Menu

None

“De plaats waarop je staat is heilige grond”

Kerkmusicus, componist en karmeliet Chris Fictoor over de mystieke weg in zijn leven

Foto van Chris Fictoor, die een donker jasje en donkere trui draagt en zijn handen als een dakje tegen elkaar houdt

Het is honderd jaar geleden dat Rainer Maria Rilke overleed. Ter gedachtenis aan de Duitse dichter voert kerkmusicus, componist en karmeliet Chris Fictoor (1948) op 21 november 2026 in De Nieuwe Kerk in Groningen voor het eerst zijn oratorium ‘Hier zijn is heerlijk‘ uit. Maar wie is Chris Fictoor? Zijn generatiegenoten zullen hem wellicht kennen van de krantenkoppen uit de jaren negentig: ‘Conservatoriumdirecteur gaat het klooster in’. Maar hij was ook een van de componisten van het ambitieuze vertaalproject Psalmschrift, dat in 2024 werd afgerond. Krina Huisman ging met Chris in gesprek over de rol van muziek, leiderschap en spiritualiteit in zijn leven.

De weg van de muziek

De magister cantus van de Kathedrale Koorschool in Groningen zag al vroeg talent in Chris Fictoor. “Fictoor, jij gaat naar de koorschool” liet hij in 1955 weten, toen Chris nog maar zeven jaar oud was. De opleiding was gedegen: iedere dag kreeg hij zangles, muziektheorie en bouwde hij aan zijn repertoirekennis, van Gregoriaans via de polyfonie naar de klassieke missen. “Het was een fantastische leerschool.” Ook kreeg hij van de magister cantus orgelles en al op zijn vijftiende begeleidde hij het koor vanachter het orgel. “Ik dirigeerde het koor, las de partituur op het orgel, en begeleidde het koor met mijn spel, allemaal tegelijk. Het was erg leerzaam, kun je je voorstellen.”

Naast leerzaam was het vooral ook hard werken. Bijna elke dag werd het koor ingezet om een uitvaart of huwelijksviering te begeleiden. “Bij grote uitvaarten werd de hele kathedraal, waar nu de universiteitsbibliotheek staat, volgehangen met van die zwarte doeken. Dat maakte enorme indruk op mij als kind.” Het is dan ook niet verwonderlijk dat Chris op zijn twaalfde het idee opvatte om priester te worden, maar dit vond zijn moeder niet verstandig. “Ik denk dat ze zag hoe gevoelig ik was en vermoed dat haar intuïtie mij beschermd heeft. Die wereld zou niet gezond voor mij zijn geweest. Als je achteraf ook hoort wat daar allemaal gebeurde…”

De fietsende misdienaar

In plaats daarvan ging Chris naar het Sint Maartenscollege, een jongensschool die kort na de oorlog door de jezuïeten in Haren werd opgericht. Al snel werd hij als leerling dirigent en organist van het schoolkoor. En iedere ochtend fietste hij voorafgaand aan school van kapel naar kapel om de priester als misdienaar te ondersteunen. “In die context bleef de priesterroeping natuurlijk branden. De jezuïeten hadden ook gehoopt dat ik uiteindelijk Jezuïet zou worden. Het fascineerde me mateloos: dat geprevel in Latijn. Als dienaar moest ik dat allemaal uit mijn hoofd leren. Ik wist toen nog niet dat ik een mysticus van aard ben.”

Toch werd Chris na de middelbare school geen Jezuïet. Hij besloot muziek te gaan studeren aan wat toen nog het Stedelijk Conservatorium Groningen heette. “Hoewel ik in verschillende dingen geïnteresseerd was – de Duitse taal, psychologie, geneeskunde – was het uiteindelijk een keuze tussen het priesterschap of de muziek. Wat er ook gebeuren zal in mijn leven, besloot ik, muziek zal altijd belangrijk voor mij blijven. Bovendien wilde ik docent worden. Ik denk vanwege het voorbeeld van de magister cantus, zo’n bijzonder mens. Hij wist mensen met elkaar te verbinden en kennis op een hele goede manier over te brengen. Dat wilde ik ook.”

Wat de priesterroeping in de weg zat

Op het conservatorium behaalde Chris zijn eerstegraads lesbevoegdheid, deed hij landelijk examen in het Gregoriaans en studeerde hij af voor koordirectie, wat toentertijd zowel directie van het koor als van het orkest inhield. Na zijn studie werd hij bijna direct aangenomen als dirigent bij de Katholieke Oratorium Vereniging, die jaarlijks optrad met het Noord Nederlands Orkest. De weg van de muziek lag voor hem open.

