Menu

Basis

Betondorp bloeit

Indrukken van een pionier sp lek

In een grauwe arbeiderswijk iets van gemeenschap, van kerk beginnen…? Er was lef nodig, maar het kan!

Mw. drs. M. Reinders is als predikant-pionier verbonden aan de Protestantse Gemeente Amsterdam

Op een steenworp afstand van het oude Ajax-stadion DE MEER ligt het bijzondere Betondorp, een woonwijk in een uithoek van Amsterdam. Johan Cruyff trapte er zijn eerste balletjes in de Akkerstraat, waar zijn vader en moeder een groentezaak hadden, zijn rugnummer – 14 – hangt in het buurtcafé. Daar is ook vaak een christelijke pionier te vinden: ‘dominee Margrietha’ wordt ze genoemd.

Betondorp werd in de twintiger jaren als tuindorp gebouwd, waarbij voor het eerst beton gebruikt werd als bouwmateriaal. De woningen kregen daardoor een revolutionair uiterlijk: strak en grijs, met een tuintje voor en achter. Ze waren bedoeld voor arbeidersgezinnen uit de overbevolkte en benauwde Jordaan, die in Betondorp in frisse kabouterhuisjes konden trekken. De wijk moest een volgens socialistische principes vormgegeven paradijs worden voor kansarme, hardwerkende mensen. Toch bleef er altijd iets troosteloos aan kleven. Gerard Reve, die er als kind woonde, omschrijft zijn herinneringen aan deze buurt kernachtig: ‘Over de hele buurt, de huizen, tuinen, daken, straten, pleintjes, heeft voor mij altijd een sfeer gehangen van onpeilbaar diepe, onontkoombare weemoed. “Laat elke hoop varen, gij die hier opgroeit”, aldus zou ik mijn gevoelens kunnen samenvatten.’

Nagenoeg een eeuw na het ontstaan van Betondorp hangt er nog steeds een sfeer die je als buitenstaander niet helemaal kunt doorgronden: achter de schijnbare keurigheid en regelmaat van de rijtjeshuizen gaat iets van triestheid en verborgen armoede schuil. De gemeente Amsterdam heeft Betondorp uitgeroepen tot ‘aandachtsgebied’, omdat er naar verhouding veel mensen onder de armoedegrens wonen, eenzaam zijn en in een sociaal isolement verkeren. Een hoog percentage van de inwoners is ouder dan 70 jaar. Op een klein buurtsupermarktje na is alle middenstand uit de buurt verdwenen; alleen twee buurtkroegjes zorgen voor wat gezelligheid. De straten zijn het domein van talloze honden die met hun baasjes over de stoepjes kuieren; rollators hebben de plaats van kinderwagens ingenomen en hier en daar zijn de tuintjes woest doorgegroeid, of worden gebruikt als parkeerplaats voor roestige fietsen en een kinderbadje.

… veel mensen onder de armoedegrens, eenzaam en in een sociaal isolement

Kerk in de achterstandswijk

Toch hoort ook dit verwaarloosde stukje van de stad bij het informele domein van een wijkkerk: de Protestantse Gemeente in de welvarende wijk Watergraafsmeer. Deze vergrijzende, maar vriendelijke gemeenschap werd in 2015 gewezen op het bestaan van een kleine groep christenen, die in Betondorp woonde en wilde bijdragen aan een beter leefklimaat in de buurt. Ze waren begonnen om de problemen in hun wijk in kaart te brengen en contact te zoeken met het buurthuis, de buurtregisseur en het sociale wijkteam, maar ook met hun buren in de straat. Maandelijks kwamen ze bij elkaar om voor de mensen in de buurt te bidden.

Van een kerk met een gesloten cultuur wilde zij een open, op de buurt gerichte gemeenschap worden

Eén van de meebidders was ikzelf, als dominee en pionier al enige tijd werkzaam in de stad. Ik vroeg mij af, of het niet mogelijk zou zijn om samen te gaan werken met de ‘echte’ wijkkerk en in Betondorp, waar geen actieve christelijke gemeenschap meer was, een pioniersplek op te zetten. Is het niet de missie van de kerk om present te zijn in de wereld met de handen en voeten van het evangelie? De eerste gesprekken met de kerkenraad van de vriendelijke protestantse kerk waren wat onwennig. Er kwamen allerlei vragen en kanttekeningen naar boven, zoals: ‘Hoeveel kost zo’n pioniersplek en wat levert het ons als gemeente aan nieuwe leden op? Waarom moeten we ons richten op arme mensen, die bovendien al ouder zijn? In Betondorp wil toch echt niemand wat met de kerk te maken hebben? Bovendien, laten de mensen maar naar ons toe komen, in plaats van wij naar hen!’

Toch ging de kerkenraad na lange maanden overstag. Omdat die inzag, dat christelijk geloof zich juist uitdrukt in de blik naar buiten en in het omzien naar mensen die in de knel zitten. De dappere protestantse wijkgemeente wilde de steven wenden: van een kerk met een gesloten cultuur wilde zij een open, op de buurt gerichte gemeenschap worden. Met behulp van de landelijke kerk ontstond zo een nieuwe pioniersplek: Betondorp Bloeit. Het kleine gebedsgroepje werd de kern van een huiskamerkerk, midden in Betondorp.

Een nieuwe huisgemeente bloeit op

Als kersverse pionier in een wijk waar heel weinig mensen contact hadden met gelovige christenen of met de tradities van de kerk ging ik allereerst ‘mensen vissen’: contact leggen met buurtbewoners om met hen samen te gaan werken aan het bouwen van meer sociale samenhang in de buurt. Dat is lang niet zo moeilijk als het lijkt: contacten ontstaan bij de bakker, op het pleintje bij de haringkar, in het buurthuis tijdens het koffieuurtje, of in het café aan de toog en bij de leestafel.

Ik maakte mij bekend als ambassadeur van de kerk, die zo trouw haar torentje de lucht in steekt aan de grote weg. Mijn ontmoetingsplek werd het gezellige cafeetje op de hoek, waar ik al snel de mensen leerde kennen met hun jordanese liedjes, grappen en geintjes. Al gauw kreeg ik de bijnaam ‘de Dominee’, een titel die men mij spontaan toekende, soms met een knipoog. Samen met actieve buurtvrijwilligers en mijn gebedsteam organiseerden we maaltijden in het buurthuis voor bewoners met een kleine beurs. Langzaam gingen zich meer mensen aansluiten, tot we de stap durfden zetten om eenvoudige vieringen te houden in het Repaircafé: een kleine ruimte vol schroevendraaiers, hamers en kapotte apparaten. We vonden iemand die gitaar kon spelen en de mensen simpele liedjes aanleerde. Het ongelooflijke was, dat ook mensen met een groot wantrouwen naar christelijk geloof toch mee gingen doen en er troost, vrolijkheid, aandacht en iets van Gods liefde vonden.

Wie mee ging doen vond er troost, vrolijkheid, aandacht en iets van Gods liefde…

Kleine zaadjes

Intussen zijn we drie jaar verder. De huiskamergemeente groeit, met een stevige kern van gelovige en moedige medepioniers en een grote groep mensen die de missie van de pioniersplek steunen. Langzaam ontstaat er een warme, omarmende gemeenschap waarin mensen zich thuis voelen. Dat ervaar ik als een groot wonder. Het gaat niet vanzelf! We hebben veel uitdagingen moeten aangaan: tekort aan menskracht, te weinig geld, het gevoel alleen te staan, lastige confrontaties met onze lieve, maar erg honkvaste moedergemeente, zorgen over de toekomst van een huisgemeente met arme mensen en weinig draagkracht. Maar: christelijke gemeenschapsvorming is een kwestie van geloof in de kracht van gewone mensen die kleine dingen doen met een groot hart en geloof in Gods koninkrijk, dat zich baan breekt door het beton van onze wereld heen. De woestijn zal bloeien!

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken