< Terug

Preekschets Lucas 1:13 – Eerste Advent

Lucas 1:13
Eerste Advent

Maar de engel zei tegen hem: ‘Wees niet bang, Zacharias, je gebed is verhoord: je vrouw Elisabet zal je een zoon baren, en je moet hem Johannes noemen.’

Schriftlezingen: Maleachi 4; Lucas 1:5-17

Het eigene van de zondag

In de tijd van Advent staan we stil bij het komen van Gods Koninkrijk. Een komen waarvan de Schriften van het begin af vol zijn en waar de gemeente in de prediking middenin gesteld wordt. In de vier zondagen van Advent komen teksten uit Lucas 1 aan de orde die betrekking hebben op de geboorte van Johannes de Doper. De aankondiging van Johannes’ geboorte staat op de grens van Oude en Nieuwe Testament. De prediking voor deze zondag staat in het teken van Gods trouw aan zijn woord.

Uitleg

Lijnen door de hele perikoop

De vermelding van Herodes in vers 5 is meer dan een tijdsaanduiding. In het licht van het komende Koninkrijk is hij een usurpator, een wederrechtelijk heerser, een van de ‘vijanden’ (vs. 71).

  • Vers 5-6: Zacharias en zijn vrouw vertegenwoordigen de traditie in haar levende vorm: blijven bij het woord van de HERE, in de verwachting van zijn heil (vgl. 2:38).

  • Vers 7: ‘Onvruchtbaar’. Het ‘van geslacht tot geslacht’ is nooit een vanzelfsprekende zaak. De voortgang van het heil is steeds een wonder, een scheppende daad van God. Een oudtestamentisch thema: Sara en de vrouwen van de andere aartsvaders, Hanna.

  • Vers 8-9: De voortgang van de eredienst, het gewone, ook te waarderen als een teken van Gods trouw: ‘priesterdienst’, ‘beurt’, ‘regel’ . De herhaling houdt Gods beloften en de verwachting van zijn heil levend.

  • Vers 10-11: De verschijning van de engel doorbreekt de gewone gang van de eredienst. De herhaling in de eredienst kan tot gewenning worden, zodat men niet meer rekent op beweging, op voortgang van het heil.

  • Vers 12: ‘Ontroerde’. Liever vertaal ik ‘werd geschokt’. Dit, met de bijbehorende ‘vrees’, treedt telkens op wanneer God zich metterdaad manifesteert, zijn belofte realiteit blijkt te zijn. De schok die het gewone doorbreekt.

Aantekeningen bij de tekst

  • Vers 13, ‘Wees niet bevreesd’. Wie bang is voor God is niet aanspreekbaar voor zijn evangelie, zijn goede woord. ‘Zacharias’: het evangelie is persoonlijk gericht, spreekt aan. ‘Uw gebed is verhoord’: God hoort daar waar verlangen naar de vervulling van zijn heilsbeloften leeft.’ Zal u een zoon baren’: in de Schrift altijd meer dan een natuurgebeuren, een teken van Gods trouw ‘van geslacht tot geslacht’, de voortgang van zijn heil. De naam ‘Johannes’ (‘de HERE is genadig’) wijst daarop. Gods ontferming met zijn volk gaat nu gestalte krijgen.

  • Vers 14, ‘Blijdschap en vreugde’. Het laatste kan ook met ‘glans’, ‘versiering’ worden weergegeven. Het leven dat voortging in de (ook godsdienstige) gewoonte, krijgt glans. In plaats van een ‘zich houden aan’ treedt nu de lofzang waarin de eredienst tot zijn vervulling komt. ‘Uw deel’ wordt aangevuld door de ‘velen’ die zich over Johannes’ geboorte zullen verblijden. Het gaat om meer dan alleen de persoonlijke vreugde om het ontvangen van een kind. Men wacht op de geboorte van de voorloper van de Messias als vervulling van het profetisch woord (Maleachi 4).

  • Vers 15, ‘Groot voor de Here’. Het Griekse enópion blijft steeds de notie van ‘zien’, ‘voor ogen’ houden. Johannes zal groot zijn door wat God met hem op het oog heeft. Verderop in het evangelie zien we hem in de gevangenis, aangevochten over het woord dat hij zelf verkondigd heeft (1:18-24). Niet ‘groot’ in zichzelf, maar als één van ons. Geen ‘wijn en sterke drank’: Johannes zal bekleed zijn met het Nazireeërschap (Numeri 6:1-21). Onthouding van al wat bedwelmt, groei van het haar als teken van kracht. Totale inzet van de persoon en concentratie op zijn goddelijke roeping. Hij zal vol van ‘Heilige Geest’ zijn (zonder lidwoord). Het positieve waar de onthouding van de Nazireeër op gericht is. Een heel leven gedreven door Gods adem.

  • Vers 16, Hij zal ‘velen der kinderen Israëls bekeren tot de Here, hun God’. De HERE is ‘hun God’: Gods verbondstrouw staat boven de oproep tot bekering. De oproep berust daarop. Bekering is omkering, het ontvangen van een nieuwe gerichtheid. Rekenen met de trouw van ‘onze’ God, een opleving van vertrouwen, een leven dat belofte en toekomst krijgt, gericht op God en de komst van zijn Koninkrijk.

  • Vers 17, ‘In de geest en de kracht van Elia’, grijpt terug op Maleachi 4:5.Daar gaat het om bestendiging van de eredienst totdat de voorloper komt met dezelfde rol en roeping die Elia vervulde. Vergelijk ook 1 Koningen 17:1: Elia, de profeet die voor Gods aangezicht staat. ‘Om de harten der vaderen te keren tot de kinderen en de gehoorzamen tot de gezindheid (liever: de bedachtzaamheid) der rechtvaardigen, teneinde de Here een weltoegerust volk te bereiden’. Een tekst met een stukje uitleggeschiedenis. Calvijn en Bengel (Gnomon Novi Testamenti) zwakken de tegenstelling tussen vaders en kinderen af en lezen er een gezamenlijke wending tot God in. Kohlbrugge (Opleiding tot recht verstand der Schrift) geeft naar aanleiding van Maleachi 4:6 deze tegenstelling meer reliëf. Men dient hem daar mijns inziens in te volgen. De bekering tot God is in vers 16 al genoemd. Hier gaat het om de bekering van de generaties tot elkander. De tekst bij Lucas leze men als een uitleg van de profetie van Maleachi. De voortgang van het heil ‘van geslacht tot geslacht’. De vaderen (die gaan voorop!) zijn degenen die de traditie dragen. Bij het doorgeven daarvan hebben zij te luisteren naar de vragen van de kinderen (vgl. Ex. 12:26,’En wanneer uw zonen tot u zeggen: Wat betekent deze dienst van u?’). De kinderen moeten van de ouderen de bedachtzaamheid van de rechtvaardigen leren, dat wil zeggen: ze moeten uit het leven van de ouderen zien hoe goed het is om naar Gods geboden te leven. Zo is ook tussen de generaties steeds bekering nodig.

Aanwijzingen voor de prediking

Hoofdlijn en dragende grond van de hele preek is Gods trouw van geslacht tot geslacht, de voortgang van het heil, het komen van zijn Koninkrijk. Daaromheen groeperen zich verschillende thema’s waaruit men eventueel een keuze kan doen. Gods trouw aanzijn woord: de profetie van Maleachi, de aankondiging van Johannes’ geboorte, de komst van de Messias, de komende definitieve doorbraak van Gods Koninkrijk. Het thema van de traditie die het woord bewaart en God die zijn woord vervult. Waar de verwachting van het Koninkrijk gaat ontbreken, verzandt de traditie. Het Nazireeërschap, een bijzondere roeping die niet algemeen geldt. Vergelijk het eten en drinken van Jezus (Luc. 7:34). Toch draagt de gemeente in de wereld enigszins het stempel van het Nazireeërschap. Zij verwacht een komend Koninkrijk. Daarom zal zij zich nooit voor honderd procent in de wereld nestelen en thuis voelen. Het thema van de bekering tot God en van de generaties tot elkaar. Homiletisch gebruik maken van het feit dat de ouderen eerst worden aangesproken, pas daarna leren de kinderen horen als ze van de ouderen zien dat het goed is om naar het woord te luisteren.

Liturgische aanwijzingen

Psalm 90, 96, 105; LB 128, 130

< Terug