Menu

Basis

De engel

Engel
(Foto: Marijke van der Giessen)

Engel

Je bestaat niet,
zeggen sommigen.
Anderen spreken
van hun engelbewaarder.
Er zijn weer engelen,
zeggen weer anderen.

Met Kerstmis kom je weer
te voorschijn.
Als knikengel en
als brenger van het goede nieuws.

Je zingt mooier
dan de hoogste kinderstem.
Je verkondigt het goede nieuws:
dat de Allerhoogste geen mens vergeet,
dat de mens Hem niet te min is.

Na Kerstmis verdwijn je weer,
maar soms meen ik je te zien
in engelen van mensen,
vol liefde en
tederheid.

Heb jij iets met engelen? Ik niet zoveel, eerlijk gezegd. Ik denk er nauwelijks aan. Jammer is dat, want ze doen er wel degelijk toe. Je komt ze ook vaak tegen. In elk geval in de Bijbel. Zo’n 350 keer! Dat is heel wat meer dan ik gedacht had. Maar ook daarbuiten zijn ze te vinden. Als je er maar op let.

Wat in de Bijbel opvalt: opeens zijn ze er. Ze kunnen ook zomaar weer weg zijn. Maar ze laten een onuitwisbare indruk achter. Ze helpen ons om iets van God te zien. Ze leren je zien wat je anders niet ziet. Natuurlijk: het gaat er niet om dat wij ons vertrouwen op engelen stellen. Het is hen niet om henzelf te doen. Engelen zijn niet meer en niet minder dan boodschappers van God. Ze maken geen reclame voor zichzelf. Misschien dat ze daarom niet zo opvallen.

Engelen zijn altijd in de buurt

Zijn ze er altijd? Ja, ook als je ze niet ziet (want het zijn geesten) zijn ze er wel. Ook als je er niets van merkt. Daarin lijken ze op God. Je merkt ook niet altijd dat Hij er is – maar Hij is er wel. Zo zijn de engelen er ook. Engelen zijn altijd in de buurt. Maar je kunt ook zeggen dat ze er juist zijn in bepaalde situaties. Zo was dat in het leven van Jezus. Dan zijn ze er met zekere regelmaat, maar heel in het bijzonder op belangrijke momenten: als Hij geboren wordt en als Hij is opgestaan. Maar ook als Hij verzocht wordt in de woestijn. En als Hij in Getsemane in doodsnood is. Ze helpen Hem er als het ware doorheen. Zo laat God soms iets zien van zijn hemelse bescherming. Dat wil niet zeggen dat je geen zorgen en angsten meer hebt, maar het is een bemoediging: je staat niet alleen.

Op feestdagen komen ze ook tevoorschijn. Engelen zij er niet alleen maar met Kerst. Met Pasen zijn ze er ook. En met Hemelvaart. Alleen met Pinksteren niet. Ik denk dat ze dan niet nodig zijn: dan komt Gods Geest, en die maakt engelen van mensen. Want engelen zijn gewoon boodschappers. Zij brengen een boodschap over: iets van God.

Het zijn boodschappers, die anderen tot boodschapper maken. Dat gebeurt met Pinksteren niet voor het eerst. Dat is met Kerst al zo. Een engel meldt zich bij de herders. Hij vertelt hen het blijde nieuws. Zij worden op hun beurt boodschappers van het goede nieuws; zij vertellen het verder. Engelen zetten je in beweging, zorgen voor een domino-effect. De bedoeling is dat je mee gaat doen. Met Pinksteren gebeurt dat volop.

Een bijzonder leger: ze grijpen niet naar de wapens, maar verheffen hun stem en prijzen God

Met Kerst worden de engelen vaak weer van stal gehaald. We zingen van hen, die mooier kunnen zingen dan wij. Mooie kerstliederen, die ontroeren. Overigens moet je je niet op het verkeerde been laten zetten. Er zijn allerlei zoete kerstliedjes, waarin ‘engelkens door het luchtruim zweven’. Zo zoet en romantisch gaat het er niet altijd aan toe. Lucas 2 heeft het over een groot hemels leger. Iemand noemde ze Gods ME: mobiele eenheid. Een legermacht, zei de oude vertaling. Sterke helden, zingt Psalm 103. Ook Jakob heeft het over een leger van engelen. Het is wel een heel bijzonder leger: ze grijpen niet naar de wapens, maar ze verheffen hun stem en prijzen God: Eer aan God in de hoogste hemel.

Engelen bestaan. Nog altijd. Ik heb heel wat mensen ontmoet die vertelden over de verschijning van een engel. Als ze tenminste merken, dat je hen serieus neemt. Want er wordt vaak heel lacherig over gedaan. Engelen, soms in letterlijke zin: als een verschijning van Godswege. Maar vaak ook in de zin van: die en die was toen als een engel voor me. Engelen bestaan. Misschien ben je het zelf wel.

Vraag:

  1. Wie is er wel eens een engel voor jou geweest? Waardoor werd die persoon dat?
  2. Andersom: voor wie zou jij een engel kunnen zijn? Op welke manier?

Drs. Roelof de Wit is als predikant verbonden aan de Hervormde Gemeente Rotterdam-Kralingen. Hij is lid van de redactie van Ouderlingenblad.


Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken