Bij Jeremia 23,1-6 en Marcus 6,30-40Dichtbij de kampeerboerderij is een wei met schapen. Er zijn ook lammetjes bij, die zijn al een beetje groot en toch heel erg bang. Je kunt ze niet aaien. Alleen voor de boer zijn ze niet bang, die kan ze zo oppakken. Ze kennen de boer. Vanmiddag moeten de schapen naar een andere wei. De honden helpen om ze bij elkaar te houden. De kinderen willen ook helpen, maar daar schrikken de lammetjes van. Een paar kruipen onder het hek door en rennen weg over een korenveld. ‘Niet opjagen,’ zegt de boer, ‘laat de honden
Het volledige Premium-artikel lezen?
Dit artikel is voor Premium-leden.
Log in en lees onbeperkt alles op Theologie.nl. Nog geen lid?
Krijg toegang tot ruim 11.500 artikelen, waaronder verdiepende vakinhoud, preekschetsen, exegeses, kindermomenten en preekvoorbeelden.
Bekijk Premium >
InloggenLid worden