Menu

None

Voetballen voor God en vaderland

Sportjournalist Frank Van de Winkel over voetbal en geloof

Heilig gras, clubiconen, de hand van God – in de voetbalwereld barst het van de religieuze symboliek. Supporters zingen op zondag hun liederen, verlangen vurig naar een overwinning en danken het team na de weelde van drie punten. Bovendien lijkt er op het professionele veld ruimte te zijn voor ‘echte’ religie. We zien voetballers kruisjes slaan, het gras kussen en bezield omhoog wijzen na een doelpunt. In deze serie leggen we voetbal en geloof naast elkaar: wat hebben ze gemeen en wat juist niet? Dit keer is sportjournalist Frank Van de Winkel aan het woord over geloof in het Belgische en Nederlandse nationaal voetbalelftal.

Bij hotelrecepties in Dubai zijn ze wel wat gewoon als een steenrijke klant een ongewoon verzoek heeft. Maar die ene keer, vorig jaar, knipperde een hotelbediende even met de ogen. ‘Weet u het zeker?’, kreeg hotelgast Jeremy Doku, een Belgische voetballer, te horen. ‘Jaja,’ zei die met een kamerbrede glimlach, terwijl zijn verloofde Shireen Raymond naast hem stond. ‘Twee aparte bedden.’

Jeremy Doku maakt al even het mooie weer als dribbelkont bij Manchester City, een van de beste ploegen ter wereld, en bij het Belgische nationaal elftal. Hij staat bekend als een vriendelijke, goedlachse kerel en diepgelovig christen. Doku en zijn al even gelovige vriendin wilden pas het bed met elkaar delen als ze getrouwd waren. Over leven en geloof getuigt Doku onder meer in mini-documentaires op zijn Youtube-kanaal. Trots als een pauw toonde hij zich bijvoorbeeld, toen hij zich in 2025 liet dopen. ‘Je zondige natuur sterft en je begint met God te leven,’zei hij. ‘Niets is belangrijker dan mijn geloof.’

Met zijn ploegmaats bij de Rode Duivels Romelu Lukaku en Dodi Lukebakio durft hij over het geloof weleens een boompje op te zetten. Lukaku, de peetvader van het gezelschap, zei aan Sporza ooit dat hij zich slecht voelde als hij ergens naartoe ging en zijn bijbel vergeten was: dat vond ik een pakkende uitspraak. Maar niet alleen zwarte Belgische spelers van het nationale elftal uiten zich als gelovig. Ook de piepjonge witte verdediger Joaquin Sys deed het, net als de ervaren Thomas Meunier.

In Nederland is die trend al langer zichtbaar. Boegbeeld Memphis Depay heeft er altijd klare wijn over geschonken, Cody Gakpo, Stefan de Vrij en andere ploeggenoten ook. Nederlandse spelers bidden zelfs soms samen voor een wedstrijd. Wat is er aan de hand dat geloven weer zo populair is? Want Johan Cruijff en Willy van de Kerkhof leken me niet meteen veel onzevaders en weesgegroeten te bidden.

Nederlandse spelers bidden zelfs soms samen voor een wedstrijd.

Vrijheid, blijheid

In de jaren zestig tot en met tachtig emancipeerden vele westerse mensen zich. Ze bevrijdden zich van religieuze voorschriften en gebruiken die ze beknellend en niet meer bij de tijd vonden. Vrouwen namen de pil en hadden seks wanneer ze dat wilden en om ervan te genieten, niet per se om kinderen te krijgen. Mensen waren niet meer van plan om voor God, maar vooral voor zichzelf te leven, zeker in (rand)stedelijke gemeenschappen. Jan Wolkers, Gerard Reve, Hugo Claus en Jef Geeraerts rekenden af met God. Ze vierden het hedonisme. Met drugs kwam je ook wel in hogere sferen, daar had je God niet voor nodig.

En toen kwam aids, en begonnen mensen weer op te passen met wie ze de koffer indoken. Was de slinger niet doorgeslagen? Conservatisme stak weer de kop op na de linkse jaren van vrijheid-blijheid. Ronald Reagan en Margaret Thatcher voerden een hard rechts, ultraliberaal beleid en zetten de toon. Intussen bleven miljoenen mensen van over de hele wereld hun heil in het Westen zoeken. Ze ontvluchtten de armoede en politieke repressie. Moslims weken uit en bleven hier hun geloof, de islam, belijden, God, door hen Allah genoemd, keerde langs een achterpoortje terug. Almaar meer mensen uit Afrikaanse gemeenschappen en in Nederland uit de Caraïben stroomden toe. Zij waren dikwijls openlijk christelijk, soms met een evangelische inslag, die een enthousiaste, energieke, vrolijke geloofsbeleving voorstond.

Intussen was het optimisme na de val van de Berlijnse Muur verdwenen. Nieuwe oorlogsconflicten doken op. De wereld veranderde door technologische evoluties razendsnel en werd veel harder. Het gemeenschapsgevoel maakte bij velen plaats voor nog meer individualisme, met als nieuwe goden de smartphone en zogeheten sociale media. Mensen plooiden meer op zichzelf terug, maar tegelijk kwamen ze tot de bevinding dat ze van uren smartphonegebruik niet gelukkig werden. Spiritueel gaapte de grote leegte, ontdekten ze. Ze dobberden richtingloos op de zee van het leven.

En toen kwamen ineens veel mensen tegelijk tot de bevinding dat godsdiensten misschien toch nog zin hadden. Religies boden tenslotte een spirituele thuis, een leidraad om het leven te leiden, verbondenheid met anderen en gemeenschapsgevoel, en innerlijke kracht, steun, een doel.

God als stressbal

In tijden van onzekerheid, zoals dit tijdvak met oorlogen en autocratische machthebbers, grijpen mensen, en dus ook voetballers, terug naar zekerheden. God is zo iemand op wie je altijd wel kunt rekenen. Bedenk: topsporters hebben nog meer nood aan ankerpunten dan andere burgers. Ze leven namelijk in een hyperconcurrentiële omgeving waarin maar één ding telt: winnen. Dat kun je alleen maar door anderen te verslaan. En andere mensen verslaan is altijd een soort oorlog voeren en middelen zoeken om de tegenstander te doen verliezen, al is het (meestal) met beschaafde middelen.

Ze leven in een hyperconcurrentiële omgeving waarin maar één ding telt: winnen.

Maar oorlog voeren is mentaal belastend en uitputtend. Daarom verwelkomen topsporters alle hulpmiddelen en is innerlijke stabiliteit van het allergrootste belang. Vooral om met de geregeld opduikende tegenslagen om te gaan: nederlagen in wedstrijden, blessures die kort en lang aanslepen, je plaats in de pikorde en (voor voetballers) in het elftal niet verliezen. En misschien nog vooral de loodzware mentale belasting die bij het beroep hoort. Die kan tot een overdosis stress leiden. Goed, daar zijn dan wel sportpsychologen, yogaleraren, mindfulness- en andere lifecoaches voor. Maar God is veel goedkoper om die innerlijke stabiliteit en rust te bereiken, sterker, Hij kost helemaal niks. Hoogstens de aanschaf van een bijbel. God helpt ook om na een nederlaag de kritiek van de coach, ploegmaats, fans en pers en sociale media een plaats te geven. God heeft namelijk overal een antwoord op.

God biedt topsporters ook een morele leidraad. Nog altijd hebben vele topsporters nauwelijks doorgeleerd en missen ze ook daardoor inzichten in hoe het leven en de maatschappij functioneren. Ook een moreel denkkader ontbreekt soms. Ze weten dikwijls niet hoe ze hun leven moreel-spiritueel kunnen leiden, en voor topvoetballers komt daar bij dat ze zwelgen in het geld, want ze zijn nu eenmaal overbetaald. Maar wat doe je met al dat geld? Je kunt niet blijven appartementen kopen, naar Dubai op vakantie gaan, en luxekleren, accessoires en auto’s kopen. Voetballers hebben ook zeeën tijd: wat doe je daar mee?

Naar mijn aanvoelen zoeken steeds meer jonge mensen iemand die hen zegt wat ze moeten doen en hoe dan wel. Met alleen vrijheid, blijheid hoef je bij hen niet meer aan te komen. Om al deze redenen winnen God, Allah en andere religieuze symbolen weer aan belang. De wereld is zo al ingewikkeld genoeg en het verbetert er niet op. Geef ons een handleiding voor het leven, lijken meer en meer topsporters te vragen. Daarom wint de bijbel aan populariteit. Zeg ons maar wat we moeten doen en we doen het. Kopzorgen hebben we sowieso al meer dan genoeg buiten die gebruiksaanwijzing voor het leven. Help ons dus!

Geef ons een handleiding voor het leven, lijken meer en meer topsporters te vragen.

Voetbal, geloof en Jan Mulder

Ten slotte: wat hebben voetbal en geloof gemeen en wat juist niet? Topsporters en gelovigen hebben drie dingen gemeen: ze proberen het beste uit zichzelf te halen, ze proberen dat samen te doen als groep en ze hebben een doel. Maar dan ben je zowat uitgepraat over gemeenschappelijke kenmerken. Tenzij je voetballers als goden beschouwt, maar dat is al vergezocht.

Voetbal gaat over winnen, over beter zijn dan de ander, zelfs de beste. En dat kan noodzakelijkerwijs alleen maar ten koste van andere ploegen. Voetballers oefenen dus een beroep uit waarin ze de tegenstander per definitie ongelukkig moeten maken willen ze zelf in hun opdracht slagen. In voetbal en topsport geldt de wet van de sterkste: alleen de beste overleeft. Alle mogelijke reglementaire trucjes zijn geoorloofd om het doel te bereiken. Je wordt als voetballer niettemin min of meer gedwongen om de grenzen van het toelaatbare op te zoeken, om tot het gaatje te gaan. Desnoods leg je de scheidsrechter in de luren. Het doel heiligt de middelen.

Geloven kan niet diametraler tegenover de voetbalwetten staan. Geloven gaat niet over winnen, wel integendeel. Geloven gaat erover om er net alles aan te doen om iedereen, waar ook ter wereld, mee te krijgen en net de grootst mogelijke aandacht te schenken aan de ‘losers’: de mensen aan de zelfkant van de maatschappij. De armen, zieken, paria’s, pechvogels, ongelukkigen en wie dan ook die uit de boot vallen. Volgens een moreel en spiritueel kompas. Alle godsdiensten roepen op om het goede te doen en om zeker niet alleen aan jezelf of de jouwen te denken, maar net om zo solidair mogelijk te zijn en anderen gelukkig te maken. Is er een grotere tegenstelling mogelijk dan die tussen geloven en profvoetbal?

In Amsterdam vroeg ik oud-voetballer Jan Mulder ooit wat het verschil was tussen voetbal en kunst. ‘Kunst is grootser en dieper dan voetbal,’ antwoordde hij gevat. Misschien moet ik hem bij een volgende afspraak vragen of je het woord ‘kunst’ ook mag vervangen vervangen door ‘geloof’. Zijn antwoord zie ik al voor me. Na een monkel- of schaterlach zet hij een boompje op over voetbal als brood en spelen voor het volk en godsdienst als opium voor datzelfde volk. ‘Maar je hebt wel een punt,’ zou hij de discussie afsluiten.

Frank Van de Winkel is sportschrijver en kerkganger.


Meer lezen over voetbal en geloof?

Gakpo van voetballiefhebber Maarten Meijer is een meeslepende biografie van Cody Gakpo, een van de belangrijkste Nederlandse voetballers van nu. Na zijn boek over Arne Slot volgt Maarten Meijer nu de opmars van Cody Gakpo: van de straten van Eindhoven naar de wereldtop bij Liverpool FC. Gakpo’s techniek, snelheid en geloof maken hem tot een unieke speler en persoonlijkheid. Met zijn recordprestaties op het WK 2022 en zijn rol in Liverpools kampioensseizoen onder Arne Slot is hij een sportheld van formaat. Tegelijkertijd biedt dit boek een eerlijk portret van Gakpo’s christelijke overtuiging en levensvisie. Een inspirerend verhaal over talent, toewijding en geloof – een must-have voor sportliefhebbers en boekverkopers die op zoek zijn naar meer dan alleen voetbal.


Lees ook deze artikelen:


Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Wil je op de hoogte blijven van Theologie.nl? Schrijf je dan in voor onze wekelijkse nieuwsbrief. Daarin selecteren we de mooiste, nieuwste en scherpste artikelen van de week. Ook houden we je op de hoogte van nieuwe boeken, speciale events en De theologie podcast. 

Word lid van Theologie.nl 

Wil je meer artikelen kunnen lezen over boeken, levensvragen, maatschappelijke thema’s en spiritualiteit? Word dan lid van Theologie.nl en sluit een basisabonnement af vanaf €5,83 per maand. 

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken