Bidden en helpen
Naar 1 Petrus 4,11
Als je anderen helpt, doe dat dan vanuit de kracht die God je geeft.
Voorwerp: een gebedenboekje voor kinderen.
Gesprek
Laat het gebedenboekje zien en lees er een gebed uit voor.
Bidden is praten met God. Jezus heeft ons ook een gebed geleerd. Wie weet hoe dat gebed heet? We bidden het hier in de kerk. Gebeden kunnen je moed geven en op goede gedachten brengen. Misschien veranderen we er een beetje door en gaan we dingen doen die andere mensen helpen.
Verhaal
In een dorpje in Polen woonde eens een goede, vriendelijke joodse godsdienstleraar, een rabbi. Hij was heel geliefd.
Sommige mensen vonden de rabbi een wonderrabbi, ‘want’, zeiden ze, ‘elke morgen vóór het morgengebed, stijgt onze rabbi op naar de hemel.’
Het was waar dat de rabbi nergens te vinden was als het tijd was voor het morgengebed.
Toen er een nieuwe kleermaker in het dorp kwam wonen, hoorde hij de verhalen over de rabbi die opsteeg naar de hemel. Hij vond dat grappig, maar geloofde er niets van.
Naar de hemel, belachelijk! Hij besloot te gaan kijken wat de rabbi uitvoerde.
Heel vroeg verstopte hij zich bij het huis van de rabbi. De kleermaker herkende de rabbi bijna niet, toen die naar buiten kwam. Hij zag eruit als een houthakker met een bijl in zijn hand en een lege zak over zijn schouder. De kleermaker volgde de rabbi het bos in.
Daar hakte de rabbi een boompje om en maakte er stukjes brandhout van. Met de zak vol hout verdween de rabbi daarna in een smal straatje. Voorzichtig liep de kleermaker het straatje in. Achter een van de ramen brandde een zwak licht. Hij gluurde naar binnen. Daar zag hij de rabbi bij een oude vrouw de kachel aanmaken. Terwijl hij het hout in de kachel stopte, sprak de rabbi het eerste deel van de gebeden uit. Bij het aansteken zei hij het tweede deel en terwijl het vuur opvlamde, zong hij het derde deel.
De kleermaker fluisterde de gebeden mee en liep toen terug naar huis.
‘En?’ vroeg zijn vrouw. ‘Is het waar dat de rabbi vóór het gebed opstijgt naar de hemel?’
‘Ja,’ zei de kleermaker, ‘hij komt heel dicht bij de hemel, bij God.’
(‘Naar de hemel’, naar een chassidische legende. Uit De gouden sleutel van Baukje Offringa.)