< Terug

Zijn wij onze evaluatie?

In de eerste bijdrage van dit nummer (zie: Leef je eigen leven) plaatst Herman Paul de vraag naar het christelijke mensbeeld tussen de noties zelfontplooiing en zelfverloochening. Een vakantie-survey door damesbladen illustreert de trend van een verschuiving van zelfverloochening naar zelfontplooiing. Seculiere dames- bladen lopen hierin voorop, maar ook christelijke tijdschriften vertonen deze tendens. Verwonderlijk is het niet; zelfverloochening is een achterhaald begrip. Eeuwenlang was ‘plicht’ de drijvende gedachte achter het mensbeeld, maar inmiddels is ‘kiezen voor jezelf’ de mantra. Deze ontwikkeling hangt ongetwijfeld samen met de autonomisering van het subject: mensen bepalen zelf wat goed is. Met een lange aanloop, die zeker al in de 15e eeuw begint met het beroemde tractaat. Over de menselijke waardigheid van Pico della Mirandola, krijgt deze ontwikkeling zijn beslag aan het eind van de 20e eeuw. Niet toevallig loopt deze ontwikkeling parallel met de secularisatie, maar laten we niet denken dat er een makkelijke scheiding tussen profaan en religieus mee samen hangt. Ook de christelijke damesbladen zoeken het dus in de zelfontplooiingshoek en de locus classicus van de zelfverloochening, de Heidelberger Catechismus, heeft in de kerkelijke breedte goeddeels afgedaan. Breekpunt daarin is het vermeende negatieve mensbeeld: de mens die geneigd is tot alle kwaad en tot geen goed in staat. Een geschrift dat op die manier opent met de ‘ellende van de mens’ leggen we liefst maar weer snel terzijde.En terecht, natuurlijk. De geestelijke littekens van dit negatieve mens- beeld komen predikanten nog altijd geregeld in hun pastorale praktijk tegen. Aleid Schilders Hulpeloos, maar schuldig kon op brede herkenning stuiten, en een collega als Jan Offringa noemt het christelijke erfzondebegrip dan ook een ‘serieus bedrijfsongeval van de christelijke traditie.’ Zonde, en de ermee samenhangende zelfverloochening, worden dan met vreugde prijsgegeven.

Lees dit artikel als PDF

< Terug