Menu

Premium

De heilige weg

9e zondag van de zomer (Jesaja 35,1-10 en Marcus 7,31-37)

Twee lezingen over bevrijding vandaag, waarbij de perikoop uit Marcus teruggrijpt op de beelden uit Jesaja. De heilige weg waarover bevrijden optrekken naar de stad van JHWH, wordt in het evangelie in de persoon van Jezus werkelijkheid.

De perikoop uit Jesaja is overbekend, en terecht, want wat een rijkdom aan beelden en vergelijkingen spreekt uit deze woorden! Na harde woorden over de wraak en vergelding van JHWH in Jesaja 34, komt hier het visioen van waar die wraak op uitloopt: bevrijding en verlossing voor hen die JHWH trouw zijn gebleven. En zoals de wraak in Jesaja 34 beschreven wordt met beelden die een hel op aarde beschrijven, wordt hier een hemel op aarde geschilderd. De woestijn bloeit. De luister en de glorie van JHWH zijn net zo prachtig als de mooiste taferelen in de natuur die Juda omringt: de Libanon, de Karmel en de Saron na de regentijd (35,2).

Een hoopvolle beweging

De imperatieven van vers 4 en 5 staan in het meervoud. Dat intrigeert. Wie moeten kracht geven aan wiens trillende handen? Wie moeten het volk moed inspreken? Het meest logische lijkt mij dat Jesaja de mensen die zijn woorden horen oproept om elkaar die moed in te spreken, en zo een hoopvolle beweging op gang te brengen. Het ‘volk’ is ‘moedeloos’ (vs. 4; NBV21). Letterlijk worden degenen die moed wordt ingesproken ‘haastigen van hart’ genoemd: niet bestendig in hun vertrouwen en overtuigingen.

Zij worden hier niet veroordeeld, maar hun wordt een visioen geschetst van hoe het zal worden als JHWH komt bevrijden: bij mens en natuur stroomt het. Bij de mensen zal ongedaan worden gemaakt wat aanvankelijk Jesaja’s opdracht was bij zijn roeping (6,9-13): mensen blind en doof maken voor de boodschap van JHWH. Om hun de gevolgen van hun ontrouw te laten ervaren? Duidelijk is in elk geval dat vanaf de tijd van Jesaja zelf de blindheid en doofheid, de verlamming en sprakeloosheid symbolisch uitgelegd zijn. Blind en doof zijn betekent: niet in staat zijn om als een bevrijd mens te leven.

Jakhalzen of toch draken?

Ook de natuur wordt bevrijd: JHWH laat overal water opborrelen en zich verspreiden, wadi’s worden gevuld en bronnen nieuw water. Er is leven in overvloed.

Spannend zijn de dieren die genoemd worden in 35,7. HSV en NBV21 noemen jakhalzen, maar in de Naardense Bijbel zijn het draken. Tanniem kan een meervoudsvorm zijn van tan, ‘jakhals’, maar het kan ook het enkelvoud zijn van een woord dat met ‘slang’ (Ps. 91,13) of ‘zeemonster’ (Gen. 1,21) wordt vertaald. De Vulgaat vertaalt met ‘draak’, de LXX met ‘vogel’. Als je puur biologisch denkt, is de jakhals een goede vertaling. Maar als je weet dat de heilige weg naar de Marduktempel in Babel versierd was met leeuwen en draken, wordt de draak weer heel aannemelijk.1 Hoe het ook zij, op de heilige weg, gebaand door de wildernis, komen geen gevaarlijke dieren voor. Alleen verlosten, reinen, wijzen zullen op die weg naar Sion te zien zijn.

Deze tekst heeft een lange interpretatiegeschiedenis, en de leeuw, de draak, de dwaas en de onreine zijn met veel personages uit de geschiedenis gelijkgesteld. De christelijke traditie heeft lang alle joodse wortels weggestreken en heeft in plaats daarvan de door Christus verloste zielen op deze heilsweg geplaatst. Ik hoop dat de weg breed genoeg is voor allen die naar God willen luisteren en zich durven te laten bevrijden.

Jezus is de weg

Het is duidelijk dat Marcus denkt aan deze perikoop uit Jesaja als hij beschrijft hoe Jezus een dove geneest. Deze genezing is een teken dat de bevrijding, het heil, in Jezus gestalte kreeg. Een dove, die ook nog moeilijk spreekt, wordt bij Jezus gebracht. De zieke zelf is volkomen passief, opgesloten in zichzelf. Anderen brengen hem bij Jezus en vragen om hem de hand op te leggen (Marc. 7,32). Jezus doet veel meer dan dat, maar brengt de man eerst buiten de mensenmassa. Dan verricht Jezus handelingen die duidelijk meer zijn dan alleen fysieke handelingen.

Hij zoekt contact met de man, raakt hem aan in zijn oren en aan zijn tong, met zijn eigen speeksel ook nog. Het zijn intieme handelingen, die de kern van het onvermogen raken: de dichte oren en de vastzittende tong, of misschien beter, de haperende taal. Jezus zoekt ook contact met de hemel. Hij kijkt omhoog en doet iets met zijn adem: handelingen die ook voor een dove heel goed te volgen zijn. Handelingen ook die duidelijk maken dat het haperende lijf van de dove in verbinding wordt gebracht met de hemel en met de Geest (Hebr.: ruach, adem).

In zijn boek Stille Omgang brengt Willem Barnard deze genezing in verband met Pasen. De dove man is in zichzelf gekeerd, besloten, dicht, er kan niets uit hem komen. Zo dicht als een graf. Door het woord effata, ‘ga open’, maakt Jezus deze mens ‘Paasbereid’ (p. 619). Hij kan spreken, en hij spreekt orthoos, ‘recht’ (Marc. 7,35). Dat is heel wat anders dan ‘goed’ (HSV), of zelfs ‘normaal’ (NBV21). Dat is goed zoals de schepping goed, tov, is. De mens gebruikt voortaan de taal zoals taal bedoeld is: tot lof van God, tot opbouw van mens en wereld. Hij is een bevrijde mens, verlost – en ook dit verwijst naar onze perikoop uit Jesaja.

De omstanders zien het ook, want ze hebben het opeens over doven en stommen (Marc. 7,37) in plaats van over een mens die doof is en moeilijk spreekt. Zo wordt in Jezus het heil, waarover Jesaja al sprak, zichtbaar. Hij is zelf de weg waarop bevrijde mensen kunnen gaan.

Deze exegese is opgesteld door Marise Boon.

  1. Erik Eynikel e.a., Internationaal commentaar op de Bijbel, 2; Kampen: Kok/Averbode, 2001, p. 1137. ↩︎

Wellicht ook interessant

None

Postma – Doen als Jezus

Als medewerker van de zendingsorganisatie European Christian Mission bevind ik mij regelmatig in crossculturele kringen. Tussen de regels door vang ik weleens op hoe men over Nederlanders denkt. ‘Weet jij eigenlijk wel hoe de spoorlijnen in jullie land zijn ontstaan,’ vraagt een Britse collega mij. Ik schud mijn hoofd met een glimlach, omdat ik aan zijn pretoogjes zie dat hij hem nu gaat inkoppen. ‘Toen twee Nederlanders vochten om een stuiver.’ Ik sla terug met een leuke grap over Brexit.

None

Kooten – Echo’s van het goede nieuws

Dit boek biedt een culturele, historische en literaire herwaardering van de evangeliën. We denken vaak aan de bijbelse wereld als een mysterieuze en sym­bolische wereld die losstaat van de werkelijkheid, maar dit boek probeert die bijbelse evangeliën in hun werkelijke context te plaatsen en laat ook hun blij­vende betekenis zien. Het is noch een inleiding, noch een compendium, noch een commentaar, maar een culturele en historische verkenning die lezers helpt te begrijpen waarom de auteurs van de evangeliën hun verslagen schreven, wat kenmerkend is aan elk van de evangeliën, en hoe ‘het evangelie’ – ‘het goede nieuws’ van Jezus – in elk van deze vier evangeliën doorklinkt.

Nieuwe boeken