Menu

Basis

De dominee of de therapeut?

Twee koningen

In de serie ‘Het christelijke geloof in een therapeutisch Nederland’ onderzoekt Katie Vlaardingerbroek, auteur van Nederland Therapieland, de relatie tussen het christelijke geloof en onze huidige therapiecultuur. In haar vorige artikel liet ze zien dat therapie een autoriteit is geworden op het gebied van levensvragen. In dit tweede artikel onderzoekt ze de concurrerende relatie tussen therapie en religie. Wie kan het beste hulp bieden bij menselijk lijden: de dominee of de therapeut?

‘Tegenwoordig gaan mensen naar de psychotherapeut, in plaats van naar de dominee.’

Dit had een citaat kunnen zijn uit een recent opiniestuk in de ND of RD, maar werd bijna 100 jaar geleden al uitgesproken door een protestantse predikant. De predikant in kwestie deelde zijn bevindingen met Carl Jung, een bekende psychiater. Jung haalde deze naamloze predikant aan in een lezing die hij in 1932 gaf. De naam van de lezing gaf perfect de spanning weer die vandaag ook voelbaar kan zijn: Psychotherapists or the Clergy.

Therapie versus religie

Therapeuten versus dominees, therapie versus religie. Het raakt een aan grote vraag over wie en wat het beste hulp kan bieden bij menselijk lijden. Religie, en in Nederland specifiek de christelijke religie, had een vanzelfsprekende autoriteit als het ging om levensbeschouwing, moraliteit en het betekenis geven aan lijden. Deze vanzelfsprekendheid was honderd jaar geleden al aan het verschuiven. Carl Jung zei hierover in zijn lezing:

De golf van interesse in psychologie die momenteel over de protestantse landen van Europa trekt, is allesbehalve aan het afnemen. Ze valt samen met een algemene uittocht uit de kerk. Om een protestantse predikant aan te halen: “Tegenwoordig gaan mensen naar de psychotherapeut in plaats van naar de dominee.” Ik ben ervan overtuigd dat deze uitspraak alleen opgaat voor de meer hoogopgeleide mensen, niet voor de massa als geheel. We moeten echter niet vergeten dat het ongeveer twintig jaar duurt voordat gewone mensen beginnen te denken zoals de hoogopgeleide mensen van vandaag.’8

Jungs voorspelling

Jung doet hier een fascinerende observatie, die vandaag de dag nog net zo relevant is. Hij observeert dat de intocht van psychologie vooral in protestantse landen plaatsvindt en samenhangt met de secularisatie. Ook maakt hij al een belangrijke observatie over de demografie voor wie deze verandering opgaat: ‘de meer hoogopgeleide mensen’. Hij koppelt er zelfs een veranderkundige voorspeller bij, namelijk dat de beweging van intellectuele elite naar de maatschappelijke massa zo’n twintig jaar duurt. Het duurde uiteindelijk een stuk langer, maar vandaag de dag is zijn voorspelling uitgekomen. De therapiecultuur is een belangrijk onderdeel geworden van de algemene cultuur van (voornamelijk protestantse) landen.

De therapiecultuur is een belangrijk onderdeel geworden van de algemene cultuur van (voornamelijk protestantse) landen

In de gesprekken die ik heb mogen voeren aan de hand van mijn boek Nederland Therapieland, waren secularisatie en religie twee veel ingebracht onderwerpen als het gaat om de huidige therapiecultuur. Is religie eigenlijk niet beter geschikt voor de taken die therapie nu uitvoert? Zijn de worstelingen van de ggz en de valkuilen in de therapiecultuur niet een teken dat we eigenlijk terug moeten gaan naar de christelijke traditie? Probeert therapie niet op een minder bezielde wijze hetzelfde te doen wat het christendom al biedt?

De christelijke kritiek op therapie

Als religiewetenschapper wil ik voor nu niet op zoek gaan naar normatieve antwoorden, maar het begrijpen van de vragen zelf. Er spreekt een bepaalde concurrentiementaliteit in door, waarbij therapie en het christendom in een bepaalde zin botsen – zowel inhoudelijk als in het vervullen van een maatschappelijke functie. (Dat deze botsing zeker niet het volledige verhaal is – en wat Jungs observatie over de specifiek protestantse landen waar therapie in floreert ons daarover kan vertellen, bespreek ik in het volgende artikel uit de serie).

Wat betekent het voor het christelijke landschap in Nederland dat de therapiecultuur hoogtij viert? Hoe begrijpen of verklaren we dit vanuit een christelijk referentiekader? Een interessant voorbeeld hiervan is de mooie recensie van predikant Erik Hogendoorn, waarin hij de theologische en nieuwtestamentische registers gebruikt om een vertaalslag te maken van mijn kritieken op de therapiecultuur. Wat daarin opvalt, en ook op andere plekken terug komt, is dat in de eigen christelijke traditie de oplossing wordt gevonden voor het gebrek dat in het seculiere domein gesignaleerd wordt. Het gebrek of probleem wordt ook vaak aan het seculiere gekoppeld. Zo stelt theoloog en filosoof Matthieu van Kooten in zijn artikel ‘Van therapieverslaving naar zielenzorg’  dat een deel van het psychisch lijden dat is ontstaan een gevolg is van het wegvallen van religie. Het is, volgens Matthieu, niet de therapiecultuur maar de kerk die in staat is om mensen mee te nemen in de verticale dimensies van het leven: van de ziel, van onvoorwaardelijke liefde, van genade. En wie gunt mensen nou geen diepe ervaring van genade?

Doorverwijzen naar de kerk?

In mijn gesprekken over de therapiecultuur hoor ik vaak vergelijkbare argumenten en geluiden. Zo sprak ik laatst twee christelijke psychologen voor een podcast van de Christelijke Vereniging voor Psychiaters, Psychologen en Psychotherapeuten. Daar kreeg ik de vraag: ‘Denk jij niet dat religie veel beter geschikt is voor de taak die je omschrijft dan therapie?’ Ik kon het, uiteraard, niet laten om de vraag terug te stellen: ‘Heb jij ooit als psycholoog overwogen om een hulpzoeker door te verwijzen naar de kerk, in plaats van cognitieve gedragstherapie aan te bieden? Wat zou je ervan vinden als medepsychologen hun cliënten over Jezus Christus zouden vertellen als oplossing voor hun lijden?’ Het was een leuk gesprek, waarin ze beiden aangaven zich hier óók niet echt comfortabel bij te voelen. En begrijpelijk!

‘Wat zou jij ervan vinden als medepsychologen hun cliënten over Jezus Christus zouden vertellen als oplossing voor hun lijden?’

Wanneer je bekend bent met theologie (van welke geloofstraditie ook) als zingevingstaal kan de therapiecultuur voelen als een magere en problematische vervanger. Er zit een rijkdom en diepte in religieuze tradities die de psychotherapie (nog) niet heeft, al is het alleen al doordat de therapiecultuur een minder lange geschiedenis heeft. Als het gaat om de inhoud van de zingevingstalen, dan is begrijpelijk dat de theologie beter lijkt.

Maar er gebeurt wat interessants wanneer het niet alleen om de inhoud gaat, maar om de grotere context en gevolgen van zeggen dat religie beter is dan therapie en dit implementeren in de maatschappij. We stuiten dan op een spanning, net zoals de christelijke psychologen wanneer zij zich voorstellen om theologie in te zetten in de behandelkamer.

Geen depressie, maar demonen

De christelijke alternatieven voor therapie die geschetst worden, komen vaak voort uit een ideale beschrijving van wat religie kan zijn. Ik kan me vaak in deze beschrijving vinden, maar die beschrijving komt zelden overeen met de praktijk. Ook kan de vergelijking tussen de realiteit van therapie en de ideale beschrijving van religie wat scheef voelen. Dit komt tot uiting in dat mensen vaak comfortabel zijn met hun christelijke vervanging van therapie. Ze vinden het bijvoorbeeld mooi dat de notie van genade een centralere plek krijgt in de omgang met het lijden. Maar dezelfde mensen kunnen huiverig worden wanneer mensen met een depressie te horen krijgen dat ze bezeten zijn door een demon.

Wanneer dat zou gebeuren, zouden ze het juist belangrijk vinden dat we, vanuit de secularisatie, grenzen stellen. We halen dus graag de parels uit de religie die we goed kennen, maar vinden ook een bepaalde veiligheid in dat niet alle vormen van religie hun waarheid mogen verkondigen binnen de context van hulpverlening. Secularisatie biedt ook veel christelijke mensen een soort houvast en waarborgt een bepaalde ondergrens en bescherming van religieuze uitingen die schadelijk zijn.

We halen dus graag de parels uit de religie die we goed kennen, maar vinden ook een bepaalde veiligheid in dat niet alle vormen van religie hun waarheid mogen verkondigen binnen de context van hulpverlening

Wanneer ik moet kiezen tussen egoïstisch zijn en mij leeg voelen door therapie of voelen dat ik onvoorwaardelijk mag bestaan in verbinding met anderen in een kerk – dan is de keuze makkelijk gemaakt. Maar als ik moet kiezen tussen eindelijk ruimte hebben om mijn gevoel te delen en warm ontvangen te worden in een lotgenotengroep of te horen krijgen dat ik, vanwege een depressie, schuldig ben aan niet genoeg geloof bezitten, waardoor mijn lijden en eenzaamheid toeneemt, dan is de keuze ook makkelijk gemaakt.

De concurrentie tussen therapie en religie werkt niet altijd ten gunste van religie. Er zijn nog genoeg plekken waar psychisch lijden wordt gekoppeld aan geestelijke strijd op een manier die vergaande negatieve consequenties kan hebben. Er zijn overigens ook genoeg psychologen en therapeuten die specifiek werken met religieus trauma en waar het therapeutische referentiekader noodzakelijk is om religieuze schaamte en schuld te helen. Het is belangrijk om binnen elk levensbeschouwelijk verhaal eerlijk en bewust te blijven van de schade die erdoor veroorzaakt wordt. Dit geldt niet enkel voor de therapiecultuur, maar ook het christelijke geloof.

Het is belangrijk om binnen elk levensbeschouwelijk verhaal eerlijk en bewust te blijven van de schade die erdoor veroorzaakt wordt

Een zingevingscrisis?

In gesprekken over therapie en religie waar de concurrentie tussen beiden centraal staat, komt vanuit christelijke hoek vaak een specifiek verklarend narratief terug. Dit luidt ongeveer zo: secularisatie heeft tot een zingevings-gat geleid, wat de reden is dat mensen existentieel zoekende zijn en daarom in therapie gaan, waar ze vervolgens cirkeltjes blijven draaien omdat ze op de verkeerde plek zoeken en eigenlijk religie nodig hebben.

Dit is de zogenaamde zingevingscrisis waar we middenin zouden zitten. Het klinkt intuïtief, vooral vanuit een christelijk kader, en het raakt ook aan veel ontwikkelingen die onderbouwd bewezen zijn. Tegelijkertijd is het goed om ook kritisch naar dit narratief te kijken. Wat ik om me heen zie, is namelijk geen gebrek aan zingeving, als wel een nieuw zingevingsverhaal dat met eigen voor- en nadelen komt. De therapiecultuur is juist erg betekenisrijk als het gaat over zingeving, maar op een andere manier dan religie.

Wat ik om me heen zie, is namelijk geen gebrek aan zingeving, als wel een nieuw zingevingsverhaal

De therapeutische manier heeft belangrijke valkuilen en nadelen – net zoals het christendom – maar ook mooie en rijke kanten. Er zit blijkbaar iets in therapie dat mensen uit de kerkbanken heeft getrokken en op de sofa’s heeft gelegd, om maar weer even terug te gaan naar de observatie van de dominee in de jaren ’30. Kan dit enkel iets negatiefs, problematisch of immoreels zijn? Of zou het ook kunnen dat therapie als een spiegel kan dienen voor het christendom? Deze vraag onderzoek ik in mijn volgende artikel over de verstrengeling van het Nederlandse christendom met de therapiecultuur.

Katie Vlaardingerbroek

Katie Vlaardingerbroek is een jonge auteur en studeert filosofie en godsdienstwetenschap.

Het derde artikel uit de serie verschijnt op vrijdag 20 februari 2026.

Wellicht ook interessant

None

Wie niets doet, nadert het goddelijke

De Koreaans-Duitse cultuurfilosoof Byung-Chul Han heeft een zelfverklaarde ‘zielsvriendschap’ met Simone Weil. Haar denken motiveert hem tot mystieke mijmeringen in zijn jongste essay Spreken over God. Tegenover de continue afleiding in onze maatschappij plaatst hij aandacht, inactiviteit en wachten. Leidt dat tot onderhoudende kritiek op het laatkapitalisme of lezen we een behapbaar bijproduct van datzelfde systeem? Filosoof en Weil-kenner Lieven De Maeyer las Spreken over God en concludeert: Han reduceert Weils filosofie tot een handig alibi om vooral niets te doen.

None

Fragment uit Het Keltisch jaar van David Cole

Alles in de natuur werkt volgens een ritme. Alles heeft een natuurlijke kringloop; zo leven ook wij, mensen, volgens een ritme. Er zijn ritmes die goed zichtbaar zijn, zoals de seizoenen: gedurende het jaar zien we de bomen en bloemen voor onze ogen veranderen. Maar er zijn ook subtielere ritmes en kringlopen, zoals die van de sterren die elke nacht langs de hemel bewegen, en de zonsopkomst en -ondergang die door het jaar heen langs de horizon in plek opschuift.

Nieuwe boeken