INTERVIEW: ‘Als Theoloog der Nederlanden wil ik de catastrofe erkennen’
In gesprek met Arnold Huijgen over zijn nieuwe rol als Theoloog der Nederlanden
Arnold Huijgen (1978) is de nieuwe Theoloog der Nederlanden. Hij is hoogleraar dogmatiek aan de PThU, christelijk gereformeerd predikant en enthousiast wielrenner. Hoe gaat hij zijn nieuwe rol vervullen? Redacteur Maartje Amelink ging met hem in gesprek.
Allereerst, gefeliciteerd! Wat betekent deze nieuwe titel voor je?
‘Ik voel me ermee vereerd! Het voelt ook als een nieuwe verantwoordelijkheid. Als Theoloog der Nederlanden wil ik beschikbaar zijn, dus als iemand een microfoon onder mijn neus duwt, dan ben ik er. Voor radio, tv, andere media. De samenleving komt theologie niet meer ophalen, dus we zullen het zelf moeten brengen. Ik zie het als een ambassadeursfunctie.’
Waarom heeft Nederland een nationale theoloog nodig?
‘Veel mensen hebben zingevingsvragen, bijvoorbeeld door de klimaatcrisis en oorlogsgeweld. Dat moet geadresseerd worden. De theologie kan over eeuwen heen kijken, net als de filosofie en literatuur. We hebben die verbeeldingskracht nodig om niet alles plat te slaan in termen van euro’s en productiecijfers.
‘Bovendien moet de vraag naar God op tafel komen. Veel mensen zullen zich afvragen of dat geen ouwe koek is. Maar voor het merendeel van de wereldbevolking is dat niet zo. Er is een link tussen crisis en geloof, we zien dat de coronacrisis ook tot een toename van zingevingsvragen heeft geleid onder jonge mensen. Gen Z lijkt in het algemeen minder materialistisch.’
De vraag naar God moet op tafel komen
Wat is de link tussen crisis en geloof?
‘Dit trekt een heel laatje bij mij open, ik ben bezig met een boek over de hel. De filosoof Walter Benjamin heeft gezegd: de catastrofe is al gaande. Daarmee bedoelde hij dat nietsdoen, het gebrek aan verandering, de ware catastrofe is. Voor hem ging dat over het oplaaiende fascisme in de jaren dertig van de vorige eeuw. Ik betrek dit bijvoorbeeld op de klimaatcrisis: die is gaande, de catastrofe is aan de hand. We zijn on the point of no return. Het is geen ramp die op ons afkomt, het is al de realiteit.
‘Neem de exponentiële bevolkingsgroei, de kans dat we zo kunnen blijven doorgroeien als mensheid én dat de techniek alle problemen voor ons oplost, is zeer klein. Het is een stuk aannemelijker dat we met miljarden mensen het einde van de beschaving gaan meemaken zoals we die nu kennen.’
Waarom is dat aannemelijker?
‘Exponentiële bevolkingsgroei heeft in de geschiedenis altijd tot oorlog geleid, en dat zien we nu ook weer. Bovendien ligt in onze tijd de nucleaire optie op tafel. Maar stel dat we vreedzaam met elkaar zouden doorgroeien als mensheid, dan nog blijven er allerlei ecologische problemen bestaan: de broeikasgassen die we de lucht in jagen, de afnemende biodiversiteit, de moeite om iedereen te blijven voeden. Hoe lossen we dat op? Ik heb er geen plaatje bij.’

Dus je bent geen techno-optimist?
‘Nee, ik ben zeker geen techno-optimist. Het transhumanisme zie ik eerder als gevaar dan als kans. Wat mij betreft is het noodzakelijk om te erkennen dat de catastrofe al gaande is, en vandaaruit te leren omgaan met crisis. Daar heeft de theologie ruimschoots taal voor. Veel van het christelijk-theologisch werk is crisiswerk, al in het Oude Testament maar ook bijvoorbeeld Augustinus die in De civitate Dei reageert op de val van Rome.’
