Bid je voor me?
Bij Johannes 16,23b-30
Verhaal
Simon is jarig. Zijn oma komt logeren. Dat is gezellig, maar een paar dingen moeten ze dan anders doen thuis. Simon en zijn zusje Julie moeten rustig zijn. Ze mogen geen ruzie maken, ze mogen niet zeuren. Als ze aan tafel gaan moeten ze eerst stil zijn. Oma wil bidden. Dat doet ze heel lang en dan knijpt ze haar ogen dicht. De kinderen en hun ouders bidden niet. Ze zijn gewoon even stil.
‘Oma,’ vraagt Simon, als ze even alleen in de kamer zijn, ‘wat bid je eigenlijk?’ ‘Ik vraag een zegen over de maaltijd,’ antwoordt oma, ‘en ik vraag God of het goed mag gaan met jullie.’ Het helpt, denkt Simon, ik heb een leuke verjaardag en ik heb een paar dingen gekregen die ik graag wilde hebben. Maar niet alles wat ik gevraagd had.
’s Avonds begint hij er weer over. ‘Oma, krijg je ook alles wat je vraagt aan God? Dat lijkt me wel handig.’ ‘Nee, hoor,’ zegt oma, ‘zo gaat dat niet. God geeft je wat je nodig hebt. Hij helpt je om goed te leven.’ Simon is even stil. Hij denkt: Dat krijg ik van papa en mama ook, maar geen smartphone, zoals alle kinderen hebben. Die krijg ik niet. Hij zegt voorzichtig: ‘Oma, als ik nou iets heel graag wil, kun jij dan voor mij bidden?’ ‘Natuurlijk, Simon,’ zegt ze. ‘Ik bid altijd voor jullie. Ik zeg het je nu maar, dat je het weet, ook als ik straks weer naar huis ga.’
Hij vraagt zich af wat bidden dan voor zin heeft, als je niet krijgt wat je wilt. Toch is hij blij dat hij weet dat oma voor hen allemaal bidt. Het is lief dat ze aan hen denkt. ‘Ik ga ook voor jou bidden, oma,’ zegt hij. ‘Kun je me dat leren?’
Oma bidt het Onze Vader voor Simon. Dat is mooi, vindt hij, maar hij bedoelt nog wat anders, meer voor hem zelf.
Gesprek
Wat zou jij voor Simon willen bidden, of voor je oma, of voor iemand anders, die het nodig heeft?
Misschien kan iemand een kindergebed maken en dat dan op een briefje zetten en uitdelen.