren door te lichten. Deze exercitie van afstemming en consistentie heeft enorm veel opgeleverd. Hoe werkte dat? Het maakt een groot verschil of je uitgaat van het minimale of het optimale. Bij het minimale is de vraag of een vertaalkeuze acceptabel is binnen de bandbreedte van de NBv. Bij het optimale onderzoek je of een vertaalkeuze binnen de NBv-vertaalpraktijk de beste oplossing is.

In onze verantwoording van de vertaalkeuzes in de NBv – zeker toen de vertaling net uit was – gingen we vaak uit van het eerste. Bij het revisiewerk hadden we de ruimte om uit te gaan van het tweede. Iets hoeft niet fout te zijn om toch verbeterd te kunnen worden. Dat was een van de grootste lessen van de revisie. De NBv21 vormt daardoor een hechter en betekenisvoller geheel. Langs deze weg hebben we zeer veel opmerkingen en suggesties bij de vertaling kunnen verwerken.[12]

Motiefwerking

Binnen de NBv-methode is motiefwerking een belangrijk gegeven. We zouden het slimme concordantie kunnen noemen: woordherhaling in de brontekst moet in de vertaling herkenbaar zijn voor zover het gaat om betekenisvolle verbanden en voor zover het effectief is in het Nederlands. Dat was wat de NBv voor ogen had. In de praktijk heeft dit principe het echter geregeld afgelegd tegen contextuele variatie. Daar lag dus een taak voor de revisors om slimme concordantie meer ruimte te bieden zonder in te leveren op een natuurlijke formulering.

Breed wetenschappelijk draagvlak

Je kunt geen zin vertalen zonder aan interpretatie te doen, maar interpretaties kunnen nogal uiteenlopen. Dat is duidelijk als je rondkijkt in de database van reacties op de NBv. Om hier transparant mee om te gaan, hanteerden we als principe dat interpretaties op breed wetenschappelijk draagvlak moeten zijn gestoeld. De brontekstkenners in het revisieteam waren thuis in vakliteratuur, hadden recente (internationale) Bijbelcommentaren tot hun beschikking, de nieuwste edities van de grote woordenboeken en andere benodigdheden. Het is daarmee snel te achterhalen of een bepaalde interpretatie vaker voorkomt en brede wetenschappelijke steun geniet of teruggaat op één autoriteit (bijvoorbeeld de indiener zelf).

Dit vormde tegelijk ook een criterium om met terugwerkende kracht keuzes in de NBv te beoordelen. Hier kon bij nader inzien nog het nodige verbeterd worden. Als we keuzes tegenkwamen die omstreden zijn of die ingaan tegen de gebruikelijke uitleg, was er reden om ze te herzien.

Minder is meer

Bij een vertaling als de NBv, die als doel heeft een coherente tekst te bieden in het Nederlands, speelt de vraag: hoeveel vul je in en wat laat je open? Het mooiste is om zo te vertalen dat de lezer voldoende aanknopingspunten heeft om bij de beoogde interpretatie uit te komen zonder dat de vertaling die afdwingt. Zo is de NBv ook te werk gegaan. Toch zie je af en toe dat er te veel is ingevuld. Hoewel het bedoeld is om de lezer te helpen, blijkt het in de praktijk soms averechts te werken doordat lezers het als storend ervaren. Bij onze controle hebben we hierop gelet. Als de vertaling te veel invult kon dat worden teruggedraaid. Vaak bleek een opener formulering de literaire kwaliteit van de tekst juist ten goede te komen.

Voorbeelden uit de revisiepraktijk

Het bovenstaande toont dat de respons op de NBv weliswaar een grote rol speelde in de revisie, maar dat het revisieteam altijd volgens een eigen, vaste aanpak te werk ging. Dat zullen we nu aan de hand van enkele voorbeelden inzichtelijk maken.

Gods gerechtigheid?

In Matteüs 3:15 staat in de NBv de volgende frase: ‘want het is goed dat we op deze manier Gods gerechtigheid vervullen’. Waar het Grieks spreekt van pasa dikaiosunè, letterlijk ‘heel de gerechtigheid’, heeft de NBv ‘Gods gerechtigheid’. Dat heeft vragen opgeroepen. Kozen de vertalers soms voor Gods gerechtigheid om Matteüs met Paulus te harmoniseren.[13]

Dat is geen juiste diagnose. De aanpak van de NBv was juist – meer dan bij eerdere vertalingen – om het eigen geluid van ieder Bijbelboek recht te doen en in de vertaling door te laten klinken. De invulling ‘Gods gerechtigheid’ in Matteüs 3:15 is simpelweg bedoeld om de lezer te helpen. Want er is wel degelijk een probleem; ‘heel de gerechtigheid vervullen’ klinkt zo atypisch en abstract dat het eigenlijk geen betekenis heeft in het Nederlands. De vraag is echter of dit probleem niet subtieler opgelost kan worden.

We zochten uit hoe Matteüs deze termen elders gebruikt en hoe de NBv ze daar vertaalt. Het werkwoord plèroò gebruikt Matteüs veelvuldig. Twaalf keer in de passieve betekenis ‘tot vervulling komen’ bij citaten uit het Oude Testament die hij aanhaalt in zijn verhaal. En tweemaal in de actieve vorm in woorden van Jezus (Matteüs 3:15 en 5:17). Die laatste tekst luidt in de NBv: ‘Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen.’ Deze formulering, ‘tot vervulling brengen’, zo constateerden we, is ook behulpzaam in 3:15. Daarmee wordt er beter afgestemd met 5:17 en met de passieve vorm ‘tot vervulling komen’. En bovendien is ‘tot vervulling brengen’ ook duidelijker dan ‘vervullen’.

‘Heel de gerechtigheid vervullen’ klinkt zo atypisch en abstract dat het eigenlijk geen betekenis heeft in het Nederlands

Dan dikaiosunè, ‘gerechtigheid’, een belangrijk begrip in Matteüs. Het komt zevenmaal voor. De aanduiding met pas, ‘heel de gerechtigheid’, komt verder niet voor in Matteüs. Er is volgens uitleggers geen kwalitatief verschil tussen ‘de gerechtigheid’ waarover Matteüs in zijn boek spreekt en ‘heel de gerechtigheid’ in 3:15. Het betekent zeker niet ‘alle vormen van gerechtigheid’; met pas wordt het geheel aangegeven: het geheel van de gerechtigheid. De beste manier om dat in Nederlands uit te drukken is met een bijwoord, ‘geheel en al’. Als we een en ander samennemen, komen we tot de frase ‘de gerechtigheid geheel en al tot vervulling brengen’. Makkelijk is het niet, maar doordat de formulering nu is afgestemd op andere teksten in Matteüs kan de lezer op zoek naar aanknopingspunten.

Niet de voorkeur van de respondent maar de methodiek van de NBv is leidend

Bij toetsing van dit vers viel verder op dat de frase prepon estin humin (‘het past ons’) nogal vrijblijvend is geformuleerd met ‘het is goed dat wij’. De uitdrukking prepon estin drukt een norm uit; vergelijk 1 Korintiërs 11:13, ‘het is gepast’. Dat zou in Matteüs 3:15 beter tot uitdrukking gebracht kunnen worden met ‘wij dienen’. Om het geheel goed te laten lopen werkt het beter om houtôs weer te geven met ‘zo’ (in plaats van ‘op deze manier’). Zo ontstaat een zin waarin de nadruk als vanzelf op het belangrijkste element valt: ‘want zo dienen wij de gerechtigheid geheel en al tot vervulling te brengen.’

Dit geeft een indruk van het samenspel van lezers en vertalers. De input van lezers is meegenomen, gewogen en verwerkt tot concrete vertaalsuggesties, volgens een vaste aanpak waarin niet alleen de aangetekende kwesties worden meegenomen maar alles wat bij controle boven tafel komt. Niet de voorkeur van de respondent maar de methodiek van de NBv is leidend. Maar zoals we zagen kunnen die twee samen op gaan.

Jezus als theos?

Een tweede voorbeeld. In de Griekse tekst van Titus 2:13 en 2 Petrus 1:1 is het de vraag of het woord theos, God, op Jezus betrekking heeft of niet. Zo spreekt 2 Petrus 1:1 van de rechtvaardigheid tou theou hèmòn kai sòtèros Ièsou Christou. NBv: ‘van onze God en van onze redder Jezus Christus’. De herhaling van ‘van’ sluit hier uit dat ‘God’ op Jezus slaat. Die mogelijkheid wordt in een voetnoot bij de vertaling vermeld: ‘Ook mogelijk is de vertaling: “van onze God en redder Jezus Christus”.’ In Titus 2:13 doet de NBv het op dezelfde wijze.

Hier is van meerdere kanten kritiek op gekomen; sommigen zagen dit als een blijk van theologische vooringenomenheid van de vertalers.[14] Ik heb in het NBv-archief niets aangetroffen wat daar op wijst – er wordt simpelweg een beroep gedaan op commentatoren die dit voorstellen. In elk geval was dit iets om in de revisie goed naar te kijken. Voor de Bijbel in Gewone Taal (2014) kozen de vertalers al de andere optie, waarin het Jezus is op wie het woord theos betrekking heeft. Vervolgens publiceerde Sam Janse een goed onderbouwd pleidooi om de NBv op dit punt te reviseren.[15]

Vertaalkeuzes hebben theologische consequenties, daar zijn we ons bewust van

In de revisie hebben we dit uitgezocht. Van belang was hier het volgen van breed wetenschappelijk draagvlak, een van de hoofdprincipes van het revisiewerk. Het is dus niet ‘eigen theologie eerst’, en ook niet ‘meeste stemmen gelden’, maar: wat zeggen de kenners. Dat was in dit geval helder. De grote (internationale) commentaren en de grammatica’s tonen dat de lezing waarbij theos op Jezus wordt betrokken, de voorkeur verdient – dus de voetnootoptie van de NBv. Daar kiezen we voor in de NBv21. In Titus 2:13 is daarbij een voetnoot met het alternatief, de variant die in de NBv in de hoofdtekst staat, op zijn plaats. In 1 Petrus 1:1 bleek er voor het alternatief zelfs zo weinig steun dat de voetnoot kan vervallen.

In de NBv21 heeft het woord theos in Titus 2:13 en 1 Petrus 1:1 dus betrekking op Jezus, zoals overigens in verreweg de meeste Bijbelvertalingen. Vertaalkeuzes hebben theologische consequenties, daar zijn we ons bewust van, en we zijn er ook alert op gemaakt in reacties op de NBv, maar we voeren geen eigen theologische agenda. Ons doel is niet de ene of de andere kant gelijk te geven, maar om een vertaalkwestie verantwoord en transparant op te lossen.

Genesis 12:3 en criteria van afweging

Een illustratief voorbeeld is vervolgens Genesis 12:3: de zegen van Abram. In de NBv luidt het vers als volgt: ‘Alle volken op aarde zullen wensen / gezegend te worden als jij.’ Een voetnoot bij de tekst tekent aan: ‘Ook mogelijk is de vertaling: “Door jou zullen alle volken op aarde gezegend worden”.’

Deze vertaalkeuze van de NBv is veel en fel besproken. Dat is begrijpelijk, want het is een belangrijke tekst. Bovendien wordt Genesis 12:3 aangehaald in Handelingen 3:25 en Galaten 3:8, waarbij in de NBv de nieuwtestamentische citaten niet meer corresponderen met de oudtestamentische bron. Dit veroorzaakte een theologische kortsluiting die zich uitte in kritiek op de vertaling van Genesis 12:3. Soms werd de kritiek inhoudelijk onderbouwd, maar geregeld ook werd de NBv zonder nadere onderbouwing als ‘te vrij’, ‘te interpretatief’ of ‘onjuist’ bestempeld.

Ironisch genoeg werkte de voetnoot die bedoeld was om voorstanders van de traditionele weergave tegemoet te komen, de kritiek juist in de hand. Immers, zo redeneerde men, als er wordt erkend dat die andere vertaling ook mogelijk is, waarom is die dan niet in de hoofdtekst gezet? Opvallend was vervolgens dat een van de meest inhoudelijke bijdragen aan het debat de keuze van de NBv juist ondersteunde en betoogde dat die voetnoot er helemaal niet had moeten staan: de keuze van de NBv is niet zomaar een mogelijkheid, maar de enige mogelijkheid, aldus Klaas Veenhof in een artikel in Met Andere Woorden.[16]

Wie alleen het eindresultaat ziet, zou kunnen denken dat hier gekozen is voor de traditie, maar wie de weg ernaartoe heeft gevolgd, weet bete

Het was helder dat Genesis 12:3 bij de revisie onder een vergrootglas lag. We hebben de kwestie daarom uitgebreid onderzocht en Jaap van Dorp heeft erover gepubliceerd in Met Andere Woorden.[17] Zijn overzicht laat zien dat de keuze die de NBv maakt al een aantal eeuwen lang als valide vertaaloptie geldt. De vertaling zoals de NBv die biedt, is taalkundig mogelijk, ze staat ook aangetekend in de grote woordenboeken en commentaren. (Een van de conclusies die we uit dit proces kunnen trekken is dat het oordeel ‘deze vertaling is onjuist’ vaak lichtvaardig getrokken wordt; maar dat is iets voor een andere gelegenheid.)

Van Dorps overzicht toont echter ook dat recente onderzoekers doorgaans juist de andere optie, ‘gezegend worden in/door jou’ als de meest waarschijnlijke bestempelen.[18] Dit is dan ook de optie die gevolgd wordt in de NBv21: ‘In jou zullen alle volken op aarde gezegend worden.’ Met daarbij als voetnoot: ‘Ook mogelijk is de vertaling: “Alle volken op aarde zullen wensen gezegend te worden als jij”.’ Wie alleen het eindresultaat ziet, zou kunnen denken dat hier gekozen is voor de traditie, maar wie de weg ernaartoe heeft gevolgd, weet beter. We hebben het naar beste kunnen uitgezocht en volgen de conclusies van recente studies.

Natuurlijk spelen alle reacties een rol: we hebben deze kwestie bijzondere aandacht geschonken. Dat we erin meegaan is omdat het ons de meest verantwoorde keuze lijkt in het licht van recent taalkundig en exegetisch onderzoek.

Genderinclusiviteit

De NBv uit 2004 bevat vele voorbeelden van genderinclusiviteit. De meest opvallende is de keuze voor ‘broeders en zusters’ in het Nieuwe Testament, waar de NBG-vertaling uit 1951 het op ‘broeders’ hield. Dit is een wezenlijk aspect van de NBv, waarin contextualiteit (wij hechten hier nu sterk aan) en taalkundig inzicht (het Griekse adelfoi kan, anders dan ons woord ‘broeders’, voor een gemengde groep worden gebruikt) samenkomen. Dit hoort bij de NBv en dat blijft zo in de NBv21. Tegelijk bleek uit allerlei reacties dat er op dit terrein best nog wat te verbeteren viel aan de vertaling. Zo speelde gendersensitiviteit een rol in het revisiewerk, dankzij de opmerkzaamheid van lezers en doordat het vertaalteam erop gespitst was.[19] Ik noem een aantal voorbeelden.

Waar de Bijbelse tekst zo’n beetje alle vormen van spreken met ’amar (Hebreeuws) en legein (Grieks) kan introduceren, vraagt natuurlijk Nederlands om enige variatie (zeggen, antwoorden, vragen, roepen). Zulke contextuele kleuring hoort bij de NBv, maar kan, onbedoeld, ook een ongewenste stereotypering met zich meebrengen.[20] Een voorbeeld is Tobit 2:14, waar Anna haar man Tobit iets ‘toebijt’ in de NBv. Deze inkleuring is onwenselijk; het straalt negatief af op Anna, terwijl de tekst daar geen aanleiding toe geeft. In de NBv21 wordt daarom gezegd dat Anna haar woorden ‘uitroept’.

Genderinclusiviteit is een wezenlijk aspect van de NBv, waarin contextualiteit en taalkundig inzicht samenkomen

Een ander voorbeeld betreft de afschuwelijke situatie waarin Tamar terechtkomt als haar halfbroer Amnon zich aan haar vergrijpt. In de NBv staat: ‘Ze smeekte: “Nee, mijn broer, laat dat!”’ (2 Samuel 13:12). Natuurlijk had ze in deze situatie haar halfbroer kunnen smeken haar met rust te laten. Maar het punt is dat haar woorden weinig aanleiding geven om haar spreken als ‘smeken’ in te kleuren. In de NBv21 zal staan: ‘“Nee, mijn broer, laat dat!” riep ze.’

We kunnen hier ook denken aan het woord ‘zorgen’, dat volgens velen een stereotype vrouwenrol oproept. Als in 2 Samuel 15:16 tien bijvrouwen van David in Jeruzalem achterblijven ‘om voor het huis te zorgen’ (NBv) doet dat hun rol tekort. Het ‘huis’ is hier, als elders, Davids paleis, en hun rol is daarvoor zorg te dragen, dus ‘om zorg te dragen voor het paleis’.

Hier dient ook de passage over de vrouwen die voor Jezus ‘zorgen’ genoemd te worden, Matteüs 27:55 en Markus 15:40-41. Dit is een bekende kwestie waarover het nodige geschreven is.[21] Dat je het Griekse woord diakonein met ‘zorgen voor’ kunt vertalen zal niemand betwisten, maar de vraag is, volgens critici, waarom dat woord hier in verband met de vrouwen met ‘zorgen voor’ wordt vertaald, terwijl een paar hoofdstukken eerder, waar Jezus tot zijn mannelijke leerlingen spreekt, met ‘dienen’ wordt vertaald (Mattteüs 20:25-27; Markus 10:43-45). Het doorbreekt de band tussen beide passages en daarbij wekt de vertaling de suggestie dat mannen dienen en vrouwen zorgen.

Gescherpt door de reacties leerden we ook zelf kritisch te kijken

Deze kwestie is een goed voorbeeld om het verschil tussen het minimaal en optimaal voldoen van de NBv weer te geven. Vanuit minimaal voldoen kan men de huidige tekst verdedigen – en dat hebben we aanvankelijk ook gedaan. De revisie bood echter de gelegenheid om te kijken naar een optimale oplossing, waarbij niet alleen deze, maar alle gevallen van diakonein in de evangeliën zijn meegenomen. Als uitvloeisel van deze exercitie zal in Matteüs 27:55 en Markus 15:40-41 nu van ‘dienen’ gesproken worden. Matteüs 27:55 luidt in de NBv21: ‘Vele vrouwen, die Jezus vanuit Galilea gevolgd waren om Hem te dienen, stonden van een afstand toe te kijken.’

Ook wat betreft gendersensitiviteit keken we verder dan de van buiten aangedragen punten. Gescherpt door de reacties leerden we ook zelf kritisch te kijken. De eerstgenoemde kwestie, Tobit 2:14, was daar al een voorbeeld van. Een ander voorbeeld betreft het kopje boven 1 Korintiërs 11:2-34. Dat luidt in de NBv ‘de hoofdbedekking van de vrouw’. Inderdaad speelt die kwestie een belangrijke rol in 1 Korintiërs 11. En toch is het niet het hoofdthema. Er zit meer evenwicht in wat Paulus schrijft dan de kop suggereert. In de NBv21 luidt de kop: ‘man en vrouw in de gemeente’.

Inzicht uit het samenspel

Uit de duizenden reacties op de NBv blijkt een grote betrokkenheid van lezers bij deze vertaling. Daarnaast zien we ook dat er over een vertaling als de NBv een vruchtbare discussie gevoerd kan worden. Het is niet moeilijk te begrijpen waarom. De NBv zet de stap naar een tekst in natuurlijk Nederlands. Dat die stap wordt gezet, wordt – hoewel een enkeling het categorisch afwijst – door het overgrote deel van het lezerspubliek van harte toegejuicht. De discussie gaat steeds over hoe die stap wordt gezet. Daarover blijkt een vruchtbaar debat gevoerd te kunnen worden.

Dat in de NBv een stap naar een tekst in natuurlijk Nederlands wordt gezet, wordt grotendeels toegejuicht; de kwestie is hoe die stap wordt gezet

Zoals uit de hierboven besproken voorbeelden blijkt, kon de aard van de reacties sterk verschillen. Soms was de kritiek inhoudelijk en to the point, vaak klonk er ook een persoonlijke voorkeur in mee en zelden was een voorstel kant en klaar. Bovendien spelen er geregeld theologische overwegingen mee, bijvoorbeeld als men er op grond van een theologische afweging van uitgaat dat een bepaalde vertaling de juiste is, of wanneer men vermoedt dat de vertalers een bepaalde keuze hebben gemaakt vanuit hun theologische voorkeur.

Nu is in het verleden rond de NBv vaak betoogd dat vertaalkeuzes niets met theologie van doen hebben omdat het vertalen aan de theologie vooraf gaat. Die stelling vraagt om nuancering. Het klopt in zoverre dat de vertalers geen eigen theologische agenda hebben en dat de NBv een interconfessionele vertaling is die zich niet voor specifieke theologische karretjes laat spannen. Maar tegelijk realiseren we ons natuurlijk terdege dat vertaalkeuzes theologische consequenties hebben. Bovendien is een Bijbelvertaling nooit theologisch neutraal. Toch is er een groot verschil tussen theologisch gemotiveerde vertaalkritiek en het métier van de vertaler die vooral filologisch, exegetisch en talig redeneert. Het zijn twee werelden. De les van dit proces van respons op de NBv en verwerking ervan in de revisie, is echter dat het geen gescheiden werelden zijn: ze treffen elkaar rond de vertaling. En van het gesprek tussen die twee wordt uiteindelijk iedereen wijzer.

Een Bijbelvertaling is nooit theologisch neutraal

Lezers en vertalers hadden in dit proces een verschillende rol. De rol van ons als vertalers was vooral toetsend. We hebben een voorstel nooit zomaar overgenomen. Iedere wijziging moest voldoen aan de methode en passen in het grotere geheel. Het filologisch uitpluizen van vertaalkwesties, het ‘doorrekenen’ van een suggestie door alle vergelijkbare gevallen mee te nemen, het formuleren van een NBv-waardig alternatief en de uiteindelijke weging of de NBv er gemeten naar haar eigen principes en doelstellingen, beter van werd – dat alles zagen we als onze taak. We hebben alle reacties met open blik benaderd, ook wanneer ze andere vertaaluitgangspunten veronderstelden dan die van de NBv. Ook een verklaard tegenstander van de vertaling kan immers in zijn of haar bespreking de vinger op een zere plek leggen.

Zoals betoogd in het eerste deel van dit artikel, vormde de massale inbreng van lezers een uniek uitgangspunt bij de revisie van de NBv. Toch is het aantal wijzigingen dat begint met een lezerssuggestie slechts een derde van het totaal. Het grootste deel van de wijzigingen vloeide voort uit onze eigen systematische controle. Niettemin zijn, zoals hierboven uitgelegd, de lezers ons ook hier van dienst geweest, dankzij de methodische revisieprincipes die we uit alle reacties hebben afgeleid.

De revisie lost de belofte in die het NBG indertijd aan de lezers deed. De NBv21 staat aan het eindpunt van een lang traject, van de start van het project in 1993, de tussentijdse publicaties, de lancering van de NBv in 2004, een periode van intensieve beproeving en respons, tot en met de verwerking ervan in de NBv21. Het zou moeten uitmonden in de meest afgewogen versie van de NBv.

De Bijbel en de Nederlandse context

De NBv is interconfessioneel van opzet en van uitstraling. Het is een gezamenlijk product waaraan gewerkt is door mensen verbonden aan uiteenlopende disciplines, stromingen, kerken en denominaties. Er hebben vanaf het begin veel mensen meegepraat en meegedacht. Dit gezamenlijke is iets dat wezenlijk hoort bij de NBv. Ze is van meet af aan bedoeld als een vertaling die wil verbinden, over de grenzen van disciplines, stromingen en kerken heen.[22] Zo is de NBv gemaakt en zo is de vertaling ook ontvangen, ook al is het niet in alle opzichten gelukt. Dat ook de lezer een stem kreeg in de vertaling bleek al voor 2004. Op de deeltjes van Werk in Uitvoering kreeg het NBG veel reacties, die in een aantal gevallen nog tot aanpassingen leidden in de definitieve vertaling.[23] En sinds 2004 hebben lezers uit alle richtingen zich over de NBv uitgelaten.

Men mag verwachten dat de NBv21 dichter bij de lezer staat en dat dit hele proces ook het gevoel van een gezamenlijk eigenaarschap van de NBv versterk

We kunnen stellen dat de lezer zijn plek heeft opgeëist. Nadrukkelijker, massaler en inhoudelijker dan eerder in de Nederlandse geschiedenis van het Bijbelvertalen. Dat zegt iets over onze situatie. De huidige lezer verwacht transparantie en verantwoording en neemt niet alles zomaar aan. En de lezer heeft ook steeds meer mogelijkheden om vertalingen te vergelijken en zich in kwesties te verdiepen. Dit alles zie je terug in het hier beschreven proces en in de aanpak van de NBv21, die daarmee een weerspiegeling vormt van deze tijd.[24]

Veel reacties van lezers hebben geleid tot wijzigingen in de NBv21. Dat rechtvaardigt de verwachting dat de nieuwe versie van de NBv nog sterker contextueel zal zijn ingebed dan de oude. Het zou de moeite waard zijn om te onderzoeken of lezers na deze ronde van respons, verwerking en verantwoording de vernieuwde NBv nog sterker zullen ervaren als ‘hun’ vertaling. Men mag verwachten dat de NBv21 dichter bij de lezer staat en dat dit hele proces ook het gevoel van een gezamenlijk eigenaarschap van de NBv versterkt. Mocht dat het geval zijn, dan zal de revisieronde die uitmondt in de NBv21 wellicht ook het verbindende karakter van deze vertaling een nieuwe impuls kunnen geven.[25]

Matthijs (dr. M.J.) de Jong is Hoofd vertalen bij het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG).

Noten

1 Dit was op 23 september 2016; zie https://www.cpnb.nl/nieuws/de-bijbel-gekozen-tot-het-belangrijkste-boek (geraadpleegd 19-11-2020).

2 Uit het recente NBG-onderzoek Bijbelgebruik in Nederland valt af te leiden dat zo’n 500.000 Nederlanders dagelijks in de Bijbel lezen; zie https://www.bijbelgenootschap.nl/wp-content/uploads/2017/09/NBG-rapport-onderzoek-V3_def.compressed.pdf (geraadpleegd 19-11-2020).

3 Een goede indruk geeft de bundel van Elma Drayer, Lodewijk Dros e.a. De Bijbel opnieuw vertaald: Trouw Dossier 34, Amsterdam: Trouw 2004. Zie ook Henk de Roest, ‘De Nieuwe Bijbelvertaling en de schriftlezing: Een kleine praktisch-theologische evaluatie’, Nederlands Theologisch Tijdschrift 59/4 (2005) 312-328.

4 Zie Klaas Spronk, Het verhaal van een vertaling: De totstandkoming van De Nieuwe Bijbelvertaling, Heerenveen: NBG 2005, 143-146.

5 Voor een overzicht van alle respons, zie Tineke Bol-Drieenhuizen, ‘Reacties van lezers: een uniek element in de revisie’, Met Andere Woorden 39/2 (2020) 38-49.

6 Bol-Drieenhuizen, ‘Reacties van lezers’, 38-49.

7 ‘Een bijbelvertaling weerspiegelt de tijd’, Trouw 30 oktober 2020.

8 Matthijs de Jong, ‘Revisie van de Nieuwe Bijbelvertaling: Waarom en hoe?’, Met Andere Woorden 36/2 (2017) 22-35.

9 Voor een indruk van de NBV-aanpak, zie Spronk, Verhaal van een vertaling, 48-143, en de uitgebreide toelichtingen in de drie delen van Werk in Uitvoering.

10 Matthijs de Jong, ‘Op weg naar de NBV21’, Met Andere Woorden 39/2 (2020) 4-19.

11 De Jong, ‘Revisie: Waarom en hoe’, 26-34.

12 Voor voorbeelden van het versterken van consistentie en van de drie andere methodische principes, zie Jaap van Dorp, ‘Een inkijkje in het revisiewerk: Genesis 37’, Met Andere Woorden 39/2 (2020) 22-31; Cor Hoogerwerf, ‘De verwerking van lezersreacties in het gereviseerde Nieuwe Testament’, Met Andere Woorden 39/2 (2020) 68-81; en Reinoud Oosting, ‘Consistentie in de gereviseerde NBV: Waarom moest het (nog) beter?’, Met Andere Woorden 39/2 (2020) 82-91.

13 Zie Cees den Heyer, ‘Gerechtigheid als sleutel tot het koninkrijk’, Schrift 276 (2015) 65-70: 69.

14 Zie bijv. Riemer Roukema, Jezus, de gnosis en het dogma, Zoetermeer: Meinema 2007, 222, nt. 10 en 11.

15 Sam Janse, ‘Jezus als God? De vertaling van Titus 2:13 en 2 Petrus 1:1’, Met Andere Woorden 34/1 (2015) 2-6.

16 Klaas R. Veenhof, ‘De zegen van Abraham’, Met Andere Woorden 27/4 (2008) 43-52.

17 Jaap van Dorp, ‘De zegen van Abram als revisie-probleem: Herziening van de vertaling van Genesis 12:3b’, Met Andere Woorden 36/2 (2017) 6-21.

18 Van Dorp, ‘De zegen van Abram als revisie-probleem’, 16-17.

19 Waar de lezersopmerkingen doorgaans individuele gevallen betreffen, heeft Eleonora Hof ons bij een aantal oudtestamentische verhalen brede input gegeven. Dit leverde niet alleen bruikbare suggesties op, maar heeft ook onze blik voor dit soort kwesties gescherpt.

20 Talrijke voorbeelden – uit vertalingen die aan de NBV voorafgingen – staan besproken in Anneke de Vries, Het kleine verschil: Man/vrouw-stereotypen in enkele moderne Nederlandse vertalingen van het Oude Testament, Kampen: Kok 1998.

21 Zie bijv. Esther de Boer, ‘Vrouwen die voor Jezus zorgden?’, Kerk en Theologie 57 (2006), 53-58.

22 Zie Spronk, Verhaal van een vertaling, 33-47.

23 Spronk, Verhaal van een vertaling, 143.

24 Zie ook het hoofdredactioneel commentaar in Trouw van 30 oktober 2020, ‘Een bijbelvertaling weerspiegelt de tijd’, waarin wordt gesteld: ‘De taal verandert, de tijd verandert, (taal)wetenschappelijke inzichten veranderen, de cultuur verandert. En – tot op zekere hoogte – verandert de Bijbel daarin mee. Elke vertaling moet iets weerspiegelen van de tijd waarin de vertaling tot stand kwam.’

25 Ik dank mijn collega’s Jaap van Dorp en Anne-Mareike Schol-Wetter voor hun suggesties en stimulerende opmerkingen bij de totstandkoming van dit stuk.

Meer Bijbel en exegese