< Terug

Hedendaagse eschatologie

Theologisch drieluik

Dit is deel 3 van een drieluik over eschatologie: eindtijdleer, geschreven door Steven Poot.

Lees ook over de geschiedenis (dl.1) en het boek Daniël (dl. 2), en lees de reactie van Koen Holtzapffel.

Steven Poot

“De Kerk is gebaat bij het verantwoordelijk houden van haar herders voor hun eschatologische uitspraken.”

Theologisch drieluik: eschatologie (deel 3)

Het verhaal van de wijze en dwaze maagden is in het eschatologisch lamplicht vaak de spreekwoordelijke olie op het vuur van eindtijdgesprekken. Is de wijze maagd degene die blijft wachten op haar Bruidegom of juist die allang weer geniet van de goddelijke rust, aangezien de Bruiloft al eeuwen geleden geweest is? Is de dwaze maagd degene die gestopt is met geloven of zij die blijft geloven in Bruiloft-voorspellingen die keer op keer onwaar blijken te zijn?

De verschillende visies mengen over het algemeen als olie en water, dus de vraag is: wat is de juiste eschatologie en wat moet je daar als 21e-eeuwse gelovige mee? Hoe meer men zich verdiept in de eschatologie, hoe meer men er mijns inziens achter komt dat er geen ‘enige juiste’ eschatologie bestaat. Wel kan men theorieën aanwijzen die het in elk geval niet zijn, maar dat vergt veel historische en theologische context. Welke ontwikkelingen zijn er op dat vlak geweest, en hoe kunnen deze ons houvast geven voor onze hedendaagse eschatologie?

In de eerste eeuwen zien we een diffuus scala aan verschillende interpretaties, waar de hedendaagse stromingen van het historicisme, futurisme en preterisme graag naar refereren om aan te tonen dat hun theologie al sinds de vroege kerk vertegenwoordigd is

De vroege kerk

De wederkomst van Christus was in de vroege kerk geen afzonderlijk thema, maar doordrong het hele denken en doen van de gelovigen.[1] Jezus had namelijk gezegd dat Hij in het leven van sommige van Zijn discipelen zou terugkomen (bijv. Markus 13:29-30). De vroege kerk en haar geschriften dragen deze urgentie met zich mee.

De eerste en tweede eeuw na Christus gaan echter voorbij zonder dat de terugkomst van Christus is waargenomen door de christenen. Nieuwe theorieën schieten als apocalyptische paddenstoelen uit de grond en men richt zich onder andere op het millennium of ‘de duizend jaar’. Een veelgebruikte theorie was de Millennial Day Theory.

Gebaseerd op Psalm 90:4 en 2 Petrus 3:8 werd beredeneerd dat, zoals God de aarde had geschapen in zes dagen en op de zevende dag rustte, de mensheid zesduizend jaar zou bestaan en tijdens het zevende millennium zou rusten onder de heerschappij van Christus (zoals in Openbaring 20 staat).[2] Over de exacte ‘startdag’ van de schepping (Anno Mundi) is door velen gespeculeerd, bijvoorbeeld door Theophilus van Antiochië, die het rond 5500 v. Chr. plaatst, en door Eusebius en Hieronymus, die het rond 5200 v. Chr. plaatsen. Met deze berekeningen corresponderend, zien we dat men zich in de vroege kerk richt op Christus’ wederkomst rond de jaren 500 of 800 – dus 6000 jaar ná 5500 en 5200 v. Chr.

Deze mijlpalen verstreken en het eerste millennium, rond het jaar 1000, werd toen weer gezien als eerstvolgend mogelijk moment.

Vier stromingen

Door de eeuwen heen zijn verschillende uitleggingen van eschatologische geschriften meer prominent aanwezig in de kerken dan anderen. In de eerste eeuwen zien we een diffuus scala aan verschillende interpretaties, waar de hedendaagse stromingen van het historicisme, futurisme en preterisme graag naar refereren om aan te tonen dat hun theologie al sinds de vroege kerk vertegenwoordigd is. En hoewel delen van de vroege eschatologie overeen zullen komen met elk van deze stromingen, zien we toch dat de Millennial Day Theory (mede onder invloed van de allegorische methode van Augustinus) overheerst tot het jaar 1000.

De Kerk zou gebaat zijn bij het verantwoordelijk houden van haar herders en leraren voor hun eschatologische uitspraken

Nadat ook deze jaarwisseling geruisloos voorbijtrekt, komt het historicisme herkenbaarder op, waarin bijvoorbeeld de rooms-katholieke kerk wordt aangewezen als een antichristelijk instituut – wat tijdens de Reformatie op bijval kan rekenen onder protestanten. Het futurisme en preterisme, zoals we dat tegenwoordig kennen, betreden het podium tijdens de Contrareformatie.

Het historicisme blijft tot in de 19e eeuw een drijvende kracht binnen het protestantisme, mede omdat het de positie tegenover de rooms-katholieke kerk theologisch versterkt. De opkomst van het futurisme en een aantal grote teleurstellingen en foute voorspellingen vanuit het historicisme maken dat uiteindelijk het futurisme de prominentere positie binnen westerse kerken verkrijgt.[3]

Hedendaagse eschatologie

Tot dusver is het futurisme evengoed in staat gebleken als het historicisme om het moment van de Wederkomst te berekenen; de voorspellingen die zijn gedaan, zijn onjuist gebleken. Het preterisme en idealisme kampen evengoed met uitdagingen: preteristen en idealisten wordt vaak verweten dat ze geen ‘hoopvolle toekomst’ bieden aan de gelovigen. Dus hoe moet de 21e-eeuwse gelovige omgaan met eschatologie? Vooral nu een wereldwijde pandemie al twee jaar lang schudt aan wat voor zekerheden werd aangezien, en het leven niet zo maakbaar blijkt als in westerse culturen vaak wordt gedacht.

Het teruggaan naar de kern van het Evangelie en het nieuwe gebod dat Christus ons heeft gegeven, is de basis waar we eschatologische verwachtingen aan mogen spiegelen: “Een nieuw gebod geef Ik u, namelijk dat u elkaar liefhebt; zoals Ik u liefgehad heb, moet u ook elkaar liefhebben.” (Johannes 13:34, HSV). Christus gaf ons in het nieuwe verbond geen lijst van dingen die wel of niet mochten, maar Hij gaf Zijn Geest om in Zijn liefde anderen lief te hebben. Elke eschatologie binnen dit verbond die de mens niet nét zo lief heeft als God, en die wetten en regels oplegt in plaats van ‘enkel door geloof’ zoals Jezus’ woorden zeggen in Johannes 3, is een theologische eindtijdverwachting waar gelovigen hun vraagtekens bij kunnen plaatsen.

Laat hoop niet de vader van de gedachte zijn, maar de Vader de hoop van onze gedachten

De plek van eschatologie

Een gezonde eschatologie is gericht op God en de naaste, waarbij God, de ander en de gelovige zelf recht wordt gedaan. Christus is geen leugenaar en als Kerk moeten we Hem er ook niet een maken.[4] Laat hoop niet de vader van de gedachte zijn, maar de Vader de hoop van onze gedachten.

De Kerk zou gebaat zijn bij het verantwoordelijk houden van haar herders en leraren voor hun eschatologische uitspraken. Profetieën of zelfs publiekelijke uitspraken die niet uitkomen, moeten bespreekbaar zijn, waarbij het Lichaam van Christus een grens moet trekken. Dergelijke profetische uitspraken doen niet enkel afbreuk aan de kerk, maar ook aan de individuele gelovige die zijn of haar hoop stelde op een vermeend woord van God.

Eschatologie bepaalt vaak ongemerkt een groot deel van het geloofsleven. Het bespreken en naast elkaar leggen van verschillende visies is essentieel om gelovigen op te bouwen, maar ook om gebrek aan kennis te voorkomen. Reik elkaar dus de hand om óf het hoofd uit het zand te trekken, óf mensen terug te brengen uit de meest verwonderlijke eindtijdtheorieën.

Steven Poot is eindtijdtheoloog/eschatoloog en in het dagelijks leven werkzaam als internationaal safety & security consultant voor (I)NGOs. In de afgelopen jaren is hij veelvuldig betrokken bij allerlei initiatieven om de eschatologie weer in al zijn veelzijdigheid en diepgang op de kerkelijke kaart te zetten.

Noten

[1] Spijker, W van ‘t. Eschatologie: Handboek over De Christelijke Toekomstverwachting. De Groot Goudriaan, 1999.

[2] 2 Petrus 3:8 “Maar laat vooral dit u niet ontgaan, geliefden, dat één dag bij de Heere is als duizend jaar en duizend jaar als één dag.” (HSV)

[3] De Grote Teleurstelling in 1844 binnen het Millerisme, waaruit o.a. de Zevende Dags Adventisten en Jehovah Getuigen zijn voortgekomen, was één van de grootste decepties binnen het historicisme.

[4] Een voorbeeld hiervan is C.S. Lewis die de ook hierboven genoemde tekst in Markus 13:30 beschreef als één van de meest beschamende verzen in de Bijbel.

< Terug