Menu

None

Recensie Nederland Therapieland

Katie Vlaardingerbroek schreef een boek dat je bij de kladden grijpt. Nederland Therapieland. Hoe beter worden ons zieker maakt leest als een trein, schopt heilige huisjes omver en laat je met een licht gedesillusioneerd gevoel achter. Ik wist soms niet of ik lachen of huilen moest – ik heb het beide gedaan. De auteur, religiewetenschapper en schrijver, analyseert glashelder hoe psychologische hulpverlening een religie is geworden, een nieuw zingevingsmodel. Tegelijk – en dat maakt het boek spannend en bij tijden dubbel – schrijft Vlaardingerbroek vanuit een wat ik maar ‘binnen-perspectief’ noem: ze is zelf jarenlang (en nog) in therapie geweest, ze zou dit boek zonder dit traject nooit geschreven kunnen hebben.

Wat Vlaardingerbroek mijns inziens overtuigend laat zien is dat psychische problematiek niet een individueel, maar collectief probleem is dat functioneert in een economisch neo-liberaal krachtenveld, waarin de maakbaarheidscultuur domineert. Iedereen heeft gelijke kansen; wie deze niet pakt, is een loser. Wie er bovendien van uitgaat dat je eigenaar bent van je eigen geluk, heeft veel te verstouwen wanneer het leven tegenvalt. De lijdensdruk wordt hoog wanneer je tegenslag ziet als een persoonlijk falen. Maar gelukkig staat er, naast het officiële circuit van de geestelijke gezondheidszorg (met lange wachtlijsten) een leger aan zelfverklaarde therapeuten en coaches klaar, sterk missionair gedreven hun kwetsbare verhaal met jou te delen. Maar gun jij het jezelf ook? Voorgaande zinnen kunnen wat cynisch overkomen, maar dit is precies het punt dat Vlaardingerbroek maakt; Nederland is een therapieland geworden. We worden er uiteindelijk niet beter, maar zieker van.

Ik denk dat theologen er goed aan doen dit boek te lezen; indirect las ik het betoog van Vlaardingerbroek als een stevige waarschuwing tegen een al te therapeutische prediking. Op zondag zitten er tegenwoordige assertieve zondaren in de kerk. Deze zijn niet gebaat bij de zoveelste bevestiging van hun bestaan. Dan liever een verkondiging die ons uit onze bubbels verjaagt en aanzegt de zaligheid buiten onszelf, in Christus Jezus, te zoeken. Daar knapt een mens pas werkelijk van op.

Ik acht mezelf niet gekwalificeerd een (eind)oordeel over dit boek te geven – dat laat ik graag aan de psychologische experts over. Wel plaats ik twee, iets uitvoerige, theologische opmerkingen. Opvallend is hoe Vlaardingerbroek schetst hoe de psychologie als discipline losgezongen is geraakt van onder andere de theologie – en hoe een uurtje bij de ‘psych’ de kerkdienst heeft vervangen. Nu moeten we deze twee ook niet te veel vermengen, dan gebeuren er grote ongelukken. Tegelijk hebben we in het Westen van na de Verlichting geloof en redding wel sterk tot het innerlijke zielenleven beperkt.

Dat is in het licht van het nieuwtestamentische gebruik van het Griekse sôzô (en afgeleide vormen) niet terecht. Zonder daar uitvoerig op in te gaan; in geloof en bekering doet de héle mens mee – en geloven doet je goed. Ik weet hoe gevaarlijk deze uitspraak kan zijn – en ik poets de mentale pijn niet weg. Psychisch leed is serieuze ellende; depressies, angst- en paniekstoornissen en noem maar op zijn bepaald niet om te lachen. Dat weet iedereen die er hoe dan ook mee te maken heeft (gehad). Bovendien, wie weet heeft van Koninkrijk van God ervaart naar ziel en lichaam het reeds en nog niet, een doorn in je vlees, het kruis dat we (volgens het doopgebed) ‘vrólijk hebben te dragen’ omdat ‘ons leven toch niet anders is dan een voortdurend sterven’. Dat staat haaks op het obsessief zoeken naar de betere versie van jezelf, het jezelf gunnen je authentieke gevoel je volgen, van coaching tot coaching gaan om in je kracht te worden gezet. By the way: Is (positief) zelfbeeld een Bijbels woord?

De vraag is: heeft Vlaardingerbroek het bij het rechte eind wanneer ze stelt dat we een deel van de psychische problemen als westerse samenleving zelf hebben gecreëerd? Heeft de grote opmars aan psychologische hulpverlening en misschien vooral de hausse aan zelfverklaarde therapeuten en coaches (van paarden knuffelen tot holistische voetmassages) bewerkstelligd dat de moderne mens (ook kerkmens) een incurvatus in se geworden is, een in zichzelf gekromde mens, die niet meer aan eigen sores voorbij kan kijken? Het is in dit verband altijd oppassen met oneliners, want er ís genoeg serieuze psychische pijn – en je bent dolblij dat je leeft in een land waar mensen wonen die hier verstand van hebben, perspectieven weten te openen daar waar het leven knarsend tot stilstand komt. Maar toch.

