< Terug

Hier en nu

Een bestaan van radicale ommekeer

Kairos kent momenteel een revival. In haar boek Kairos, een nieuwe bevlogenheid schrijft Joke Hermsen hoe in de Griekse Oudheid onderscheid werd gemaakt tussen chronos (tijd) en kairos (beslissend ogenblik). Zij waren goden die niemand ontzagen: Vader Tijd, Chronos of Saturnus, grimmig kijkend en oud van jaren, naast de jongeling Kairos die gevleugeld was. Zijn vleugels zeiden: pas op jij, want jouw tijd is in een oogwenk vervlogen. Bij Kairos gold dat je nooit voor je verplichtingen kon weglopen noch je lot ontlopen. Een van de oudste afbeeldingen van hem is het bronzen Kairos-beeld van Lysippus (vierde eeuw v. Chr.). Met een balanswaag in de hand is hij druk in de weer om het goede moment af te wegen. Dit attribuut is een beeldmerk van Kairos. Soms balanceert hij zijn weegschaal op een scheermes. Het scheermes van Kairos en de zeis van Vader Tijd maken duidelijk dat het hun menens is. Joke Hermsen interpreteert de weegschaal van Kairos echter als een oproep aan ons om goed te kiezen, je kansen te grijpen, jezelf te ontplooien en bevlogen te leven. Haar oproep sluit goed aan bij een hedendaags populair uitgedragen levensgevoel waar je zelf invulling moet geven aan je leven, maar dat idee heeft weinig te maken met de god Kairos. Niet de kijker maar Kairos besliste over het wat en het wanneer. Híj had de weegschaal in handen, de mens had daarover niets te zeggen. Natuurlijk moest de mens zijn ogenblik ‘grijpen’, maar alleen omdat het lot hem dit opdroeg. Wee degene die zich tegen zijn lot verzette. Kairos was even grimmig in de eindafrekening als Vader Tijd (denk aan het mes).

Verantwoordelijkheid

Aantrekkelijk was het niet om onder dit tijdsregime te leven. Het hield ook geen stand in Europa toen het christendom zijn omgang met tijd ervoor in de plaats zette. Het christelijk geloof had een heel andere voorstelling van chronos en kairos. Beide verloren hun status van godheid en maakten plaats voor het geloof in één God die de mens niet onderwierp aan de ijzeren wetten van tijd en lot (fatum). Onvolmaakt als de mens was, moest ieder mens zich bekeren tot een leven met God en medemensen. God kwam de mens daarin tegemoet, want een mens was, dat werd erkend, zwak, feilbaar en sterfelijk. Anders dan Hermsen zie ik in het christelijk denken over tijd een vooruitgang, omdat het de mens bewuster maakte van zijn verantwoordelijkheid. De kerk stelde de mens daarmee voor echte keuzes, omdat zij het geloof in het lot afwees.

De kerk stelt de mens voor echte keuzes

Met alle kritiek op Joke Hermsen is niet gezegd dat daarmee haar hele verhaal van tafel is. Zij snijdt in haar boek aspecten van tijd aan die alle aandacht verdienen. Enkele thema’s neem ik hieronder op maar plaats hen nadrukkelijk in de context van kerk en geloof. Deze thema’s zijn in mijn bewoordingen: 1. Aandachtig leven: de ontdekking van een eeuwig heden dat de tijd doorbreekt; 2. Bekering: de keuze voor een bezield bestaan; 3. Geboorte: de ervaring van een nieuw begin.

Aandachtig leven: de ontdekking van een eeuwig heden

Het zijn zeker niet alleen verstokte gelovigen die op vakantie in het buitenland een oude kerk binnenwandelen. Niet zelden worden ook zelfverklaarde ongelovigen aangesproken door de sacrale sfeer. Hoge kruisgewelven, flakkerende kaarsjes voor een Mariabeeld, door glas-inlood gefilterd zonnelicht, kapellen en nissen, een aangrijpend kruisbeeld, iemand die geknield met gebogen hoofd bidt, een vleug wierook, alles kan bijdragen aan een besef van geschiedenis en een weten dat je deel bent van een groter betekenisvol geheel, en dat je, hoe klein je ook bent, ertoe doet. De kerkruimte helpt je de drukte van je af te leggen, andere gedachten toe te laten, de tijd stil te zetten. In de kerk ben je in een andere ruimteen tijdsdimensie dan in die van de wereld daarbuiten.

