Menu

None

De oude kunst van het citeren

Fragment uit De imitatie van Christus

bijbel

De imitatie van Christus van Thomas Kempis viert zijn 600e verjaardag. Tijd voor een nieuwe en verbeterde vertaling, direct uit het Latijn, en toch in sprankelend Nederlands, met aandacht voor de stilistische en poëtische rijkdom van deze tijdloze klassieker. Het notenapparaat ontsluiert de duizenden verborgen citaten en biedt een ongezien inzicht in zowel de Bijbelse als buiten-Bijbelse bronnen. In de inleidingen wordt alle relevante kennis over Thomas Kempis samengevat, en zijn bovendien veel nieuwe ontdekkingen bijeengebracht. Hieronder kun je een fragment lezen uit één van de inleidingen door Frank De Roo.

Kunst

Boekomslag De imitatie van Christus van Thomas Kempis

Reeds in het Oude Testament gebeurt het vaak dat het ene boek een ander citeert. In het Nieuwe Testament is dit citeren echter uitgegroeid tot een ware kunst: het gebruikt veel meer citaten dan de argeloze lezer zou denken, want meestal wordt er niet bij vermeld dat het gaat om citaten. Hieruit blijkt al de geweldige scheppingskracht die mogelijk is met citaten als bouwstenen. Zo ontstaat dan een gelaagd verhaal: de tekst heeft ten eerste een onmetelijke betekenis op zich; de meer ervaren lezer zal echter ook de citaten ontdekken, en zo ‘worden de weiden van de Schriften voor hem geopend’ (IV,51,5).

Ook latere schrijvers zoals Augustinus en Bernardus maakten veel gebruik van citaten. Zo ook Thomas, die geheel terugkeert naar de evangelische traditie, en in zijn boek vooral verborgen citaten verwerkt. Wie dus meent dat de Imitatie geen origineel werk is omdat het veel citaten bevat, beseft niet dat het Evangelie zelf zo is geschreven. Door het gebruik van citaten legt de auteur zichzelf beperkingen op en toont hij juist grotere creativiteit. De man echter die dit boek ‘het vijfde evangelie’ noemde (toegeschreven aan bisschop Jacques-Bénigne Bossuet; 1627-1704), die was wijs en had gelijk.

In de lopende tekst zijn dus tal van citaten verborgen, zonder dat de schrijver dit vermeldt. De reden ligt voor de hand: het zou saai en onleesbaar worden, als er altijd bij gezegd moest worden dat het citaten zijn. Dat zou bovendien een verkeerde indruk geven van het etaleren van kennis, en het steunen op ‘het gezag van wie het gezegd heeft’, in plaats van ‘de waarheid van wat er gezegd wordt’ (I,5,5-6). Wijsheid wordt ook overgedragen door de dingen die men niet zegt. De lezer zal de citaten zelf kunnen ontdekken, wanneer hij er klaar voor is.

De combinaties van citaten

Een belangrijke bijkomende merkwaardigheid is het gebruik van combinaties van citaten. Thomas maakt bijzonder goed gebruik van deze oude techniek. Het aan elkaar vlechten van citaten was al in de tijd van de eerste christenen een beproefde praktijk, die kon leiden tot een mystieke en extatische ervaring van harmonie en heelheid. Dit ziet men ook in het Nieuwe Testament. Reeds de openingszin van het oudste Evangelie is een combinatie van citaten:

Begin van het Evangelie van Jezus Christus, de Zoon van God. Zoals geschreven staat bij de profeet Jesaja: Zie, Ik zend mijn engel voor jou uit, die jouw weg zal banen, de stem van een roepende in de woestijn: Bereidt de weg van de Heer, maakt zijn paden recht!

Marcus vermeldt alleen Jesaja als bron, maar in werkelijkheid combineert hij Jesaja 40,3 met Exodus 23,20 en Maleachi 3,1. Alles past in een groter kader, alle stukjes van de puzzel vallen op hun plaats. De teksten worden ook niet slaafs geciteerd, maar vrij aangepast:
hierdoor toont de schrijver dat hij de Schriften in zijn bloed heeft, waardoor hij pas echt gezag krijgt. Vergelijk dit nu met een voorbeeld uit de Imitatio, Boek I, c. 19, de slotzin:

Zalig de dienaar, zegt Lucas de evangelist, die de Heer wakend zal aantreffen wanneer Hij komt. Amen, zeg ik jullie: Hij zal hem aanstellen over al zijn goederen.

Thomas doet hier juist hetzelfde als Marcus: hij zegt dat hij één schrijver citeert, maar in werkelijkheid combineert hij Lucas 12,37 met Matteüs 24,46-47. Door het beste van beiden te herleiden tot de essentie, overtreft hij hen beiden in helderheid en kracht.

Thomas is daarom natuurlijk niet ‘beter’ dan de schrijvers van het Nieuwe Testament, maar net zoals zij weet hij uit de Schriften de kern te halen, en door zijn nieuwe combinaties, zijn heldere formulering, én de zorgvuldige plaatsing van zijn zinnen, weet hij deze clou heel krachtig te brengen.

