Menu

None

Preview: Inferno

Lees een fragment uit het boek Inferno van Arnold Huijgen

Inferno cover

Arnold Huijgen duikt naar eigen zeggen graag in de ‘vergeten groenten uit de tuin van de protestantse theologie’. Eerder deed hij dat met zijn boek over Maria en nu met zijn boek over de hel en het kwaad: Inferno. Lees hieronder een fragment uit de inleiding van Inferno.

1.1 DE HEL VANDAAG

Je komt de hel tegenwoordig overal tegen. Bij de opening van een klimaattop bijvoorbeeld waarschuwde de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, António Guterres: ‘Wij rijden op de snelweg naar de klimaathel en we hebben onze voet nog altijd op het gaspedaal.’ Ook de oorlog in Oekraïne wordt vaak een ‘hel’ genoemd. Wie even online zoekt, vindt aardbevingen in Turkije en Syrië die als hel betiteld worden, drugsmaffia die het vredige Ecuador veranderde in een hel op aarde, maar ook uitbuiting van arbeidsmigranten en de bio-industrie worden als ‘hel’ getypeerd. De hel is de metafoor bij uitstek voor het summum van uitzichtloze ellende. Dat geldt niet alleen de buitenwereld, maar ook het mentale leven. De Belgische zanger Stromae zingt in het nummer L’enfer over zijn eenzaamheid en zijn gedachte aan zelfmoord: dat leek de enige manier om een eind te maken aan ‘die gedachten die mijn leven een hel maken’ (‘ces pensées qui me font vivre un enfer’).

De hel als vuur maakt dat de associatie met klimaatverandering voor de hand ligt. In haar song ‘All the good girls go to hell’ uit 2019 bezingt Billie Eilish hoe de mensheid zichzelf te gronde richt. De videoclip toont hoe een engel vleugels aangemeten krijgt om vervolgens van de hemel naar de aarde te vliegen. Zij komt in een berg olie terecht waardoor haar vleugels niet meer functioneren. Als ze zich uit die smurrie weet los te maken, sleept ze de vleugels vol teer achter zich aan. Intussen breekt op de achtergrond een verzengende brand uit. Billie Eilish heeft gezegd dat het nummer verwijst naar klimaatverandering en naar haar frustratie over de mensheid die de planeet verwoest. De Californische heuvels branden vanwege de slechtheid van de mensheid. Proberen het goede te doen heeft geen zin meer, daarom is het geen probleem om je aan geen enkele regel te houden. De videoclip eindigt met een grote brand, een inferno. ‘There’s nothing left to save now’: er is niets meer over om te redden.

Series

Ook afgezien van klimaatverandering is de hel een prominent thema in populaire cultuur. In de komische tv-serie The Good Place (2016-2020) wordt verkend wat hemel en hel eigenlijk zijn. De hoofdpersonen denken dat ze na hun overlijden in de hemel (‘the good place’) zijn, maar dat wordt hun alleen maar wijsgemaakt door een demon met de naam Michael. De plaats is juist zo ingericht dat ze elkaars leven tot een hel maken. Het geestige karakter van de serie gaat knap gepaard met ethische en filosofische diepgang. De vragen wat een mensenleven waard is, wat het goede leven is, hoe je goed gedrag meet en wat leven de moeite waard maakt, komen allemaal aan de orde. Producent Michael Schur betrok dan ook gespecialiseerde ethici bij de serie. Wat het goede leven is, wordt verkend aan de hand van de hel als hulplijn. In ieder geval geeft deze serie blijk van de intuïtie dat van het denken over de hel te leren valt over het leven.

1.2 DE HEL IN KERK EN THEOLOGIE

Terwijl de seculiere wereld zo vrijmoedig ellende als ‘hel’ benoemt, zijn christenen – en vooral de theologen onder hen – huiverig om het over de hel te hebben. Filosoof Bertrand Russell merkt daarom plagerig op dat onder christenen de hel tegenwoordig niet zo’n stevig geloofsartikel is, en zeker niet meer zo heet als vroeger.

Uit onderzoek van het platform Weet wat je gelooft en het tijdschrift De Nieuwe Koers bleek dat steeds minder christenen geloven dat de hel bestaat, steeds minder predikanten in hun preken naar de hel verwijzen en steeds minder kerkgangers de hel als een centraal punt in hun geloof beschouwen. Dat is om verschillende redenen niet vreemd. Het heeft bijvoorbeeld met imago en geschiedenis te maken: in eerdere generaties zou de kerk ‘hel en verdoemenis’ hebben gepreekt, gewaarschuwd voor een altijddurende pijniging van mensen die niet het juiste geloof aan hingen. Dat mag een karikatuur zijn, het is wel het beeld van de kerk dat zich via het werk van schrijvers als Maarten ’t Hart en Jan Siebelink heeft vastgezet in het collectieve geheugen. Het is begrijpelijk dat je zo’n karikatuur niet wilt bevestigen, maar dat je afstand houdt van de hel. De hel ligt gevoelig.

Illustratief voor de gevoeligheid is het stormpje dat opstak in het dagblad Trouw naar aanleiding van een interview over mijn inaugurele oratie. Daarin betoogde ik dat kerk en theologie het weer over de hel moesten hebben, al was het maar om te voorkomen dat mensen elkaars leven tot een hel maken. Dat leverde tal van afwijzende reacties op. Deze ‘bangmakerij’ moest stoppen, hel en verdoemenis preken zou mensen niet terugbrengen in de kerk. Lezers verwezen naar de last die ze ervoeren vanwege een religieuze opvoeding. Eén lezer verweet mij dat ik God de Schepper afschilderde als iemand ‘die gehakt van ons maakt.’ Een ander sprak van een ‘theologisch gedrocht’ en ‘gebeuzel’, een ‘verderfelijk vaatje’ waaruit ik zou tappen. Een collega-hoogleraar van de VU beschouwde de rentree van de hel zelfs als het ‘invoeren van het seculiere complotdenken in de theologie. Je gaat scheiden tussen mensen die deugen en zij die het niet doen. Een doodgevaarlijke tendens.’ In een slotbijdrage lichtte de hoofdredacteur toe waarom een krant als Trouw zich met deze thematiek bezighield.

Onder de lezers van Trouw bevinden zich kennelijk veel mensen voor wie de hel aan angsten uit hun jeugd refereert. Columnist Stevo Akkerman bijvoorbeeld schrijft dat hij de reacties van Trouw-lezers wel begrijpt: ‘Toen ik als puber voor het eerst stiekem naar de film ging, was de gedachte dat dit wel eens mijn hellevaart kon betekenen spannender dan de film zelf, terwijl het toch ging om De kanonnen van Navarone. De hel was echt en de eeuwigheid een angstig gapend gat.’ Intussen had Akkerman mijn oratie een paar keer gelezen zonder dat iets daarin zijn verontwaardiging wekte. Kennelijk is de gevoeligheid voor de thematiek van de hel zo groot dat het gevaar bestaat dat mensen niet meer horen wat je eigenlijk zegt.

Toch is de mindere waardering van de hel onder christenen niet alleen aan beeldvorming toe schrijven. Voor veel christenen is de gedachte onverdraaglijk dat mensen voor altijd zouden worden gestraft, zelfs gepijnigd in een vuur zonder einde. Hoe is dat beeld te rijmen met de God die liefde is? Kun je geloven in een God die zijn schepselen aan eindeloze pijn onderwerpt, niet eens om ze een lesje te leren (dat zou ook al vragen oproepen), maar om ze eindeloos te straffen? Voorgaande generaties hadden kennelijk minder moeite met Gods straf. Het beeld van God is ingrijpend veranderd.

In de tentoonstelling ‘Van God los?’ over de onstuimige jaren zestig toonde Museum Catharijneconvent een televisiefragment uit eind 1966. Mies Bouwman blikt in een interview met Godfried Bomans terug op het voorbije jaar. Op de vraag wat volgens hem de belangrijkste gebeurtenis van het achterliggende jaar was, antwoordt Bomans resoluut: de sinterklaasintocht in Harlingen. Sinterklaas gooide namelijk bij het binnenvaren van de haven opeens zijn zak in de golven. Bomans: ‘Dat is een kerkelijk gebaar dat ik zeer toejuich. Daarmee heeft Sinterklaas aangetoond: de periode van straffen, van sancties, van dreigen, van hel en vagevuur is nu afgesloten. Ik ben nu lief!’ Bomans noemt Sinterklaas met een knipoog een thermometer van het religieus klimaat. Tien jaar eerder had Sinterklaas zijn zak volgens Bomans niet zomaar kunnen weggooien: ‘Hij zou zijn opgepakt!’ Maar de hele kerk heeft een draai gemaakt: aan dreiging doet zij niet meer. ‘Er is een soort liefheid gekomen in de kerk, God is aardiger geworden.’ Als God bestaat, zal Hij vriendelijk zijn.

Ellendige en gruwelijke situaties in de wereld, zoals oorlogen en ander geweld, maken het beeld van een wrekende en straffende God voor velen onvoorstelbaar. God wil immers een eind aan het geweld. Of kunnen christenen geloven dat Joodse mensen die in Auschwitz hun ondergang tegemoet gingen, door hun sterven van de ene in de andere hel terechtkwamen, en dan ook nog eindeloos – enkel omdat ze niet in Christus geloofden? Wie kan op die vraag ‘ja’ antwoorden en tegelijk geloven dat God liefde is?

Wie het X-account van het Auschwitzmuseum volgt, ziet dagelijks foto’s voorbijkomen van mensen die naar Auschwitz werden gedeporteerd. Vaak worden ze op hun geboortedag vermeld. Op de dag dat ik dit schrijf, zie ik bijvoorbeeld Max Leopold Hahn, geboren op 22 februari 1938 in Wenen. Op de foto kijken zijn donkere ogen een beetje verbaasd naast de camera. Zat zijn moeder daar zijn aandacht vast te houden totdat de foto gemaakt was? Het X-account vermeldt dat de kleine Max op 4 oktober 1944 van het getto van Theresienstadt naar Auschwitz werd gedeporteerd. ‘Hij werd in de gaskamer vermoord na de selectie’, schrijft @AuschwitzMuseum erbij. Zoals de zesjarige Max zijn er miljoenen. Gingen al deze mensen naar de hel? Dat is toch niet te geloven?

De context van ontkerkelijking en secularisatie verklaart mede waarom steeds minder christenen geloven dat de hel bestaat. Westerse christenen leven in een cultuur van ongeloof, waar geloof in Christus de uitzondering is en het leven alsof God niet bestond de norm. Zouden dan al die sympathieke mensen zo’n verschrikkelijke toekomst tegemoet gaan? Je vriendelijke buurman, je integere en humoristische collega, misschien zelfs je lieve kinderen? Wie werkelijk gelooft dat het gevaar van eindeloos lijden voor hen dreigt, zou zijn baan opzeggen en zich voltijds wijden aan hun onmiddellijke bekering. Als het huis van je buren in brand staat, waarschuw je hen immers ook. In de praktijk loopt het zo’n vaart niet en leven christenen rustig samen met hun niet- of andersgelovige medemensen.

Voor veel christenen voelt de gedachte van alverzoening of universalisme bevrijdend: uiteindelijk zou de hel eindig zijn en wordt iedereen gered, zij het soms na een aanzienlijke periode van straf. Recent schreef Reinier Sonneveld een boek waarin hij op basis van bijna-doodervaringen betoogt dat de hel een einde heeft en iedereen gered wordt. Sonneveld schrijft bevlogen, maar volgens critici ook ‘schrikbarend ongenuanceerd’. Universalisme voelt voor velen goed, maar is het ook verantwoord? 

Intussen is er een stevige minderheid van christenen die nadrukkelijk opkomt voor het bestaan van de hel en die vindt dat de thematiek juist niet uit de weg moet worden gegaan. Waarom zou je meebewegen op de golven van de tijd en niet ferm opkomen voor de bijbelse leer? Driekwart van de respondenten in het onderzoek van De Nieuwe Koers blijft de traditionele visie op de hel aanhangen. Ongeveer de helft van die groep vinkte aan: ‘De hel is een eeuwigdurende, bewuste fysieke en geestelijke kwelling. Wie verloren gaat zal in de hel zowel lichamelijk als geestelijk tot in eeuwigheid worden gepijnigd als straf van God.’ De andere helft koos voor de variant waarin de ‘fysieke en geestelijke kwelling’ niet genoemd staan en het wezen van de hel bestaat in de ‘eeuwige scheiding van God’. Opvallend gegeven: in behoudende kringen neemt steun voor de traditionele kijk op de hel toe, vooral bij jongeren. Hoe dat komt, vermeldt het onderzoek niet. Ik durf er wel naar te raden: in een context die hoe langer hoe minder gestempeld is door het christelijk geloof, verlangen veel christenen naar een duidelijke boodschap, die geen water bij de wijn doet. Omdat de hel een moeilijk geloofsartikel is, dat vaak het eerste is dat wordt losgelaten door wie het geloof begint te verlaten, wordt het een identiteitskenmerk van orthodoxie. Juist omdat het geloof van veel christenen steeds humaner en milder wordt, benadrukken degenen die nog wel orthodox willen zijn de zogenaamde ‘twee wegen’: de ene tot het behoud en de andere tot het verderf.

Christenen die geloven dat de hel een realiteit is, kunnen lijden aan die overtuiging of de gevolgen ervan. Hun kinderen die kerk en geloof vaarwelzeggen, gaan volgens deze overtuiging een inktzwarte toekomst tegemoet. Maar ook van mensen binnen de kerk is de vraag of het voor hen eeuwig wel of eeuwig wee zal zijn, en die overtuiging geeft extra gewicht aan de prediking. Met name in bevindelijk-gereformeerde kring twijfelen velen of zij delen in het ware geloof, soms met existentiële angst tot gevolg. In die zin hebben de Trouw-lezers gelijk: dergelijke angst is niet alleen iets van het verleden. Aan de andere kant hebben orthodoxe christenen gelijk: als de hel als plaats van eeuwige straf bestaat, moet deze voluit ernstig worden genomen.

Theologisch staat er veel op het spel. Verlies aan geloof dat de hel bestaat, geldt niet ten onrechte als een belangrijke indicator van betekenisverlies van het christelijk geloof. De Amerikaanse theoloog Richard Niebuhr (1894-1962) typeerde vrijzinnig geloof eens als: ‘Een God zonder wraak brengt mensen zonder zonde in een koninkrijk zonder oordeel door de bediening van een Christus zonder kruis.’ En in Nederland zag H. Berkhof (1914-1995) hoe een crisis zich aftekende in het midden van de toenmalige Nederlandse Hervormde Kerk, de zogenaamde midden-orthodoxie, omdat de spanning van wet en evangelie verdween: ‘Omdat wij niet meer over de hel durven spreken, wordt de hemel een bleek en vanzelfsprekend geval. Omdat wij geen bedreigingen meer durven uit te spreken, worden de beloften in onze mond flauw en nietszeggend.’ Als Niebuhr en Berkhof gelijk hebben, vervaagt het christelijk geloof wanneer oordeel, wraak en hel geen plaats meer hebben.

Overtuigingen rondom de hel lopen dus nogal uiteen. In de media wordt de hel als metafoor voor ellende vrijmoedig gebruikt, zonder verband met de hel als hiernamaals. Kerk en theologie zijn ermee verlegen, maar op verschillende manieren. De meeste westerse christenen geloven niet meer dat de hel bestaat, maar voor wie bij dat geloof opgroeide, kan het een open zenuw zijn. Wie nog altijd gelooft dat de hel bestaat, doet dat doorgaans met ferme orthodoxe overtuiging, maar geregeld ook met existentiële angst over de toekomst van zichzelf en anderen. Reden genoeg voor nader onderzoek. Raken het seculiere spreken over de hel in dit leven (de klimaathel, de hel van de oorlog) en de christelijke traditie over de hel elkaar? Kunnen ze nauwer op elkaar betrokken worden en wat zou dat opleveren? Om die vragen te beantwoorden is fundamenteel theologisch onderzoek nodig naar het bijbelse en theologische gehalte van verschillende visies op de hel, en vooral naar Gods liefde en recht.  

Arnold Huijgen is hoogleraar dogmatiek aan de PThU, christelijk gereformeerd predikant en Theoloog der Nederlanden 2025-2026. Hij doet onderzoek naar de hel en werkt aan zijn nieuwe boek Inferno.

Bestel Inferno bij onze partner Boekenwereld

In Inferno deelt Theoloog der Nederlanden Arnold Huijgen zijn prikkelende onderzoek naar de verschillende visies op de hel. Hoewel we er liever niet over spreken, raakt het thema van de hel aan de kern van het christelijk geloof. Arnold Huijgen neemt ons in dit boek mee in een spannende zoektocht langs bijbelse bronnen, eeuwen van theologisch denken en menselijke ervaringen van schuld en gebrokenheid. Met Christus’ nederdaling in de hel als uitgangspunt ontwikkelt hij een nieuwe visie, die confronteert en hoop biedt. Daarmee vormt Inferno een fundamentele herijking van het gesprek over de hel in onze tijd.

Lees ook deze artikelen van Arnold Huijgen


Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Wil je op de hoogte blijven van Theologie.nl? Schrijf je dan in voor onze wekelijkse nieuwsbrief. Daarin selecteren we de mooiste, nieuwste en scherpste artikelen van de week. Ook houden we je op de hoogte van nieuwe boeken, speciale events en De theologie podcast. 

Word lid van Theologie.nl 

Wil je meer artikelen kunnen lezen over boeken, levensvragen, maatschappelijke thema’s en spiritualiteit? Word dan lid van Theologie.nl en sluit een basisabonnement af vanaf €5,83 per maand. 

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken