De badge haak ik aan mijn broek. Het feloranje kaartje bevestig ik op mijn trui: ‘medewerker’. Zo wandel ik de gang van de ziekenhuispoli op. Present voor nu. Op een bankje langszij zie ik een meneer zitten. Fors van postuur. Zijn blik wat ingetogen stuurs. ’Mag ik even bij u aanschuiven?’ Hij haalt zijn schouders op en knikt wat aarzelend. Mijn vrouw is daar, wijst hij. Ze krijgt een kuur. Of die helpt? Hij heeft zo zijn twijfels. En dan zit je hier maar telkens. Niks voor mij hè, ik ben een doener, een werker.’ Daar vraag ik hem naar.
Het volledige artikel lezen?
Dit artikel is voor Basis- en Premium-leden.
Log in en lees verder. Nog geen lid?
Krijg toegang tot ruim 6.700 artikelen over levensvragen, spiritualiteit, opinie en maatschappij en verdiep je in wat geloof en theologie betekenen voor het leven van vandaag.
Bekijk Basis & Premium >
InloggenLid worden