< Terug

Pastoraat in het aangezicht van de dood

Maandag is de dag van de Theologenblog; een actuele blog uit de pen van een richtinggevend theoloog. Deze week is dat Theo Pleizier, die schrijft over de pastorale functie van het vieren van eeuwigheidszondag.

Portret theoloog-blogger Theo Plezier

Theo Pleizier

Eeuwigheidszondag is minstens zoveel pastoraat van de hoop als pastoraat in het verdriet.

In het kader van eeuwigheidszondag

November is de maand van de dood. Allerheiligen, allerzielen, halloween en de laatste zondag van het kerkelijk jaar: eeuwigheidszondag. Het is een mix van christelijke en niet-christelijke tradities, met diverse historische achtergronden. Ze hebben gemeen dat we stil staan bij de dood, en in het bijzonder bij hen die ons – de levenden – zijn voorgegaan. Kerken geven daar heel verschillend aandacht aan en de rituelen die daarbij horen, zijn het terrein van de liturgen.

In deze blog vooral een vijftal pastorale gedachten. Ik bespreek ze in de orde van de tijd, aan de hand van 5 kernwoorden. We beginnen bij gedenken en troost (verleden), we realiseren ons dat er een blijvende verbondenheid is met hen die ons voorgingen en dat wij zelf sterfelijke mensen zijn (heden) en kijken vooruit (toekomst).

1. Gedenken

Op eeuwigheidszondag worden de namen van de overledenen in het afgelopen jaar nog éénmaal genoemd.[1] Wij houden daarmee de herinnering levend en gedenken hun bestaan. Als mensen uit ons midden, als leden van de gemeente en mede-gelovigen. Gedenken werpt een dam op tegen vergeten. Maar het is meer dan dat. Wanneer een naam klinkt, is iemand niet verdwenen in het niets. Als schapen die door de herder gekend zijn (Johannes 10:15) klinken de namen van hen die ons voorgingen. Zij blijven bij God gekend. Zelfs de dood kan ons niet uit de hand van de Herder roven (Johannes 10:28). Het is een onschatbare pastorale praktijk om de namen te noemen van de gestorvenen. Hoewel zij ons ontvallen zijn, vallen zij niet uit de hand van God.

Wanneer een naam klinkt, is iemand niet verdwenen in het niets

2. Troost

Wie iemand verloren heeft, staat spoedig alleen. Veel pastorale zorg is gericht op het ondersteunen van hen die (alleen) achterbleven na een overlijden. Troost in gemis is een belangrijke vorm van pastoraat en gelukkig zijn daar veel goede boeken over geschreven.[2] Eeuwigheidszondag voegt daar een dimensie aan toe. Ook als het al een jaar tot enkele maanden geleden is: de gemeente van Christus noemt niet alleen de namen van hen die gestorven zijn, maar deelt in het verdriet over gemis. Door de namen van de doden te noemen, is er ook ruimte voor het verdriet dat een gemeenschap heeft over het overlijden van hen die geliefd waren.

En wanneer er namen klinken van hen die wat minder in het centrum van de gemeenschap stonden – die zijn er vaak ook in de lange rij namen die klinkt – wordt er toch als collectief gerouwd. Zelfs over hen voor wie er niemand meer is die hen mist. Eeuwigheidszondag is troost voor en in de hele gemeente.

3. Eenheid

Die collectieve functie van pastoraat heeft ook een andere kant. Naast troost is er verbondenheid. Niet alleen met hen in ons tijdelijke en aardse heden. Maar in ons heden is er ook de verbinding met de heiligen die voorgingen. Eeuwigheidszondag brengt ons te binnen dat oecumene verder gaat dan ontmoeten en verbinding met de gelovigen van vandaag. Eeuwigheidszondag, zoals allerheiligen, verbindt met de hele kerk die bestaat voor het aangezicht van God, levenden en gestorvenen samen. Het ‘wij’ van de gemeente van Christus is veel ruimer dan hen die nu – met ons – het aardse bestaan delen. Als pastorale zorg het hele lichaam van Christus op het oog heeft, dan verbindt eeuwigheidszondag ons met hen die voortbestaan in de barmhartigheid van God, die rusten van hun werken, en die met ons delen in de verwachting van de komst van Gods Rijk.

Eeuwigheidszondag is troost voor en in de hele gemeente

4. Sterfelijkheid

Waar en wanneer spreken we nog over de dood? Is de dood de grote doodgezwegen werkelijkheid, waar we maar moeilijk woorden voor kunnen vinden en die langzamerhand naar de randen van ons bestaan wordt geduwd? Het is opvallend hoeveel hedendaagse seculiere literatuur[3] een lans breekt voor een nieuwe ‘stervenskunst’. Eeuwigheidszondag bepaalt ons bij onze sterfelijkheid. Wij komen op aarde om deze weer te verlaten. Naast schaap gekend door de herder, zijn wij de pelgrim die onderweg is. Eeuwigheidszondag biedt een gelegenheid om hier pastoraal aandacht aan te geven.

Het ‘gedenk te sterven’ is meer dan een oude Middeleeuwse wijsheid. Het zet ons aan om onze tijdelijkheid te overdenken. De voorbereiding op de dood hoeft misschien geen dagelijkse activiteit te zijn. Gelukkig zijn er ‘natuurlijke’ momenten waarin pastoraat ons helpt om niet voorbij te lopen aan onze tijdelijkheid.

5. Hoop

De zielen onder het altaar (Openbaring 6:9) zien uit naar gerechtigheid en daarmee naar de komst van Gods Rijk. Eeuwigheidszondag is dan wel de laatste zondag van het kerkelijk jaar, maar het is geen afsluiting. Eerder een pastorale oefening in hoop. Christelijk gesproken is hoop verbonden aan een (lichamelijk) voortbestaan na de dood en ligt op de bodem van de hoop de overtuiging dat Christus Koning is.

Hoop moet je vooral delen: gezamenlijk en openbaar

Eeuwigheidszondag is minstens zoveel pastoraat van de hoop als pastoraat in het verdriet. En die twee sluiten elkaar niet uit. Ook als toekomstbeelden kunnen verschillen: er is meer dan wij nu zien. Een pastoraal gesprek kan hoopvol zijn. Maar hoop moet je vooral delen, gezamenlijk en openbaar. Het is misschien wel het meest krachtige antwoord op cynisme, complot en drang tot controle. Het wijst op een werkelijkheid buiten ons, een werkelijkheid die wacht en die we beoefenen door te blijven wachten.

Noten

[1] In sommige kerken gebeurt dit op de laatste dag van het jaar, op oudejaarsdag.

[2] Twee titels: Wim ter Horst, Over troosten en verdriet en Margriet van der Kooi, Verdriet is een werkwoord.

[3] Bijvoorbeeld Katy Butler, De kunst van het sterven (2020) en Barbara Beukering, Je kunt het maar één keer doen (2020).

Het kerstverhaal van Lucas 2 hoort bij het sondergut van Lucas: materiaal dat niet voorkomt in andere evangeliën in de canon. De tekst ademt de sfeer van het joodse christendom. De tekst zit vol verwijzingen naar het leven buiten, het joodse jubeljaar en de priesterlijke teksten uit de Pentateuch. Je kunt de teksten in december lezen, maar nog sprekender is het om ze al in september te laten klinken.

UitvaartWijzer

De UitvaartWijzer is een handreiking voor mensen die bij dood en uitvaart betrokken worden, als uitvaartleider, voorganger, ritueelbegeleider of spreker. Het is praktisch en nodigt uit tot verder denken.

Aart Mak is predikant bij de stichting Kerk Zonder Grenzen. Eerder schreef hij over deze materie Met stomheid geslagen? Nieuwe taal en gebruiken bij uitvaarten (2006).

uitvaartwijzer aart mak

< Terug