Vergelijk hoe ook Paulus in één adem tot zes citaten aan elkaar rijgt:

Er is geen rechtvaardige, zelfs niet één, niemand die verstandig is, niemand die God zoekt, allen hebben zich afgekeerd, allen zijn verdorven, niemand is er die het goede doet, zelfs niet één. Hun keel is een open graf, met hun tong plegen ze bedrog, onder hun lippen schuilt het venijn van adders, hun mond is vol vloeken en bitterheid. Gezwind zijn hun voeten om bloed te vergieten, vernietiging en onheil tekenen hun weg, maar de weg van vrede kennen ze niet. De vrees voor God staat hen niet voor ogen. (Paulus combineert hier Ps. 13:1-3 + Ps. 5:10 + Ps. 139:4 + Ps. 9:28 + Jes. 59:7-8 + Ps. 35:2.)

Zo combineert ook Thomas vaak vijf of zes citaten in één zin, vooral in de complexere zinnen van het Derde en Vierde Boek. In het Eerste Boek beperkt hij zich echter nog meestal tot twee citaten per zin. Vooral deze combinaties van twee citaten leveren een heel evenwichtig resultaat. Een voorbeeld hiervan uit het eerste hoofdstuk, Boek I,1,11:

IJdelheid der ijdelheden en alles is ijdelheid, behalve houden van God en Hem alleen dienen.

Wat Thomas hier schrijft, zal zijn lezers bekend genoeg in de oren klinken. Toch is het volstrekt nieuw door de combinatie die hij maakt. Hij begint met de openingszin van Prediker: ‘IJdelheid der ijdelheden en alles is ijdelheid.’ Dit is op zich al een samenvatting van het hele boek Prediker. Hierop maakt hij nu een uitzondering: alles is ijdelheid, behalve… De hele zin scharniert rond dit voegwoord, dat de zin uniek maakt.

Nu volgt een samenvatting van Deuteronomium 6,5 + 6,13: ‘Je zult de Heer jouw God liefhebben met heel je hart en heel je ziel en met al je kracht; de Heer jouw God zul je vrezen en Hem alleen dienen.’ Deze combinatie is niet nieuw, dit komt al voor in Deut 10,12 en ook in het Evangelie: ‘De Heer jouw God zul je aanbidden en Hem alleen dienen.’ Thomas schrijft echter gewoon ‘houden van’ (amare) in plaats van ‘liefhebben’ (diligere) of ‘aanbidden’ (adorare). Ook vereenvoudigt hij ‘de Heer jouw God’ tot ‘God’. Hij citeert dus niet letterlijk, maar toch trouw; hij herleidt het alleen tot de essentie.

Het resultaat is overdonderend:

IJdelheid der ijdelheden en alles is ijdelheid, behalve houden van God en Hem alleen dienen.

Het pittige gezegde van Prediker geeft nu een bijkomende reden waarom men best alleen voor God leeft. Al het andere is immers ijdelheid, hersenspinsels in het brein van een dwaze mens die zich van alles inbeeldt. De samenvatting van de wijze Prediker, die alles gezien heeft onder de zon, helpt zo mee om het enige gebod te grondvesten, en dat is tegelijk een samenvatting van het Oude én het Nieuwe Testament.

Dit is ook een voorbeeld van Thomas’ altijd positieve ingesteldheid. De spreuk van Prediker is immers negatief, maar wordt meteen in evenwicht gebracht met een positieve spreuk, en dat is een boodschap van liefde en actie.

Dit citaat is zo geslaagd, dat hij het nog eens kort herhaalt op het einde van het boek: Alles is dus ijdelheid, behalve houden van God en Hem alleen dienen. Thomas herhaalt zeer weinig, elk woord in het Eerste Boek is zorgvuldig afgewogen; daarom valt het op dat hij dit wel herhaalt. Zo kondigt hij door een inclusie het einde van het boek al aan. Ook dit is een typisch Bijbelse stijlfiguur: de herhaling van een woord of gedachte uit het begin zorgt voor afsluiting en omkadering van een geheel. Het legt de nadruk op deze gedachte.

Zo opent ook Marcus met het woord Evangelie, en herhaalt hij dat woord op het einde van zijn proloog; daarom is dat woord ook zo kenmerkend voor hem. Zo opent ook Thomas met het woord imitatie of imiteren en herhaalt hij dat op het einde van zijn boek. Daarom is dat woord ook zo kenmerkend voor hem. De eerste lezers merkten dit op, en maakten het daarom tot de titel van het boek.

Frank De Roo (Lommel, 1968), studeerde Latijn-Grieks in Turnhout en rechten in Leuven.  Eerder verschenen van zijn hand: Thomas Kempis, Dialoog met novicen (2018) en Thomas Kempis, Leven van Geert Grote (2021). 


Thomas Kempis, De imitatie van Christus. Uitgeverij: KokBoekencentrum, Utrecht, 2024. 512 pp. €39,99. ISBN 9789043541312

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken