Een therapeutische staatsreligie?
In de nieuwe serie ‘Het christelijke geloof in een therapeutisch Nederland’ onderzoekt Katie Vlaardingenbroek, auteur van Nederland Therapieland, de relatie tussen het christelijke geloof en onze huidige therapiecultuur. Op eerste oogopslag lijken geloof en therapie twee verschillende invloedsferen te zijn. Maar Katie laat zien dat ze veel meer met elkaar gemeen hebben dan we wellicht denken en dat het van groot belang is om de overeenkomsten en verschillen scherp te krijgen. In dit eerste artikel onderzoekt ze de gevolgen van de verandering van therapie in een potentiële staatsreligie, en daarmee in een autoriteit op het gebied van levensvragen.
Een paar maanden geleden zat ik tegenover Jim van Os, in een klein kantoor in het UMC. Op de deur staat ‘Hoofd Divisie Hersenen’, tussen ons in staan papieren bekertjes en een pak koeken. In deze context, voor een podcastreeks over therapie in Nederland, zei van Os: ‘Priesters en dominees hadden het vroeger voor het zeggen; nu zijn dat de klinisch psychologen.’
Jim en ik spraken over ‘definitiemacht’: het vermogen om te bepalen welke betekenis gegeven wordt aan iets. Ouders, bijvoorbeeld, hebben voor hun kinderen de ultieme definitiemacht. Zij zijn degenen die uitleggen hoe de wereld werkt, hoe je je hoort te gedragen, welk gedrag gepast is en welke groenten je hoort op te eten. Wanneer je vervolgens opgroeit, ontdek je dat het niet overal hetzelfde is als thuis. Er komen andere mensen met definitiemacht bij: docenten, leeftijdsgenoten, mensen die nét wat ouder of cooler zijn dan jij je voelt, dokters, wetenschappers – en als je religieus opgroeit dominees of priesters.
Leven onder definitiemacht
Definitiemacht werkt altijd samen met een paradigma, ofwel een overstijgend verhaal van hoe de wereld werkt, naar wie je moet luisteren en wat voor bewijs er is voor de waarheid in het verhaal. Onze vrijheid vindt plaats binnen een overkoepelend paradigma dat ook grenzen stelt aan wat normaal en goed is. Dat is deels ook maar goed! Er zijn maar weinig mensen die gelukkig worden van leven in een wereld vrij van zingeving, want wat moet je met een wereld waarin er geen orde is aangebracht door betekenis?
Tegelijkertijd betalen we ook altijd een prijs voor het leven in een zinvolle wereld. Om verbinding te ervaren, moeten we ons namelijk deels aanpassen aan de orde, zodat ook wij te begrijpen en voorspellen zijn voor anderen. Wanneer je dit niet lukt, noemen we je in Nederland tegenwoordig een ‘verward persoon’. Dan ben je onberekenbaar, spannend en verstorend voor de publieke orde. Wie bepaalt wat normaal en gek, goed en slecht is, heeft veel macht.
Een neutraal Nederland?
Lang was het zo dat in Nederland de christelijke religie een bepalende rol speelde in het formuleren van betekenis en moraliteit. De rest van de maatschappij was ingericht binnen deze grotere levensbeschouwelijke kaders. In de klassiek Nederlandse verzuiling was het zelfs zo dat de samenleving vorm kreeg binnen specifieke zuilen, elk met hun eigen levensbeschouwelijke verhaal over zin, lijden en mens-zijn. Het is blijkbaar erg Nederlands om vanuit een overstijgend zingevingsverhaal de maatschappij vorm te geven – ook als de zuil niet religieus is.
Na de ontzuiling en in onze geseculariseerde samenleving lijkt dit niet meer zo duidelijk aan de orde. Er zijn allerlei verschillende politieke partijen, religieus of niet. Er is veel vrijheid om keuzes te maken in onderwijs en zorg, op een manier die aansluit bij je levensbeschouwing en waarbij je flexibel kan wisselen. Je zou bijna denken dat we als Nederlanders een soort neutraal vertrekpunt hebben gevonden, waaruit we vrijheid van levensbeschouwing uitoefenen. Maar is dat het geval? Of zijn er nieuwe paradigma’s met definitiemacht ontstaan waar we met elkaar nog niet zoveel zicht op hebben?
De therapiecultuur
Definitiemacht wordt levensbeschouwelijk wanneer het antwoord geeft op vragen zoals: Waarom besta ik? Waarom lijd ik? Hoe leef ik een goed leven? Voor steeds meer mensen biedt religie daarin geen passende antwoorden. Er is iets nieuws voor in de plaats gekomen, wat ik de ‘therapiecultuur’ noem. Er is een therapeutisch taalveld en betekenisregister ontstaan dat op allerlei lagen van ons dagelijks leven meespeelt in elk cruciaal onderdeel van ons bestaan: ouderschap, familie, onderwijs, romantische liefde, werk en rouw. We begrijpen onze hoogte- én dieptepunten steeds meer vanuit een therapeutische levensbeschouwing. Bij tegenslag, ongeluk of lijden zijn we sneller geneigd om professionele therapeutische hulp te zoeken.
De term ‘therapiecultuur’ is een parapluterm voor al deze therapeutische ontwikkelingen binnen onze cultuur. Het is een eerste poging om een brede verzameling aan levensbeschouwelijke uitingen samen te begrijpen. De ggz, coaches, mindfulness, alternatieve geneeskunde, zelfhulpboeken, dankbaarheids- of intuïtiekaarten: al deze uitingen vormen samen een soort ogenschijnlijk chaotische constellatie vol overlap.
Een therapeutische religie
Dit is vergelijkbaar met hoe een religie werkt. We hebben met elkaar een beeld van wat we bedoelen met ‘het protestantisme’, terwijl over elk afzonderlijk punt van overeenkomst eindeloos te discussiëren valt. Toch helpt het ons begrijpen wat er gebeurt door een samenhang te veronderstellen en ons daarop te richten. Ik pleit ervoor dat we therapie ook op deze manier moeten begrijpen. Therapie lijkt namelijk sterk op een religieus fenomeen, inclusief taalgebruik rondom een hogere orde die bepaalt dat dingen ‘zo moesten zijn’ en die, als het ware, door je gevoel/intuïtie heen fluistert.
De therapiecultuur biedt nu een overkoepelend verhaal over wat mens-zijn betekent, waarom er lijden is, hoe we hiermee omgaan en hoe we goede keuzes maken in het leven. De kern hiervan lijkt te liggen in zelfexpressie: het beter leren voelen en uiten van je gevoel. Deze emotionele zelfexpressie gaat hand in hand met een onderliggende boodschap van zelfsturing: het kunnen reguleren en aansturen van je emoties en impulsen op een manier die past bij onze sociale orde, die ironisch genoeg niet bepaald emotioneel expressief is. Zo leren we onze identiteit en individuele keuzes te baseren op eigen gevoel en in het publieke domein vanuit zelfsturing en emotionele intelligentie te opereren.
Wanneer je hierin onvoldoende grip hebt op de uiting van je emoties, dan wordt dit als een persoonlijkheidsstoornis gezien. Zelfs wanneer het leven goed verloopt, biedt therapie een antwoord voor wat het leven zin en betekenis geeft. De zin van het leven wordt namelijk om alsmaar te groeien in zelfkennis en zelfontwikkeling, waarmee ook meer vervullende relaties beloofd worden. Zo zijn miljoenen mensen wereldwijd bezig met zelfontplooiing als invulling van hun leven.
Een therapeutische staatsreligie?
In Nederland speelt onze overheid en de verzorgingsstaat een belangrijke rol in het bieden van therapie. Zelfs de geestelijke verzorging vanuit religieuze basis wordt nu vanuit de overheid vergoedt. Steeds meer Nederlanders gaan naar de ggz wanneer ze lijden tegenkomen in hun leven. Het is enerzijds iets moois van onze verzorgingsstaat dat we de mogelijkheid hebben om vergoede psychische en geestelijke hulp te krijgen. Maar vanuit definitiemacht bedacht, roept het ook een spannendere vraag op: in hoeverre werkt de therapiecultuur als een staatsreligie?
Bijzonder hoogleraar Kees de Groot heeft veel onderzoek gedaan naar zielzorg vanuit kerken, geestelijke verzorgers en geestelijke gezondheidzorg. Zielzorg is voor hem een term van socioloog Max Weber die ermee alle hulp bedoelt rondom persoonlijk lijden – los van de vraag of er in een ‘ziel’ geloofd wordt of niet. De Groot beschrijft in zijn rede ‘Vragen bij het leven: een sociologie van de zielzorg’ hoe er in Nederland een ‘verstatelijking van de aandacht voor levensvragen’ is ontstaan. De staat organiseert en financiert nu onze zoektocht naar betekenis bij lijden. Wat ik zelf graag toevoeg aan De Groot’s scherpe analyse is dat deze betrokkenheid van de staat illustratief is voor hoe breed het nieuwe therapeutische normaal uitgedragen wordt.
Zielzorg werd lang georganiseerd vanuit allerlei maatschappelijke en religieuze organisaties, verenigingen en stichtingen. Deze worden samen ‘het maatschappelijke middenveld’ genoemd. De Groot schrijft in zijn rede: ‘Er heeft een verschuiving plaatsgevonden van geestelijke verzorging vanuit het maatschappelijk middenveld – de kerken als deel van de civil society – naar geestelijke verzorging vanuit een coalitie tussen markt en staat. De geestelijk verzorger in de eerste lijn is een kleine zelfstandige die uiteindelijk betaald wordt door het ministerie van VWS.’
Een samenwerking tussen therapie en staat
Het is fascinerend dat juist in Nederland waar de staat en kerk gescheiden zijn, de staat tegelijkertijd zich actiever met levensvragen bezighoudt. Dit heeft iets moois en positiefs: ze zien het belang ervan en maken er middelen voor vrij. Maar het heeft ook impliciet invloed op de hulp die geboden wordt én de definitiemacht die erbij komt kijken. De taal, en daarmee betekenis, van zorg en lijden zijn erdoor veranderd. Met het geld vanuit de staat, kwamen ook de voorwaarden die daarbij horen: protocollen, registraties en bekende beleidstermen zoals positieve gezondheid, veerkracht en eigen regie.
Binnen de geestelijke verzorging zijn er haast geen verwijzingen meer naar theologie, religie of levensbeschouwing, observeert Kees de Groot. De woorden die wel gebruikt worden, zijn onderdeel van het therapeutisch register. De therapiecultuur werkt dan ook goed als onzichtbare staatsreligie, omdat het mooi aansluit bij neoliberaal marktdenken. Het neoliberalisme vertrekt vanuit een individu die zelf keuzes maakt en verantwoordelijkheid heeft in een vrije markt. Onze therapiecultuur geeft verder vorm en een verzachtend narratief aan deze bikkelharde individualistische wereld van eigen verantwoordelijkheid. Het is deels de plek waar we troost en verontschuldiging vinden in ons neoliberale falen en het lijden dat dit veroorzaakt, maar tegelijkertijd een uitdrager van dezelfde boodschap. De therapiecultuur lijkt neutraal, omdat het zo individualistisch is. Het valt niet op als afzonderlijke levensbeschouwing, omdat het zo vervlochten is met de beleidstaal en burgerschapsidealen van onze huidige politiek.
Therapeutische verlossing
In de kern van het therapeutische mens- en verlossingsbeeld is een beweging naar innerlijke autoriteit, wijsheid en moraliteit. Het plaatst alle betekenis in het individu. Dit past bij het beeld van een neutrale staat die de burger als klant eigen keuzes laat maken. Therapie beaamt dit door ons mee te geven dat we onze vrijheid kunnen vergroten door middel van zelfverkenning, zelfexpressie, zelfsturing, zelfontwikkeling. De nadruk ligt altijd op de ‘zelf’ vanuit een impliciete kernboodschap: ‘Voel wat je voelt en breng dit tot uiting in je eigen levenskeuzes’.
Verlossing wordt beloofd in persoonlijke vrijheid, die toeneemt wanneer je je meer op jezelf en het begrijpen en delen van je eigen gevoelsleven richt. Tegelijkertijd krijgen we impliciet vanuit allerlei kanten sturende signalen mee over wat het betekent om een goede burger, mens en consument te zijn. De vrijheid is eigenlijk ingeperkt door een sterke sociale orde. Therapeutisch verantwoord bezig zijn is niet alleen een eigen keuze meer, maar ook iets wat steeds meer van je verwacht wordt. We krijgen daarin de boodschap mee dat we onszelf moeten reguleren, ofwel controleren.
Verloren vrijheid
Wanneer je onvoldoende emotieregulatie en zelfsturing kan uitoefenen over jezelf en dit storend is voor anderen en de publieke orde, kan jouw zelfbeschikkingsrecht en vrijheid zelfs van je afgenomen worden. De therapiecultuur is lang niet zo tolerant als we denken. De sturing is alleen niet expliciet autoritair (wat soms meer duidelijkheid en veiligheid biedt), maar impliciet en moreel.
Emeritus hoogleraar Trudy Dehue beschrijft dit als ‘levensstijlpolitiek’: de overheid en verzorgingsstaat die niet zo zeer controleren, maar die op een subtiel sturende en moraliserende manier adviseren. Dat klinkt heel ‘mensgericht’, zoals dat mooi in beleidsjargon staat, maar legt de verantwoordelijkheid voor ons falen of succes uiteindelijk bij de burger neer. De therapiecultuur biedt een verzachtende bovenlaag voor een neoliberale staat waar individuele vrijheid en verantwoordelijkheid centraal staan.
Religie en therapie
Karl Marx beschreef ooit hoe religie opium voor het volk was. Mooie verhalen met grote beloften kunnen namelijk problematische machtsstructuren verhullen. Wat het ingewikkeld maakt, is dat diezelfde mooie verhalen ook mensen inspireren om voor meer rechtvaardigheid te strijden. In de naam van religie zien we zowel het beste en slechtste van menselijk gedrag vorm krijgen. Hetzelfde zie ik bij de therapiecultuur. Het inspireert, ontroert en zet mensen in beweging naar meer betrokkenheid bij elkaar.
Tegelijkertijd bedwelmt de therapeutische staatsreligie ons met potentie én verantwoordelijkheden, waardoor we te murw raken om de machtsstructuren te zien waarin we verzeild raken.
Wat betekent het voor het christendom dat therapie zo’n prominente plek heeft gekregen, onder de zegen van de staat? Katie onderzoek het in haar volgende artikel, te lezen op Theologie.nl vanaf 20 februari 2026.

Katie Vlaardingerbroek studeerde theologie en religiewetenschappen aan de Universiteit van Glasgow, waar ze verschillende prijzen kreeg voor haar werk. Ze werkte als onderzoeker binnen de langdurige zorg en sinds 2013 is ze schrijver en columnist. In 2015 verscheen haar eerste boek Omvergeblazen. Als je heilige huisjes instorten, over geloofstwijfel onder christelijke jongeren. Onlangs verscheen haar nieuwste boek Nederland therapieland. Hierin onderzoekt Katie welke rol therapie heeft in onze cultuur. Dat doet ze maatschappijkritisch, vanuit literatuuronderzoek en als ervaringsdeskundige in de specialistische ggz.
Schrijf je in voor de nieuwsbrief
Wil je op de hoogte blijven van Theologie.nl? Schrijf je dan in voor onze wekelijkse nieuwsbrief. Daarin selecteren we de mooiste, nieuwste en scherpste artikelen van de week. Ook houden we je op de hoogte van nieuwe boeken, speciale events en De theologie podcast.
Word lid van Theologie.nl
Wil je meer artikelen kunnen lezen over boeken, levensvragen, maatschappelijke thema’s en spiritualiteit? Word dan lid van Theologie.nl en sluit een basisabonnement af voor slechts €4,17 per maand.