Waar woorden tekortschieten, begint de muziek
In de psalmen komen alle mogelijke emoties aan bod. Van angst tot vreugde, en van dankbaarheid tot wanhoop.
Al duizenden jaren speelt muziek een centrale rol in het geloofsleven van mensen. Als we naar de Bijbel kijken, geldt dit in het bijzonder voor de psalmen. Ze zijn niet geschreven als teksten om stil voor onszelf te lezen, maar als liederen. Veel psalmen bevatten aanwijzingen voor de melodie of de muzikale begeleiding waarmee zij gezongen moesten worden.
Het liedboek van Israël
Tijdens de tempelperiodes in Jeruzalem werden de psalmen gezongen door de Levieten. Op de trappen van de tempel verhieven zij hun stem, begeleid door harpen, lieren, cymbalen en andere instrumenten. Muziek, gebed en gemeenschap vormden zo een onlosmakelijke eenheid.
Binnen het jodendom vormen de psalmen tot op de dag van vandaag het hart van het gebedsleven. In het Hebreeuws heet dit bijbelboek Tehillim, wat ‘lofprijzingen’ betekent. Het grootste deel van deze verzameling wordt toegeschreven aan koning David, de dichter-koning die zelf musicus was. Joden reciteren de Tehillim dagelijks, en extra op de sabbat en tijdens feestdagen. Ook bij ziekte, verdriet, onzekerheid of juist grote vreugde wenden zij zich tot de psalmen. Ondanks de bescheiden omvang van het boek neemt het een uitzonderlijk belangrijke plaats in binnen de joodse traditie.
De anatomie van de ziel
Ook binnen het christendom hebben de psalmen een bijzondere betekenis gekregen. Johannes Calvijn noemde de psalmen een anatomie van alle onderdelen van de menselijke ziel. Daarmee bedoelde hij dat alle menselijke gevoelens erin terug te vinden zijn. Geen emotie blijft onbenoemd. Juist daarom herkennen mensen zich al eeuwenlang in de psalmen. In Psalm 13:1 roept David wanhopig uit: ‘Hoe lang nog, HEER, zult U mij vergeten?’ Maar in Psalm 30 jubelt hij: ‘U hebt mijn klacht veranderd in een dans, mijn rouwkleed weggenomen, mij in vreugde gehuld’ (vers 12).
De psalmen laten zien dat geen enkele menselijke emotie vreemd is aan God. Ze nodigen uit om eerlijk te zijn, zonder masker of schijn. Wie bidt of zingt, hoeft zijn gevoelens niet te verbergen.
Troost voor iedere tijd
Juist daarom hebben de psalmen ook vandaag niets aan actualiteit verloren. In Psalm 22 klinkt de pijn van verlatenheid, terwijl Psalm 88 behoort tot de donkerste klaagliederen uit de Bijbel. Daartegenover bezingen Psalm 118 en vele andere psalmen Gods blijvende trouw, liefde en bescherming. Door al deze verschillende stemmen heen klinkt steeds opnieuw dezelfde overtuiging: Gods nabijheid blijft, ook wanneer het leven moeilijk is.
Binnen de katholieke traditie vormen de psalmen het hart van de getijdengebeden. In de ochtend, middag, avond en nacht worden zij gezongen of gereciteerd. Ook in de viering van de eucharistie nemen de psalmen een vaste plaats in. Daarnaast zijn zij voor velen een persoonlijk gebed geworden: een weg om met God in gesprek te gaan en innerlijke rust te vinden bij Hem.
Halleluja
Het Hebreeuwse Hallelu-Yah betekent ‘wij prijzen de Heer’. Vooral in de Hallel-psalmen (Psalm 113-118 en Psalm 136) klinkt deze lofprijzing steeds opnieuw. Het is een uitroep die gelovigen al duizenden jaren verbindt. En tegelijk is het een oproep om samen de Heer te prijzen.
Rebbe Menachem Mendel Schneersohn (1789–1866) schreef dat wanneer mensen werkelijk zouden beseffen welke geestelijke kracht in de woorden van de psalmen verborgen ligt, zij deze voortdurend zouden reciteren. Misschien ligt daarin wel de blijvende betekenis van de psalmen. Zij helpen mensen uitdrukking te geven aan wat in hun hart leeft. Zij nodigen uit om vreugde en verdriet niet alleen te dragen, maar juist te delen met elkaar.
Wanneer woorden tekortschieten, begint de muziek. En wanneer muziek en gebed samenkomen, krijgen de woorden van de psalmschrijvers telkens opnieuw een stem in het hart van ieder mens. Zo blijven de psalmen, eeuwen na hun ontstaan, de stem van de ziel.
Claudia Sarti is geestelijk verzorger bij GGZ Vincent van Gogh, projectleider Auschwitz-reizen en redactielid van Open Deur.
Dit artikel verscheen in het oktobernummer van Open Deur, een gevarieerd oecumenisch maandblad met ruime aandacht voor gedichten en beeldmateriaal. Open Deur wordt uitgegeven door KokBoekencentrum. Het blad, altijd opgebouwd rondom een thema, leent zich uitstekend om besproken te worden in gespreksgroepen en op (thema)bijeenkomsten. Daarnaast kan het ook gebruikt worden bij het voorbereiden van diensten en vieringen. Voor een (proef)abonnement, zie https://www.kokboekencentrum.nl/tijdschriften/open-deur/.