Menu

Basis

Oude wijn in nieuwe zakken

Het jongste redactielid blikt terug op 100 jaar Ouderlingenblad. Wat zou díé erover kunnen zeggen…?

Van de honderdjarige geschiedenis van Ouderlingenblad maak ik nog maar kort deel uit. Inmiddels raak ik, als laatst aangeschoven redactielid, steeds vertrouwder met de oude en nieuwe wegen van de zich steeds vernieuwende krasse knar. Ik zal u, beste lezer, niet te veel vermoeien met verhalen over het warme welkom en de vrolijke én diepgaande gesprekken in de redactie. Tenslotte waardeert u het blad vanwege de inhoud, niet omdat de redactie het goed heeft met elkaar. Toch wil ik u even meenemen in mijn verwondering over de redactie. Het is namelijk niet altijd zo geweest dat eenvoudige theologen zoals ik – drs. zoals dat vroeger heette – lid waren van de redactie. Als de informatie die ik kreeg klopt, schoof de eerste persoon zonder prof. dr. voor de naam pas in 1975 aan. En de eerste vrouw, mw. D. de Jong-Bakker, werd nog pas vijf jaar later verwelkomd.

Royale afscheidsbijeenkomsten

Die lijst, waarin de namen van de redactieleden van Ouderlingenblad sinds 1922 worden opgesomd, geeft iets bloot van de veranderende tijdgeest. In de maatschappij, maar ook in de kerk. De tijd van waardering en achting voor hoge heren die al sigaren rokend bespraken hoe het kerkvolk onderwezen moest worden, is voorbij. Net als de vanzelfsprekendheid om jaren, zo niet decennia lang, betrokken te zijn bij de redactie. Met royale afscheidsbijeenkomsten – uiteraard mét partners en passende cadeaus – tot besluit.

Toch wil ik u even meenemen in mijn verwondering over de redactie

Verrassend herkenbaar

Gelijkwaardigheid en democratisering in de samenleving beïnvloedde ook de kerk en de redactie van Ouderlingenblad. Of de inhoud daarmee ook veranderd is? Ongetwijfeld wel én niet, al heb ik daar geen onderzoek naar gedaan. In ieder geval is aan de missie van het blad weinig veranderd, al die 1147 nummers lang. Het luisteren naar gemeenteleden, vertegenwoordigen van de kerk, zoeken naar aansluiting bij de tijdgeest. Of juist waar nodig een tegenover zijn bij de tijdgeest. Sommige artikelen van toen zijn ook nu nog verrassend herkenbaar. Pastoraat en gemeenteopbouw waren ook in 1922 al kerntaken van de kerk, al werden daar wellicht andere termen voor gebruikt.

Gerijpte tonen

Je zou kunnen zeggen dat Ouderlingenblad oude wijn uit nieuwe zakken schenkt. Gerijpte tonen van omzien naar de ander en samen gemeente-zijn in een frisse vormgeving, geschreven door een gemêleerde redactie. Ik vind het wel passen bij de kerk, of misschien dieper, bij het Evangelie. De goede boodschap die altijd wegen zoekt om aan te sluiten bij de cultuur, tijd en context van de mensen anno nu. De redactie mag daar een klein, imperfect, maar welwillend radertje in zijn. Of je nu wel of geen titel voor je naam hebt.

Nelleke Plomp-Rodenburg is werkzaam bij de Dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en de Protestantse Theologische Universiteit. Zij deed o.a. onderzoek naar betrokkenheid van jongeren bij kerkdienst en preek en is verantwoordelijk voor het concept kliederkerk. Ze is lid van de redactie van Ouderlingenblad.


Wellicht ook interessant

None

Hoe klonk de christelijke tegenstem in het slavernijverleden?

Soms zijn er windows of opportunity waarop de geschiedenis een andere wending had kunnen nemen, maar dat niet heeft gedaan. Martijn Stoutjesdijk licht drie van zulke momenten uit in de geschiedenis van christendom en slavernij. De christelijke leer is gebruikt ter verdediging van slavernij, maar ook ter veroordeling. Stoutjesdijk illustreert dat laatste aan de hand van het vroege christendom, Macrina de Jongere en Hendrik Millies.

Hebreeën-brief synagoge
Hebreeën-brief synagoge
Basis

De Hebreeën-brief in de geschiedenis

De brief aan de Hebreeën is een buitenbeentje in het Nieuwe Testament. Een buitenbeentje evenwel dat uiteindelijk heel wat tongen in beweging zou brengen. Aanvankelijk was er in de oude kerk niet veel meer dan enige strijd over het auteurschap van Paulus, maar gaandeweg bleek de brief meer dan eens te raken aan theologische geschil- en strijdpunten, waardoor het geschrift voor menige theoloog kon uitgroeien tot een zie-je-wel-document. Daarmee is – zij het impliciet – meteen gezegd dat de doorwerking van het geschrift in de geschiedenis altijd de doorwerking van een interpretatie is. Soms lag die interpretatie voor ons verstaan nu – dat, voor alle helderheid, zelf natuurlijk ook weer interpretatie is – dicht bij het oorspronkelijke schrijven, echter soms ook was het daarvan ver verwijderd…

Nieuwe boeken