Naast de muziek was er echter nog iets anders dat zijn priesterroeping in de weg zat: gedurende zijn studentenjaren had hij Marijke von Hebel ontmoet, een sportieve vrouw uit een adellijke Duitse familie. Net als veel andere textielfamilies waren de Von Hebels in de 19e eeuw de grens naar Nederland overgestoken. Marijke was half-joods maar wilde graag katholiek worden. Haar vader had echter tegen haar gezegd dat ze zich tot haar 21ste moest gaan oriënteren. Als ze daarna alsnog gedoopt wilde worden, mocht ze haar gang gaan. “Ze heeft toen alle kerken bezocht, daar kon ze uitvoerig over spreken, ook over haar Joodse wortels. Maar uiteindelijk besloot ze alsnog katholiek te worden. Achteraf konden we reconstrueren dat ik als dirigent van het grote Citykoor, dat ik in 1967 voor jongeren had opgericht, optrad in haar doopdienst, maar toen kende we elkaar nog niet.”

Het was de mystiek die Marijke tot het katholicisme had aangetrokken. Daarin vonden Chris en Marijke elkaar ook. “We hebben altijd tegen elkaar gezegd dat de essentie van een relatie is om elkaar bij je roeping te houden.” Toch besloten ze om oecumenisch te trouwen, ingezegend door een priester en een dominee. “De keuze was voor ons symbolisch. Laatst nog vond ik een brief terug die ik toentertijd schreef aan de jezuïeten van mijn Parochiekerk om onze keuze te verantwoorden.”

De weg van het leiderschap

Elkaar bij de roeping houden: het werd een steeds uitdagendere opdracht, zeker voor Marijke. De muziek stond in Chris’ leven meer dan eens op gespannen voet met een andere roeping: die van het leiderschap. Wie kreeg de hoofdrol van Jezus toebedeeld toen hij op de lagere school besloot mee te doen aan het schooltheater? Chris natuurlijk. Wie dirigeerde op zijn vijftiende het kathedrale koor vanachter het orgel? Chris, dat lazen we net. En ook tijdens zijn studie werkte Chris reeds als muziekdocent op zowel het Zernikecollege als zijn oude middelbare school, het Sint Maartenscollege. “Op mijn 27e benoemden de jezuïeten van het Sint Maartenscollege mij tot conrector en deed ik mee aan het middenschool-experiment van mijn goede vriend Jacques Wallage. Zijn uitvaart was gisteren. Jacques was erg dynamisch, er moest van alles in het onderwijs gebeuren. Kansen voor iedereen. Het was fantastisch eigenlijk, die tijd.”

Op een dag werd Chris gebeld door de directeur van het conservatorium in Twente met de vraag of hij daar enkele uren per week Gregoriaans wilde doceren. Hij was toentertijd de laatste in Nederland die in dit vak nog was afgestudeerd. Binnen twee jaar werkte Chris voltijds als hoofddocent op het conservatorium en verhuisde hij met Marijke naar Twente. Daar nam de werkdruk al snel toe. “Voordat ik het wist zat ik daar in de schoolleiding, toen in de rol van adjunct-directeur en in 1989 werd ik benoemd als directeur. Het was de jaren tachtig, dus het hele fusieproces in het hoger beroepsonderwijs heb ik mede helpen vormgeven. Daar heb ik nog allerlei managementopleidingen voor moeten volgen. Ik werkte meer dan tachtig uur in de week en er ontstond een steeds grotere splitsing tussen mijn kerkelijk werk en mijn rol als manager.”

De musicerende manager

Het kerkelijk werk was omvangrijk. Toen Chris in 1981 naar Twente verhuisde, kwam hij terecht bij het aartsbisdom van Utrecht, die meteen aan hem begon te trekken. “Ik werd voorzitter van de korenbond van alle katholieke koren in Nederland. En op een dag belde de Nijmeegse hoogleraar Kees Waaijman mij op. Of ik wilde componeren voor het project Psalmschrift.” Voor dit project zou Kees alle 150 psalmen uit de grondtekst vertalen en hij zocht naar componisten die zijn teksten op muziek zouden kunnen zetten. “Ik antwoordde: ‘Kees, ik zal je verrassen. Ik was zo onder de indruk van jouw vertaling van de Godsnaam als WEZER dat ik reeds een compositie klaar heb liggen. Ik hoorde meteen muziek in die naam.’ Zo bijzonder hè, hoe in de vertaalde Godsnaam zowel een roep – ‘Wees er!’ – als een antwoord doorklinkt: ‘Ik zal er zijn’.”

Door Kees Waaijman kwam de door jezuïeten opgeleide Chris in contact met de orde van de karmelieten. “Het verschil is gigantisch. De jezuïeten zijn in de Contrareformatie opgericht door Ignatius van Loyola. In ons land vinden we jezuïetenscholen in universiteitssteden. De jezuïeten zochten en selecteerden alle high-potentials voor hun scholen. Zo zijn alle grote politici uit het CDA opgeleid door jezuïeten, bijvoorbeeld. Het was hoog intellectueel en ik ben zelf ook enorm opgedreven in de vaart der volkeren.”

De lekenkarmelieten

“De karmelieten kozen vooral de onderkant van de samenleving. Ze waren te vinden tussen de textielarbeid in Twente, de kolenmijnen in Limburg en de tuinbouw in het westland. Ze waren in de 14e eeuw ook al aanwezig in Friesland. De karmelieten waren in de 13e eeuw ontstaan vanuit de eremieten op de berg Karmel, waar de uitgeputte Elia God ontmoette in een zacht briesje. Ruach, levensadem… Het mystieke speelt bij deze bedelorde een grote rol. Maar contemplatio is altijd verbonden met actio, dat heeft mij tot de orde aangetrokken. Je hebt de mystiek, de liefde, het Hooglied aan de ene kant, maar tegelijkertijd sta je met beide benen in de samenleving en word je geroepen om verantwoordelijkheid te nemen. Ik voelde aan alles: dit gaat over mij. Hier in de Karmel kom ik thuis.”

Te midden van de karmelieten in Nijmegen werd de priesterroeping weer helemaal aangewakkerd. Maar Chris was natuurlijk met Marijke getrouwd en kon niet zomaar tot de orde toetreden. “Begin jaren negentig besloot de orde te experimenteren met het toelaten van leken in een nieuwe vorm. In 1992 legde een medezuster als leek haar professie af en dat raakte mij zo. Dat wilde ik ook. Uiteindelijk heb ik in 1993, na een grondige langjarige studie spiritualiteit in Nijmegen, mijn professie afgelegd in het Karmelklooster in Twente.”

“Maar toen klopte het allemaal niet meer. Ik was directeur van het conservatorium in Twente, eens per maand vertrok ik voor een week naar het buitenland als voorzitter van een internationaal netwerk van conservatoria en ik had natuurlijk een gezin. Ondertussen begon ik er steeds meer naar te verlangen om het klooster in te gaan. Dus Marijke stelde mij een confronterende vraag: ‘Wat gaat het worden, Chris? De muziek, het gezin, het klooster…”

De weg van de spiritualiteit

En toen klopte Kees opnieuw met een voorstel aan. De karmelieten wilden een Centrum voor de Spiritualiteit oprichten met Chris als artistiek leider. “Dat hoefde Kees mij geen twee keer te vragen. In 1996 stopte ik als directeur van het conservatorium om de weg van de spiritualiteit te gaan volgen. Het heeft in allerlei kranten gestaan: ‘Conservatoriumdirecteur gaat het klooster in.’ Het afscheid was groots, hoewel het conservatorium er niet blij mee was. Binnen in mij bestond echter geen twijfel: dit was mijn weg.” 

Als Elia op de Karmel

Toch nam het leven van Chris op de weg van de spiritualiteit al snel een onverwachte wending. Tijdens de verhuizing naar Nijmegen werd hij op een ochtend wakker. “Het bed schudde. Ik dacht eerst dat er een aardbeving was, maar ik bleek het zelf te zijn. Ik belde de huisarts die onmiddellijk kwam, omdat hij dacht dat ik, op basis van de symptomen, een acute hartontsteking had. Het bleek echter een burn-out te zijn. Ik was volledig opgebrand. Dit had ik niet zien aankomen. Vijfentwintig jaar had ik als een idioot gewerkt en plotseling was daar de rekening.”

Het is ironisch, merk ik op. Eindelijk ben je op de Karmel beland, maar dan wel als de uitgeputte Elia eerder dan de idealistische karmeliet die je graag wilde zijn. Chris denkt even na. “Ja, maar ik vermoed, achteraf bezien, dat bepaalde ervaringen uit het verleden begonnen op te spelen. Die hadden jarenlang natuurlijk onderhuids gebroed en door mijn tijd bij de karmelieten, waar er aandacht aan deze ervaringen werd geschonken, werd dat allemaal losgetrild. Ik denk dat dat ook een rol heeft gespeeld, naast het idioot harde werken.”

Heimwee naar het noorden

Chris concludeert dat de weg van de spiritualiteit ook niet het juiste pad voor hem is. Maar wat dan wel? Op een dag wandelde hij met Marijke door het Heumense bos en beiden werden overspoeld door een heimwee naar het noorden. “We hadden een zeilboot liggen in Lauwersoog en besloten de zomervakantie daar door te brengen.” Het was goed om weer terug in het noorden te zijn. Zo goed zelfs, dat Chris en Marijke begonnen te fantaseren over het kopen van een huis in deze regio. Marijke maakte een tekening van een Gronings huis en die lieten ze aan een makelaar zien. Maar die merkte op dat ze dit type huis wel op hun buik konden schrijven. Toch werden ze twee weken later gewezen op een prachtig groot huis in Lauwerzijl, aan de rivier. “Merkwaardig hé. We zagen het huis en wisten meteen dat dit onze plek zou worden. We hadden slechts twee jaar in Nijmegen doorgebracht toen we terug naar Groningen verhuisden.”

Maar ja, Chris had dan wel een boot in Lauwerzijl liggen, verder had hij al zijn schepen achter zich verbrand. Wat moest hij dus in het noorden gaan doen?

De mystieke weg

Wederom diende het nieuwe pad zich als vanzelf aan. Dit keer in de vorm van een bevriende econoom die voorstelde om samen een consultancy bedrijf op te starten. Chris had immers vijfentwintig jaar leiderschapservaring opgedaan, zowel in het onderwijs als in de cultuursector. “Tot mijn verbazing kon ik er na een jaar niet meer tegen werken. Er kwamen allerlei verzoeken binnen voor interim-manager, ik gaf individuele coaching en was docent leiderschap bij Nyenrode. Ik vond het zo leuk, dit bedrijf. Op deze plaats besefte ik pas goed dat de mystieke weg voor mij een combinatie was van muziek, leiderschap en spiritualiteit, niet een keuze voor één van deze drie. In die combinatie kon ik ook de karmelitaanse spiritualiteit uitleven: ik stond met beide benen in de wereld én in de mystiek, met muziek als verbindend middel.”

Zicht op de A/ander

De muziekwereld bleek overigens allesbehalve een afgebrand schip te zijn. Toen Chris weer in het noorden woonde, nam het conservatorium in Groningen contact met hem op en voordat hij het goed en wel besefte, deed hij weer precies dezelfde dingen als dat hij in Enschede had gedaan. Hij werd bijvoorbeeld vice-president van de Europese Associatie van Conservatoria. Toch was het dit keer anders. “Ik werd er nu niet ziek van. Ik zag in dat ik geneigd was geweest om al mijn energie, enthousiasme en idealisme in een organisatie te stoppen en dat anderen daar op konden meeliften. Maar dit alles ging wel ten koste van mijzelf. Vandaag de dag zou je het misschien ADHD noemen: het was allemaal een beetje tè.”

Op een dieper niveau was er ook iets veranderd. De ander – zowel met een hoofdletter als kleine letter – werd het belangrijkste. “Ik denk dat Kees daar een belangrijke rol in heeft gespeeld, als mijn geestelijk begeleider. Bij de karmelieten draait het om de ruimte tussen mensen, maar daar heb ik ook geleerd om vanuit liefde te confronteren. Daar was ik eerder helemaal niet zo goed in. Nu, echter, wanneer ik merkte dat iemand functioneel en persoonlijk niet op zijn plaats was, gaf ik dat aan. De plaats waarop je staat is heilige grond. Zowel voor de persoon zelf als voor de organisatie. Het is dus van het grootste belang dat mensen op hun plaats vallen.”

De grote vorm

De ontvouwing van de mystieke weg in zijn leven heeft ook gevolgen gehad voor het componeren. “Ik denk dat de verandering vooral in de grote vorm zit, zoals het oratorium over Rilke’s elegieën. Dat is echt moeilijk, de grote vorm, maar toen de grote vorm van mijn leven steeds zichtbaarder werd, de samenhang van de drie pijlers in mijn leven, begon ook de grote vorm in mijn muziek te groeien. Dat is een mooie spiegeling.”

Krina Huisman

Krina Huisman (1986) is literatuurwetenschapper en gepromoveerd op het onderwerp narratieve zingeving bij rouw. Ze is eindredacteur van de pleinen ‘Levensvragen’ en ‘Opinie’ bij Theologie.nl.


Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Wil je op de hoogte blijven van Theologie.nl? Schrijf je dan in voor onze wekelijkse nieuwsbrief. Daarin selecteren we de mooiste, nieuwste en scherpste artikelen van de week. Ook houden we je op de hoogte van nieuwe boeken, speciale events en De theologie podcast. 

Word lid van Theologie.nl 

Wil je meer artikelen kunnen lezen over boeken, levensvragen, maatschappelijke thema’s en spiritualiteit? Word dan lid van Theologie.nl en sluit een basisabonnement af vanaf €5,83 per maand. 

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken