Menu

Premium

De schat in de woestijn

Bij Jesaja 35,1-10 en Psalm 146

Verhaal

Vier vrienden zitten bij de stadspoort. Niemand heeft werk voor ze, dus ze moeten wel bedelen. Eén van de vrienden kan niet horen, één kan niet praten, één kan niet lopen en één kan niet zien. Maar ze begrijpen elkaar uitstekend.

Nummer één en twee praten in gebaren met elkaar, en nummer drie zegt dat aan nummer vier. En als nummer vier praat, gebaren de andere twee dat voor de vriend die niet kan horen.

Zo horen ze op een dag dat Johannes de Doper gevangen is genomen. Er gaan geruchten over het waarom. Johannes zou in de woestijn een schat verborgen hebben en hij wil aan de koning niet zeggen waar!

‘Als wij eens gingen zoeken,’ zeggen de vrienden tegen elkaar, ‘dan hoeven we nooit meer te bedelen en wonen we in een huis als iedereen.’ De vriend die niet kan horen en de vriend die niet kan praten nemen in een draagdoek de vriend die niet kan lopen tussen zich in. Die leidt met een stok de blinde om hobbels en kuilen heen.

Bij de rietoever van de Jordaan stampt een colonne soldaten van de koning langs op zoek naar de schat. Daarna stormt een groep begerige rovers voorbij.

‘Zouden wij nog een kans maken?’ vragen de vrienden elkaar. Maar de man die niet kan horen doet net of hij het niet begrijpt en loopt gewoon verder.

In de woestijn zien ze naast de weg soldatenlaarzen liggen, bebloede helmen en kapotte kleren. Dat is het werk van leeuwen, dat zie je zo! Verderop liggen de knuppels van de rovers en verscheurde vodden van wat ze hadden gedragen.

Duidelijk het werk van beren!

‘Linksaf!’ gebaart de lamme.

In de rotswanden zit een doorgang. Daarachter zien ze een vlakke rivierbedding met een smal stroompje in het midden. Onder een boomstronk is een groot hol. Eindelijk een eigen huis om in te wonen! Ze vinden honing in een bijennest.

Een zwerm sprinkhanen ploft neer. Mmm, die gaan ze barbecueën!

Vraag

Wat denk jij: vinden de vier vrienden de schat in de woestijn of niet?

Wellicht ook interessant

None

Recensie van Matthijs Schuurman over het boek Drie-eenheid

In 2024 schreef Bram van de Beek een artikel voor een wetenschappelijke encyclopedie over hoe er in de Vroege Kerk werd gedacht over de drie-eenheid. Al vanaf de jaren-’80 is hij actief als hoogleraar. In 1981 volgende hij in Leiden prof. dr. H. Berkhof op als hoogleraar Dogmatiek. In 2000 verhuisde hij naar de Vrije Universiteit, waar hij Symboliek ging doceren. Bij symboliek gaat het om de inhoud van de geloofsbelijdenissen. Ook was Van de Beek bijzonder hoogleraar Systematische theologie aan de Universiteit van Stellenbosch in Zuid-Afrika.

None

Recensie van Matthijs Schuurman over het boek Inferno

Iedereen heeft misschien wel zijn eigen beeld van de hel. Persoonlijk vind ik de hel zelf veel moeilijker voor te stellen dan de hemel. Als ik de hel zou moeten verbeelden, dan zou ik kiezen voor een druk winkelcentrum waar ik eindeloos op en neer ga op de roltrap. Ik ben dan in een drukte van mensen waar ik niet verbonden mee kan raken, omdat die mensen op dat moment allemaal voor zichzelf leven. Een plek waar ik innerlijk alleen maar onrustig kan worden en onrustig zal blijven. Zo stel ik me de hel voor: als een plek waar ik in het leven hier op aarde al niet graag kom. Als ik over het beeld nadenk, ontbreekt een belangrijk element: God Die Zijn oordeel heeft uitgesproken over mijn leven. Dat ik niet zonder reden voor altijd op die roltrap op en neer zal gaan en ik innerlijk gek wordt van de steeds toenemende onrust.

Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Basis

Waarom ‘Eeuwig’ toch niet altijd een goed vertaalwoord is

Enkele publicaties vorig jaar, waaronder het boek “Het einde van de Hel” van Reinier Sonneveld, hebben de eeuwenoude discussie of God alle mensen uiteindelijk zal redden1 weer nieuw leven ingeblazen. Een belangrijk argument tegen de leer dat voor ongelovigen de hel de eindbestemming zou zijn, is dat de Hebreeuwse en Griekse woorden die meestal met “eeuwig” vertaald worden, niet de betekenis “eindeloos” hebben. Dat was aanleiding voor het blad Met Andere Woorden (MAW), een vakblad voor Bijbel en vertalen, om een themanummer uit te geven rondom dit woordje, “eeuwig” en “eeuwigheid”. En, hoewel vertalers zich het liefst op de tekst zelf focussen, ontkom je er niet aan keuzes te moeten maken die aan een dergelijke discussie raken.2 Zo moet een vertaler kiezen of hij meegaat in het zo bekende “eeuwig” en “eeuwigheid”, of in navolging van kritiek en diverse onderzoeken voor een andere weergave kiest. In het themanummer verdedigden enkele artikelen de keuze voor “eeuwig”. In de studievertaling waar ik aan mee mag werken, de Nieuwe Concordante Vertaling (NCV),3 is echter een andere keuze gemaakt. In dit artikel laat ik graag zien waarom “eeuwig” toch niet altijd een goed vertaalwoord is.

Nieuwe boeken