< Terug

Preekschets bij Efeziërs 5:18 – voor de vijfde zondag van de herfst

`Bedrink u niet want dat leidt tot uitspattingen, maar laat de Geest u vervullen´.

Schriftlezing: Efeziërs 5: 6-20

Zie ook: Preekschets bij 1 Korintiërs 4:5 voor de vierde zondag van de herfst

Het eigene van de zondag

Deze zondag maakt deel uit van de herfsttijd in het kerkelijk jaar. Zo van de 18e tot de 25 zondag na Pinksteren. De telling is arbitrair, maar dat geldt niet voor de thematiek van de zondagen die de overgang maken naar de tijd van Advent. De eerste zondagen vallen in wat men noemt de ‘Quatempertijd’ en dat zijn de onthoudingsdagen aan het begin van elk seizoen (quattuor tempora is de vier jaargetijden). In deze tijd is soberheid en aandacht voor inkeer en ballingschap in de klassieke lezingen aan de orde.
Daarom deze zondag, net als voor de vierde zondag van de herfst, een tekst van Paulus. Ook nu gericht op de werkelijkheid van de dag en dat bezien vanuit het ‘nu bent u licht, door uw bestaan in de Heer’.

Uitleg

De stad Efeze in Klein Azië was wereldberoemd, een religieus en economisch hoogtepunt met aan het eind van de eerste eeuw zo’n 300.000 inwoners. De godin Artemis had daar haar tempel en vele aanbidders. Een levendige handel in zilveren beeldjes was het gevolg, dus handel te over. Dat alles ging gepaard met een godsdienstige stroming die om een mysterieuze kennis draaide, de gnostiek. Paulus speelt daar in zijn brief op in.

Er is enig meningsverschil over de vraag of Paulus deze brief schreef, dat geldt ook voor de brief aan de Kolossenzen. Ze komen overeen in thematiek en die wijkt af van de andere brieven; zo is er bijvoorbeeld nauwelijks aandacht voor de ‘rechtvaardiging van de godloze’. Ik pleit voor Paulus omdat hij creatief is en op verschillende thema’s kan improviseren, zeker wanneer hij lange zinnen schrijft, zoals in de lezing van vandaag.

De tekst Efeziërs 5:18 is te lezen vanuit de woorden over de Christus in Efeziërs 4:8-10. Daar geeft Paulus een gnostieke tekst weer, over het afdalen van de verlosser die na zijn verblijf in wat ‘lager ligt’, de aarde, opsteeg tot boven de hemelsferen om alles met zijn aanwezigheid te vullen. Dat neerdalen en opstijgen is een thema dat Paulus betrekt op de Christus. Zijn komen en gaan bepaalt de geschiedenis en dat om ‘alle dingen’ vol te maken. Dat werkwoord klinkt ook in Efeziërs 5:18.

Om de tekst te verstaan is dan ook de tegenstelling in 5:8 over toen en nu, duisternis tegenover licht van belang. Ook dat is een thema in de gnostiek, maar ook hier door Paulus omgezet naar de werkelijkheid van de gelovigen tegenover de schijnwerkelijkheid, het duister, van de godenwereld van Efeze. Dat thema heeft uiteraard connotaties in het Oude Testament: het licht van het begin tegenover het duister van de chaos. Paulus neemt in zijn woordgebruik het Oude Testament mee in een creatieve herinterpretatie van de gnostieke ideologie door de Christus als alomvattende werkelijkheid te tekenen. De verhoogde Heer heeft dan ook het gezicht van Jezus die het doel van de geschiedenis representeert in de wereld van zijn opstanding.

Het werkwoord ‘bedrinken’ in de tekst heeft als grond het dronken zijn, dan wel je als beschonkene gedragen en dat wijst op bedwelming. In de bedwelming is geen redding. De NBV geeft ‘uitspattingen’ maar dat is te snel vertaald. Het woord is directer, zonder heil. En dat staat tegenover het ‘vol gemaakt worden’ door de Geest. Het woord heeft de oorsprong van het volmaken van een reservoir of een kist. En dat beeld is helpend om wat de Geest doet, te duiden. Wat er aanwezig is ter plekke komt tot volheid, de mens met al zijn aarzelen wordt door de Geest opnieuw tot mens. Er is de nodige discussie over het gebruik van wijn in de Bijbel. De Bijbel kent hierin een verrukkelijke ontspannenheid. De wijn is een gave Gods, teken van zegen, Johannes 2, maar de bedwelming is een gevaar, Jesaja 5:11, Amos 6:6. Het is opvallend dat Paulus de houding van de beschonkene plaatst tegenover het volmaken door de Geest, alsof het laatste het eerste doet vermoeden zoals het verwijt op de Pinksterdag aan de leerlingen (Handelingen 2:13).

Om de tekst recht te doen een verwijzing naar vers 16. Daar gaat het over het ´uitkopen van het beslissend moment´ met als reden ‘de dagen zijn boos’. De oorsprong van ‘boos’ ligt in een stam die ‘lijden veroorzaken’ of ‘ongelukkig maken’ betekent. Hier komt een moment in de tekst naar boven dat verwijst naar het einde, de dagen die ten einde gaan. Daarom is een verwijzing naar Lucas 21:34 en 35 gewenst! De dag van de Heer kan een mens overvallen ‘onvoorspelbaar als een val die dichtklapt’.