Dat brengt me bij de tweede opmerking. Als lezende bedacht ik dat we in het Nieuwe Testament een theologisch kernwoord hebben dat nodig onder het stof vandaag gehaald moet worden; het Griekse koinoonia. De Filippenzenbrief, nota bene geschreven vanuit de gevangenis, gebruikt dit begrip op zijn minst op twee manieren; het is de gemeenschap aan het Evangelie én de gemeenschap van zusters en broeders onderling. Het is precies deze koinoonia (in beide betekenissen) die Paulus op de been houdt in belabberde omstandigheden. Vanwege het eerste weet de apostel zijn lijden opgenomen in een zingevend verband (Fil. 1:12). Tegelijk is er de verbondenheid met de gemeenteleden uit Filippi die heel concreet gestalte krijgt; het bezoek in de gevangenis, het toesturen van eten en drinken en financiële ondersteuning (Fil. 4:14-18), daarin excelleert deze gemeente.

Was Paulus happy? Niet op onze manier. Wel gebruikt hij uitgerekend in deze gevangenisbrief meer dan eens het woordje vreugde. Frappant genoeg leunen in het Grieks de woorden blijdschap en genade tegen elkaar aan. Dat zal geen toeval zijn. Zou hier voor de christelijke gemeente winst te behalen zijn? Wat meer op de lijn van de onderlinge gemeenschap te gaan zitten? Dat is niet heel ingewikkeld; het is ook dat pannetje soep dat ik vroeger van mijn moeder naar onze zieke buurvrouw moest brengen. Is daarmee alles opgelost? Natuurlijk niet – zolang we hier beneden zijn wordt niet alles gefikst. Maar we kunnen elkaar wel een beetje helpen het leven door te komen. Zoals Mark Rutte het Nederlandse volk bij het uitbreken van de coronacrisis opriep om een ‘beetje op elkaar te letten’. Zoiets.

Erik Hogendoorn is predikant binnen de PKN en als promovendus Nieuwe Testament verbonden aan de North-West-University te Pretoria (Zuid-Afrika).


Katie Vlaardingerbroek, Nederland therapieland. Hoe beter worden ons zieker maakt. Uitgeverij: Utrecht, KokBoekencentrum Uitgevers, 2025. 176 pp. € 22,99. ISBN 9789043543477

Wellicht ook interessant

Je ziet drie mannen in beeld. Een van de mannen verzorgt een gewonde tweede man en een derde man loopt snel weg.
Je ziet drie mannen in beeld. Een van de mannen verzorgt een gewonde tweede man en een derde man loopt snel weg.
Basis

Als we niet oppassen, neemt het systeem ons te grazen

Onder tijdsdruk haastten theologiestudenten zich voorbij een hulpbehoevende man om op tijd een preek te kunnen houden over de barmhartige Samaritaan. De verwachtingen van het systeem – het niet teleurstellen van de professor – wonnen het van de zorg voor de kwetsbare. Dit experiment uit 1970 is nog altijd relevant, stelt Matthijs den Otter, want AI dreigt ons leven steeds verder te systematiseren. Hoe hiermee om te gaan? Matthijs vindt tips in de filosofie van Hauerwas.

Uitsnede uit de cover van Op de school van het lijden
Uitsnede uit de cover van Op de school van het lijden
None

Thema: School van het lijden

Hans Alderliesten werkt bij Movisie als senior onderzoeker op het gebied van dementie. In zijn werk staat de vraag centraal hoe mensen, ook wanneer zij te maken krijgen met kwetsbaarheid, ziekte of verlies, volwaardig kunnen blijven meedoen aan de samenleving. Hij beschouwt dementie niet alleen als een zorgvraagstuk, maar vooral ook als een samenlevingsvraagstuk. Daarnaast doet hij promotieonderzoek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam naar leiderschap bij de filosoof Augustinus. Hij publiceert over menselijke waardigheid, kwetsbaarheid en de betekenis van klassieke denkers voor actuele maatschappelijke vraagstukken. In zijn nieuwste boek, Op de school van het lijden, brengt hij Augustinus en Job met elkaar in gesprek over lijden, verlies en de kunst van het leven. Elsbeth gaat in deze aflevering in gesprek met Hans Alderliesten.

Portret van David Iboma, buiten voor een groene achtergrond
Portret van David Iboma, buiten voor een groene achtergrond
Basis

“Zoek de eeuwige prijs”

David Iboma, Belg met Congolese roots, werd geboren in 1994 in Kinshasa, Congo. Met zijn ouders en broer reisde hij de eerste jaren van zijn leven door Afrika waar zijn vader werkte als zendeling. Als kind kwam hij aan in Antwerpen, en werkte zich op tot voetballer op hoog niveau. Vandaag zet hij zijn levenservaring in om jonge mensen – veelal kinderen van immigranten en ook met een moslimachtergrond – te begeleiden en inspireren. Vaak via sport, en altijd met de Bijbel in de hand en in het hart. Martine Meijers ging met hem in gesprek.

Nieuwe boeken