Menu

None

De ideale vertaler is een dubbelganger

André Groenendijk over het ambacht van vertalen

illustration of man reflecting himself in the mirror, loop surreal concept

André Groenendijk vertaalde Against the Machine/Tegen de machine van Paul Kingsnorth. Gedoopt in het anti-tech-universum van Kingsnorth reflecteert Groenendijk in dit essay op het ambacht van vertalen. Wie is de ideale vertaler als kunstmatige intelligentie dat niet is? En wat bedoelen we met ‘intelligentie’ als het gaat om vertalen?

Wie de taak op zich heeft genomen om een boek te vertalen met de titel Against the Machine, ontkomt er niet aan om zelf met huid en haar betrokken te raken bij deze strijd ‘tegen de Machine’. Paul Kingsnorth laat er immers geen twijfel over bestaan: het leven in onze op hol geslagen tijd is een voortdurende keuze vóór of tégen de constellatie die hij Machine noemt; alles wat we doen is óf een volgend stapje in de richting van de verwoesting van alles wat ons mens maakt, óf een daad van verzet, hoe klein ook.

Dat geldt misschien wel bij uitstek voor de vertaler. De recentste manifestatie van de Machine is immers AI (overigens een misplaatste term, want deze technologie is inderdaad kunstmatig, maar allesbehalve intelligent—daarover later meer) en dan specifiek de geavanceerde taalmodellen die op allerlei manieren ons leven binnendringen. En wie heeft er nog vertalers nodig als je een vertaalprogramma met één druk op de knop een volledig vertaald boek kunt laten uitspugen? Het is sneller, goedkoper en (wie zal het zeggen) op termijn misschien ook nog wel accurater. Geen enkele reden om overbodige en veel te dure (hoewel onderbetaalde) vertalers in te schakelen.

Het is de logica van de Machine. Een logica waar weinig tegenin te brengen valt in een wereld die alleen nog maar langs de lijnen van de Machine kan denken. Dat zijn rechte lijnen (‘het raster’ noemt Paul Kingsnorth dat): de rechte lijnen van de snelweg die een eeuwenoud landschap doorkruist; de rechte lijnen van nóg een zielloze Vinexwijk; de rechte lijnen waarlangs zeldzame metalen, gedolven door uitgebuite arbeiders, zo snel mogelijk bij de steeds maar uitdijende datacenters terechtkomen; de rechte lijnen waarmee het geld omhoog stroomt naar de techreuzen…

Maar ik dwaal af. Ik had het over vertalen en over de logica waarmee de vertaler wegbezuinigd wordt. Er zijn echter nog andere denkwijzen dan die van de Machine, andere denkwegen dan de logische snelweg; ouder, omslachtiger ook, lastiger te dataficeren en controleren. De kronkelpaadjes van de geest, de omwegen van de traditie; de rechterhersenhelft, zoals de door Kingsnorth geciteerde Britse neurowetenschapper Iain McGilchrist zou zeggen. In dit essay wil ik zo’n kronkelpaadje bewandelen. Het is denken op de tast, een aftasten waarin onvermijdelijk veel ook ongezegd blijft.

De kronkelpaadjes van de geest, de omwegen van de traditie

Vertalen en de tekst

Wat is dat eigenlijk, vertalen? Het meest voor de hand liggende antwoord: het proces dat uiteindelijk een tekst oplevert die een zo accuraat mogelijke weergave is van de oorspronkelijke tekst, maar dan in een andere taal. Dat is in zekere zin correct, maar daarmee nog niet ten diepste wáár: waarheid is immers (om eens wat Heideggeriaans te mijmeren) het oplichten van het wezen der dingen. En het wezen van het vertalen gaat dieper—en ik neem aan dat iedere vertaler me dit na kan zeggen—dan het afleveren van een eindproduct. Dit eindproduct als een te verhandelen object is, marxistisch gezegd (en Kingsnorth is toch ergens ook wel een beetje een marxist, of kan in elk geval Marx met een zekere instemming citeren) verdinglijking, vervreemding: de objectificatie waarin het wezen van de zaak verloren gaat. Wie het vertalen reduceert tot het afleveren van een product is een wezenloze denker.

Laten we, om een stap verder te komen, een nadere blik werpen op dat verondersteld vanzelfsprekende eindproduct (en overigens ook startpunt) van de vertaler: de tekst. Je kunt zeggen: niet meer dan een verzameling woorden, ‘data’, ‘input’ die door taalmodellen eindeloos gecombineerd en gemanipuleerd kan worden. Een auteur is dan een tamelijk inferieure tekstvoorspeller—het genereren van tekst is immers te reduceren tot kansberekening, het na elkaar plaatsen van woorden tot er een min of meer coherent geheel ontstaat. Voor wie als een machine denkt, klinkt dit logisch in de oren, maar Kingsnorth moet er weinig van hebben. Mensen die denken dat de bibliotheek van Alexandrië ‘exabytes aan informatie bevat’ (een stelling die hij vindt in een publicatie van het World Economic Forum), ‘zijn de weg al kwijt voordat ze met hun datasets aan de slag gaan.’

Dat dus niet. Een tekst, zo zou ik willen stellen, is de toegang tot een wereld. Of misschien wel: de tekst ís een wereld. Wie een tekst leest, kijkt door de ogen van de auteur, dwaalt rond in de wereld van de auteur, komt, in zekere zin en voor een bepaalde periode, op de plaats van de auteur te staan (of, in het geval van literatuur, fictie, op de plaats van het door de auteur gecreëerde personage). Waar er geschreven en gelezen wordt, vindt een ontmoeting plaats, waarin de auteur niet verdwijnt om plaats te maken voor de lezer, maar waar ook de lezer niet verdwijnt en opgaat in de auteur. Volkomen anders dus dan een taalmodel, dat teksten ‘leest’ en genereert, maar zelf afwezig is. De lezer staat even op de plek van de auteur, en de auteur nodigt de lezer uit om de wereld te ontdekken als betekenisvol geheel zoals die voor de auteur verschijnt. Een tekst is dus een ontmoetingsruimte.

Waar er geschreven en gelezen wordt, vindt een ontmoeting plaats

De vertaler als dubbelganger

Als een tekst een ontmoetingsruimte is, dan is de taak van de vertaler veel complexer, maar ook veel betekenisvoller, dan wanneer de tekst slechts een object is. De vertaler treedt eerst, als lezer, de wereld binnen van de auteur van de oorspronkelijke tekst, om vervolgens die wereld opnieuw te openen, als auteur, voor de lezers van de vertaling. De wereld die hij opent voor de lezer is daarmee tegelijkertijd wel én niet zijn wereld; zoals ook de vertaalde tekst tegelijkertijd wel én niet zijn tekst is. Het is een misvatting om de ideale vertaler te denken als een afwezigheid—dan zou het taalmodel inderdaad de volmaakte vertaler zijn. Die misvatting is gestoeld op het misplaatste ideaal van onbemiddelde toegang tot de wereld van de auteur. De ideale vertaler is eerder een dubbele aanwezigheid: een dubbelganger van de auteur.

Dat is ook mijn bij tijd en wijle bevreemdende ervaring bij het vertalen van Kingsnorths boek. Dat de woorden die ik aan het papier toevertrouwde wel en niet mijn woorden waren. Dat ik een nieuwe tekst schiep die ook al bestond. Het is een ervaring van verdubbeling, van spiegeling, een spiegelpaleis waarin de scheidslijn tussen auteur en vertaler zowel vervaagt als soms pijnlijk voelbaar wordt. Pijnlijk, wanneer je woorden aan het papier toevertrouwt waar je niet achter staat, als je een wereld bewoont die tegelijk niet jouw wereld is. Dat schuurt. Het is ook een intensivering van ons dagelijkse samenleven met echte mensen die—anders dan de ChatGPT’s en Claudes van deze wereld—ons niet naar de mond praten, vaak zo ergerlijk anders zijn, ons confronteren met het feit dat de wereld die wij delen tegelijk ook een verdeelde wereld is waarin breuklijnen steeds weer overbrugd moeten worden.

Het Westen (waar Kingsnorth een haat/liefdeverhouding mee heeft, zowel zijn thuis als de vernietiger van zijn thuis) is gestoeld op een verlangen naar onmiddellijke toegang tot een veronderstelde ‘essentie’, een platoons ‘idee’: vandaar ook Plato’s afkeer van kunst, een namaaksel van een werkelijkheid die op zich al een namaaksel is. De tekst is dan een beperkt en beperkend medium—beter is het om die tekst in AI te stoppen, die vervolgens de ‘kern’ uit die tekst destilleert. De vertaler is nog een extra obstakel bovenop de toch al nodeloos inefficiënte tekst, die je het liefst uit de weg ruimt. Wat nu echter als er geen ‘essentie’ achter de tekst is waartoe we op een andere manier een efficiëntere toegang hebben; wat als de tekst de essentie is? Wat nu als het je onderdompelen in de tekst de enige manier is om de wereld van de auteur te ontdekken?

(Opnieuw is hier de parallel met het samenleven in een gedeelde/verdeelde wereld: er is geen onmiddellijke toegang tot de ander, er is ook niet zoiets als een ‘essentie van de ander’ die je direct kunt grijpen (zoals wij die ook zelf niet hebben, dus tot zover alle zelfhulpboeken die je beloven met vijf of tien stappen je ‘ware zelf’ eens en voor altijd te ontdekken). Er is slechts de ander in al haar weerbarstige andersheid, die steeds weer verrast en schuurt en zelfs een leven is niet lang genoeg om de ander helemaal te ‘kennen’. Er is altijd het ‘meer’ van de ander. Zoals er ook altijd het ‘meer’ is van de tekst die nooit uitgeput raakt—en dus is er ook geen volmaakte vertaling.)

Intelligentie

Als dit zo is, heb je iemand nodig die in staat is zich onder te dompelen, die wereld te proeven en zich zó eigen te maken dat hij een nieuwe (en toch dezelfde) tekst, in een andere taal, kan voortbrengen die opnieuw toegang geeft tot die wereld. Je hebt, met andere woorden, iemand nodig die daadwerkelijk ‘intelligent’ is. Intelligentie is geen razendsnel, frictieloos proces van dataverwerking, van een zo efficiënt mogelijke ‘vertaling’ van input naar output. Intelligentie is het vermogen om je weg te vinden in een gedeelde/verdeelde wereld, het (h)erkennen van de oneindige verdubbeling van deze wereld in de betekenis die deze heeft voor de ander die we ontmoeten; en het vermogen om als jezelf op de plaats van de ander te staan, zijn of haar wereld te kennen in de erkenning dat er geen onmiddellijke toegang is tot die wereld. Intelligentie, kortom, is een tijdrovend, inefficiënt, kostbaar, gebrekkig proces dat nooit af is.

Intelligentie is alles wat een machine, wat dé Machine, niet is. Intelligentie is daar waar de linkerhersenhelft ten dienste staat van de rechterhersenhelft, waar de rechte lijn doodloopt en het kronkelpad verdergaat. Vertalen is een daad van intelligentie, door en door menselijk en dus tijdrovend, inefficiënt, kostbaar, gebrekkig. De vertaler vertegenwoordigt iets wezenlijks aan ons mens-zijn.

De vertaler vertegenwoordigt iets wezenlijks aan ons mens-zijn

Kingsnorth vertelt over de ‘luddieten’, die in het Engeland van de vroege negentiende eeuw verzet boden tegen de beginnende industrialisatie. Hun verzet kwam niet voort uit een romantische afkeer van alles wat technologisch is, maar was een strijd voor het behoud van hun manier van leven: zelfstandig, in kleine gemeenschappen, met arbeid die in en om het huis plaatsvond. Onder druk van de industrialisatie moest deze manier van leven vernietigd worden, zodat er een proletariaat kon ontstaan dat de fabrieken van de nodige uitgebuite arbeiders kon voorzien. Het opkomende kapitalisme is, in de woorden van de door Kingsnorth geciteerde G.K. Chesterton, ‘een monster dat op dorre plaatsen groeit’: op de plaatsen waar alles wat het menselijk leven ménselijk maakt, zoals gemeenschappen en tradities, is afgestorven. Kingsnorth betoogt overtuigend dat die dorre plaatsen niet spontaan ontstonden, maar bewust gecreëerd werden. Industrialisatie en kapitalisme zijn geen natuurlijke ontwikkeling, maar veronderstellen de moedwillige vernietiging van de wereld die eraan voorafging.

Onze situatie is niet zoveel anders dan die van de luddieten. Met talloze beloften (meer groei, meer mogelijkheden, nog slimmere modellen) worden wij verleid om alles wat van waarde is op te offeren aan AI. Vrijwillig of gedwongen leveren wij veel van wat ons tot mens maakt uit aan de Machine: onze taal, creativiteit en arbeid. Het gevolg is een dorre plaats, een AI-woestijn waarin we uitgeknepen worden door big tech en fascistoïde autocraten. We moeten daartegen in opstand komen. Dat kan op vele manieren, afhankelijk van waar we ons bevinden, maar ik heb in elk geval één aanbeveling: koester de vertaler en wees standvastig in je weigering om een AI-vertaling te lezen. Ik weet niet of de vertalers het daarmee gaan redden. De luddieten moesten het immers ook afleggen tegen het ‘monster’; maar laten we dan in elk geval, net als zij, met opgeheven hoofd en strijdend ten onder gaan.

André Groenendijk

André Groenendijk is theoloog en filosoof. Hij werkt als acquirerend redacteur bij KokBoekencentrum en als freelance schrijver en vertaler. 

Bestel Tegen de machine bij onze partner Boekenwereld

Cover van Tegen de machine, geschreven door Paul Kingsnorth

In ‘Tegen de machine’ presenteert dichter en schrijver Paul Kingsnorth een originele beschrijving van het technologische-culturele web dat ons omhult. Het vergt inspanning om in het angstaanjagende tijdperk van de Machine werkelijk mens te blijven. Paul Kingsnorth laat met meesterlijk inzicht in de wortels van het technokapitalisme zien hoe de Machine, onder de vlag van vooruitgang, de westerse beschaving heeft verstikt en de aarde vernietigt. Schrijvend in de traditie van Wendell Berry, Jacques Ellul en Simone Weil, herinnert Kingsnorth ons aan wat menselijkheid vereist: een gezonde achterdocht tegenover gevestigde macht, verbondenheid met land, natuur en erfgoed en diepgaande aandacht voor spiritualiteit.


Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Wil je op de hoogte blijven van Theologie.nl? Schrijf je dan in voor onze wekelijkse nieuwsbrief. Daarin selecteren we de mooiste, nieuwste en scherpste artikelen van de week. Ook houden we je op de hoogte van nieuwe boeken, speciale events en De theologie podcast. 

Word lid van Theologie.nl 

Wil je meer artikelen kunnen lezen over boeken, levensvragen, maatschappelijke thema’s en spiritualiteit? Word dan lid van Theologie.nl en sluit een basisabonnement af vanaf €5,83 per maand. 

Wellicht ook interessant

AI in de vorm van een robot zijn eigen trainingsprogramma, bestudeert op een scherm voor hem
AI in de vorm van een robot zijn eigen trainingsprogramma, bestudeert op een scherm voor hem
Basis

De plannen van AI zijn niet per se onze plannen

Fulco Timmers maakt zich zorgen. Terwijl hij AI eerst nog zag als een geavanceerde rekenmachine, blijkt het niet alleen een reflectie te zijn van de verlangens en de wil van diens programmeurs. AI-systemen zijn niet deterministisch en hun gedrag is niet volledig vast te leggen. Het is daarom naïef om te veronderstellen, betoogt Fulco, dat de plannen van AI samenvallen met onze eigen plannen – zoals ook onze plannen niet op één lijn zaten met die van onze Schepper.

Oude man met wandelstok op versleten bankje
Oude man met wandelstok op versleten bankje
Basis

De doelgroependwaling

Denken in doelgroepen is alomtegenwoordig in allerlei sectoren, profit en non-profit. Doelgroepen in beeld hebben is nuttige basiskennis. Je moet weten wie je voor je hebt voor een doeltreffende aanpak. Ook als predikant heb ik daar wat van mee. Als ik ergens als gastvoorganger ga komen, vraag ik vooraf aan de contactpersoon: wie komen er zoal bij jullie in de kerk: hoogopgeleiden, ouderen, gezinnen, mensen van andere culturen, vluchtelingen? En wat voor strekkingen zijn er bij jullie vertegenwoordigd: reformatorischen, evangelischen, vrijzinnigen, midden-orthodoxie? Oh ja, ook kerkelijk hebben we véél “soorten mensen”. Daar wil je rekening mee houden, toch?

Rechterhamer die op een Bijbel ligt met op de achtergrond een kruis.
Rechterhamer die op een Bijbel ligt met op de achtergrond een kruis.
None

Bijbel en politiek

Al jaren speelt de Bijbel een rol in de politiek – soms als inspiratie, soms als wapen. Regelmatig zien we dat in de Verenigde Staten, maar ook in Nederland grijpen politici regelmatig naar bijbelteksten om hun standpunten kracht bij te zetten. Maar hoe ver ga je daarin? De Bijbel is politiek, of in ieder geval: bepaalde verhalen eruit hebben een duidelijke politieke lading. Als redactie riep dat een aantal vragen op, want hoe moeten we hier mee om gaan? Kan je zomaar de bijbel gebruiken om een politiek punt te maken vandaag de dag? In deze serie hebben we een aantal theologen gevraagd om op deze vragen te reflecteren.

Nieuwe boeken