De kerk heeft van die andere tijd geweten. Zij gebruikte daarvoor het Griekse kairos maar ook het neutralere sêmeron, een woord dat in het Latijn hodie werd en vertaald kan worden als ‘heden’ of ‘vandaag’. Dat ‘heden’ dat zich als een beslissend nu, vandaag, aandient, is in kloosters bewaard in het reciteren van psalm 95, waarin het heden prominent klinkt. Het belang van deze psalm wordt al eeuwen onderstreept doordat het niet eenmaal per zoveel weken maar iedere ochtend wordt gebeden. Psalm 95 herinnert het volk Israël eraan dat het zich, ondanks de bevrijding uit de slavernij van Egypte, telkens afkeerde van God die hen verloste. Daarom klinkt de oproep om neer te knielen voor God en niet de oren voor hem te sluiten: ‘Heden als je zijn stem hoort…’ Iedere morgen weten allen zich opgenomen in Gods tijd van verlossing als men maar gehoor geeft aan zijn stem. De geschiedenis laat echter zien dat het volk zich elke keer weer doof hield voor die stem. In de psalm staat: wees niet koppig zoals uw vaderen voor u.

De goddelijke ernst van dit moment geeft de dag iets unieks en zelfs iets dreigends. Vandaag is geen toevallige maar een bijzondere dag. Ook in het jodendom is een belangrijke plaats gereserveerd voor deze psalm. Er is een joodse legende die zegt dat de Messias zich voor de poort van Rome in lompen gehuld tussen de bedelaars verborgen houdt. Hij wacht daar tot de dag dat de stem van God klinkt zodat hij zich bekend kan maken als de Messias. Het heden waarnaar de legende verwijst is het heden van de verlossing.

Psalm 95 eindigt echter niet geruststellend. De koppige voorvaderen krijgen aangezegd dat ze het beloofde land niet zullen zien. God spreekt tot zichzelf: ‘Tot mijn rustplaats zullen zij niet komen.’ Het ‘niet komen’ aan het slot is van een enorme ernst. Door koppig te zijn kun je je bestemming niet bereiken.

Jouw tijd is nu en niet morgen

Bekering: kiezen voor een bezield bestaan

Het tweede thema van de bekering sluit hierop aan. Iedereen moet namelijk kleur bekennen. Je kunt niet je leven lang denken dat je alle opties kunt openlaten. In ons werelddeel waar veel te kust en te keur te krijgen is, is de oproep tot bekering als een kiezel in de schoen. Die moeten we zo snel mogelijk kwijt. We willen niet kiezen, althans, nu nog even niet. Maar later kan te laat zijn. Wie daarentegen weinig heeft, heeft weinig te kiezen. Voor wie honger heeft, smaken rauwe bonen zoet. Aan de tegenstelling arm en rijk valt heel veel, zo niet alles, te leren als het om kiezen gaat. Vandaar dat Jezus om die keuze duidelijk te maken graag de arme en de rijke tegenover elkaar zette, zoals in de parabel van de arme Lazarus en de rijke (Luc. 16). Lazarus moet leven van wat van de tafel van de rijke valt. De rijke kan het zich permitteren alleen met zichzelf bezig te zijn. Maar beiden sterven. Als de rijke zijn ogen in het dodenrijk opslaat, blijken de rollen omgekeerd. De moraal is dat het niet met de arme maar met de rijke slecht afloopt.

Het verhaal is niet bedoeld om alle rijken naar de hel te wensen, maar om ieder op te wekken te kiezen voor een leven waarin omzien naar de behoeftige en compassie de maatstaf is voor goed leven. Kiezen voor zo’n bezield bestaan is niet iets wat je uitstelt tot je er eindelijk tijd voor hebt. Jouw tijd is nu en niet morgen. Er zijn gelukkig ook rijken die op tijd tot bezinning komen. Een voorbeeld is de rijke en gehate tollenaar Zacheüs (Luc. 19). In zijn verhaal duikt dat bijzondere woord ‘heden’ tweemaal op. Zacheüs, klein van stuk, wil graag Jezus zien, maar een menigte mensen belemmert zijn zicht. Hij klimt daarop in een boom. Hij is geïnteresseerd in Jezus en hij rekent er niet op dat de belangstelling wederzijds is. Niemand is in Zacheüs geïnteresseerd. Maar het is uitgerekend Jezus die hem in het vizier heeft. Jezus kijkt onder de boom naar hem omhoog en zegt: ‘Zacheüs, kom vlug naar beneden, want heden wil ik in je huis zijn.’ Dit bezoek leidt tot een wending in zijn leven. Zacheüs zegt dat hij viervoudig vergoeden zal wat hij van anderen onterecht aan belasting heeft opgeëist. Hij kiest voor een andere levenswijze waarin voor afpersing geen plaats meer is. Die dag is een keerpunt. En het verhaal sluit af met Jezus’ woorden: ‘Heden is aan dit huis redding geschonken, omdat ook hij een zoon van Abraham is.’ In het hier en nu van Jezus’ bezoek breekt Zacheüs met zijn oude leven.

Dat bestaan van radicale ommekeer heeft de kerk bekering genoemd waartoe elk mens geroepen wordt. Niemand moest denken dat die oproep hem of haar niet gold. Of misschien wel ooit maar niet nu. Dat aspect van uitstel en afstel zie je in menig gelijkenis terug, onder andere in die van degenen die voor een koninklijk gastmaal worden uitgenodigd. Allemaal hebben ze echter een excuus om niet te komen, vinden ze. En dat komt hun duur te staan. De les is hard maar duidelijk. Kies het leven en niet de dood.

Geboorte: de ervaring van een nieuw begin

Joke Hermsen merkt op dat de hele westerse filosofie altijd gepreoccupeerd is geweest met de dood. Martin Heidegger (1889-1976) analyseerde ons bestaan als een Sein zum Tode. Dat de dood zo’n overheersende rol kon spelen heeft een andere kijk op het leven lang in de weg gestaan en tot eenzijdigheden geleid. Hannah Arendt (1906-1975), leerling van Heidegger, heeft gewezen op het vergeten thema van geboorte, nataliteit. Waarom niet het begin van leven als reflectie op ons Dasein? Geen Sein zum Tode maar een Sein zum Anfang. Dit geeft meer ruimte aan nieuwe, meer vrouwelijke, beelden en bestaanswijzen die in de traditionele mannelijke manieren van denken en doen buiten beeld bleven: zwangerschap, baren, geboren worden, kinderen zogen en voor hen zorgen. Het voorstel van Arendt is een heilzame en vruchtbare kritiek en correctie op de mannelijke overheersing in het denken. De filosofie heeft nog een lange weg te gaan eer aan deze vergeten ervaringen recht is gedaan. Het is intrigerend dat je voor zulke vrouwelijke beelden te rade kunt gaan bij het christelijk geloof. De doop is altijd gezien als een geboorte. Het oude leven, de oude mens, wordt in het doopwater afgelegd en de nieuwe mens, Christus, rijst daaruit op als een pasgeboren kind. ‘U is heden de Heiland geboren,’ zegt de engel tot arme herders (Luc. 2). Heden, opnieuw dat woord. De verlosser wordt nadrukkelijk gepresenteerd terwijl hij, klein kind nog, niets kan. Volwassen geworden haalt Jezus bij voorkeur het kind naar voren om van te leren (Luc. 18). Worden als kinderen was een geliefde uitdrukking van Jezus. Het kind gaat voorop in het koninkrijk van God, zei hij.

Ontvang deze dag, dit heden, als je eerste dag

Geboren worden duikt in het meest diepzinnige evangelie op in een gesprek tussen de geleerde Nicodemus en Jezus (Johannes 3). Nadat Nicodemus zegt dat Jezus een leraar is die van God gekomen moet zijn, antwoordt Jezus: ‘Let op, ik zeg u, alleen wie opnieuw geboren wordt, kan het Koninkrijk van God zien.’ En dan vraagt Nicodemus: ‘Hoe kan een mens geboren worden, als hij oud is? Kan hij dan voor de tweede maal in de moederschoot ingaan en geboren worden?’ En het antwoord daarop luidt kort samengevat, ja, maar dat is dan wel een geboorte uit God, niet een geboorte die we op eigen kracht voltrekken. Een kind doet niets, het wordt geboren.

‘Heden, als je zijn stem hoort wees dan niet koppig zoals je voorvaderen waren in de woestijn.’ Psalm 95 is zowel een appel tot luisteren en handelen, alsook een uitnodiging om geboren te worden. Deze dag, dit heden, als je eerste dag ontvangen. Wie weigert sterft misschien niet, maar zal niet aan leven toekomen.

< Terug