4e zondag van de Zomer (Matteüs 13:1-23) Het aan de lezing van deze zondag voorafgaande hoofdstuk 12 ging over Jezus als de trouwe knecht des Heren (Matteüs 12:18-21). In vers 22-37 kwam de tegenwerking tegen Hem aan de orde. De schriftgeleerden en farizeeën wilden een teken (38-45) en zijn eigen familie getuigde van onbegrip (46-50). In het laatste vers (50) heeft de hoop het overwicht – er zal zich een nieuwe kring vormen, een nieuwe familie: ‘Al wie doet de wil van mijn Vader die in de hemel is, die is mijn broeder en zuster en moeder.’ De vorming van