Menu

Premium

De dood van een dwaas

1 Samuel 25

‘In een klein stadje aan de rand van de wildernis van Juda, ten westen van de Dode Zee heeft een zeer rijke veeboer zijn bedrijf’, zo vertelt de schrijver van het boek Samuël in zijn eerste boek in hoofdstuk 25. De naam van de man is Nabal, en dat betekent ‘dwaas’. Dat hij niet alleen ‘dwaas’ heet, maar ook dwaas is, bevestigt zijn pientere, beeldschone vrouw Abigaïl met de woorden: ‘Nabal heet hij en een dwaas is hij’ (vers 25). Nabal blijkt een onbehouwen, ruwe kerel te zijn. Op een dag is er groot feest; voor een veehouder dé dag van het jaar, namelijk het feest van het scheren van de schapen. David, die zich als verschoppeling in de buurt ophoudt met nog vierhonderd man uit de zelfkant van de maatschappij, stuurt afgevaardigden naar Nabal. David leeft namelijk in de veronderstelling dat Nabal hem, nu deze in een goede stemming is tijdens het feest, zal laten delen in de feestvreugde. Een element van afpersing klinkt door in de boodschap van David, al wordt het op een beleefd oosterse manier geuit. Nabal weigert botweg, en dat niet alleen: hij beledigt David op een grove manier door hem een weggelopen slaaf te noemen. David neemt de weigering en de belediging hoog op en trekt met al zijn mannen op naar het feest om daar al wie mannelijk is -letterlijk: hen die tegen de muur pissen- te doden.

Lees het hele artikel

Wellicht ook interessant

Auteur zit met gevouwen handen op een bankje, zwart-wit beeld
Auteur zit met gevouwen handen op een bankje, zwart-wit beeld
None

Interview: “Ik wil een eerlijk gesprek over de doodswens”

Mensen die niet meer willen leven, krijgen niet zomaar euthanasie. Er zijn strenge eisen waaraan moet worden voldaan, voordat het eigen leven bewust gestopt kan worden. Maar als een euthanasieverzoek wordt afgewezen, is de wens om te sterven vaak niet verdwenen. Soms kiezen mensen dan voor ‘de autonome dood’, een zelfgeorganiseerd levenseinde. Hoe is dit voor nabestaanden? Krina Huisman deed er onderzoek naar en schreef het boek Nabestaan. Leven na de autonome dood. Redacteur Maartje Amelink ging met haar in gesprek.

Een houtsnede uit 1999 van Willy van der Duyn met als titel Geen droom bakert je in windselen.
Een houtsnede uit 1999 van Willy van der Duyn met als titel Geen droom bakert je in windselen.
Basis

Lazarus voorbij

AI zo lang als er mensen bestaan, gaan ze ook dood. Het zou dus moeten wennen, maar dat is niet zo. En daar zijn wel wat redenen voor: onze herinnering reikt niet tot de eerste mens; voor eenieder is er altijd een eerste betreurde dode in zijn of haar leven. Daarbij is de dood geen optelsom van steeds en altijd hetzelfde. Sterft er iemand, dan nemen we afscheid van een persoon zoals er nooit eerder een geweest is, en ook nooit meer een zal zijn. Vervelend is ook dat de dood zo veel gezichten heeft. Mensen kunnen vreselijk sterven, maar ook heel mooi. Veel te jong, en ja, soms ook te laat. In verzet, maar ook in overgave. Overvallen, maar ook voorbereid. Zinloos, maar ook zinvol.

Nieuwe boeken