Wat levert die erkenning op dan?
‘De roep om God, zeg ik als theoloog. Of: het eerlijk onder ogen zien van de situatie zoals die is en daar zin aan proberen te geven. Het is een zaak van eerlijkheid.’
Het is een zaak van eerlijkheid
Hoe ziet dat eruit voor mensen, de roep om God?
‘In het Oude Testament krijgt dat vaak de gestalte van een klaagzang: God, vergeet ons niet, denk aan ons. Het krijgt ook de gestalte van hoop, want juist in situaties van crisis of ballingschap bloeit ook de hoop weer op. Een van de mooiste teksten uit het Oude Testament vind ik in Jesaja, als er weer een nieuw twijgje aan de stronk groeit. Het roept de hoop op van een compleet nieuwe toekomst. Niet om de catastrofe heen, maar juist dwars erdoorheen.’
Hebben wij in Nederland het recht om zo over crisis te spreken? We leven in rijkdom, vrijheid, veiligheid.
‘Ja, ik snap dat sentiment. Maar het is eigenlijk egoïstisch om te denken: de klimaatcrisis zal eerst toeslaan in Bangladesh, sub-Sahara Afrika, Zuid-Amerika, dus voorlopig zitten wij wel goed. We bouwen onze dijken wat hoger en dat warme weer is eigenlijk wel lekker. De Bijbel heeft hier trouwens ook taal voor, bijvoorbeeld bij de profeet Jeremia die allerlei rampen voorspelt terwijl de bevolking denkt, het zal onze tijd wel duren. Als de vijand dan uiteindelijk voor de deur staat, is iedereen in paniek. En Jeremia reageert namens God: tsja, dat kon je toch verwachten, dacht je dat de hele wereld eraan zou gaan en dat het jou niet zou raken?’
Dacht je dat de hele wereld eraan zou gaan en dat het jou niet zou raken?

Hoe ga je dit inzicht praktisch toepassen als Theoloog der Nederlanden?
‘Als thema voor mijn rol het komende jaar heb ik gekozen: ‘diep gaan’. Dat is eigenlijk een wielerterm, die aanduidt dat je je laatste reserves moet aanspreken. Volgens mij zitten we op dat punt in de westerse cultuur. En ‘diep gaan’ betekent dan ook dat we diepgaand reflecteren op deze situatie. Dat kan niet met een totaalverhaal.
‘Wat mij aanspreekt is de theologia viatorum, een theologie die onderweg is. Theologie kan, denk ik, helpen op je levensweg, het geeft inzichten. Vanuit die gedachte wil ik het gesprek aangaan met mensen. Daar heb ik een paar ideeën bij en een daarvan is ‘Theologie in de lift’. Er zijn steeds meer studenten die kiezen voor theologie, zingevingsvragen nemen overal toe, er is een opwaartse spiraal. Ik wil onderzoeken of we ook kort en krachtig over theologie kunnen spreken, als een elevator pitch. Dus als ik bij iemand in de lift sta, kunnen we het dan over theologie hebben? Is dat mogelijk?
Hoe zou zo’n gesprek in de lift eruitzien?
‘Ik zou willen vragen aan mijn gesprekspartner: hoe zie jij de wereld en hoe vind je er betekenis in? Maar ook: Wie is God voor jou, en wat als God er niet is, waar put je dan kracht uit om door te zetten? Als je diep moet gaan, waar haal je dan je reserves vandaan? Je hoeft niet gelovig te zijn om zulke gesprekken te voeren.’
Als je diep moet gaan, waar haal je dan je reserves vandaan?
Waar haal jij je reserves vandaan als het erop aankomt?
‘Heel klassiek gezegd: de hoop op Jezus Christus. Een lichte verbetering gaat niet helpen: we moeten compleet nieuw worden. Gods nieuwe wereld, daar stel ik mijn hoop op. Ik weet niet precies hoe, maar ik weet wel dat het ontkennen van de ernst van de huidige situatie het er niet beter op maakt.’
Compleet nieuw worden. Wat moet ik me daarbij voorstellen?
‘Een nieuw leven begint daar waar je durft te hopen, waar je durft te geloven. Dus niet: met wat technische middelen komen we er wel of als ik een tandje erbij doe kom ik er wel. Soms helpt die manier van denken, maar vaak is het te oppervlakkig. We hebben die controle niet, we moeten onze sterfelijkheid onder ogen zien. We gaan er allemaal aan. Vrolijk hè?’
We moeten onze sterfelijkheid onder ogen zien
Maar dat weten we toch wel, dat we allemaal doodgaan?
‘Juist hier in het rijke westen klampen we ons vast aan van alles en zijn we extra bang en voorzichtig. Soms zie je mensen in de meest barre omstandigheden die toch voluit leven. Zij weten dat je anderen nodig hebt, ze zijn door allerlei bodems heen gezakt, ze hoeven geen schijn meer op te houden. Crisis is een motor voor nieuw leven. Filosoof Slavoj Žižek heeft gezegd ‘al het menselijk bestaan is post-apocalyptisch’, dat wil zeggen, er zijn altijd catastrofes die ons huidige leven verklaren, die daar de katalysator van zijn. De stabiliteit van Europa is niet te begrijpen zonder de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Wij leven op de puinhopen van vroeger, en daar zijn we aan gewend geraakt.’
En wat betekent dat voor de situatie nu?
‘Er is een nieuwe crisisperiode gaande. Dat roept de vraag naar hoop op. Welk type hoop is er in onze maatschappij? Tommy Wieringa heeft het over ‘optimisme zonder hoop’, maar ik wil de hoop niet wegschuiven. Ik ben misschien niet zo optimistisch, maar wel hoopvol. Het christelijk geloof leert dat we geen levensvervulling vinden door zoveel mogelijk schade te vermijden en zo ongeschonden mogelijk uit de strijd te komen, maar door de mate waarin we onszelf voor anderen geven. Dat is wat Jezus Christus heeft gedaan: Hij heeft zichzelf volledig gegeven.’
Ik ben misschien niet optimistisch, maar wel hoopvol
Voor veel mensen zijn hun (klein)kinderen de motivatie om zich in te zetten voor een betere wereld, niet God.
‘Zeker, het is ook niet zo dat je eerst in God moet geloven. Heel veel mensen zetten zich in voor de samenleving. Sterker, daar kunnen christenen vaak een voorbeeld aan nemen. Maar het is opnieuw de vraag, uit welke bron put je als je diep moet gaan? Veel mensen willen inderdaad een betere toekomst voor hun kinderen, maar het is inmiddels realistisch om te stellen dat dat niet zal lukken. Je kunt dan een concurrerende levenshouding krijgen, zo van, als mijn kinderen het maar beter krijgen. Of een cynische levenshouding: na ons de zondvloed. Het christelijke geloof biedt nog iets anders: een hoopvol perspectief.’
Hoe ervaar je die hoop?
‘Door mijn schoenen aan te doen, naar de kerk te gaan en daar mensen te ontmoeten die ik niet zelf heb uitgekozen. Het delen van het heilig avondmaal is voor mij ook fundamenteel, daarin voel ik de verbondenheid tussen mensen doorheen alle lagen en leeftijden. Of door het zingen van de oude psalmen, teksten die ik niet zelf heb bedacht, alsof ik in een groot koor erbij mag staan. Dat tilt mij boven mezelf uit. Door mijn geloof in Jezus Christus leer ik hopen dat het goed komt, ook als ik het zelf nog niet zie.’

Arnold Huijgen is hoogleraar dogmatiek aan de PThU, christelijk gereformeerd predikant en Theoloog der Nederlanden 2025-2026. Hij doet onderzoek naar de hel en werkt aan zijn nieuwe boek Inferno.