Aanwijzingen voor de prediking

Het is spannend om te preken over teksten waarin aanwijzingen dan wel voorschriften staan die kennelijk navolging verdienen. Het moralisme ligt op de loer. Maar met de moraal wordt een preek geen verkondiging van de blijde boodschap. Hoezeer de vraag naar een goed leven in de navolging van Christus in het Nieuwe Testament ook naar voren komt. Verkondiging is de onvoorstelbare menselijke poging om recht te doen aan het Woord van God opdat iets zichtbaar dan wel ervaarbaar wordt van wat heilzaam is. Anders gezegd, dat het licht van de Christus opgaat in het hart van de hoorders. En dat is het geschenk van de Geest.

Dat ter harte genomen een enkele opmerking bij deze tekst van Paulus.
De samenhang toont aan dat in de komst van de Christus bevrijding geschiedt. ‘Koopt de tijd uit’, onze tijd is getekende tijd. Daarmee kan het begrip ‘bedwelming’ verhelderd worden. Bedwelming is niet alleen aan de orde bij alcohol-, medicijn-, roesmiddelengebruik. Het gaat over het hele leven, want de Christus maakt ‘alle dingen’ vol. Ook onze bedwelming door een mateloos activisme, een eindeloos doorgevoerd materialisme , een pervers perfectionisme, een extreme hang naar belevingen in religiosis, is hier aan de orde.
Daarom is de tekst uiterst actueel in dagen van corona bijvoorbeeld. De vraag om je te houden aan regels om anderen en jezelf niet te besmetten, gaat veel verder dan de gevraagde handelingen. Het gaat om een wijze van menszijn waarin gezocht wordt naar wat Paulus zegt in vers 17, in de vertaling van Naastepad: ‘Om deze dingen, weest niet onnadenkend maar verstaat wat de wil is van de Heer’.

De preek kan hierbij aansluiten door na een uitleg van het begrip ‘bedwelming’ in te gaan op die pittige uitdrukking ‘de wil van de Heer’. Dat woord beperkt onze megalomanie in vele opzichten. Wij worden grootgebracht bij eindeloos veel mogelijkheden. Niet alleen als het gaat om de keuze van opleidingen, voor jonge mensen liggen er ruim 800 klaar, wat onze economie vertraagt, maar ook als het gaat om welke richting we kiezen in levensbeschouwelijk opzicht. De oppervlakkigheid waarmee religies aan elkaar geknoopt worden bijvoorbeeld. Je kunt een snufje Boeddhisme opdoen met wat kloosterspiritualiteit, of je meent dat de God van Israël en Vader onze Heer min of meer dezelfde is als Allah, of je denkt dat iedereen het goed bedoelt en geloof een keuze is van iedereen.
De ‘wil van de Heer’ is niet een algemeenheid naar verkiezen van de burger. Nee, ‘bedrinkt u niet’, schrijft Paulus. Dat vraagt om bezinning. De preek kan daar een beroep op doen en wel in het zicht van het einde van de dagen. Wanneer onze dagen geteld zijn, komt het eropaan hoe wij in het einde, de dag van de Heer, erbij staan. Die notie wordt vaak vergeten in de preek, maar is onontkoombaar. Juist om het moralisme geen kans te geven. De maatschappelijke noties die hier aangevoerd worden, gelden mutatis mutandis ook voor het leven van de enkeling. Die enkeling is opgenomen in de gemeenschap van kerk. Daarom is het aan te bevelen om aan het einde van de preek te verwijzen naar de liturgie. De vervulling met de Geest blijkt voor Paulus uit de lofzang in talloze vormen, talen, improvisaties als danklied. Zie Efeziërs 5:19 en 20.

Liturgische aanwijzingen

Lezingen uit het Oude Testament: Psalm 1, Deuteronomium 30:11-20.
Liederen:
Uit NLB: Psalm 75, 1.2.3.4; Lied 764, 1.2.3.4.5.6; Lied 841, 1.2.3.4; Lied 848, 1.2.3.4.5.
Bij het Kyriegebed NLB Lied 301H; als Glorialied NLB Lied 305,1.2.3.

Ideeën voor kinderen

Het wordt wat problematisch om aan kinderen te vragen hoe het alcoholgebruik van hun moeders en vaders eruit ziet. Daarom een gesprek over waar ze aan gehecht zijn en wat ze daarvoor over hebben.

Geraadpleegde literatuur

  • Th.J.M. Naastepad, ‘Schouwspelers van God’, Van der Leeuwstichting Amsterdam, Mededelingen aflevering 44, 1972.

  • Andreas Lindemann, Der Epheserbrief, Theologischer Verlag Zürich 1985.

  • Rudolf Bultmann, Theologie des Neuen Testaments, J.C.B Mohr 1977. (7e druk)

  • Johan Murre, LEXICON Bijbels Grieks, Septuaginta en Nieuwe Testament, 2 delen, Skandalon 2016.

< Terug